Vion bouwde met watertorens zijn boven de wet-monument

Over smaak valt niet te twisten. Ook met deze dooddoener in het achterhoofd valt moeilijk vol te houden dat de twee reusachtige wateropslagtanks die recent verrezen in de Boxtelse spoorzone tot de monumentale wonderen van deze tijd mogen worden gerekend.

De afzichtelijke torens verrijzen boven het massieve complex van de Vion-slachterij waar evenmin veel architectonische tijd en energie aan is verspild.

Dit is het treurige visitekaartje van Boxtels zuidelijke entree. Een affront voor het oog van de toevallige passant en groene recreant, maar helemaal voor de pechvogels met permanent uitzicht op de 20 meter hoge torens.

Dat zijn de 90 huishoudens die op 150 meter wonen van de slachterij met al het andere ongerief dat deze mastodont voor hun welbevinden veroorzaakt.

Positief advies

Maar hun werkelijkheid is niet die van de regionale welstandscommissie. Zij meent dat ‘de silo’s passen bij het industrieel karakter van het gebied en van de bedrijfsmatige uitstraling van het perceel’, zo valt te lezen in het positieve welstandsadvies over het geniale ontwerp van architectenbureau Bessels uit het verre Twello.

Kennelijk was in Brabant geen ontwerper te vinden die kon voldoen aan de hoogste eisen van welstand die de gemeente Boxtel sinds 2016 stelt aan het bedrijventerrein Ladonk dat voluit wordt gedomineerd door Vion met zijn transportbedrijf Distrifresh.

Want de lat ligt hoog, zo lezen wij in de toelichting. Ladonk valt namelijk onder de bijzondere toetsing van het hoogste niveau waar de welstandscommissie zich bij haar beoordeling van bouwprojecten op moet baseren.

‘Deze toetsing houdt in dat de gemeente de bijzondere kwaliteiten van het bedrijventerrein wil behouden en/of verbeteren, ofwel een gebied met bijzondere kwaliteiten wil realiseren’. Dat liegt er dus niet om.

Dat de watertorens deze zware ballotage hebben doorstaan, geeft toch wel aan hoe serieus de architect en welstandscommissie zich van hun taak hebben gekweten. Van het Vion-complex viel immers toch al geen chocola meer te maken.

Of en hoe de uit haar krachten gegroeide veehouderij annex slachterij – ooit overgewaaid uit Eindhoven omdat zij daar te veel stonk – nog enigszins valt in te passen in het fraaie achterland van Dommel en Stapelen, is al lang niet relevant meer.

Daar hoeft de welstandscommissie van de gemeente niet eens naar te kijken en dat deed zij dus ook niet. De tijd van adviezen buiten de beleidskaders, oftewel het gebruik van gezond verstand, ligt ook in welstandsland ver achter ons.

Paarlen voor de zwijnen

Zou de commissie wél over haar eigen schaduw zijn heengestapt, dan waren dat toch paarlen voor de zwijnen geweest. Want die torens stonden er al voordat de vergunning hiervoor was verleend.

Door de berichtgeving hierover in Brabants Dagblad bleef dat niet onopgemerkt.

Dat Vion in het geheel niet van zins was om te wachten op de vergunning en welbewust op eigen houtje aan de gang ging, blijkt uit de feiten die naar voren komen in het vergunningsdossier.

De watertorens werden op een zaterdagochtend met zwaar materieel aangevoerd en geplaatst op een betonnen fundering die rust op 24 palen.

Deze constructie moet bestand zijn tegen 20.000 kilo staal, gevuld met een half miljoen liter afvalwater. Dat is geen kinderspel.

Stak de vleesreus hier met voorbedachte rade zijn middelvinger op richting een onmachtige gemeente of stond het bevoegd gezag dit boven de wet-gedrag oogluikend toe? Dat zal vermoedelijk de vraag blijven.

Opmerkelijk is ieder geval wél dat het oorverdovend stil bleef vanuit de bestuurskamer ten gemeentehuize over dit strafbare feit.

Als die torens onverhoopt door hun fundering zakken omdat die niet blijkt te deugen , dan ligt in ieder geval de dader op het kerkhof. Verkeerde berekeningen, verkeerde uitvoering, wie zal het nog zeggen?

De vergunning die werd verleend als mosterd na de maaltijd, schrijft desondanks voor dat de gemeente dit alles vooraf en tijdens de bouw moet controleren.

Wie houdt nu wie voor de gek?

En waar was al die haast toch voor nodig? Waarom kon Vion niet wachten op de vergunning die zonder twijfel zou afkomen?

In de vergunning staat dat de torens ‘s nachts het water moeten opvangen waarmee de nieuwe vleesverwerkingsfabriek wordt schoongemaakt. Dat is de grote hal die zonder natuurvergunning middenin de stikstofcrisis werd gebouwd. Openlijk toegestaan door de provincie. De rechtbank in Den Bosch moet over de houdbaarheid van deze vergunning nog een oordeel vellen.

De vleesverwerking ter plekke is inmiddels een maand in bedrijf, getuige een foto van Vion-makelij die het Brabants Dagblad 7 mei afdrukte ter illustratie van een paginagroot verhaal over dit nieuwsfeit. Kennelijk wordt daar nu mondjesmaat schoongemaakt, want de watertorens zouden nog moeten worden aangesloten op de hal.

Afvalwater slachterij

In dat artikel maakt Vion evenwel duidelijk dat ‘de tanks niets met de nieuwe hal te maken hebben’. ‘Ze gaan puur om het afvalwater van de slachterij’, citeert de krant de bedrijfswoordvoerder.

Dat klinkt logisch, ook bezien vanuit duurzaam waterverbruik. Want structureel een half miljoen liter kostbaar grondwater verkwisten aan alleen het schoonspuiten van één hal, getuigt niet van enig besef over de ernstige verdroging die te velde in Brabant heerst.

Maar de nieuwe werkelijkheid van Vion is wél in flagrante tegenspraak met de recent verleende vergunning die is gebaseerd op wat het bedrijf zelf aan informatie heeft aangeleverd.

Daarin houdt het gemeentebestuur ons voor dat er sprake is van ‘relatief schoon afvalwater, afkomstig van schoonmaakwerkzaamheden in de vleesverwerking’. ‘Dat bevat dus geen bloed, mest en dergelijke.’

Als de wateropslagtanks ‘s nachts worden ontlucht ruik je daar vrijwel niets van, bezweert het bevoegd gezag.

Maar afvalwater uit de slachterij is van een geheel andere samenstelling. Dat stinkt als de hel, zo zullen omwonenden straks merken als bij zuidwestenwind de pure Vion-lucht hun slaapkamers binnendringt. Dan ben je opeens klaarwakker.

Vergunning en woordvoering spreken elkaar dus tegen. Wat is nu waar?

Laat ik een voorspelling wagen. In geval van hernieuwde publieke opwinding verklaart Vion bij nader inzien dat de woordvoerder zich ongelukkig heeft uitgedrukt, dan wel verkeerd is begrepen. En anders zwijgt men deze alternatieve interpretatie van de papieren werkelijkheid gewoon dood, op weg naar de volgende leugen.

De watertorens kunnen we alvast koesteren als monumenten van de in Brabant nog steeds manifeste boven-de wet-cultuur die wordt gedicteerd door macht en invloed.

Ondertussen is het volgende Vion-hoogtepunt al weer in de maak: een schoorsteen van 40 meter die de vuile slachterijlucht in hogere sferen moet brengen.

Vorige

‘Vion geeft hiermee het verkeerde voorbeeld’

Volgende

Icoon Brabants poldermodel Jan Baan neemt afscheid

  1. Hiermee is de torenhoge schuldige knap beschreven. Het is de reeds vele jaren gegroeide overmacht van de veel te grote bedrijven, waar lokale bestuurders niet tegenop kunnen of durven. Pas als de ware prijs van vlees betaald zou moeten worden, bijv. voor de ernstige klimaat-effecten, de gezondheidseffecten en de natuurschade, zou VION flink krimpen. Maar de nare stankoverlast moeten we nu al echt niet meer pikken, op straffe van sluiting, door de Gemeenteraad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén