Categorie: Columns Page 1 of 2

Columns van Ron Lodewijks

Brabantse natuur speelbal in een juridisch wespennest

Terwijl de verdroging ondertussen hard toelaat, dreigt de Brabantse natuur ook slachtoffer te worden van een juridische loopgravenoorlog.

Die wordt op Europees niveau uitgevochten. Met mogelijk verstrekkende gevolgen voor de toekomst van natuurparels als De Brand, De Mortelen en het Vlijmens Ven. Dit zijn gebieden waar de laatste 30 jaar veel landbouwgrond werd aangekocht en omgezet in natuur.

Dat gebeurde veelal met subsidie die de stichting Het Noordbrabants Landschap en de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in het verleden kregen voor uitbreiding van hun bezit binnen het Brabantse natuurnetwerk.

Gratis staatssteun

De haard van verzet daartegen werd in 2008 aangestoken door eigenaren van particuliere landgoederen in den lande, onder aanvoering van Nationaal Park de Hoge Veluwe. Zij konden niet profiteren van de gratis staatssteun die uitsluitend was bestemd voor de zogeheten terreinbeherende organisaties (tbo’s): de 12 provinciale landschappen en Natuurmonumenten.

Deze subsidieregeling die in 1993 het leven zag was niet alleen uniek binnen Europa, maar werd tevens ingevoerd zonder de Europese Commissie om toestemming te vragen.

Dit balsturige Hollandse gedrag slaat nu terug als een boemerang, door een recente uitspraak van het Europees Hof van Justitie die de bevoordeelde natuurinstanties in de gevarenzone brengt. De Europese Commissie wordt daardoor gedwongen hun bedrijfsvoering onder het vergrootglas te leggen.

De uitkomst van deze exercitie kan straks zomaar zijn dat Brabants Landschap en Natuurmonumenten onterecht verkregen subsidies voor zo’n 8000 hectare verworven natuurbezit in Brabant aan de overheid moeten terugbetalen. Dit zwaard van Damocles hangt vermoedelijk nog jaren boven de hoofden van deze tbo’s, totdat de Europese rechters opnieuw zullen hebben gevonnist.

Natuurmaffia

Naar het staatssteungedoe met de natuur had waarschijnlijk geen haan gekraaid, als binnen de wondere wereld der natuurbeheerders geen ruzie was ontstaan tussen eigenzinnige adel en betweterige natuurtechnocraten. Die ontaarde aan gene zijde in ressentiment jegens ‘de natuurmaffia’, zoals Oene Gorter de verwevenheid tussen overheid en tbo’s typeert in dagblad Trouw van 12 september.

Deze eigenaar van landgoed Welna in Epe is de eloquente prijsvechter van de Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters (VGG). Die richtte hij in 2009 samen op met Seger baron van Voorst tot Voorst, directeur-bestuurder van Nationaal Park De Hoge Veluwe en Frans baron van Verschuer, eigenaar van landgoed Heerlijkheid Mariënwaerd in Beesd.

Samenwerking in Brabant

Dit Gelderse trio verzamelt zo’n 80 vermogende medestanders om zich heen om de natuurmaffia juridisch te vloeren. Wie dat zijn maakt de VBG niet bekend, maar in processtukken duiken de namen op van zo’n twintig landgoederen. Daaronder geen enkel Brabant landgoed en dat is niet verwonderlijk want in deze provincie werken de particuliere eigenaren en tbo’s bestuurlijk onverminderd samen. Dat wordt in Trouw van 19 september subtiel onderstreept door Jan Baan.

De directeur van Brabants Landschap poogt met zijn rustige opiniestuk de opgefokte atmosfeer wat te beteugelen. Baan koestert de rijke traditie van zijn organisatie die stoelt op de harmonieuze overname van particuliere landgoederen als Haanwijk, Annanina’s Rust, Wargashuyse, Pannenhoef en Tongelaar. Hij is overduidelijk geen vijand maar een medestander van de particuliere natuureigenaren.

Bovenal is Baan een man van het poldermodel die blijft proberen om in onderling overleg tot oplossingen te komen. Daar is hij in Brabant beroemd om. Ditmaal is een vergelijk heel hard nodig want door het niet te miskennen succes van de VGG zit ook Brabants Landschap in de hoek waar klappen dreigen te vallen.

Bemiddeling in dit wespennest is geen sinecure. Verschillende pogingen zijn al mislukt. Sharon Dijksma waagde zich hier als staatssecretaris van Economische Zaken al eens tevergeefs aan.

Klacht ‘De Hoge Veluwe’

Het gevecht begon in 2008, toen ‘De Hoge Veluwe’ een klacht bij de Europese Commissie indiende wegens ‘illegale’ staatssteun aan de terreinbeherende organisaties. Die sorteerde verbazendwekkend snel effect. Binnen twee jaar produceerde het ministerie van LNV een aangepaste subsidieregeling die ook open staat voor particuliere natuurbeheerders, maar soberder is dan de vorige. Landbouwgrond die in natuur verandert, wordt niet meer volledig maar voortaan voor 85 procent gesubsidieerd.

De gratis steun die het Koninkrijk der Nederlanden tot 2012 aan de tbo’s had verstrekt was volgens de Commissie nochtans in overeenstemming met de regels van de interne markt. Dus hoeven deze natuurinstanties niets terug te betalen, zoals de VGG eist.

Concurrentievervalsing

De Europese rechters vinden dit echter een besluit uit de losse pols dat zonder deugdelijk onderzoek is genomen. Volgens hen valt wel degelijk te betwijfelen of gratis staatssteun aan de tbo’s door de beugel kon. De Commissie beschouwt de tbo’s immers als ondernemingen omdat zij geld verdienen met bijverdiensten als houtverkoop en toerisme die voor natuurbescherming niet strikt noodzakelijk zijn. De gratis staatssteun werkte daarmee concurrentievervalsend ten opzichte van landgoedeigenaren die in dezelfde positie verkeren als de tbo’s, maar hiervoor niet in aanmerking kwamen.

De Commissie moet over deze ondoorgrondelijke kwestie nu een nieuw besluit nemen, zo heeft het Europees Hof in laatste instantie bepaald. Opmerkelijk is dat het Hof in zijn opperste wijsheid voorbij ging aan het oordeel van zijn hoogste adviseur, de advocaat-generaal. Die vindt juist dat de lagere rechter ‘op geen enkele wijze’ kon aantonen dat de Commissie zich er met een Jantje van Leiden vanaf had gemaakt.

En zo is de natuur in Brabant én daarbuiten speelbal geworden in een juridisch wespennest, waar geen zinnig mens nog chocola van kan maken en waar alleen juristen garen bij spinnen.

Bestuurlijke elite geeft rugdekking

Als de Europese Commissie opnieuw niet doet wat de verongelijkte landgoedeigenaren eisen, kunnen zij wederom naar de rechter. Oene Gorter vindt dit allemaal prachtig. De natuurmaffia móét op de knieën om ‘gewone particulieren’ aan vele hectares natuurgrond te helpen. Een vendetta met vitale steun van De Hoge Veluwe, de ‘groene schatkamer van Nederland’ waar de fine fleur van bestuurlijk Nederland rugdekking verschaft. Fred de Graaf, ooit burgemeester van Vught, is daar voorzitter van de Raad van Toezicht. Kersvers lid is Gerda Verburg die als minister van LNV de Q-koorts in Brabant op haar beloop liet.

De Raad van Advies van het nationaal park bulkt van de grote namen. De hoogste ambtenaar en voormalig hoogste ambtenaar van de minister-president zitten daar gebroederlijk naast prins Floris van Oranje Nassau. En natuurlijk is ook Oene Gorter van de partij. De voorzitter van Geldersch Landschap & Kasteelen echter niet meer. Dat voorkomt zelfkastijding, want ook deze provinciale natuurorganisatie raakt bekneld als baron Van Voorst tot Voorst met de VGG juridisch tot het gaatje gaat.

Onvoorstelbaar

Toch is het onvoorstelbaar dat de tbo’s financieel aan deze staatssteunkwestie ten onder zouden gaan. Dan verdwijnt een belangrijk fundament onder het natuurbeheer in Nederland, ten koste van natuur die nota bene Europees wordt beschermd! En dát dwingt Nederland nu juist om de stikstofcrisis zo aan te pakken dat menig zwaar getroffen natuurgebied in Brabant eindelijk wordt ontlast. Dat moeten ze bij de Europese Commissie vooral niet vergeten!

Als de nood werkelijk aan de man komt, moeten de tbo’s maar tot staatsbedrijven worden gemaakt. Gelijk Staatsbosbeheer, de grootste onder de tbo’s die de gewraakte staatssteun geoorloofd ontving en daarom buiten schootsveld blijft.

Laat alle intelligentsia die ook huist in de besturen van Natuurmonumenten en de provinciale landschappen, dan maar haar invloedrijke schouders onder een reddingsoperatie zetten. In het belang van de natuur. Want daar zou het in deze barre tijden toch uitsluitend om moeten gaan.

De drinkwaterbaas die tegen het schaliegas streed gaat weg

Brabant Water zwaait komende donderdag Guïljo van Nuland uit als directeur. Dat blijft niet onopgemerkt, want Van Nuland is een centrale figuur in het Brabantse poldermodel.

De Brabanthallen zijn er speciaal voor afgehuurd om in coronatijd veilig 400 gasten op 1,5 meter van elkaar te kunnen wegzetten. Brabantse gezelligheid op afstand, dat wordt nog wat.

De eerste en enige

Van Nuland was de eerste en tot dusver enige directeur van Brabant Water, het grote provinciale fusiewaterbedrijf dat 19 jaar geleden ontstond. Hij zat al zo lang in het drinkwater dat het hier om een verbintenis voor het leven leek te gaan. Gelijk de paus die als leider van de katholieke kerk aanbleef tot en met de laatste ademstoot.

Maar zoals in Rome paus Benedictus XVI met deze traditie brak en levend de Sint Pieter verliet, zo besloot Van Nuland om drie jaar voor zijn pensioen zijn zetel in het Bossche Paleiskwartier te ontruimen. Deze bioloog wil in gezondheid ervaren of er ook zonder Brabant Water nog een zinvol leven mogelijk is.

Het is altijd verstandig om je eigen afscheid zelf te regisseren. Negentien jaar in één topfunctie is inderdaad uitzonderlijk lang, maar dat geldt ook voor de overname van het eigenzinnige waterbedrijf TWM. Die kwestie speelde al voordat Brabant Water met Van Nuland van start ging. Met de gemeente Tilburg werd maar liefst 17 jaar gesteggeld over de prijs. Van Nuland kon dit boek nog net voor zijn vertrek sluiten.

Grondwatervervuiling en bodemverdroging hebben hem 19 jaar intensief bezig gehouden. Kwetsbare winningen in Oost-Brabant moesten worden gesloten vanwege vervuiling of werden verdiept om de natuur te sparen.

Van Nuland neemt afscheid van een kapitaalkrachtig en veelzijdig bedrijf dat onder meer ook industriewater zuivert en gebouwen verwarmt en koelt met grondwater, zoals de High Tech Campus in Eindhoven.

Een meer risicovolle vorm van duurzame energie is dieptewinning van aardwarmte. Van Nuland maakte zich sterk om de Brabantse drinkwaterbronnen daartegen te beschermen. Strenge milieuregels liggen nu vast in een provinciale richtlijn die bij gebrek aan projecten nog niet is toegepast.

Brabant Water deed via een dochteronderneming zelf ervaring op met aardwarmte. Het bleef bij één project, ter verwarming van kassen in Oostvoorne. Van Nuland zag voor het drinkwaterbedrijf geen toekomst in deze tak van sport en verkocht de dochter.

Tegen privatisering

Brabant Water is eigendom van gemeenten en provincie, maar zou op de vrije markt een gewilde prooi zijn. Toen drinkwaterbedrijven eind vorige eeuw dreigden te worden uitverkocht, werd dat wettelijk geblokkeerd door minister Jan Pronk van Vrom. De openbare drinkwatervoorziening hoort volgens Pronk als eerste levensbehoefte in overheidshanden te blijven.

Van Nuland is het daarmee hartgrondig eens. Als lid van een informele denktank van waterbestuurders keerde hij zich toendertijd in het manifest ‘De waarden van water’ tegen privatisering.

Van Nulands vertrek is de eerste aderlating in de polder van Brabant, het overlegcircuit over leven en welzijn in deze provincie. Volgend jaar maart gaan twee andere prominente veteranen, directeur-rentmeester Jan Baan van Brabants Landschap en dijkgraaf Lambert Verheijen van waterschap Aa en Maas, met regulier pensioen.

Zij vonden in Van Nuland een compaan met hart voor natuur en landschap. De baas van Brabant Water nam het ook publiekelijk voor deze belangen op toen hij vanuit het drinkwaterbelang zijn stem verhief tegen proefboringen naar schaliegas in Boxtel en Helvoirt.

Wakker geschud

Voor het zover was, moest de baas nog wél even wakker worden geschud. ‘De waakhond van ons aller kostelijke drinkwater die ferm ten strijde trekt tegen ondergrondse opslag van kernafval, heeft zich in slaap laten sussen door allerlei geruststellende beweringen die vooral een slag in de lucht zijn. Maar dat moet nu snel over zijn’, hekelde ik in Brabants Dagblad de passiviteit van Brabant Water.

Mijn column ‘Stop de gaswinning in Brabant’ van 5 maart 2011 sloeg aan bij Van Nuland. Hij liet zich binnenskamers snel en grondig informeren over de risico’s van schaliegasboringen voor vervuiling van grondwater, dé bron van het Brabantse drinkwater. En trok zijn conclusies die hij al een maand later wereldkundig maakte. ‘Brabant Water eist nul risico bij boringen naar schaliegas’, tekende ik 19 april in de krant uit zijn mond op.

Hoofdrolspeler

Vanuit die stellingname groeide Van Nuland uit tot een van de hoofdrolspelers in het verzet tegen schaliegaswinning.

Een mijlpaal in mijn journalistieke relatie met Van Nuland volgde een jaar later. Om te achterhalen welke chemicaliën in 2008 waren gebruikt voor gaswinningen bij Wijk en Aalburg en Brakel, had ik namens de krant een procedure op grond van de Wet openbaarheid bestuur aangespannen tegen het ministerie van Economische Zaken.

Deze gaswinningen gingen volgens hetzelfde procedé dat ook toegepast wordt bij boringen naar schaliegas. Hier gloorde een unieke kans om op basis van concrete informatie te doorgronden wat zich hierbij in de diepe ondergrond afspeelt.

Tijdens de hoorzitting op het ministerie staakte gaswinner Northern Petroleum zijn verzet tegen openbaarmaking en plaveide daarmee de weg voor minister Verhagen om een lijst met twaalf gebruikte chemicaliën vrij te geven.

Hoe gevaarlijk zijn die vloeistoffen? Deze klemmende vraag legde ik voor aan Van Nuland. Hij zag meteen het belang en liet de chemicaliën analyseren door KWR, het onderzoeksinstituut van de Nederlandse drinkwaterbedrijven.

Conclusie: op basis van alleen kennis over die vloeistoffen en hun giftigheid, valt geen goede inschatting van de risico’s voor mens en milieu te maken. Je moet vooral ook weten hoe de cocktail aan chemicaliën is samengesteld en hoe die zich ondergronds gedraagt. Maar dat hield Economische Zaken geheim, lopend aan de leiband van de machtige gasindustrie.

Uiterste voorzichtigheid

Bij zoveel onzekerheid is juist uiterste voorzichtigheid geboden. Om Amerikaanse toestanden te voorkomen, luidde Van Nulands heldere en vooral goed getimede boodschap richting politiek Den Haag. Dit alles werd breed en prominent uitgemeten in Brabants Dagblad.

Met deze krachtige uitspraak in Brabants Dagblad van 24 februari 2012, eiste Guïljo van Nuland scherper toezicht om milieuvervuiling door winning van schaliegas te voorkomen

Na nog eens anderhalf jaar maatschappelijk en politiek rumoer stierven de boringen naar schaliegas een stille dood. Het groene hart van Brabant bleef daardoor een industriële invasie van Amerikaanse oliebaronnen bespaard.

WATER van Brabant Water

Zijn fijnzinnige gevoel voor publieke relaties etaleerde Van Nuland ook in de Brabantse polder. Hilarisch was zijn openingsact van de Warandelezing die hij tien jaar geleden hield in de Universiteit van Tilburg. Demonstratief tapte de spreker een glas vol met leidingwater, gebotteld mineraalwater terzijde schuivend. Wie zulk kostelijk drinkwater uit Brabantse bodem binnen handbereik heeft, gaat toch niet extra betalen voor mindere kwaliteit? Dan ben je niet goed bij je hoofd! Dat zei ambasseur Van Nuland er niet bij, maar zo kwam het wel over.

Waar de lezing precies over ging ben ik kwijt, maar zijn boodschap blijft hangen. De schrijver dezes drinkt louter Water van Brabant Water.

Stabat Mater

Een evenement maakte Van Nuland ook van de jaarlijkse voorontvangst bij het Stabat Mater in Oirschot. Het langjarige sponsorcontract voor dit prestiegieuze muziekevenement dat Brabant Water erfde van de Waterleidingmaatschappij Oost-Brabant, moest van hem meer betekenis krijgen voor de aandeelhouders en relaties van zijn bedrijf. Daar maakte hij veel werk van.

In de stampvolle zaal van café De Zwaan voor een gehoor van (oud-)burgemeesters, wethouders, statenleden, kamerleden en bestuurders uit de natuur- en milieuwereld, ramde Van Nuland steevast vol humor de boodschap van Brabant Water erin. Zijn speeches sloegen aan, want er werd niet of nauwelijks doorheen geluld. En dat is zeldzaam in de Brabantse polder.

Het Stabat Mater is niet meer en nu houdt ook Guïljo van Nuland ermee op. Donderdag krijgt hij als directeur zijn laatste kans om het vierhonderdkoppige poldermodel nog één keer voor even het zwijgen op te leggen.

Het gehannes met de cultuur beschadigt imago van Brabant

Het imago van Brabant als een provincie waar het goed wonen, werken en leven is, loopt in coronatijd een extra deuk op. Deze antireclame is te danken aan de machtswisseling in het provinciebestuur.

De drie partijen die samen met de VVD het roer afgelopen vrijdag in het provinciehuis overnamen, meenden in alle kneuterigheid dat het culturele leven in Brabant aan de bestuurstafel voortaan moet worden bezien als een vorm van vrije tijdsbesteding die best met minder geld toe kan.

De verontwaardiging die onder kunstenaars over deze dubbele miskenning de kop opstak, beleefde vrijdag haar apotheose in een veelzeggend stil protest. De berg gedumpte theaterstoelen op het plein voor het provinciehuis haalde zo’n beetje alle media, waaronder het veelbekeken NOS Journaal.

Dat ze overal in Nederland nu weten hoe Brabant met cultuur omgaat, bleek in alle pijnlijkheid op Radio 4. In een vraaggesprek over een magistraal uitgevoerde negende symfonie van Gustav Mahler in 2019 met het Noord Nederlands Orkest, sprak dirigent Antony Hermus mededogen uit met zijn collegamusici van de Philharmonie Zuidnederland die er in Brabant niet goed voorstaan.

En de digitale versie van het Storioni Festival in Eindhoven werd door de recensent van NRC Handelsblad beschouwd als een kwalitatief hoogstaand weerwoord op de ‘politieke vendetta’ van het nieuwe provinciebestuur tegen de cultuur.

Slechte timing en falende communicatie valt de nieuwe coalitie van VVD, Forum voor Democratie, CDA en Lokaal Brabant zwaar aan te rekenen. Door de coronacrisis ligt de miljardeneconomie die de cultuur in Nederland is, op haar gat. Nergens wordt en plein public nog toneel gespeeld of muziek gemaakt. Kunstenaars zitten werkloos thuis en ook de podia waarop zij hun brood verdienden staan op omvallen. En uitgerekend dan doet Brabant er nog een schepje bovenop!

In Provinciale Staten nam de nieuwe coalitie vrijdag wat gas terug. Een en ander was logisch bedoeld. En zo’n vaart zal het allemaal niet lopen. De vier partijen maakten ook een kosteloos gebaar door Lokaal Brabant-voorman Wil van Pinxteren voortaan gedeputeerde van vrije tijd, cultuur en sport te noemen.

Maar wat gaat Van Pinxteren na deze valse start voor de Brabantse cultuur betekenen?

De vrije tijdsfilosofie in het bestuursakkoord is overduidelijk afkomstig van Lokaal Brabant. Belangrijk punt in het verkiezingsprogramma van deze club is de oprichting van een provinciaal fonds om culturele en sportverenigingen te ondersteunen bij het werven, opleiden en behouden van vrijwilligers. Tegelijk belooft Lokaal Brabant ook de cultuur inhoudelijk ruimhartig te zullen subsidiëren met slechts beperkte voorwaarden vooraf voor zowel amateurs als professionele kunstenaars.

Beide concrete punten staan echter niet in het bestuursakkoord!

Daarin ontbreekt ook de harde belofte van het CDA in verkiezingstijd dat de bezuiniging op de Philharmonie Zuidnederland ongedaan wordt gemaakt.

De christen-democraten zaten nog in de oppositie toen het provinciebestuur onder aanvoering van SP-gedeputeerde Henri Swinkels eind vorig jaar een half miljoen wegsneed van de twee miljoen euro die dit Brabants-Limburgse fusieorkest uit Brabant kreeg.

Vóór 1 juni moet kennelijk duidelijk zijn wat de philharmonie het komende muzikale seizoen uit het provinciehuis mag ontvangen. Een motie om direct zekerheid te verschaffen, haalde het vrijdag niet. Mocht Van Pinxteren al snode plannen voor het orkest hebben, dan zal hij die op straffe van onbehoorlijk bestuur een jaar moeten opschorten.

En dan de VVD. De grootste partij van Brabant wijdt warme woorden in haar verkiezingsprogramma aan Brabants cultureel talent dat met steun van de provincie ‘de kans krijgt om door te groeien naar de top’.

Het cultuurfonds Brabant C dat sinds 2015 met 25 miljoen euro provinciegeld Brabantse festivals van internationale allure steunt, mag van de liberalen na dit jaar doorgaan. Mits er wordt samengewerkt met de Brabantse steden en ook de rijksoverheid een duit in het zakje doet. Ook daarover geen woord in het bestuursakkoord.

Van Forum van Democratie weten we slechts dat Thierry Baudet boeken leest en schrijft en aan het Binnenhof op zijn piano speelt. Over de cultuur in Brabant valt deze partij niet op enige visie te betrappen.

Het gezamenlijke bestuursakkoord rept van een ‘richtinggevende opdracht’ om met ingang van 2023, het jaar van de volgende Statenverkiezingen, minimaal zeven miljoen euro te bezuinigen op het begrotingsprogramma Vrije Tijd en Erfgoed, waar cultuur dus onder valt. Wat er dan nog specifiek in cultuur wordt geïnvesteerd is volstrekt onduidelijk.

Van deze hutspot aan vaag- en tegenstrijdigheden valt geen chocola te maken. Toch zal Van Pinxteren zich vóór de zomer aan het cultuurfront moeten melden met iets wat lijkt op een beleid dat ook inspeelt op de coronacrisis.

Dat wordt een vuurproef in geloofwaardigheid voor deze ervaren politicus en manager die als een koorddanser carnaval met Jazz in Duketown moet zien te verenigen.

Tel uit je winst voor Brabant: een boterzacht referendum en vijf afgedankte bestuurders

‘Wíj hebben het bindend correctief referendum binnengehaald’. Forum voor Democratie kraait victorie in een ronkend promotiefilmpje op twitter.

De Brabantse Baudet-mannen van stavast hebben het hem geflikt. Zij ‘gaan leveren’ aan de bestuurstafel in het provinciehuis. Het vermolmde kroonjuweel van D66 wordt door hen verzilverd in Brabant. Want: ‘politici die over de schreef gaan, moeten teruggefloten kunnen worden’. En: ‘Als de mensen het niet willen, moet de provincie het niet alsnog doordrukken’. Forum stampt desnoods een windmolenpark de grond in: opgeruimd staat netjes, zo wordt ons alvast voorgeschoteld.

Het correctief referendum als populistisch speeltje. Maar is dat ook bindend? Zo staat het niet in het bestuursakkoord dat Forum met VVD, CDA en Lokaal Brabant-eenpitter Wil van Pinxteren heeft gesloten. Dat kan ook niet, want dat zou in strijd zijn met de Grondwet. Wat er wel staat is dat ‘de coalitiepartijen zich committeren aan de uitslag van een referendum’.

Op zich is dat al heel wat voor partijen die hier niets in zien. Dat bleek juni voorjaar toen de Brabantse Staten ten tweede male een panklaar referendumvoorstel van de PVV afschoten. ‘Referenda zijn niet het juiste middel om burgers te betrekken bij provinciale besluitvorming’, sprak toen VVD-fractielid Walter Manders. En CDA-vicefractievoorzitter Marcel Deryckere zette het referendum weg als ‘instrument om deelbelangen door te drukken’.

Beide coalitiepartners hebben hier dus een ommezwaai gemaakt om Forum te gerieven. De gevolgen zijn echter tamelijk beperkt. Mochten de vier partijen het al inhoudelijk eens worden over de voorwaarden voor een volksraadpleging – het bestuursakkoord meldt niets concreets over de vereiste ondersteuning en opkomst – dan ligt er straks een verordening voor niet meer dan een raadgevend referendum.

In het onwaarschijnlijke geval er vóór de volgende Statenverkiezingen van maart 2023 ook nog één wordt gehouden (welk brandend en pakkend provinciaal onderwerp leent zich daarvoor?), dan zijn VVD en CDA juridisch niet gebonden aan de uitkomst. En de coalitie-afspraak hierover vervalt na de verkiezingen.

De Brabantse Forum-voorman Eric de Bie moet nu als gedeputeerde van bestuurlijke vernieuwing laten zien dat hij het karwei kan afmaken. De kaarten liggen gunstiger dan ooit, aangezien PVV en SP vanuit de oppositie het referendum omarmen en hem aan een ruime meerderheid kunnen helpen. Slaagt De Bie in zijn missie dan beschikt Brabant over een papieren tijger die op elk moment tot leven kan worden gewekt.

Dat laten VVD en CDA dan toch maar gebeuren, terwijl een referendum in welke vorm dan ook ontbreekt in hun partijprogramma’s. Vooral bij het CDA Brabant dringt zich de vraag op wat een stem op deze partij tegenwoordig nog waard is. Het brandde zijn lijsttrekker Marianne van der Sloot en nummer twee Renze Bergsma volledig af toen zij zich als gedeputeerden hielden aan de coalitie-afspraken met VVD, GroenLinks, D66 en PvdA over versnelde modernisering van veestallen.

Hier manifesteerde zich een pijnlijk gebrek aan politiek vernuft waarin de partij eens grossierde met illustere figuren als Jan de Geus, Jan Houben, Pieter van Geel, Jan Melis en Paul Rüpp.

De afgang kan slechts worden uitgewist met een paardenmiddel: samenwerking met Forum voor Democratie. Tot afschuw van oud-gedeputeerde Paul Rüpp die vanaf de zijlijn nog een vernuftige publiciteitscampagne voerde om de Brabantse CDA-leden te mobiliseren tegen dit verbond met het kwaad. Hij liep vooral stuk op desinteresse. Slechts 16 procent van de leden deed mee aan een suggestieve peiling over samenwerking met Forum. En omdat een krappe meerderheid van dit zeer beperkte gezelschap vóór stemde is de zaak dus nu in kannen en kruiken. Democratie op haar smalst.

Rüpp beklaagde zich over de afzijdigheid van de landelijke partijleiding. Hij had beter moeten weten. In Den Haag vinden ze het experiment met Forum wel goed zo. Want dat betekent vooral rust aan het boerenfront, met de landelijke verkiezingen van 2021 in zicht.

Het CDA aan het Binnenhof staat zelfs zijn Tweede Kamerlid Erik Ronnes aan de provincie af. Fractievoorzitter Pieter Heerma gaf persoonlijk zijn zegen aan de benoeming van de oud-wethouder van Boxmeer. ‘De fractie gaat hem missen. Brabant krijgt met hem een uitstekende gedeputeerde die heel veel kennis en ervaring heeft op de portefeuille ruimte en wonen’, twitterde Heerma.

Ronnes en Elies Lemkes zijn gekwalificeerde bestuurders met wie het CDA juist investeert in de coalitie met VVD en Forum. Lemkes is de nieuwe gedeputeerde van landbouw, natuur en milieu. Om het pluche te bereiken moest deze ex-directeur van ZLTO nog wel even snel lid worden van het CDA. De eertijdse ‘partij van Brabant’ vertoont inmiddels ook tekenen van bestuurlijke bloedarmoede.

Beide CDA-gedeputeerden nemen vier provinciale sleutelportefeuilles over van drie linkse partijen. Die wilden maar wat graag doorgaan, maar lieten zich door de VVD geruisloos afserveren. Links Brabant is te zeer versnipperd en verzwakt om nog een vuist te kunnen maken.

Heel slim daarentegen opereerde Wil van Pinxteren. Met zijn ene zetel helpt dit voormalige VVD-statenlid de drie groten aan een meerderheid. En nu is Van Pinxteren de zevende gedeputeerde. Hij gaat zich bemoeien met onze vrije tijd. Dit klinkt als een grap maar is vooral illustratief voor geldverspilling aan overbodige provinciebestuurders.

Maar liefst vijf gedeputeerden zijn nu binnen één jaar afgedankt en vervangen door vijf nieuwe bestuurders. Dat betekent voor de provincie dubbele lasten aan salarissen en wachtgelden.

Deze wanvertoning is de tol van een versplinterend politiek landschap en tanend leiderschap onder de huidige generatie Brabantse volksvertegenwoordigers.

De grote Peelbrand als excuus om in Brabant af te komen van Europese natuurbescherming

Plag de Deurnese Peel af en leg het gebied vol met zonnepanelen.

Dat lumineuze idee oppert Willy van de Valk uit Boekel vorige week in Brabants Dagblad. Nu dit hoogveengebied toch is afgefikt, doe je op deze manier iets heel moois op dit nutteloze stuk grond. Met een geweldige klapper voor het klimaat zonder dat je er kostbare landbouwgrond voor hoeft op te offeren, beweert Willy in zijn ingezonden briefje onder de kop Kassa.

In absurditeit en platheid verwoordt deze natuurhater gedachten die ook doorklinken bij de VVD in Provinciale Staten. Twee liberale afgevaardigden vragen het provinciebestuur tamelijk suggestief of het nog wel zin heeft ons te blijven inspannen voor instandhouding van een natuurgebied als de Deurnese Peel dat om de haverklap in brand staat en toch niet meer in oude luister te herstellen is.

Deze statenleden, Wilma Dirken en Roel Gremmen (beiden lid van het VVD-fractiebestuur en dus toonaangevend), trekken hun redenering meteen maar door naar alle Brabantse natuurgebieden die vatbaar zijn voor brand. Door de droogte van de laatste jaren, worden dat er steeds meer. Blijft het deze zomer zo droog als het nu is, dan moeten wij in Brabant om meerdere redenen ons hart vasthouden.

De VVD-redenering volgend, worden dreigende natuurbranden een excuus om gebieden als de Deurnese Peel, Kampina en Strabrechtse Heide te ontdoen van hun Europese status. Dan hoef je ze ook niet meer te beschermen tegen de overmaat aan stikstof in de atmosfeer en kan de maximumsnelheid op de Brabantse snelwegen rustig weer omhoog van 100 naar 130 kilometer. Ook lastige beperkingen voor de veehouderij vallen dan weg.

Het gedachtengoed van de blije rijders, de natuurhaters en de bio-industrie vloeien samen in VVD, Forum voor Democratie en CDA. Deze partijen maken nu de dienst uit in het provinciebestuur van Brabant. Uit het provinciehuis gaat een andere wind waaien. En dat belooft voor de natuur weinig goeds.

De Deurnese Peel komt als eerste in de vuurlinie. Na de grootste Nederlandse natuurbrand aller tijden zit de schrik er bij de bevolking behoorlijk in. Gejaagd door de wind, ging in vier aprildagen 800 hectare in vlammen op. Huizen in de omgeving liepen gevaar. Bewoners werden uit voorzorg geëvacueerd.

Veenbranden komen vaker voor in de Peel, maar zo heftig was het nog nooit. Veertig gespecialiseerde brandbestrijders die de vlammen te lijf gingen, zakten herhaaldelijk weg in het sompige hoogveen, zo blijkt uit een dagboek over de brand in Brabants Dagblad.

De roep om de Peel beter toegankelijk te maken voor de brandweer, zwelt aan. De dorpsraden van Helenaveen, Griendtsveen en Liessel luiden de noodklok. Er heerst een gevoel van angst onder de mensen. De natuur wordt beleefd als een gevaar voor de samenleving.

De gemeente Deurne staat onder druk om maatregelen te nemen. Die zegt een onderzoek toe naar oorzaak en gevolg van deze brand om daaruit lering te trekken voor de toekomst.

De natuur en haar beschermers komen meteen in het nauw. De aanleg van brandgangen in de Deurnse Peel wordt al gepromoot. Om het gebied begaanbaar te maken voor de brandweer moet de grondwaterstand omlaag. Die is nou juist in de loop der jaren op sommige plekken behoorlijk verhoogd om het hoogveen in stand te kunnen houden.

Zulk gericht natuurbeheer is verplicht volgens de Europese natuurbeschermingsregels die in de Peel al heel lang van kracht zijn. Verlaging van de grondwaterstand is daarmee zonder twijfel in strijd. Voor zo’n maatregel is in ieder geval toestemming nodig van de provincie, het bevoegd gezag over de Europees beschermde natuur in Brabant.

Staatsbosbeheer dat de scepter zwaait over de Peelvenen, zal zo’n natuurvergunning dan moeten aanvragen. Als de stem des volks (burgers en boeren met de gemeente) maar luid genoeg klinkt, komt deze natuurbeheerder in een onmogelijke positie. Het provinciebestuur in nieuwe samenstelling zal in zo’n geval niet aarzelen om ontwatering voor brandbestrijding als een maatschappelijk onontkoombare ingreep af te dwingen.

Dan ontbrandt een koude oorlog in de Peelregio. Want Werkgroep Behoud de Peel die al 42 jaar met deskundigheid en volharding strijdt voor de hoogveennatuur, zal dit niet over haar kant laten gaan. De zoveelste rechtszaak van de werkgroep tegen aantasting van Peelvenen is bij wijze van spreken al in de maak, kijkend naar een doorwrochte analyse van de recente Peelbrand die haar oprichter Hans Joosten deze week in stelling brengt.

Als hoogleraar veenkunde en voorman van de wereldorganisatie van veenbeschermers weet Joosten als geen ander waar hij het over heeft. In zijn epistel stelt hij vast dat de aprilbrand er weliswaar één van de buitencategorie was, maar vooral heeft gewoed aan de oppervlakte.

Juist kurkdroge berken, pijpenstro en adelaarsvarens die de Deurnese Peel overwoekerden, gingen in vlammen op. Deze begroeiing hoort hier niet thuis, maar explodeert door de overmaat aan stikstof in de atmosfeer en door ontwatering van het gebied.

Joosten weerspreekt met klem dat de Deurnese Peel totaal is verwoest. Want de nattere plekken bleven gespaard. ‘Daar hoefde ook niet geblust te worden’. Immers: ‘water brandt niet’. Dit was ook geen ondergronds voortwoekerende veenbrand, zoals die van 1959 en 1976 in de Peel. Toen nam het blussen weken en zelfs maanden in beslag. Het aprilvuur was al binnen vier dagen onder controle.

Waarmee Joosten maar wil zeggen dat branden het best zijn te voorkomen en te bestrijden door de Deurnese Peel juist natter te maken. Droogleggen van moerasgrond om zwaar brandweermaterieel het gebied in te kunnen krijgen, is niet minder dan een stap terug in de tijd. Dat paard gaan Joosten en zijn Peelstrijders niet achter de wagen spannen.

De nieuwbakken CDA-gedeputeerde van landbouw en natuur Elies Lemkes-Straver is dus gewaarschuwd. Deze voormalige directeur van de Brabantse boerenorganisatie ZLTO zal niet de eerste provinciebestuurder zijn die haar vingers juridisch brandt aan de Peelvenen.

Maar ook Werkgroep Behoud de Peel kan het voorlopig wel schudden met de verwezenlijking van Joostens masterplan ‘De Verheven Peel’. Offers die boeren in de omgeving moeten brengen voor duurzaam herstel van een uniek hoogveenreservaat in oude glorie, zal het nieuwe provinciebestuur onder geen beding van hen vragen.

Het wordt er in Brabants buiten niet beter op.

De dokter voor het Volk moest de strijd vroegtijdig staken

Hij was dokter voor het Volk. Met een hoofdletter. In de Antwerpse volkswijk Deurne. Dirk van Duppen, overleden op 30 maart 2020. Hij werd slechts 63 jaar. Een bijzonder mens met een bijzonder leven.

Als beginnend arts werkt Van Duppen in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. Oorlogsgebied, door de bloedbaden die het Israëlische leger en de Amal-militie daar aanrichten. Een harde leerschool.

Later wordt hij beroemd in België door zijn strijd tegen het ‘farmabanditisme’: de farmaceutische industrie die met prijsopdrijving van medicijnen de gezondheidszorg onbetaalbaar maakt. Van Duppen schrijft er in 2004 een geruchtmakend boek over: ‘De cholesteroloorlog. Waarom geneesmiddelen zo duur zijn’. Thans gratis te downloaden op de site van uitgeverij Epo. Leerzame kost. Nog steeds.

Kort voor zijn dood kijkt hij terug op zijn leven in het bijzondere boekje: ‘Zo verliep de tijd die me toegemeten was’. Verklaart daarin zijn werkwijze als dokter voor het Volk.

‘Kom je binnen met rugpijn, dan is onze eerste vraag niet: welke medicijnen heb je nodig?, maar: waar komt die rugpijn vandaan. Van je werk, je matras, je zwakke rug, of een combinatie van de drie?’ Want, legt van Duppen uit, ziekte en gezondheid hebben voor een groot stuk te maken met levensomstandigheden.

Dat blijkt in de stadswijk Deurne, waar de dokters voor het Volk zich zorgen maken over hun jongste patiënten. Maar liefst zes op de tien kleuters hebben astma. Dat is ongewoon veel. Hoe komt dat? In zijn zoektocht naar de oorzaak stuit Van Duppen op luchtvervuiling door de beruchte ring van Antwerpen. Dit overbelaste verkeersriool snijdt dwars door de volksbuurten van Deurne.

Verder onheil dient zich aan. Een monsterlijke brug dreigt een spoor van verwoesting door Deurne te gaan trekken. Deze Lange Wapper moet het verbindende sluitstuk van de ring worden.

Dat nooit!

Van Duppen ontketent een brede volksactie tegen dit onzalige plan van de Vlaamse regering. En met succes. Vijftigduizend ingezamelde handtekeningen dwingen een referendum af waarin het volk De Lange Wapper wegstemt.

Jaren van gehakketak volgen nog. Uiteindelijk komt er een nieuw plan om delen van de ring te overkappen en het vrachtverkeer om te leiden. Meer dan een miljard euro ligt hiervoor op de plank. ‘Een klinkklare overwinning voor de actiegroepen. En een serieuze vooruitgang voor mobiliteit en leefbaarheid’, vindt hij. Mits de regering zich aan haar beloftes houdt. Van Duppen is er nog niet gerust op: ‘het blijft een strijd’.

De afloop hiervan maakt de dokter voor het Volk niet meer mee. Kanker aan de alvleesklier (pancreas) wordt hem fataal. Waar krijg je dat van? De mogelijke oorzaken bespreekt hij met de behandelend oncoloog: roken, drinken, overgewicht, vatbaarheid in de familie. Niet op hem van toepassing. Dan zegt de specialist: luchtvervuiling. Het kwartje valt.

,,Ik ben het levende bewijs dat er een verband is tussen luchtvervuiling en pancreaskanker”, verklaart Van Duppen later op de Belgische radio. ,,Maar voor een wetenschappelijk onderbouwde conclusie kun je niet op mijn individuele verhaal afgaan. Daarvoor is meer onderzoek nodig naar oorzakelijke verbanden, aan de hand van cijfers en data. Daar is pas de laatste jaren mee begonnen.”

Verontwaardigd stelt hij in het radio-interview vast dat aan de behandeling van pancreaskanker ‘de laatste 25 jaar niets is geëvolueerd’. ,,Uitzonderlijk in de geneeskunde. De farma-industrie heeft geen interesse. Te complex, te weinig patiënten en dus brengt het te weinig op.”

Bijna had Van Duppen ‘deze maffia’ op de knieën. Op zijn voorstel zou België overstappen op het kiwimodel. Het systeem in Nieuw-Zeeland van openbare aanstedingen waarbij alleen wordt betaald voor de beste geneesmiddelen. ‘Dat maakt de medicijnen in het land van de kiwi 90 procent goedkoper dan bij ons.’

Van Duppen stevent af op een meerderheid in het parlement. Maar op het laatste moment bundelt de farmalobby haar tegenkrachten. ‘De kiwi vervelt tot kiwi-light’. Toch is er winst geboekt. Hij ziet de prijzen van medicijnen dalen. ‘Het farmabanditisme zit sindsdien in het defensief’.

Dirk van Duppen sluit in dit boekje zijn veelbewogen leven als dokter voor het Volk en strijder tegen onrecht, hoopvol af. ‘Ik zie de wereld kantelen, ik geloof dat het goed komt.’

Zou het werkelijk? Van Duppen overleed tijdens de corona-pandemie. Als dokter voor het Volk had hij nu alle zeilen moeten bijzetten om levens te redden.

Deze wereldwijde gezondheidscrisis biedt tegelijk uitstekende kansen op veranderingen ten goede voor aarde en mensheid. Maar de tegenkrachten zijn groot.

Dirk van Duppen moet in dit taaie gevecht helaas worden gemist.

Onprettige gedachten over de toestand van Oost-Brabant

Meer dan 2000 doden door een nieuwe uitbraak van het ebolavirus. Vorig jaar, in Congo. Meer dan 6000 mensen gestorven aan de mazelen. In Congo, ook vorig jaar. Meer dan 8000 doden in één land in één jaar.

Wat zijn de menselijke tragedies achter deze onthutsende cijfers?

We weten het niet of nauwelijks. De hele wereld, Nederland, Brabant heeft genoeg ellende aan het hoofd. Maar ook al was er geen coronavirus, dan wisten we het nog niet. Congo, Afrika, ver weg, andere cultuur. En corona is heel dichtbij. Zo werkt het.

Ook Afrika wordt inmiddels getroffen door corona. Wie dat enigszins wil volgen moet naar BBC World News kijken, niet naar de nieuwsuitzendingen in Nederland.

Een lezer van Brabants Dagblad vroeg zich deze week af waarom het coronavirus niet wordt vergeleken met de Q-koorts die in Brabant heeft huisgehouden. Duizenden mensen in de buurt van geitenhouderijen zijn sinds 2007 besmet met deze mysterieuze bacterie die door melkgeiten en ook melkschapen wordt verspreid. Zeker 95 zieken vonden de dood.

Nog steeds waart de Q-koorts rond. Het RIVM registreerde dit jaar drie gevallen tot zover. Elk jaar komen er rond 20 meldingen bij. Geiten worden inmiddels verplicht ingeënt. Een antibioticum voor mensen is er nog steeds niet, hoewel er volgens het RIVM een kansrijk middel bestaat. Mensen met een zwakke gezondheid die in de buurt van geitenbedrijven wonen, kunnen dus niet afdoende tegen Q-koorts beschermd worden.

Dat de Q-koorts geen pandemie werd, kwam omdat deze bacterie niet van mens op mens kan worden overgedragen. Omdat het coronavirus dit wel doet en zich bovendien razendsnel verspreidt is de impact vele malen groter.

Frappant is echter dat Oost-Brabantse dorpen als Boekel, Keldonk, Erp, Boerdonk en Handel waar de Q-koorts destijds hard toesloeg, nu ook het zwaarst getroffen zijn door het coronavirus.

‘Die regio, waar mijn wortels liggen, kleurt al weken vuurrood op alle kaartjes van het RIVM’, constateert Trouw-journalist John Graat. Hij maakte een fietstocht door deze ‘brandhaard van Brabant’ en schreef daar in zijn krant een prachtige reportage over.

Graat’s hele familie woont nog in deze streek. ‘Erp was een van de hofleveranciers van Bernhoven, het ziekenhuis hier vlakbij dat al een paar weken overloopt.’ Zijn zus vertelt hem dat er in de naaste omgeving van de plaatselijke mengvoederfabriek, waar zij zelf werkt, heel veel mensen ziek zijn geworden.

Ook de oude baas van de fabriek werd besmet. ‘Hij kwam erdoorheen, veel andere inwoners van Erp niet.’ Graat vreesde ook voor het leven van zijn zieke moeder, maar zij heeft het gered. ‘Mijn moeder gaat niet dood. Natuurlijk niet’, bezweert hij.

De verslaggever fietste door het epicentrum van de intensieve veehouderij. Nergens in Nederland en zelf niet in West-Europa staan zoveel varkens- en kippenbedrijven op elkaar gepakt. Een deken van ammoniak en fijnstof hangt over deze regio die zich in lengte uitstrekt van de gemeenten Bernheze tot en met Someren. En dat is niet bevorderlijk voor de gezondheid.

Wie daar leeft en woont te midden van al dat vee, loopt een opvallend risico op longontsteking. Dat is gebleken uit vrij recent bevolkingsonderzoek. Waar dit nu precies door komt, is wetenschappelijk nog niet helder. Daarvoor is meer onderzoek nodig, zo klinkt het uit de medische hoek. Want pas als we de precieze oorzaak weten, zijn er gerichte maatregelen mogelijk, zo klinkt het.

Een bekend geluid dat vooral gemeenten achterover doet leunen. Verlamd door angst voor rechtszaken en schadeclaims vanuit de bio-industrie. Al jaren staat buiten kijf dat de veehouderij in Oost-Brabant moet worden teruggedrongen om woon- en leefklimaat te verbeteren. Het krachtige overheidsbeleid dat daarvoor nodig is komt alsmaar niet van de grond.

De provincie wilde veeboeren met vervuilende bedrijven weliswaar de duimschroeven aandraaien, maar die opschoning van het milieu wordt verder uitgehold nu VVD, CDA en Forum voor Democratie samen de dienst gaan uitmaken. Zodra de coronacrisis dat toelaat wordt links Brabant door deze rechts-populistische coalitie uit het provinciebestuur geknikkerd.

Wat blijft zijn de problemen. ‘Verstedelijking, de obscene hoeveelheid productiedieren en ruim één miljard reisbewegingen per jaar, zijn ideaal voor de verspreiding van virussen’, tekende schrijver Tommy Wieringa zeven jaar geleden in het Erasmus MC op uit de mond van moleculair viroloog Ron Fouchier.

Wieringa wilde van deze expert alles weten over virussen en verwerkte de verworven kennis in zijn novelle ‘Een mooie jonge vrouw’, het Boekenweekgeschenk van 2014. De schrijver haalt deze herinnering op in zijn NRC-column van afgelopen weekeinde, te midden van de coronacrisis.

Zal het leven na deze crisis nooit meer hetzelfde zijn?

Daarover wordt al driftig gefilosofeerd. Als corona is uitgewoed, we straks tegen dit virus zijn ingeënt en de economie weer op gang is, keren dan de welvaartsmechanismen terug?

Het wachten is ondertussen op de volgende uitbraak van een dierziekte. Volgens medische deskundigen is het niet of maar wanneer. Gaat die alleen het dier treffen en daarmee de veehouderij, zoals de varkenspest van 1997 in Brabant, of wordt opnieuw de mens het slachtoffer? Dat is niet te voorspellen.

Geen geruststellende gedachten. En al helemaal niet voor Oost-Brabant.

Terug naar Brabant met het coronavirus op de hielen

De leeuw van Kameroen is dood. Manu Dibango, 86 jaar oud. In Parijs bezweken aan het coronavirus. Droevig einde van een groot muzikant die met Soul Mokassa een wereldhit scoorde.

Jaren geleden heb ik Dibango aan het werk gezien op het jazzfestival van Kaapstad. Indrukwekkende gestalte, geweldige saxofonist die de barstensvolle congreshal met beukende Afrikaanse jazzfunk aan de kook brengt. Een onvergetelijk concert.

Dit jaar is het Kaapstad-jazzfestival voor het eerst in zijn geschiedenis afgeblazen. Het openbare leven in heel Zuid-Afrika ligt drie weken plat om catastrofale uitbreidingen van corona te voorkomen.

Het nieuws over Dibango horen wij in de auto, op weg naar het vliegveld van Kaapstad, in een poging nog net voor de lockdown naar Brabant terug te keren. Het is behoorlijk druk richting de Kaap. Opmerkelijk veel caravans op de weg. Mensen die naar huis terugkeren van hun vervroegde paasvakantie om drie weken ballingschap op de camping te vermijden.

Ook op de luchthaven is het opvallend druk. Van de hygiënische urgentie tegen de besmetting die de Zuid-Afrikaanse regering ons al een paar weken inwrijft, is in de vertrekhal niets te merken. Hier en daar lopen wat reizigers met twijfelachtige mondkapjes. Verder oogt het als altijd. Er zijn geen desinfecterende middelen voorhanden om reizigers te beschermen. Slechts op beeldschermen wordt de coronacrisis aangeduid. Het is armoe troef.

Wachtenden hopen zich in een lange rij op voor de balie van Lufthansa. Anderhalve meter afstand is hier geen optie. Voor ons grijpt een oosterbuur met blote vingers in een zak chips. Likt ze schoon en legt zijn handen weer op de trolley. Aangezien er nauwelijks beweging in de rij zit, wordt dit een veelvuldige herhaling van zetten. Geen wonder dat er zoveel Duitsers ziek zijn!

Reizigers uit allerlei windstreken moeten met deze avondvlucht naar Frankfurt mee. Dat ligt ingewikkeld, omdat Duitsland zijn grenzen voor buitenlanders heeft dichtgegooid.

Weliswaar gaan wij Nederlanders verder naar Amsterdam, maar de autoriteiten hier willen pertinent zeker weten dat wij de luchthaven van Frankfurt niet verlaten. ‘Anders kunt u niet mee, want u mag Duitsland niet in’, verduidelijkt de aardige baliemedewerkster nadat zij onze paspoorten grondig tegen het licht heeft gehouden.

Snel worden wij langs de douane geloodst om nog mee te kunnen met de tjokvolle Airbus, die al had moeten vertrekken. Honderden mensen zitten in dit toestel ruim elf uur op elkaars lip. Onzichtbare infectiebronnen waartegen in ieder geval de stewardessen zich deugdelijk hebben bewapend.

De aansluitende vlucht naar Amsterdam zit nog maar half vol. We verspreiden ons over het toestel. Schiphol is uitgestorven. De borden staan vol met geannuleerde vluchten. Van de weinige toestellen die nog opstijgen, is er zojuist één van KLM vertrokken naar Kaapstad. Benieuwd welke doorbijters en avonturiers daar nog aan boord zitten. Zij reizen van het ene doodse land naar het andere.

Onze afsluitende tocht naar Brabant voltrekt zich in lege treinen. Hier weinig kans op besmetting. Uitgestorven stations volgen elkaar op. Conducteurs zijn in geen velden of wegen te bekennen. Van hen wordt geenszins verwacht op zoek te gaan naar de enkele sterveling die zich nog zonder plaatsbewijs in de lege wagons zou wagen. Afstand houden tot reizigers om zelf niet te worden besmet is thans het parool bij de NS, zo begrijpen wij. Want in deze barre rijden moeten treinen blijven rijden, al zijn het er nog maar weinig.

Wandelend naar huis, wordt de onwerkelijke rust alleen doorbroken bij Action. Het parkeerterrein voor deze goedkoopwinkel staat vol als vanouds. Plukjes mensen verlaten bepakt het pand. Een bizarre gewaarwording.

Alles in hoogst besmet Brabant is erop gericht om contacten tussen mensen tot een minimum te beperken. Berichten van dienstverleners die het werk neerleggen vullen mijn mailbox. Tandartsen, fysiotherapeuten, noem ze maar op. Vrijwel iedereen zit en werkt thuis. Je wordt geacht alleen nog voor de eerste levensbehoeften (levensmiddelen en medicijnen) naar de winkel te gaan.

Er gelden samenscholingsverboden om mensen bij elkaar weg te houden en daarmee besmettingshaarden te isoleren. Restaurants zijn dicht, stranden ontvolkt. Dat de overheid onder deze uitzonderlijke omstandigheden niet bij machte zou zijn om ook een overbodige winkel als Action te sluiten, doet vreemd aan.

Eenmaal thuis ligt op mijn werktafel nog altijd die prachtige biografie uit 2006 over de Amerikaanse journalistieke legende I. F. ‘Izzy’ Stone, getiteld ‘All governments lie!’ Stone markeerde zichzelf met deze uitspraak als luis in de pels van het politieke establishment. Zijn wekelijkse nieuwsbrief was tot begin jaren zeventig van de vorige eeuw een wereldwijd begrip.

Hoe zou Izzy Stone hebben geoordeeld over het overheidshandelen tijdens de coronacrisis? Om de geest te scherpen duik ik komende thuisblijfweken maar eens in die biografie.

Het klimaat aan de Kaap: de dag dat het water niet op was

‘Laten we water besparen, niet alleen vandaag maar altijd’.

Deze verstandige oproep motiveert de toiletgebruiker in het winkelcentrum Waterfront aan de haven van Kaapstad tot spaarzaamheid. Het goede voorbeeld wordt ook aangereikt. Hier spoel je geen drinkwater door het toilet maar grijs of gerecycled water.

Het is een schaars overblijfsel van de waterbesparingsmanie die twee jaar eerder heerste. In de zomer van 2018 was de moederstad van Zuid-Afrika in de ban van Day Zero: de dag dat er geen water meer uit de kraan zou komen. Het peil in de 14 stuwmeren die Kaapstad van drinkwater moeten voorzien, was zo dramatisch laag dat het stadsbestuur de noodtoestand afkondigde.

De Kapenaars werden op een rantsoen van 50 liter kraanwater per dag gezet. Wie meer nodig had – 50 liter is zwaar afzien voor de gegoede burger met navenante waterbehoefte – moest zich begeven naar een centraal punt waar bronwater van de Tafelberg kan worden getapt. Dat bevindt zich in de welgestelde wijk Nieuwland, alom bekend van de legendarische rugby- en cricketstadions.

Aldaar heerste toen een permanente verkeerschaos omdat gemotoriseerde Kapenaars massaal oprukten naar de waterbron om hun jerrycans te vullen.

Zo’n beeld van rijen wachtenden bij een watertappunt zie je doorgaans louter in de townships en informele nederzettingen op de Kaapse vlakte, ver weg van de Tafelberg. Rijk en arm verkeerden in hun eerste levensbehoefte ineens op voet van gelijkheid.

Dat is inmiddels verleden tijd. Het doemscenario kwam niet uit. Dag Nul brak niet aan, omdat het waterverbruik daalde en het uiteindelijk in de Kaap weer regende. Eerst mondjesmaat, maar in de winter van 2019 als vanouds overvloedig, zodat de waterreservoirs zich na jaren weer vulden.

Daarmee vervlakte de urgentie van waterbesparing. In restaurants en café’s stromen de kranen en spoelen de toiletten weer als vanouds. En het voor Kaapstad o zo vitale maar ingezakte toerisme bloeide weer op sinds de watercrisis uit de internationale media is verdwenen. Het Corona-virus haalt daar nu een dikke streep door. Het toerisme ligt volledig op zijn gat. Dat spaart water.

De droogte blijft niettemin manifest. Tijdens de laatste hittegolf, met temperaturen van 30 tot 40 graden, was het zakkende waterpeil van de reservoirs in de Kaapse metropool weer in het nieuws. Het grootste waterreservoir, de Theewaterskloofdam is echter nog voor meer dan de helft gevuld. Vorig jaar om deze tijd was dat nog geen 40%. Met de winter in het vizier, maken de Kapenaars zich over een watertekort geen zorgen. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd.

Langs de westkust, drie uur noordelijk van Kaapstad, liggen de kaarten anders. Het waterpeil in de grote dam bij het gortdroge dorp Clanwilliam, een belangrijk reservoir voor de regionale citrusteelt, verdampte in fors tempo naar 25 procent. In de verschroeiende hitte regent het daar al maanden niet of nauwelijks.

Een groots project om de Clanwilliamdam fors op te hogen kwam enkele jaren wegens geldgebrek tot stilstand, maar is nog niet van de baan. Want de roep om water is groot om meer landbouwgrond te kunnen bevloeien en daarmee meer boeren bestaansrecht te geven.

Of het wel hard genoeg zal regenen om dat reusachtige reservoir straks vol te krijgen, is geen punt van discussie in de drang naar economische ontwikkeling. Meer zorgen baart de langdurige staat van verval waarin het ministerie van water verkeert. Terugkerende berichten over hardnekkige corruptie en wanbestuur op het departement, zijn ook voor het Clanwilliamproject geen goed teken.

In het zuidelijk deel van de provincie West-Kaap is de droogte half januari ook manifest. Aan weerszijden van de N2, de hoofdverkeersader tussen de havensteden Kaapstad en Port Elizabeth, kleurt het uitgemergelde landschap rood, zo ver het oog reikt.

‘Wink Dag Zero’?, kopt het Afrikaanstalige weekblad Forum. Dat verschijnt in de gemeente Hessequa, 280 kilometer ten oosten van Kaapstad. En met reden. Twee waterbekkens in deze gemeente raken onder de verschroeiende zon in hoog tempo leeg. Als dit zo zou doorgaan komt er in sommige dorpen volgens de krant over een maand geen druppel meer uit de kraan.

De autoriteiten kondigen dan ook verdere waterbesparingen aan: voor boeren die 40 procent minder rivierwater mogen aftappen, en ook voor burgers. En die waren al verscherpt naar een limiet van 150 liter per persoon per dag. Bovendien mag de tuin nog maar één keer per week twee uur lang worden besproeid. De auto moet je met een emmertje water wassen.

‘Toch lijkt het erop dat inwoners in onze streek zich niet storen aan de beperkingen’, constateert Forum. Het blad illustreert dit met een foto van de meest ergerniswekkende waterverspilling: een auto die nog steeds met de tuinslang wordt afgespoten.

Maar toen kwam er hulp van boven.

Een koufront zorgt een dag of drie voor motregens die lekker wegzakken in de gortdroge kleigrond. Later gevolgd door onstuimige buien, voortgestuwd door de aanzwellende zuidooster. Normaal gesproken een wind die in de Kaapprovincie borg staat voor stabiel zomerweer. Maar ditmaal niet. Een week lang regen is eveneens abnormaal voor de zomer. Het klimaat lijkt op hol geslagen. Het weer wordt meer en meer onvoorspelbaar.

Zware buien trekken de laatste weken over grote delen van Zuid-Afrika. De droogte verdwijnt naar de achtergrond. Dag Nul blijft ook in Hessequa buiten beeld. ‘s Lands weerdienst blikt optimistisch vooruit: komende herfst en winter gaat het flink regenen.

Corona aan de Kaap: het ergste moet nog komen

Terwijl Coronapatiënten de Brabantse ziekenhuizen overspoelen, krijgt het virus ook Zuid-Afrika steeds meer in zijn greep.

Hier in de West-Kaap zijn de scholen dicht, is het rijke culturele leven in het hart van het festivalseizoen volledig tot stilstand gekomen, zijn alle sportcompetities stilgelegd, bijeenkomsten massaal afgelast, openbare gebouwen gesloten, winkels en restaurants uitgestorven. De president heeft Zuid-Afrika tot rampgebied verklaard. Tienduizend kilometer zuidwaarts komt Brabant ineens dichtbij.

Buitenlanders worden steeds hardhandiger geweerd en vakantiereizen naar het buitenland zijn opgedroogd. Corona kwam ook in Zuid-Afrika van buiten. Wie nu het land verlaat, krijgt het verdraaid lastig om er weer in te komen.

Cruiseschepen mogen niet meer onze havens in, bulderde de minister van transport deze week in de microfoons van de publieke omroep SABC. Een schip dat desondanks nog het ruime sop koos richting Mozambique moest op ministerieel bevel bij terugkeer in de haven van Durban worden tegengehouden.

De 2400 passagiers, hoofdzakelijk Zuid-Afrikanen, zouden in quarantaine worden geplaatst. Dat ging vervolgens toch niet door omdat het schip slechts op zee had rondgedobberd en niemand ziek werd. Mozambique beliefde deze gasten niet aan land. Veel onvrede en spanningen aan boord. Weggegooid geld, zo’n cruise. En bovendien schadelijk voor het milieu.

Het gaat in Zuid-Afrika inmiddels alleen nog over Corona. In niets te vergelijken met de pronte sigaar die ik in een ver verleden graag opstak. Al is die ook slecht voor je longen.

De aantallen besmettingen zijn hier aan de Kaap nog een fractie van die in Brabant. En het is vooral te hopen dat het virus door alle opgelegde beperkingen en voorzorgsmaatregelen kan worden ingedamd. Want als Corona de grote townships en informele nederzettingen op de Kaapse vlakte bij Kaapstad binnendringt, zal het leed niet te overzien zijn.

De vele zwakkeren in deze overbevolkte wijken, waar tbc en hiv welig tieren, worden dan ziek bij bosjes. De gezondheidszorg – in de West-Kaap bepaald niet slecht – kan zo’n toeloop allerminst verwerken. Veel levens gaan dan verloren. Italiaanse misère in veelvoud.

Nog maar drie weken geleden maakte Zuid-Afrika zich vooral druk over de repatriëring van ruim honderd landgenoten uit het Chinese Wuhan, waar het allemaal begon met Corona. De Chinezen die tegenwerkten, piloten die weigerden te vliegen, hotels die deze virusvrij geteste expats niet in quarantaine wilden nemen.

Inmiddels hebben de overgevlogen expats hun 21 dagen ‘opsluiting’ in een luxe vakantie-oord in noordelijk Zuid-Afrika al goeddeels achter de rug. Op kosten van de belastingbetaler, terwijl het virus daarbuiten oprukt. Ondoordachte geldverspilling.

‘Zijn we er werkelijk klaar voor?’, uit een bekende columnist van de Sunday Times op 1 maart zijn twijfels over geruststellende berichten uit het regeringskamp. Want er gaat heel veel mis bij de overheid in dit land.

Die zondag is het virus nog niet aangeland. ‘Dit is slechts een kwestie van tijd’, voorspelt de Cape Times, de krant van Kaapstad, twee dagen later. President Ramaphosa schudt dan nog breed lachend de ene na de andere hand.

En de media lopen zich warm voor twee monumentale evenementen in de metropool van Kaapstad: de eendaagse fietsronde over het schiereiland met 31.000 deelnemers uit binnen- en buitenland en het culturele festival ‘Woordfees’ in de puissant rijke universiteitsstad Stellenbosch waar het Afrikaans een volle week victorie kraait.

Dan worden de eerste drie Corona-gevallen gemeld. ‘De Zuid-Afrikanen hebben niets te vrezen. Er is geen rede voor paniek. We hebben alles onder controle. Nies of hoest in een zakdoek en was je handen’, spreekt de minister van gezondheid zondag 8 maart tot verontruste inwoners van Pietermaritzburg.

Een dag later, op 10 maart, breekt zwarte maandag aan: de olieprijzen en de aandelenbeurzen storten tegelijk in elkaar. De Coronapsychose treft de wereldeconomie en het al verzwakte Zuid-Afrika voelt dat het zwaar de klos zal zijn.

De president schudt meteen geen handen meer, maar demonstreert de ellebooggroet. En komt met scherpe maatregelen die het leven gaan beheersen. Het parlement staat als één man en vrouw achter hem, een unicum in dit land vol bittere tegenstellingen.

‘s Morgens in alle vroegte hoor je op de radio verkeersberichten over de vele taxi’s en bussen die stuk voor stuk worden ontsmet om uitbraken onder forenzen te voorkomen. Wie werk heeft, gaat op pad. Anders volgt direct de vrije val naar armoede waar zoveel werkloze (zwarte) Zuid-Afrikanen in leven.

Mijn westerse gedachten gaan terug naar de Aziatische griep die ik als klein jongetje onder de leden kreeg en waar wereldwijd 1,1 miljoen mensen aan bezweken. En naar de oliecrisis van 1973 met haar autoloze zondagen. Fietsen en voetballen op de snelweg. Wat hebben we ervan genoten!

Onze Afrikaanse vrienden herinneren zich van die oliecrisis vooral dat ze er tergend lang over deden om per auto Kaapstad te bereiken. Met slechts enkele tankstations open en een snelheidslimiet van 80 kilometer, afgekondigd door de regering om brandstof te besparen.

Dezer dagen zien we hier aan de Kaap minder verkeer op wegen en in straten. Het openbare leven zakt in elkaar. Dat de benzine komende maanden behoorlijk goedkoper wordt, is een lichtpuntje in dit uitgestrekte land waar heel veel autokilometers over asfalt en veel grondpaden de samenleving aan de praat moeten houden.

Schrijnend is de grondige uitroeiing van het eens zo florerende treinenstelsel als betaalbaar vervoermiddel voor het volk. In de steden zijn de overgebleven treinen nu ook van het spoor verdwenen. En daarmee ook onbeheersbare infectiehaarden, een gelegenheidswinst.

Na twee weken Corona is de schade beperkt: meer dan 200 zieken, geen doden. Het ergste moet echter nog komen, rekenen deskundigen ons op de radio voor. Je hoopt vooral dat ze ongelijk krijgen en Afrika nu eens gespaard blijft.

Page 1 of 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén