Categorie: Columns Pagina 1 van 2

Columns van Ron Lodewijks

Dorpsuitbreiding strandt op verdonkeremanen van natuur

Lennisheuvel. Kerkdorpje aan de zuidrand van Boxtel met zo’n 500 huizen en 1500 inwoners. Enerzijds omsingeld door het opgerukte bedrijventerrein Ladonk met zijn vele vrachtverkeer en zware bedrijvigheid.

Anderzijds uitvalsbasis naar het natuurgebied de Kampina en het cultuurlandschap de Mortelen. Twee parels in het onvolprezen groene hart van Brabant die wonen in Lennisheuvel vooral aantrekkelijk maken.

Een van de eerste stenen gebouwen in het dorp was Den Eijngel, een toenmalige brouwerij annex herberg. Gebouwd in 1494 als pleisterplaats aan de handelsroute Den Bosch-Turnhout. Het monumentale pand wordt inmiddels geflankeerd door een lange rij van voornamelijk vrijstaande huizen.

Aan deze zuidrand van Lennisheuvel wordt de volgende uitbreiding met maximaal 87 woningen vastgeplakt. Tot aan de flanken van de Heerenbeekloop die ter plaatse uitmondt in de Beerze. ‘Achter den Eingel’ heet dit uitbreidingsplan van 2,5 hectare dat projectontwikkelaar Janssen de Jong vanaf 2018 met de gemeente heeft opgetuigd. Tot vreugde van de dorpsraad die zich zorgen maakt over de leefbaarheid van Lennisheuvel, waar al enige tijd niet meer is gebouwd.

De Boxtelse gemeenteraad stelt het bestemmingsplan ‘Achter den Eingel’ in april 2019 vast. Daarin enkele wijzigingen die echter niet al het verzet tegen het bouwproject indammen. Een groepje omwonenden en de vereniging Het Groene Hart blijven ontevreden en stappen met hun bezwaren naar de Raad van State.

Maar liefst 15 maanden verstrijken voordat hun hoger beroep wordt behandeld. Vervolgens duurt het nog eens 8 maanden, in plaats van de gebruikelijke zes weken, voordat de hoogste bestuursrechter uitspraak doet.

Aan alleen corona kan deze buitensporige traagheid niet hebben gelegen. Want in 2020 deed de Raad van State met vijf maanden gemiddeld vrijwel net zo lang over zo’n zaak als een jaar eerder. De slakkengang met ‘Achter den Eingel wordt in de uitspraak niet verklaard. Burgers die hun beroepstermijn overschrijden hoeven ook niets uit te leggen: zij worden zonder pardon buitenspel gezet.

Waar moest de Raad van State in Lennisheuvel nu zo lang over nadenken?

De uitspraak oogt in ieder geval simpel. Alle bezwaren tegen het bouwproject worden van tafel geveegd, op het enige harde juridische punt na. Dat is de inbreuk die ‘Achter den Eingel’ maakt op de beschermde zone langs de Heerenbeekloop, onderdeel van het Natuur Netwerk Brabant.

De provincie schrijft bij verordening voor dat zo’n natuurverbinding binnen dorpen en steden minstens 50 meter breed moet zijn (dat is 25 meter aan elke zijde) om nog enigszins te kunnen functioneren als vrije doorgangsroute voor dieren en planten. Twee wakkere omwonenden hadden opgemerkt dat ter plekke slechts maximaal 40 meter beschermd is, terwijl één bouwkavel de Heerenbeekloop zelfs tot op minder dan 20 meter nadert.

Wil de gemeente van de verplichte 50 meter afwijken dan is dat volgens de Raad van State maar op één manier mogelijk: door de natuurzone opnieuw te begrenzen. De aparte procedure die de provincie hierbij voorschrijft, werd echter niet gevolgd. Onmiskenbaar een schending van het recht, zo blijkt tijdens de zitting van september 2020. Deze bui hangt dus al geruime tijd in de lucht.

‘Diep triest’

Het vonnis dat wordt geveld aan de Haagse Kneuterdijk kan dan ook geen verrassing zijn, maar wekt lokaal niettemin verontwaardiging. ‘Diep triest’, spreekt de voorzitter van het dorpsberaad in het Brabants Dagblad van 10 juni. ‘Ik snap werkelijk niet dat 10 meter meer of minder natuurzone zwaarder weegt dan het bouwen van woningen waaraan enorme behoefte is’.

De gemeente komt in haar reactie niet verder dan een laf persbericht waarin teleurstelling wordt betoond en nader beraad over de uitspraak wordt aangekondigd. Dat is langzamerhand een gebruikelijk patroon: zodra het moeilijk wordt duiken bestuurders weg.

Terwijl de verantwoordelijk wethouder gewoon zelf tegen het journaille had moeten zeggen: ‘Vervelende uitspraak, maar de boodschap is helder. Wij willen dit snel oplossen om de natuur recht te doen en de woningbouw vlot te trekken’.

Loopje met de feiten

Ook uit moreel oogpunt zou zo’n reactie op haar plaats zijn geweest. Want het gemeentebestuur nam in 2019 bij de vaststelling van ‘Achter den Eingel’, zelf een loopje met de feiten. ‘Aan beide zijden van de Heerenbeekloop wordt een zone van 25 meter gehanteerd’, luidde het antwoord op bezwaren die daarmee ongegrond werden verklaard.

Het bestemmingsplan dat vervolgens wordt vastgesteld gaat onmiskenbaar uit van in totaal 40 meter natuur langs de Heerenbeekloop. Die is ondertussen op de schop genomen en kronkelt door het landschap. ‘Hiermee is invulling gegeven aan het provinciale beleid, ondanks dat in de verordening een grotere breedte is aangegeven’. In gewone taal: al klopt het op papier niet helemaal, we hebben het goed voor elkaar.

Dat de Verordening Ruimte op zijn minst 50 meter langs de Heerenbeekloop verplicht stelt, wordt voor de politiek verzwegen. De gemeenteraad krijgt te horen dat slechts naar circa 50 meter gestreefd hoeft te worden. Geruisloos wordt het maximum steeds verder geminimaliseerd.

Gebreken te ernstig

Pas bij de Raad van State loopt de gemeente met haar gedraai tegen de lamp. Om de onafwendbare schade te beperken, vraagt zij onmiddellijk om de fouten nog tijdens de beroepsprocedure te mogen herstellen. Maar de hoogste bestuursrechter vindt de gebreken daarvoor te ernstig en vernietigt het hele bestemmingsplan.

Uithuilen dus en opnieuw beginnen. Meer ruimte aan de natuur geven en dorpsuitbreiding overeind houden, zo luidt de opdracht. Dit wordt nu besproken met de projectontwikkelaar én de provincie, kondigt de gemeente aan.

Rol van de provincie

Dit maakt interessant om te zien welke rol de provincie speelt in het verdonkeremanen van 10 meter natuur langs de Heerenbeekloop. De gemeente heeft haar vooraf geraadpleegd over de invulling van deze zone en over de bezwaren daartegen, zo blijkt uit het bestemmingsplandossier. Concreet ligt daar echter niets van vast.

Voorheen zou over zo’n precair uitbreidingsplan als ‘Achter den Eingel’ door de provinciale planologische commissie (ppc) advies zijn uitgebracht aan het provinciebestuur. Maar de ppc werd afgeschaft en sindsdien wordt in de Brabantse polder vooral gekonkelfoesd over ruimtelijke plannen.

Geheime overeenkomst

Juist in de achterkamer legt de natuur het al vrij snel af tegen kortststondig economisch gewin. Het profijt van projectontwikkelaar Janssen de Jong met het bouwproject in Lennisheuvel, zit verstopt in zijn geheime exploitatie-overeenkomst met de gemeente. Daardoor blijft ook ongewis wat er achter Den Eingel straks wordt gebouwd. Het bestemmingsplan is een lege huls. Slechts twee bouwpercelen staan op kaart.

De Raad van State heeft met zijn uitspraak van 9 juni 2021 ingegrepen in een schimmig onderonsje binnen de krochten van de overheid waar anders geen haan meer naar zou hebben gekraaid.

Vion bouwde met watertorens zijn boven de wet-monument

Over smaak valt niet te twisten. Ook met deze dooddoener in het achterhoofd valt moeilijk vol te houden dat de twee reusachtige wateropslagtanks die recent verrezen in de Boxtelse spoorzone tot de monumentale wonderen van deze tijd mogen worden gerekend.

De afzichtelijke torens verrijzen boven het massieve complex van de Vion-slachterij waar evenmin veel architectonische tijd en energie aan is verspild.

Dit is het treurige visitekaartje van Boxtels zuidelijke entree. Een affront voor het oog van de toevallige passant en groene recreant, maar helemaal voor de pechvogels met permanent uitzicht op de 20 meter hoge torens.

Dat zijn de 90 huishoudens die op 150 meter wonen van de slachterij met al het andere ongerief dat deze mastodont voor hun welbevinden veroorzaakt.

Positief advies

Maar hun werkelijkheid is niet die van de regionale welstandscommissie. Zij meent dat ‘de silo’s passen bij het industrieel karakter van het gebied en van de bedrijfsmatige uitstraling van het perceel’, zo valt te lezen in het positieve welstandsadvies over het geniale ontwerp van architectenbureau Bessels uit het verre Twello.

Kennelijk was in Brabant geen ontwerper te vinden die kon voldoen aan de hoogste eisen van welstand die de gemeente Boxtel sinds 2016 stelt aan het bedrijventerrein Ladonk dat voluit wordt gedomineerd door Vion met zijn transportbedrijf Distrifresh.

Want de lat ligt hoog, zo lezen wij in de toelichting. Ladonk valt namelijk onder de bijzondere toetsing van het hoogste niveau waar de welstandscommissie zich bij haar beoordeling van bouwprojecten op moet baseren.

‘Deze toetsing houdt in dat de gemeente de bijzondere kwaliteiten van het bedrijventerrein wil behouden en/of verbeteren, ofwel een gebied met bijzondere kwaliteiten wil realiseren’. Dat liegt er dus niet om.

Dat de watertorens deze zware ballotage hebben doorstaan, geeft toch wel aan hoe serieus de architect en welstandscommissie zich van hun taak hebben gekweten. Van het Vion-complex viel immers toch al geen chocola meer te maken.

Of en hoe de uit haar krachten gegroeide veehouderij annex slachterij – ooit overgewaaid uit Eindhoven omdat zij daar te veel stonk – nog enigszins valt in te passen in het fraaie achterland van Dommel en Stapelen, is al lang niet relevant meer.

Daar hoeft de welstandscommissie van de gemeente niet eens naar te kijken en dat deed zij dus ook niet. De tijd van adviezen buiten de beleidskaders, oftewel het gebruik van gezond verstand, ligt ook in welstandsland ver achter ons.

Paarlen voor de zwijnen

Zou de commissie wél over haar eigen schaduw zijn heengestapt, dan waren dat toch paarlen voor de zwijnen geweest. Want die torens stonden er al voordat de vergunning hiervoor was verleend.

Door de berichtgeving hierover in Brabants Dagblad bleef dat niet onopgemerkt.

Dat Vion in het geheel niet van zins was om te wachten op de vergunning en welbewust op eigen houtje aan de gang ging, blijkt uit de feiten die naar voren komen in het vergunningsdossier.

De watertorens werden op een zaterdagochtend met zwaar materieel aangevoerd en geplaatst op een betonnen fundering die rust op 24 palen.

Deze constructie moet bestand zijn tegen 20.000 kilo staal, gevuld met een half miljoen liter afvalwater. Dat is geen kinderspel.

Stak de vleesreus hier met voorbedachte rade zijn middelvinger op richting een onmachtige gemeente of stond het bevoegd gezag dit boven de wet-gedrag oogluikend toe? Dat zal vermoedelijk de vraag blijven.

Opmerkelijk is ieder geval wél dat het oorverdovend stil bleef vanuit de bestuurskamer ten gemeentehuize over dit strafbare feit.

Als die torens onverhoopt door hun fundering zakken omdat die niet blijkt te deugen , dan ligt in ieder geval de dader op het kerkhof. Verkeerde berekeningen, verkeerde uitvoering, wie zal het nog zeggen?

De vergunning die werd verleend als mosterd na de maaltijd, schrijft desondanks voor dat de gemeente dit alles vooraf en tijdens de bouw moet controleren.

Wie houdt nu wie voor de gek?

En waar was al die haast toch voor nodig? Waarom kon Vion niet wachten op de vergunning die zonder twijfel zou afkomen?

In de vergunning staat dat de torens ‘s nachts het water moeten opvangen waarmee de nieuwe vleesverwerkingsfabriek wordt schoongemaakt. Dat is de grote hal die zonder natuurvergunning middenin de stikstofcrisis werd gebouwd. Openlijk toegestaan door de provincie. De rechtbank in Den Bosch moet over de houdbaarheid van deze vergunning nog een oordeel vellen.

De vleesverwerking ter plekke is inmiddels een maand in bedrijf, getuige een foto van Vion-makelij die het Brabants Dagblad 7 mei afdrukte ter illustratie van een paginagroot verhaal over dit nieuwsfeit. Kennelijk wordt daar nu mondjesmaat schoongemaakt, want de watertorens zouden nog moeten worden aangesloten op de hal.

Afvalwater slachterij

In dat artikel maakt Vion evenwel duidelijk dat ‘de tanks niets met de nieuwe hal te maken hebben’. ‘Ze gaan puur om het afvalwater van de slachterij’, citeert de krant de bedrijfswoordvoerder.

Dat klinkt logisch, ook bezien vanuit duurzaam waterverbruik. Want structureel een half miljoen liter kostbaar grondwater verkwisten aan alleen het schoonspuiten van één hal, getuigt niet van enig besef over de ernstige verdroging die te velde in Brabant heerst.

Maar de nieuwe werkelijkheid van Vion is wél in flagrante tegenspraak met de recent verleende vergunning die is gebaseerd op wat het bedrijf zelf aan informatie heeft aangeleverd.

Daarin houdt het gemeentebestuur ons voor dat er sprake is van ‘relatief schoon afvalwater, afkomstig van schoonmaakwerkzaamheden in de vleesverwerking’. ‘Dat bevat dus geen bloed, mest en dergelijke.’

Als de wateropslagtanks ‘s nachts worden ontlucht ruik je daar vrijwel niets van, bezweert het bevoegd gezag.

Maar afvalwater uit de slachterij is van een geheel andere samenstelling. Dat stinkt als de hel, zo zullen omwonenden straks merken als bij zuidwestenwind de pure Vion-lucht hun slaapkamers binnendringt. Dan ben je opeens klaarwakker.

Vergunning en woordvoering spreken elkaar dus tegen. Wat is nu waar?

Laat ik een voorspelling wagen. In geval van hernieuwde publieke opwinding verklaart Vion bij nader inzien dat de woordvoerder zich ongelukkig heeft uitgedrukt, dan wel verkeerd is begrepen. En anders zwijgt men deze alternatieve interpretatie van de papieren werkelijkheid gewoon dood, op weg naar de volgende leugen.

De watertorens kunnen we alvast koesteren als monumenten van de in Brabant nog steeds manifeste boven-de wet-cultuur die wordt gedicteerd door macht en invloed.

Ondertussen is het volgende Vion-hoogtepunt al weer in de maak: een schoorsteen van 40 meter die de vuile slachterijlucht in hogere sferen moet brengen.

‘Vion geeft hiermee het verkeerde voorbeeld’

(Burgemeester van Boxtel Ronald van Meygaarden tijdens de gemeenteraadsvergadering van dinsdag 20 april 2021)

Geachte leden van de raad,

‘Uw lid mevrouw Bemelmans heeft ons college gisteren gevraagd of er handhavend moet worden opgetreden tegen twee waterbuffertanks die slachterij Vion afgelopen weekeinde illegaal heeft neergezet.

Wij doen ons best om haar vraag morgen schriftelijk te beantwoorden, maar ik vind het belangrijk om daar nu tijdens deze vergadering toch iets over te zeggen, al doorbreek ik daarmee het protocol.

Morgen staat er ongetwijfeld van alles in de krant over nieuwe onrust rond Vion en dan weet nóg niemand wat wij als bestuurders hiervan vinden. Dat is niet handig, juist omdat ik als burgemeester van Boxtel een stevige opvatting heb over deze kwestie.

Maar eerst even de feiten. De watertanks staan er inderdaad zonder vergunning. Wél is een aanvraag hiervoor ingediend maar die wordt nog door mijn ambtenaren bekeken.

Vion had die tanks dus niet mogen neerzetten en dat heb ik de directie ook in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt. Het grootste bedrijf binnen onze gemeentegrenzen geeft hiermee het verkeerde voorbeeld. En ook nog eens op een pijnlijk moment. Want wij worden de laatste tijd overstelpt met aanvragen voor bouwvergunningen, terwijl veel van mijn ambtenaren momenteel zijn uitgeschakeld vanwege corona.

Al die burgers moeten daardoor langer wachten op hun vergunning dan gebruikelijk en dat is heel vervelend. Als zij het voorbeeld van Vion zouden volgen en ook maar alvast aan de slag gaan, is het eind zoek. Dan wordt het wild-west in onze gemeente.

Ik wijs er overigens op dat bouwen zonder vergunning ook een strafbaar feit is. Als ik daartegen proces verbaal laat opmaken, wordt strafvervolging mogelijk. Dat is een zwaar middel en het is niet mijn stijl van besturen om dat lichtvaardig in te zetten.

Ik doe liever een moreel beroep op een ieder binnen onze gemeenschap om zich aan de regels te houden.

In het geval van Vion passen de watertanks in het bestemmingsplan en kunnen ze dus in beginsel vergund worden. In de richting van mevrouw Bemelmans zeg ik dat wij die tanks dus niet kunnen laten weghalen omdat ze te legaliseren zijn.

Ik wil deze gelegenheid meteen ook aangrijpen om te benadrukken dat wij ambtelijk al geruime tijd grote inspanningen verrichten om te bereiken dat de overlast van Vion op de omgeving tot een eind komt, zoals uw raad ons college heeft opgedragen.

Dit is een traject van nog enige jaren en daar helpt een incident als afgelopen weekeinde bepaald niet bij.

Gelukkig ziet de directie van Vion dat ook in en heeft zij mij verzekerd dat zoiets niet meer zal gebeuren. Het bedrijf wacht nu dus met verdere werkzaamheden tot wij de vergunning voor de watertanks definitief hebben verleend.

Wat mij betreft is de kous daarmee af en gaan wij opgewekt verder.’

(deze toespraak hád burgemeester Van Meygaarden kunnen houden. Dat deed hij niet. De vragen van het raadslid Mirjam Bemelmans (PvdA/GroenLinks) werden een dag na de raadsvergadering schriftelijk beantwoord. De burgemeester stond ook de pers hierover niet te woord)

Burger afgeserveerd, wetsovertreder vrijuit

Open brief aan de directeur der Omgevingsdienst Brabant Noord

Geachte heer Lenssen,

Afgelopen dinsdag diende voor de rechtbank Oost-Brabant het beroep tegen de natuurvergunning die u als ODBN-directeur namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant in 2020 heeft verleend aan het vleesverwerkingsconcern Vion in Boxtel.

Ik heb daar geprobeerd de belangen te verdedigen van een Boxtelse natuurliefhebber die zeer bezorgd is over de teloorgang van het natuurgebied Kampina. En ik moet u zeggen: dat viel niet mee. U had er in de voorbereidende schermutselingen op aangekoerst ons juridisch af te serveren en de rechtbank maakte van dat huiswerk tijdens de zitting dankbaar gebruik.

Uw medewerkers waren zo scherp van geest geweest om de afstand te meten tussen de woning van ‘appellant’ en de Kampina. Vervolgens grasduinden zij wat in uitspraken van de Raad van State en trokken daaruit de eenvoudige conclusie dat ‘appellant’ te ver van de Kampina af woont om een persoonlijk belang te hebben bij het welzijn van dit natuurgebied. En klaar was Kees.

Dus ging u verder ook maar voorbij aan de argumenten die ‘appellant’ had ingebracht tegen de door uw dienst verrichtte prestaties bij het verlenen van de vergunning. Dat was overigens geen verrassing, want dat deed u ook al voordat wij elkaar in de rechtszaal troffen.

Ter zitting kon ik verder praten als brugman, maar met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordt uw heldendaad beloond en zal de rechtbank ‘appellant’ buitenspel zetten. Die slag heeft u alvast binnen.

Maar vanwaar toch deze ijver? Was u wellicht bevreesd dat de rechtbank even zou zijn vergeten dat het bestuursrecht in dit land niet is opgetuigd om de burger te beschermen tegen de overheid maar om de overheid te beschermen tegen de burger die probeert zijn recht te halen? Wilde u daarom de voorzienigheid een handje helpen om daarmee de natuurvergunning van Vion over de eindstreep te trekken?

Want het moet gezegd dat ik onder de indruk ben van alle moeite die u zich tot dusver, in eendrachtige samenwerking met Vion, heeft getroost om de rechtbank ervan te overtuigen dat het wel snor zit met deze vergunning.

Kort voor de zitting kwam u nog met de verpletterende vondst dat Vion voor de vleesverwerkingsfabriek helemaal geen natuurvergunning nodig heeft, zoals u eerder ook al beweerde.

Deze ijver legde u echter niet aan de dag toen ik op 17 oktober 2019 een van uw medewerkers er per mail op attendeerde dat Vion al met de bouwwerkzaamheden was begonnen, terwijl de aanvraag voor de natuurvergunning nog liep.

Omdat antwoord uitbleef heb ik 1 november opnieuw om een reactie gevraagd. ‘Als u hier zelf verder niets mee doet, dan hoor ik graag van u waar ik dán moet zijn om dit aan te kaarten’, voegde ik daaraan toe.

Taal noch teken.

‘Provincie laat Vion begaan met uitbreiding’, las ik vervolgens op 21 november 2019 in de krant. Want volgens de ODBN was er concreet zicht op het verlenen van de vergunning op korte termijn, zo vermeldt het artikel. En dus werd er niet opgetreden.

Zeven dagen later meldt uw dienst aan Vion niet te kunnen beoordelen of de ‘gevraagde vergunning al dan niet kan worden verleend’. Daarvoor moest eerst een reeks aanvullende gegevens op tafel komen aan de hand waarvan pas een oordeel kon worden gevormd. Deze brief trof ik recent aan in het rechtbankdossier.

De vergunning kwam af op 14 juli 2020. De bouw was toen al negen maanden op stoom! Hoezo korte termijn?

De enige conclusie die ik uit deze onthutsende feiten kan trekken is dat u de bouw had moeten stilleggen totdat vergunning was verleend. Door dit na te laten, plaatst u Vion boven de wet en maakt u rechtsbescherming tot een farce.

Natuurlijk kunt u aanvoeren dat het er nu eenmaal zo aan toe gaat bij het verlenen van vergunningen en in de rechtspraak. Dat er niets nieuws onder de zon is. Dat het al tientallen jaren zo gaat op basis van bestendige wetgeving en praktische souplesse en dat het daarom zo hoort. Dat het erom gaat dat alles op papier klopt. Dat je dan vervolgens niet meer hoeft te kijken naar de soms barre werkelijkheid.

En daar heeft u dan nog gelijk in ook. Wie thuis is in overheidsland en vaker met de bestuursrechter in aanraking komt, weet dat het inderdaad zo werkt.

Bestendig is ook: wie geld, macht en invloed heeft, komt weg met illegaal gedrag. Maar wie te goeder trouw handelt en minder te verteren heeft, kan zomaar onbarmhartig worden gestraft. Dat heeft het schandaal met de kinderopvangtoeslagen wel geleerd. Geen wonder dus dat het vertrouwen van burgers in de overheid zoekraakt.

Op zaterdag voor de rechtszitting van dinsdag plaatste Vion zonder vergunning twee reusachtige watertanks ten bate van de inmiddels kant en klare vleesverwerkingshal. Toeval? Laat mij niet lachen.

Met dit alles voor ogen was ‘appellant’ dinsdag dan ook behoorlijk ontdaan door de behandeling die haar ten deel viel in de rechtszaal waar zij vóór de Vion-zaak nog nimmer een voet had gezet. En waar zij meteen weer werd afgeserveerd, op uw initiatief heer Lenssen.

Hoort dat de taak te zijn van een overheidsdienst als de uwe? Kunt u uw kostbare tijd niet beter besteden? Liggen er niet nog honderden aanvragen voor een natuurvergunning op de plank, zoals uw vertegenwoordiger ter zitting aangaf?

Om te voorkomen dat wij na deze treurigheid weer gewoon over gaan tot de orde van de dag en alles blijft zoals het was, schrijf ik deze open brief. Die publiceer ik op mijn weblog beterinbrabant.nl. En omdat u in opdracht handelt van Gedeputeerde Staten, gaat er tevens een afschrift naar de Commissaris van de Koning.

Met vriendelijke groeten,

R. Lodewijks

Het fenomeen Pieter Omtzigt

Getergd geeft volksvertegenwoordiger Pieter Omtzigt van meet af aan vol gas. Het is 19 januari 2021 en het gaat in de Tweede Kamer over Ongekend Onrecht.

Dit geruchtmakende rapport over de kinderopvangtoeslagen grijpt hij aan om de Haagse ziekte luidruchtig aan de kaak te stellen.

Omtzigt stelt vast dat in geen 70 jaar van parlementaire onderzoeken en enquêtes zo’n hard oordeel werd geveld over de rechtsstaat.

Het CDA-Kamerlid weet zelf hoe het werkt. Hij stuitte op een overheidsmuur van onwil en tegenwerking, terwijl hij bloedfanatiek probeerde om de onderste steen in het toeslagenschandaal boven te krijgen.

En tegenwerking is er nog steeds. De avond voor het Kamerdebat had het kabinet hem nog een karrevracht aan antwoorden op eerder gestelde vragen in de maag gesplitst. Informatie waar Omtzigt al lang naar op zoek is om het toeslagenschandaal te kunnen doorgronden. Wéér eens tot diep in de nacht had hij moeten buffelen om ergens in de berg documenten te ontdekken dat hem opnieuw een kunstje was geflikt.

Niet zwart maar wit gemaakt

Demonstratief houdt Omzigt een papier omhoog. ‘Ik had hier willen laten zien hoe documenten zwart gemaakt zijn, maar in dit dossier is alles wit gemaakt en dan is het effect minder. In de interne stukken staat ook dat dit ze dit erom hebben gedaan. Maar ik dacht dat ze het beter zouden doen.’

Omtzigt leest voor: ‘Antwoord 9 is: zie antwoord vraag 8. Antwoord 10: zie antwoord vraag 8. Antwoord 11: zie antwoord vraag 8. Antwoord 12: zie antwoord vraag 8. Dat gaat door tot antwoord 24′.

‘Daar staat gewoon: wij vinden het niet zinnig om antwoord te geven. Dit is de nieuwe Ruttedoctrine’, haalt hij uit naar de minister-president tegenover hem in Vak K.

Omtzigt hekelt hier de rem die Rutte zet op de informatie over het toeslagenschandaal die naar de Tweede Kamer gaat. Andere ministers moeten die eerst ter goedkeuring voorleggen aan Algemene Zaken, het eigen departement van de premier. ‘Daar moeten deze bewindspersonen mee kappen. Zij zijn persoonlijk verantwoordelijk om een Kamerlid de informatie te geven waar hij recht op heeft. Zo staat het in de Grondwet waarop zij de eed hebben afgelegd dan wel de gelofte hebben gedaan.’

‘Er verandert nooit wat’

Deze gang van zaken is volgens Omtzigt geen incident. ‘In alle parlementaire onderzoeken die we hier gehad hebben, deugde de informatievoorziening niet. Iedere keer nemen wij ons voor het beter te doen, maar er gebeurt nooit wat.’

‘Voor het eerst heeft het kabinet daar ook zelf last van. Want ze wisten tot juni 2019 zelf niet wat er bij de belastingdienst met de kinderopvangtoeslagen gebeurde. Ze gingen er niet zelf achteraan, omdat zij het niet interessant vonden om aan de Kamer te vertellen. Daarmee hebben ze zichzelf ondergraven. Wat stom was dat! Maar dit gaat dus tot op de dag van vandaag door.’

Pieter Omtzigt is nu niet meer te houden. ‘Er zijn mensen in dit land die rechtszaken verloren hebben omdat de overheid het vertikte om informatie te geven. Dat is een bananenmonarchie’.

Macht zonder tegenmacht

Omtzigt verwijst naar een onderzoek dat hij namens de Raad van Europa op Malta uitvoerde naar de moord op een onderzoeksjournaliste. ‘Ik kwam daar een staat tegen die niet functioneerde. Heel lang heb ik het voor onmogelijk gehouden om een vergelijking tussen Malta en Nederland te maken, maar bij ons functioneert iets anders niet: macht en tegenmacht.’

‘Hier bestaat zo’n innige band tussen het kabinet en de Tweede Kamer dat, als je als Kamerlid een moeilijke vraag stelt, jij het probleem bent in het kabinet.’

Er is iets fundamenteels mis in ons land met de checks-and-balances.’

Omtzigt haalt ook uit naar de pers die volgens hem vooral op schoot zit bij het kabinet en niet in beeld bracht dat 30.000 gezinnen door de belastingdienst te grazen werden genomen.

Belangenorganisaties

‘En het gaat verder. De rechtspraak beschermt niet. De belangenorganisaties eten allemaal uit de staatsruif. Allemaal! Die noemen wij belangenorganisaties. Maar weet je wat er gebeurt? Ze zeggen weleens wat, maar je hoort ze nooit keihard zeggen: en nu is het afgelopen! En waarom? Omdat dan de subsidie stopt. Ik kan u de voorbeelden daarvan geven.

Wij hebben de Staat zo ingericht dat onze kliek in Den Haag — ik zeg ‘onze’, maar hoewel ik een van de langstzittende Kamerleden ben, doe ik mijn best om daarbuiten te blijven — meer kijkt naar de partijvoorzitter dan naar de kiezer.

We hebben een structuur en een systeem gecreëerd waarin van alles centraal staat, maar niet de hardwerkende Nederlandse burger. Die staat alleen centraal in de verkiezingscampagne.’

Omtzigt stelt vast dat hij ‘vandaag al de nodige vijanden heeft gemaakt in Den Haag’. ‘Nu zal ik nog wat lelijks zeggen’. Koelt dan zijn woede op partijgenoot Piet Hein Donner, en neemt terloops ook Jetta Klijnsma van de PvdA mee. Beiden deden als voorzitter en lid van een adviescommissie in opdracht van het kabinet onderzoek naar het functioneren van de afdeling toeslagen bij de belastingsdienst.

Omtzigt: ‘Laat ik het maar eens even heel netjes zeggen: Dit was niet de meest onafhankelijke commissie.’

Want Donner was tot eind 2018 vice-president van de Raad van State, de hoogste bestuurrechter die de fraudejacht op burgers niet tegenhield. En Klijnsma, inmiddels commissaris van de koning in Drenthe, was staatssecretaris van sociale zaken onder minister Asscher die recent als PvdA-leider opstapte vanwege zijn rol als minister in de toeslagenaffaire.

Er kwam volgens Omtzigt dan ook geen onafhankelijk rapport. ‘Wat in die commissie gebeurde, hoe zij alle, maar dan ook alle onrechtmatigheden wegpoetsten om te concluderen dat er niks onrechtmatig was, dat kan niet.’

‘Maar niet meneer Donner, alsjeblieft’

Hij vindt het prima dat premier Rutte er nu een extern deskundige wil bijhalen om hem alsnog antwoord te kunnen geven op zijn vragen. ‘Maar niet meneer Donner, alsjeblieft. Nee.’

Maar hoe stelt Omtzigt zich op jegens Wopke Hoekstra die hij zelf in het zadel hielp als CDA-voorman?

‘Ik ben als Kamerlid niet in dienst van lijsttrekker Hoekstra noch van minister Hoekstra. Ik controleer minister Hoekstra. Als u mijn Kamervragen aan minister Hoekstra ziet over de rotzooi bij ING, dan zult u daar echt geen opzetje in vermoeden, kan ik u verzekeren. Zo controleer ik hem elke dag. Zo controleer ik ook andere CDA-bewindspersonen. Ik ben niet kleurenblind, maar in dit geval wel. Het kan mij niet schelen welke kleur er in het kabinet zit; werkelijk niet.’

Pieter Omtzigt spuwt zijn gal deze dinsdagmiddag als woordvoerder van het CDA. Maar spreekt hij ook volledig namens het CDA, zowel in zijn felle kritiek op het kabinet als met zijn pleidooi voor herstel van de rechtsstaat op alle fronten?, wil Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren weten.

Omtzigt: ‘Ik sta hier namens de gehele CDA-fractie. En ja, de rechtsstaat staat centraal voor ons’.

Dag van genoegdoening

Zijn aanklachten tegen het systeem van de overheid worden tijdens deze vergadering toch vooral voor kennisgeving aangenomen. Tegenspraak krijgt Omtzigt niet of nauwelijks. Wél is er volop bijval voor zijn prestaties. Het is een dag van genoegdoening voor de Twentse vechter die tijdens zijn informatiejacht in de diepste krochten van de Haagse bureaucratie moest afdalen.

Het debat eindigt voor Omtzigt in een triomf. Op zijn voorstel komt er zowel nationaal als internationaal onderzoek van onafhankelijke deskundigen naar de staat van de Nederlandse rechtsstaat.

Bovendien stemt de Tweede Kamer in met zijn motie om meerdere sociale wetten en regelingen op hun hardvochtige gevolgen voor burgers te laten doorlichten door de Nationale Ombudsman.

Op zijn politieke hoogtepunt

Ook binnen het CDA verkeert Omtzigt op zijn politieke hoogtepunt. Bijna was hij als outsider gekozen tot lijsttrekker en nu staat hij tweede achter zijn favoriet Wopke Hoekstra.

Als dienaar van het volk gaat hij op 17 maart zonder twijfel met een vracht aan voorkeurstemmen meerdere zetels voor zijn partij binnenhalen. Dat flikte hij eerder bij de verkiezingen van 2012 en 2017.

Maar hoe dan verder? Wordt hij soms voorzitter van de CDA-Kamerfractie of zelfs minister? Dus wheelen en dealen als onderdeel van de macht die hij altijd heeft gecontroleerd? Meedoen met het spel om de poppetjes waar hij zo’n hekel aan heeft?

De verleiding van de macht

De grote vraag is dus of deze atypische sleutelfiguur in een machtspartij bij uitstek, zelf de verleiding van de macht kan blijven weerstaan. Want met een luis in de pels loopt het doorgaans niet goed af op het pluche. Zelfkennis en eigenzinnigheid moeten Omtzigt voor deze valkuil behoeden. Zodat hij zijn Haagse bestaan van inmiddels 18 dienstjaren, straks in stijl kan afronden.

Als gevierd onderzoeker, ook internationaal, kan Pieter Omtzigt overal terecht om de maatschappij te blijven dienen. En dat is maar goed ook.

Brabantse natuur speelbal in een juridisch wespennest

Terwijl de verdroging ondertussen hard toelaat, dreigt de Brabantse natuur ook slachtoffer te worden van een juridische loopgravenoorlog.

Die wordt op Europees niveau uitgevochten. Met mogelijk verstrekkende gevolgen voor de toekomst van natuurparels als De Brand, De Mortelen en het Vlijmens Ven. Dit zijn gebieden waar de laatste 30 jaar veel landbouwgrond werd aangekocht en omgezet in natuur.

Dat gebeurde veelal met subsidie die de stichting Het Noordbrabants Landschap en de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in het verleden kregen voor uitbreiding van hun bezit binnen het Brabantse natuurnetwerk.

Gratis staatssteun

De haard van verzet daartegen werd in 2008 aangestoken door eigenaren van particuliere landgoederen in den lande, onder aanvoering van Nationaal Park de Hoge Veluwe. Zij konden niet profiteren van de gratis staatssteun die uitsluitend was bestemd voor de zogeheten terreinbeherende organisaties (tbo’s): de 12 provinciale landschappen en Natuurmonumenten.

Deze subsidieregeling die in 1993 het leven zag was niet alleen uniek binnen Europa, maar werd tevens ingevoerd zonder de Europese Commissie om toestemming te vragen.

Dit balsturige Hollandse gedrag slaat nu terug als een boemerang, door een recente uitspraak van het Europees Hof van Justitie die de bevoordeelde natuurinstanties in de gevarenzone brengt. De Europese Commissie wordt daardoor gedwongen hun bedrijfsvoering onder het vergrootglas te leggen.

De uitkomst van deze exercitie kan straks zomaar zijn dat Brabants Landschap en Natuurmonumenten onterecht verkregen subsidies voor zo’n 8000 hectare verworven natuurbezit in Brabant aan de overheid moeten terugbetalen. Dit zwaard van Damocles hangt vermoedelijk nog jaren boven de hoofden van deze tbo’s, totdat de Europese rechters opnieuw zullen hebben gevonnist.

Natuurmaffia

Naar het staatssteungedoe met de natuur had waarschijnlijk geen haan gekraaid, als binnen de wondere wereld der natuurbeheerders geen ruzie was ontstaan tussen eigenzinnige adel en betweterige natuurtechnocraten. Die ontaarde aan gene zijde in ressentiment jegens ‘de natuurmaffia’, zoals Oene Gorter de verwevenheid tussen overheid en tbo’s typeert in dagblad Trouw van 12 september.

Deze eigenaar van landgoed Welna in Epe is de eloquente prijsvechter van de Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters (VGG). Die richtte hij in 2009 samen op met Seger baron van Voorst tot Voorst, directeur-bestuurder van Nationaal Park De Hoge Veluwe en Frans baron van Verschuer, eigenaar van landgoed Heerlijkheid Mariënwaerd in Beesd.

Samenwerking in Brabant

Dit Gelderse trio verzamelt zo’n 80 vermogende medestanders om zich heen om de natuurmaffia juridisch te vloeren. Wie dat zijn maakt de VBG niet bekend, maar in processtukken duiken de namen op van zo’n twintig landgoederen. Daaronder geen enkel Brabant landgoed en dat is niet verwonderlijk want in deze provincie werken de particuliere eigenaren en tbo’s bestuurlijk onverminderd samen. Dat wordt in Trouw van 19 september subtiel onderstreept door Jan Baan.

De directeur van Brabants Landschap poogt met zijn rustige opiniestuk de opgefokte atmosfeer wat te beteugelen. Baan koestert de rijke traditie van zijn organisatie die stoelt op de harmonieuze overname van particuliere landgoederen als Haanwijk, Annanina’s Rust, Wargashuyse, Pannenhoef en Tongelaar. Hij is overduidelijk geen vijand maar een medestander van de particuliere natuureigenaren.

Bovenal is Baan een man van het poldermodel die blijft proberen om in onderling overleg tot oplossingen te komen. Daar is hij in Brabant beroemd om. Ditmaal is een vergelijk heel hard nodig want door het niet te miskennen succes van de VGG zit ook Brabants Landschap in de hoek waar klappen dreigen te vallen.

Bemiddeling in dit wespennest is geen sinecure. Verschillende pogingen zijn al mislukt. Sharon Dijksma waagde zich hier als staatssecretaris van Economische Zaken al eens tevergeefs aan.

Klacht ‘De Hoge Veluwe’

Het gevecht begon in 2008, toen ‘De Hoge Veluwe’ een klacht bij de Europese Commissie indiende wegens ‘illegale’ staatssteun aan de terreinbeherende organisaties. Die sorteerde verbazendwekkend snel effect. Binnen twee jaar produceerde het ministerie van LNV een aangepaste subsidieregeling die ook open staat voor particuliere natuurbeheerders, maar soberder is dan de vorige. Landbouwgrond die in natuur verandert, wordt niet meer volledig maar voortaan voor 85 procent gesubsidieerd.

De gratis steun die het Koninkrijk der Nederlanden tot 2012 aan de tbo’s had verstrekt was volgens de Commissie nochtans in overeenstemming met de regels van de interne markt. Dus hoeven deze natuurinstanties niets terug te betalen, zoals de VGG eist.

Concurrentievervalsing

De Europese rechters vinden dit echter een besluit uit de losse pols dat zonder deugdelijk onderzoek is genomen. Volgens hen valt wel degelijk te betwijfelen of gratis staatssteun aan de tbo’s door de beugel kon. De Commissie beschouwt de tbo’s immers als ondernemingen omdat zij geld verdienen met bijverdiensten als houtverkoop en toerisme die voor natuurbescherming niet strikt noodzakelijk zijn. De gratis staatssteun werkte daarmee concurrentievervalsend ten opzichte van landgoedeigenaren die in dezelfde positie verkeren als de tbo’s, maar hiervoor niet in aanmerking kwamen.

De Commissie moet over deze ondoorgrondelijke kwestie nu een nieuw besluit nemen, zo heeft het Europees Hof in laatste instantie bepaald. Opmerkelijk is dat het Hof in zijn opperste wijsheid voorbij ging aan het oordeel van zijn hoogste adviseur, de advocaat-generaal. Die vindt juist dat de lagere rechter ‘op geen enkele wijze’ kon aantonen dat de Commissie zich er met een Jantje van Leiden vanaf had gemaakt.

En zo is de natuur in Brabant én daarbuiten speelbal geworden in een juridisch wespennest, waar geen zinnig mens nog chocola van kan maken en waar alleen juristen garen bij spinnen.

Bestuurlijke elite geeft rugdekking

Als de Europese Commissie opnieuw niet doet wat de verongelijkte landgoedeigenaren eisen, kunnen zij wederom naar de rechter. Oene Gorter vindt dit allemaal prachtig. De natuurmaffia móét op de knieën om ‘gewone particulieren’ aan vele hectares natuurgrond te helpen. Een vendetta met vitale steun van De Hoge Veluwe, de ‘groene schatkamer van Nederland’ waar de fine fleur van bestuurlijk Nederland rugdekking verschaft. Fred de Graaf, ooit burgemeester van Vught, is daar voorzitter van de Raad van Toezicht. Kersvers lid is Gerda Verburg die als minister van LNV de Q-koorts in Brabant op haar beloop liet.

De Raad van Advies van het nationaal park bulkt van de grote namen. De hoogste ambtenaar en voormalig hoogste ambtenaar van de minister-president zitten daar gebroederlijk naast prins Floris van Oranje Nassau. En natuurlijk is ook Oene Gorter van de partij. De voorzitter van Geldersch Landschap & Kasteelen echter niet meer. Dat voorkomt zelfkastijding, want ook deze provinciale natuurorganisatie raakt bekneld als baron Van Voorst tot Voorst met de VGG juridisch tot het gaatje gaat.

Onvoorstelbaar

Toch is het onvoorstelbaar dat de tbo’s financieel aan deze staatssteunkwestie ten onder zouden gaan. Dan verdwijnt een belangrijk fundament onder het natuurbeheer in Nederland, ten koste van natuur die nota bene Europees wordt beschermd! En dát dwingt Nederland nu juist om de stikstofcrisis zo aan te pakken dat menig zwaar getroffen natuurgebied in Brabant eindelijk wordt ontlast. Dat moeten ze bij de Europese Commissie vooral niet vergeten!

Als de nood werkelijk aan de man komt, moeten de tbo’s maar tot staatsbedrijven worden gemaakt. Gelijk Staatsbosbeheer, de grootste onder de tbo’s die de gewraakte staatssteun geoorloofd ontving en daarom buiten schootsveld blijft.

Laat alle intelligentsia die ook huist in de besturen van Natuurmonumenten en de provinciale landschappen, dan maar haar invloedrijke schouders onder een reddingsoperatie zetten. In het belang van de natuur. Want daar zou het in deze barre tijden toch uitsluitend om moeten gaan.

De drinkwaterbaas die tegen het schaliegas streed gaat weg

Brabant Water zwaait komende donderdag Guïljo van Nuland uit als directeur. Dat blijft niet onopgemerkt, want Van Nuland is een centrale figuur in het Brabantse poldermodel.

De Brabanthallen zijn er speciaal voor afgehuurd om in coronatijd veilig 400 gasten op 1,5 meter van elkaar te kunnen wegzetten. Brabantse gezelligheid op afstand, dat wordt nog wat.

De eerste en enige

Van Nuland was de eerste en tot dusver enige directeur van Brabant Water, het grote provinciale fusiewaterbedrijf dat 19 jaar geleden ontstond. Hij zat al zo lang in het drinkwater dat het hier om een verbintenis voor het leven leek te gaan. Gelijk de paus die als leider van de katholieke kerk aanbleef tot en met de laatste ademstoot.

Maar zoals in Rome paus Benedictus XVI met deze traditie brak en levend de Sint Pieter verliet, zo besloot Van Nuland om drie jaar voor zijn pensioen zijn zetel in het Bossche Paleiskwartier te ontruimen. Deze bioloog wil in gezondheid ervaren of er ook zonder Brabant Water nog een zinvol leven mogelijk is.

Het is altijd verstandig om je eigen afscheid zelf te regisseren. Negentien jaar in één topfunctie is inderdaad uitzonderlijk lang, maar dat geldt ook voor de overname van het eigenzinnige waterbedrijf TWM. Die kwestie speelde al voordat Brabant Water met Van Nuland van start ging. Met de gemeente Tilburg werd maar liefst 17 jaar gesteggeld over de prijs. Van Nuland kon dit boek nog net voor zijn vertrek sluiten.

Grondwatervervuiling en bodemverdroging hebben hem 19 jaar intensief bezig gehouden. Kwetsbare winningen in Oost-Brabant moesten worden gesloten vanwege vervuiling of werden verdiept om de natuur te sparen.

Van Nuland neemt afscheid van een kapitaalkrachtig en veelzijdig bedrijf dat onder meer ook industriewater zuivert en gebouwen verwarmt en koelt met grondwater, zoals de High Tech Campus in Eindhoven.

Een meer risicovolle vorm van duurzame energie is dieptewinning van aardwarmte. Van Nuland maakte zich sterk om de Brabantse drinkwaterbronnen daartegen te beschermen. Strenge milieuregels liggen nu vast in een provinciale richtlijn die bij gebrek aan projecten nog niet is toegepast.

Brabant Water deed via een dochteronderneming zelf ervaring op met aardwarmte. Het bleef bij één project, ter verwarming van kassen in Oostvoorne. Van Nuland zag voor het drinkwaterbedrijf geen toekomst in deze tak van sport en verkocht de dochter.

Tegen privatisering

Brabant Water is eigendom van gemeenten en provincie, maar zou op de vrije markt een gewilde prooi zijn. Toen drinkwaterbedrijven eind vorige eeuw dreigden te worden uitverkocht, werd dat wettelijk geblokkeerd door minister Jan Pronk van Vrom. De openbare drinkwatervoorziening hoort volgens Pronk als eerste levensbehoefte in overheidshanden te blijven.

Van Nuland is het daarmee hartgrondig eens. Als lid van een informele denktank van waterbestuurders keerde hij zich toendertijd in het manifest ‘De waarden van water’ tegen privatisering.

Van Nulands vertrek is de eerste aderlating in de polder van Brabant, het overlegcircuit over leven en welzijn in deze provincie. Volgend jaar maart gaan twee andere prominente veteranen, directeur-rentmeester Jan Baan van Brabants Landschap en dijkgraaf Lambert Verheijen van waterschap Aa en Maas, met regulier pensioen.

Zij vonden in Van Nuland een compaan met hart voor natuur en landschap. De baas van Brabant Water nam het ook publiekelijk voor deze belangen op toen hij vanuit het drinkwaterbelang zijn stem verhief tegen proefboringen naar schaliegas in Boxtel en Helvoirt.

Wakker geschud

Voor het zover was, moest de baas nog wél even wakker worden geschud. ‘De waakhond van ons aller kostelijke drinkwater die ferm ten strijde trekt tegen ondergrondse opslag van kernafval, heeft zich in slaap laten sussen door allerlei geruststellende beweringen die vooral een slag in de lucht zijn. Maar dat moet nu snel over zijn’, hekelde ik in Brabants Dagblad de passiviteit van Brabant Water.

Mijn column ‘Stop de gaswinning in Brabant’ van 5 maart 2011 sloeg aan bij Van Nuland. Hij liet zich binnenskamers snel en grondig informeren over de risico’s van schaliegasboringen voor vervuiling van grondwater, dé bron van het Brabantse drinkwater. En trok zijn conclusies die hij al een maand later wereldkundig maakte. ‘Brabant Water eist nul risico bij boringen naar schaliegas’, tekende ik 19 april in de krant uit zijn mond op.

Hoofdrolspeler

Vanuit die stellingname groeide Van Nuland uit tot een van de hoofdrolspelers in het verzet tegen schaliegaswinning.

Een mijlpaal in mijn journalistieke relatie met Van Nuland volgde een jaar later. Om te achterhalen welke chemicaliën in 2008 waren gebruikt voor gaswinningen bij Wijk en Aalburg en Brakel, had ik namens de krant een procedure op grond van de Wet openbaarheid bestuur aangespannen tegen het ministerie van Economische Zaken.

Deze gaswinningen gingen volgens hetzelfde procedé dat ook toegepast wordt bij boringen naar schaliegas. Hier gloorde een unieke kans om op basis van concrete informatie te doorgronden wat zich hierbij in de diepe ondergrond afspeelt.

Tijdens de hoorzitting op het ministerie staakte gaswinner Northern Petroleum zijn verzet tegen openbaarmaking en plaveide daarmee de weg voor minister Verhagen om een lijst met twaalf gebruikte chemicaliën vrij te geven.

Hoe gevaarlijk zijn die vloeistoffen? Deze klemmende vraag legde ik voor aan Van Nuland. Hij zag meteen het belang en liet de chemicaliën analyseren door KWR, het onderzoeksinstituut van de Nederlandse drinkwaterbedrijven.

Conclusie: op basis van alleen kennis over die vloeistoffen en hun giftigheid, valt geen goede inschatting van de risico’s voor mens en milieu te maken. Je moet vooral ook weten hoe de cocktail aan chemicaliën is samengesteld en hoe die zich ondergronds gedraagt. Maar dat hield Economische Zaken geheim, lopend aan de leiband van de machtige gasindustrie.

Uiterste voorzichtigheid

Bij zoveel onzekerheid is juist uiterste voorzichtigheid geboden. Om Amerikaanse toestanden te voorkomen, luidde Van Nulands heldere en vooral goed getimede boodschap richting politiek Den Haag. Dit alles werd breed en prominent uitgemeten in Brabants Dagblad.

Met deze krachtige uitspraak in Brabants Dagblad van 24 februari 2012, eiste Guïljo van Nuland scherper toezicht om milieuvervuiling door winning van schaliegas te voorkomen

Na nog eens anderhalf jaar maatschappelijk en politiek rumoer stierven de boringen naar schaliegas een stille dood. Het groene hart van Brabant bleef daardoor een industriële invasie van Amerikaanse oliebaronnen bespaard.

WATER van Brabant Water

Zijn fijnzinnige gevoel voor publieke relaties etaleerde Van Nuland ook in de Brabantse polder. Hilarisch was zijn openingsact van de Warandelezing die hij tien jaar geleden hield in de Universiteit van Tilburg. Demonstratief tapte de spreker een glas vol met leidingwater, gebotteld mineraalwater terzijde schuivend. Wie zulk kostelijk drinkwater uit Brabantse bodem binnen handbereik heeft, gaat toch niet extra betalen voor mindere kwaliteit? Dan ben je niet goed bij je hoofd! Dat zei ambasseur Van Nuland er niet bij, maar zo kwam het wel over.

Waar de lezing precies over ging ben ik kwijt, maar zijn boodschap blijft hangen. De schrijver dezes drinkt louter Water van Brabant Water.

Stabat Mater

Een evenement maakte Van Nuland ook van de jaarlijkse voorontvangst bij het Stabat Mater in Oirschot. Het langjarige sponsorcontract voor dit prestiegieuze muziekevenement dat Brabant Water erfde van de Waterleidingmaatschappij Oost-Brabant, moest van hem meer betekenis krijgen voor de aandeelhouders en relaties van zijn bedrijf. Daar maakte hij veel werk van.

In de stampvolle zaal van café De Zwaan voor een gehoor van (oud-)burgemeesters, wethouders, statenleden, kamerleden en bestuurders uit de natuur- en milieuwereld, ramde Van Nuland steevast vol humor de boodschap van Brabant Water erin. Zijn speeches sloegen aan, want er werd niet of nauwelijks doorheen geluld. En dat is zeldzaam in de Brabantse polder.

Het Stabat Mater is niet meer en nu houdt ook Guïljo van Nuland ermee op. Donderdag krijgt hij als directeur zijn laatste kans om het vierhonderdkoppige poldermodel nog één keer voor even het zwijgen op te leggen.

Het gehannes met de cultuur beschadigt imago van Brabant

Het imago van Brabant als een provincie waar het goed wonen, werken en leven is, loopt in coronatijd een extra deuk op. Deze antireclame is te danken aan de machtswisseling in het provinciebestuur.

De drie partijen die samen met de VVD het roer afgelopen vrijdag in het provinciehuis overnamen, meenden in alle kneuterigheid dat het culturele leven in Brabant aan de bestuurstafel voortaan moet worden bezien als een vorm van vrije tijdsbesteding die best met minder geld toe kan.

De verontwaardiging die onder kunstenaars over deze dubbele miskenning de kop opstak, beleefde vrijdag haar apotheose in een veelzeggend stil protest. De berg gedumpte theaterstoelen op het plein voor het provinciehuis haalde zo’n beetje alle media, waaronder het veelbekeken NOS Journaal.

Dat ze overal in Nederland nu weten hoe Brabant met cultuur omgaat, bleek in alle pijnlijkheid op Radio 4. In een vraaggesprek over een magistraal uitgevoerde negende symfonie van Gustav Mahler in 2019 met het Noord Nederlands Orkest, sprak dirigent Antony Hermus mededogen uit met zijn collegamusici van de Philharmonie Zuidnederland die er in Brabant niet goed voorstaan.

En de digitale versie van het Storioni Festival in Eindhoven werd door de recensent van NRC Handelsblad beschouwd als een kwalitatief hoogstaand weerwoord op de ‘politieke vendetta’ van het nieuwe provinciebestuur tegen de cultuur.

Slechte timing en falende communicatie valt de nieuwe coalitie van VVD, Forum voor Democratie, CDA en Lokaal Brabant zwaar aan te rekenen. Door de coronacrisis ligt de miljardeneconomie die de cultuur in Nederland is, op haar gat. Nergens wordt en plein public nog toneel gespeeld of muziek gemaakt. Kunstenaars zitten werkloos thuis en ook de podia waarop zij hun brood verdienden staan op omvallen. En uitgerekend dan doet Brabant er nog een schepje bovenop!

In Provinciale Staten nam de nieuwe coalitie vrijdag wat gas terug. Een en ander was logisch bedoeld. En zo’n vaart zal het allemaal niet lopen. De vier partijen maakten ook een kosteloos gebaar door Lokaal Brabant-voorman Wil van Pinxteren voortaan gedeputeerde van vrije tijd, cultuur en sport te noemen.

Maar wat gaat Van Pinxteren na deze valse start voor de Brabantse cultuur betekenen?

De vrije tijdsfilosofie in het bestuursakkoord is overduidelijk afkomstig van Lokaal Brabant. Belangrijk punt in het verkiezingsprogramma van deze club is de oprichting van een provinciaal fonds om culturele en sportverenigingen te ondersteunen bij het werven, opleiden en behouden van vrijwilligers. Tegelijk belooft Lokaal Brabant ook de cultuur inhoudelijk ruimhartig te zullen subsidiëren met slechts beperkte voorwaarden vooraf voor zowel amateurs als professionele kunstenaars.

Beide concrete punten staan echter niet in het bestuursakkoord!

Daarin ontbreekt ook de harde belofte van het CDA in verkiezingstijd dat de bezuiniging op de Philharmonie Zuidnederland ongedaan wordt gemaakt.

De christen-democraten zaten nog in de oppositie toen het provinciebestuur onder aanvoering van SP-gedeputeerde Henri Swinkels eind vorig jaar een half miljoen wegsneed van de twee miljoen euro die dit Brabants-Limburgse fusieorkest uit Brabant kreeg.

Vóór 1 juni moet kennelijk duidelijk zijn wat de philharmonie het komende muzikale seizoen uit het provinciehuis mag ontvangen. Een motie om direct zekerheid te verschaffen, haalde het vrijdag niet. Mocht Van Pinxteren al snode plannen voor het orkest hebben, dan zal hij die op straffe van onbehoorlijk bestuur een jaar moeten opschorten.

En dan de VVD. De grootste partij van Brabant wijdt warme woorden in haar verkiezingsprogramma aan Brabants cultureel talent dat met steun van de provincie ‘de kans krijgt om door te groeien naar de top’.

Het cultuurfonds Brabant C dat sinds 2015 met 25 miljoen euro provinciegeld Brabantse festivals van internationale allure steunt, mag van de liberalen na dit jaar doorgaan. Mits er wordt samengewerkt met de Brabantse steden en ook de rijksoverheid een duit in het zakje doet. Ook daarover geen woord in het bestuursakkoord.

Van Forum van Democratie weten we slechts dat Thierry Baudet boeken leest en schrijft en aan het Binnenhof op zijn piano speelt. Over de cultuur in Brabant valt deze partij niet op enige visie te betrappen.

Het gezamenlijke bestuursakkoord rept van een ‘richtinggevende opdracht’ om met ingang van 2023, het jaar van de volgende Statenverkiezingen, minimaal zeven miljoen euro te bezuinigen op het begrotingsprogramma Vrije Tijd en Erfgoed, waar cultuur dus onder valt. Wat er dan nog specifiek in cultuur wordt geïnvesteerd is volstrekt onduidelijk.

Van deze hutspot aan vaag- en tegenstrijdigheden valt geen chocola te maken. Toch zal Van Pinxteren zich vóór de zomer aan het cultuurfront moeten melden met iets wat lijkt op een beleid dat ook inspeelt op de coronacrisis.

Dat wordt een vuurproef in geloofwaardigheid voor deze ervaren politicus en manager die als een koorddanser carnaval met Jazz in Duketown moet zien te verenigen.

Tel uit je winst voor Brabant: een boterzacht referendum en vijf afgedankte bestuurders

‘Wíj hebben het bindend correctief referendum binnengehaald’. Forum voor Democratie kraait victorie in een ronkend promotiefilmpje op twitter.

De Brabantse Baudet-mannen van stavast hebben het hem geflikt. Zij ‘gaan leveren’ aan de bestuurstafel in het provinciehuis. Het vermolmde kroonjuweel van D66 wordt door hen verzilverd in Brabant. Want: ‘politici die over de schreef gaan, moeten teruggefloten kunnen worden’. En: ‘Als de mensen het niet willen, moet de provincie het niet alsnog doordrukken’. Forum stampt desnoods een windmolenpark de grond in: opgeruimd staat netjes, zo wordt ons alvast voorgeschoteld.

Het correctief referendum als populistisch speeltje. Maar is dat ook bindend? Zo staat het niet in het bestuursakkoord dat Forum met VVD, CDA en Lokaal Brabant-eenpitter Wil van Pinxteren heeft gesloten. Dat kan ook niet, want dat zou in strijd zijn met de Grondwet. Wat er wel staat is dat ‘de coalitiepartijen zich committeren aan de uitslag van een referendum’.

Op zich is dat al heel wat voor partijen die hier niets in zien. Dat bleek juni voorjaar toen de Brabantse Staten ten tweede male een panklaar referendumvoorstel van de PVV afschoten. ‘Referenda zijn niet het juiste middel om burgers te betrekken bij provinciale besluitvorming’, sprak toen VVD-fractielid Walter Manders. En CDA-vicefractievoorzitter Marcel Deryckere zette het referendum weg als ‘instrument om deelbelangen door te drukken’.

Beide coalitiepartners hebben hier dus een ommezwaai gemaakt om Forum te gerieven. De gevolgen zijn echter tamelijk beperkt. Mochten de vier partijen het al inhoudelijk eens worden over de voorwaarden voor een volksraadpleging – het bestuursakkoord meldt niets concreets over de vereiste ondersteuning en opkomst – dan ligt er straks een verordening voor niet meer dan een raadgevend referendum.

In het onwaarschijnlijke geval er vóór de volgende Statenverkiezingen van maart 2023 ook nog één wordt gehouden (welk brandend en pakkend provinciaal onderwerp leent zich daarvoor?), dan zijn VVD en CDA juridisch niet gebonden aan de uitkomst. En de coalitie-afspraak hierover vervalt na de verkiezingen.

De Brabantse Forum-voorman Eric de Bie moet nu als gedeputeerde van bestuurlijke vernieuwing laten zien dat hij het karwei kan afmaken. De kaarten liggen gunstiger dan ooit, aangezien PVV en SP vanuit de oppositie het referendum omarmen en hem aan een ruime meerderheid kunnen helpen. Slaagt De Bie in zijn missie dan beschikt Brabant over een papieren tijger die op elk moment tot leven kan worden gewekt.

Dat laten VVD en CDA dan toch maar gebeuren, terwijl een referendum in welke vorm dan ook ontbreekt in hun partijprogramma’s. Vooral bij het CDA Brabant dringt zich de vraag op wat een stem op deze partij tegenwoordig nog waard is. Het brandde zijn lijsttrekker Marianne van der Sloot en nummer twee Renze Bergsma volledig af toen zij zich als gedeputeerden hielden aan de coalitie-afspraken met VVD, GroenLinks, D66 en PvdA over versnelde modernisering van veestallen.

Hier manifesteerde zich een pijnlijk gebrek aan politiek vernuft waarin de partij eens grossierde met illustere figuren als Jan de Geus, Jan Houben, Pieter van Geel, Jan Melis en Paul Rüpp.

De afgang kan slechts worden uitgewist met een paardenmiddel: samenwerking met Forum voor Democratie. Tot afschuw van oud-gedeputeerde Paul Rüpp die vanaf de zijlijn nog een vernuftige publiciteitscampagne voerde om de Brabantse CDA-leden te mobiliseren tegen dit verbond met het kwaad. Hij liep vooral stuk op desinteresse. Slechts 16 procent van de leden deed mee aan een suggestieve peiling over samenwerking met Forum. En omdat een krappe meerderheid van dit zeer beperkte gezelschap vóór stemde is de zaak dus nu in kannen en kruiken. Democratie op haar smalst.

Rüpp beklaagde zich over de afzijdigheid van de landelijke partijleiding. Hij had beter moeten weten. In Den Haag vinden ze het experiment met Forum wel goed zo. Want dat betekent vooral rust aan het boerenfront, met de landelijke verkiezingen van 2021 in zicht.

Het CDA aan het Binnenhof staat zelfs zijn Tweede Kamerlid Erik Ronnes aan de provincie af. Fractievoorzitter Pieter Heerma gaf persoonlijk zijn zegen aan de benoeming van de oud-wethouder van Boxmeer. ‘De fractie gaat hem missen. Brabant krijgt met hem een uitstekende gedeputeerde die heel veel kennis en ervaring heeft op de portefeuille ruimte en wonen’, twitterde Heerma.

Ronnes en Elies Lemkes zijn gekwalificeerde bestuurders met wie het CDA juist investeert in de coalitie met VVD en Forum. Lemkes is de nieuwe gedeputeerde van landbouw, natuur en milieu. Om het pluche te bereiken moest deze ex-directeur van ZLTO nog wel even snel lid worden van het CDA. De eertijdse ‘partij van Brabant’ vertoont inmiddels ook tekenen van bestuurlijke bloedarmoede.

Beide CDA-gedeputeerden nemen vier provinciale sleutelportefeuilles over van drie linkse partijen. Die wilden maar wat graag doorgaan, maar lieten zich door de VVD geruisloos afserveren. Links Brabant is te zeer versnipperd en verzwakt om nog een vuist te kunnen maken.

Heel slim daarentegen opereerde Wil van Pinxteren. Met zijn ene zetel helpt dit voormalige VVD-statenlid de drie groten aan een meerderheid. En nu is Van Pinxteren de zevende gedeputeerde. Hij gaat zich bemoeien met onze vrije tijd. Dit klinkt als een grap maar is vooral illustratief voor geldverspilling aan overbodige provinciebestuurders.

Maar liefst vijf gedeputeerden zijn nu binnen één jaar afgedankt en vervangen door vijf nieuwe bestuurders. Dat betekent voor de provincie dubbele lasten aan salarissen en wachtgelden.

Deze wanvertoning is de tol van een versplinterend politiek landschap en tanend leiderschap onder de huidige generatie Brabantse volksvertegenwoordigers.

De grote Peelbrand als excuus om in Brabant af te komen van Europese natuurbescherming

Plag de Deurnese Peel af en leg het gebied vol met zonnepanelen.

Dat lumineuze idee oppert Willy van de Valk uit Boekel vorige week in Brabants Dagblad. Nu dit hoogveengebied toch is afgefikt, doe je op deze manier iets heel moois op dit nutteloze stuk grond. Met een geweldige klapper voor het klimaat zonder dat je er kostbare landbouwgrond voor hoeft op te offeren, beweert Willy in zijn ingezonden briefje onder de kop Kassa.

In absurditeit en platheid verwoordt deze natuurhater gedachten die ook doorklinken bij de VVD in Provinciale Staten. Twee liberale afgevaardigden vragen het provinciebestuur tamelijk suggestief of het nog wel zin heeft ons te blijven inspannen voor instandhouding van een natuurgebied als de Deurnese Peel dat om de haverklap in brand staat en toch niet meer in oude luister te herstellen is.

Deze statenleden, Wilma Dirken en Roel Gremmen (beiden lid van het VVD-fractiebestuur en dus toonaangevend), trekken hun redenering meteen maar door naar alle Brabantse natuurgebieden die vatbaar zijn voor brand. Door de droogte van de laatste jaren, worden dat er steeds meer. Blijft het deze zomer zo droog als het nu is, dan moeten wij in Brabant om meerdere redenen ons hart vasthouden.

De VVD-redenering volgend, worden dreigende natuurbranden een excuus om gebieden als de Deurnese Peel, Kampina en Strabrechtse Heide te ontdoen van hun Europese status. Dan hoef je ze ook niet meer te beschermen tegen de overmaat aan stikstof in de atmosfeer en kan de maximumsnelheid op de Brabantse snelwegen rustig weer omhoog van 100 naar 130 kilometer. Ook lastige beperkingen voor de veehouderij vallen dan weg.

Het gedachtengoed van de blije rijders, de natuurhaters en de bio-industrie vloeien samen in VVD, Forum voor Democratie en CDA. Deze partijen maken nu de dienst uit in het provinciebestuur van Brabant. Uit het provinciehuis gaat een andere wind waaien. En dat belooft voor de natuur weinig goeds.

De Deurnese Peel komt als eerste in de vuurlinie. Na de grootste Nederlandse natuurbrand aller tijden zit de schrik er bij de bevolking behoorlijk in. Gejaagd door de wind, ging in vier aprildagen 800 hectare in vlammen op. Huizen in de omgeving liepen gevaar. Bewoners werden uit voorzorg geëvacueerd.

Veenbranden komen vaker voor in de Peel, maar zo heftig was het nog nooit. Veertig gespecialiseerde brandbestrijders die de vlammen te lijf gingen, zakten herhaaldelijk weg in het sompige hoogveen, zo blijkt uit een dagboek over de brand in Brabants Dagblad.

De roep om de Peel beter toegankelijk te maken voor de brandweer, zwelt aan. De dorpsraden van Helenaveen, Griendtsveen en Liessel luiden de noodklok. Er heerst een gevoel van angst onder de mensen. De natuur wordt beleefd als een gevaar voor de samenleving.

De gemeente Deurne staat onder druk om maatregelen te nemen. Die zegt een onderzoek toe naar oorzaak en gevolg van deze brand om daaruit lering te trekken voor de toekomst.

De natuur en haar beschermers komen meteen in het nauw. De aanleg van brandgangen in de Deurnse Peel wordt al gepromoot. Om het gebied begaanbaar te maken voor de brandweer moet de grondwaterstand omlaag. Die is nou juist in de loop der jaren op sommige plekken behoorlijk verhoogd om het hoogveen in stand te kunnen houden.

Zulk gericht natuurbeheer is verplicht volgens de Europese natuurbeschermingsregels die in de Peel al heel lang van kracht zijn. Verlaging van de grondwaterstand is daarmee zonder twijfel in strijd. Voor zo’n maatregel is in ieder geval toestemming nodig van de provincie, het bevoegd gezag over de Europees beschermde natuur in Brabant.

Staatsbosbeheer dat de scepter zwaait over de Peelvenen, zal zo’n natuurvergunning dan moeten aanvragen. Als de stem des volks (burgers en boeren met de gemeente) maar luid genoeg klinkt, komt deze natuurbeheerder in een onmogelijke positie. Het provinciebestuur in nieuwe samenstelling zal in zo’n geval niet aarzelen om ontwatering voor brandbestrijding als een maatschappelijk onontkoombare ingreep af te dwingen.

Dan ontbrandt een koude oorlog in de Peelregio. Want Werkgroep Behoud de Peel die al 42 jaar met deskundigheid en volharding strijdt voor de hoogveennatuur, zal dit niet over haar kant laten gaan. De zoveelste rechtszaak van de werkgroep tegen aantasting van Peelvenen is bij wijze van spreken al in de maak, kijkend naar een doorwrochte analyse van de recente Peelbrand die haar oprichter Hans Joosten deze week in stelling brengt.

Als hoogleraar veenkunde en voorman van de wereldorganisatie van veenbeschermers weet Joosten als geen ander waar hij het over heeft. In zijn epistel stelt hij vast dat de aprilbrand er weliswaar één van de buitencategorie was, maar vooral heeft gewoed aan de oppervlakte.

Juist kurkdroge berken, pijpenstro en adelaarsvarens die de Deurnese Peel overwoekerden, gingen in vlammen op. Deze begroeiing hoort hier niet thuis, maar explodeert door de overmaat aan stikstof in de atmosfeer en door ontwatering van het gebied.

Joosten weerspreekt met klem dat de Deurnese Peel totaal is verwoest. Want de nattere plekken bleven gespaard. ‘Daar hoefde ook niet geblust te worden’. Immers: ‘water brandt niet’. Dit was ook geen ondergronds voortwoekerende veenbrand, zoals die van 1959 en 1976 in de Peel. Toen nam het blussen weken en zelfs maanden in beslag. Het aprilvuur was al binnen vier dagen onder controle.

Waarmee Joosten maar wil zeggen dat branden het best zijn te voorkomen en te bestrijden door de Deurnese Peel juist natter te maken. Droogleggen van moerasgrond om zwaar brandweermaterieel het gebied in te kunnen krijgen, is niet minder dan een stap terug in de tijd. Dat paard gaan Joosten en zijn Peelstrijders niet achter de wagen spannen.

De nieuwbakken CDA-gedeputeerde van landbouw en natuur Elies Lemkes-Straver is dus gewaarschuwd. Deze voormalige directeur van de Brabantse boerenorganisatie ZLTO zal niet de eerste provinciebestuurder zijn die haar vingers juridisch brandt aan de Peelvenen.

Maar ook Werkgroep Behoud de Peel kan het voorlopig wel schudden met de verwezenlijking van Joostens masterplan ‘De Verheven Peel’. Offers die boeren in de omgeving moeten brengen voor duurzaam herstel van een uniek hoogveenreservaat in oude glorie, zal het nieuwe provinciebestuur onder geen beding van hen vragen.

Het wordt er in Brabants buiten niet beter op.

Pagina 1 van 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén