Categorie: Columns Pagina 1 van 3

Columns van Ron Lodewijks

Boxtels superverkeersproject wordt een pijnlijke vertoning

‘Ken je die mop van dat superverkeersproject in Boxtel?……. Dat komt er niet.’

Deze parodie op een pseudograp in ‘Turks Fruit’ (het verfilmde boek van Jan Wolkers) over de jongens die nooit naar Parijs gingen, betreft twee uitspraken van de Raad van State van deze zomer. Daarin rekende de hoogste bestuursrechter af met twee onderdelen van dat lokale superverkeersproject.

Het gaat hierbij om verbreding van de zuidelijke hoofdweg in Boxtel, de Keulsebaan die het bedrijventerrein Ladonk verbindt met de snelweg A2. En om een fietstunnel onder het spoorknooppunt Tongersestraat. Daar steken nu nog dagelijks zo’n 6400 auto’s de drukke spoorlijnen Den Bosch-Eindhoven en Tilburg-Eindhoven over. Vooral woon-werkverkeer richting Ladonk rijdt dwars door de dorpskern van Boxtel en staat om de haverklap stil voor dichte spoorbomen.

De dubbele overweg is slecht voor de leefbaarheid in het dorp én voor de doorstroming van het treinverkeer. Ook spoorwegbeheerder Prorail wil al jaren af van dit beruchte knelpunt.

Om sluiting mogelijk te maken heeft de gemeente een veelomvattend pakket verkeersmaatregelen in elkaar geknutseld waar de hogere overheden (rijk en provincie) aan meebetalen.

Maar dit superplan schiet voor geen meter op. Vorig jaar nog blokkeerde de hoogste bestuursrechter het meest prestigieuze verkeersproject: een nieuwe noordelijke verbinding door het buitengebied naar het bedrijventerrein Ladonk die het buurtschap Kalksheuvel omzeilt. Omdat de stikstof uit automotoren die vanaf deze weg zal neerdalen op de Kampinase heide niet werd gecompenseerd. Deze voorwaarde vloeit voort uit de stikstofcrisis die uitbrak in 2019, twee jaar na het gemeenteraadsbesluit over dit project.

Wrang is dat de gemeente haar nederlaag met de twee navolgende deelprojecten wél zelf had kunnen voorkomen. Om te beginnen door bij de fietstunnel fatsoenlijk te handelen jegens drankenhandel/slijterij De Leijer, alias Boxly. Die staat zodanig in de weg dat voor Boxly op deze plek geen toekomst meer is, concludeert de Raad van State.

De gemeente had dus het volledige bedrijfscomplex moeten aankopen, inclusief de gebouwen. Om deze kostbare aangelegenheid te ontlopen wilde zij zich beperken tot onteigening van alleen het parkeerterrein. Daardoor zou de drankenhandel van de buitenwereld worden afgesloten. Boxly weigert dit terrein te verkopen.

Onbehoorlijk bestuur

In juridische termen bestempelt de Raad van State dit gemeentelijk handelen als onbehoorlijk en vernietigt om die reden het bestemmingsplan voor de fietstunnel. Daarmee valt definitief het doek voor een project dat ten gemeentehuize toch al als onbetaalbaar was aangemerkt.

Wordt dit ook einde oefening voor verbreding van de Keulsebaan?

Daar lijkt het sterk op als je het gemeentelijk optreden bij de Raad van State beziet. Elf omwonenden vechten het bestemmingsplan aan bij de hoogste bestuursrechter nadat de gemeenteraad hun bezwaren daartegen op 10 november 2020 heeft afgewezen.

De belangrijkste tegenzet uit dit pientere gezelschap volgt vijf maanden na het raadsbesluit: een deskundigenrapport van het Nijmeegse bureau Loendersloot met alternatieve verkeersprognoses. Die bestrijden dat wegverbreding noodzakelijk is, zoals de gemeente beweert op basis van haar verkeers- en vervoerplan uit 2008.

Op het juiste moment

Zo’n ‘second opinion’ is een prijzige investering van burgers die geen verdubbeling van een verkeersriool in hun achtertuin believen. Zij kunnen dit betalen, wetende hoe zo’n ‘tegenrapport’ werkt in de krochten van de bestuursrechtspraak. Strategisch kiezen deze mensen hiervoor het juiste moment. De politiek is uitgepraat over dit project en wordt dus omzeild. Tien maanden voor de openbare rechtszitting over de Keulsebaan dringen zij de gemeente binnenskamers in de verdediging.

Die móét tijdig op de proppen komen met een tegenrapport om deze zaak straks nog te kunnen winnen. Te schrijven door een deskundoloog van buiten, dat wil zeggen niet eerder betrokken bij het Keulsebaanproject. Want zo werkt dat in het bestuursrecht: de ene specialist die de andere bestrijdt om de juridische slag te winnen. Wie dit spel niet meespeelt delft het onderspit, zoals ditmaal de gemeente Boxtel. Haar wegverbredingsplan is geplaveid met rapporten, maar nu het er echt om spant, laat zij het afweten.

Noodzaak niet aan te tonen

In plaats daarvan geeft de gemeente tegenover de Raad van State toe dat zelfs haar meest actuele verkeersberekeningen de noodzaak van een bredere Keulsebaan niet kunnen aantonen. Daarmee gooit zij de handdoek in de ring. Tijdens de rechtszitting delft de Boxtelse delegatie, maar liefst zes man sterk, het onderspit.

‘De gemeenteraad zal opnieuw moeten bezien wat voor plan hij vaststelt voor de Keulsebaan’, oordeelt de Raad van State. Hoogste tijd nu dus voor een politieke discussie of het nog zin heeft voort te gaan met een project waarvan de noodzaak niet is aan te tonen. Bovendien is de wegverbreding gaandeweg door allerlei prijsstijgingen financieel niet meer op te brengen, kreeg de politiek eerder deze zomer ineens te horen van de gemeentelijke projectmanager. Dat wordt trekken aan een dood paard.

Nuttige nederlaag

Hun gezichtsverlies bij de Raad van State is weliswaar pijnlijk, maar de teloorgang van fietstunnel en bredere Keulsebaan komt de beleidsbeslissers in het gemeentehuis niettemin goed van pas. Deze projecten vonden zij toch al niet nodig om de dubbele overweg te kunnen afsluiten. Essentieel hiervoor is volgens hen alleen de nieuwe noordelijke ontsluiting van bedrijventerrein Ladonk. Dit ijzer is deze zomer opnieuw in het vuur gelegd.

Boxtel wil de verbindingsweg alsnog mogelijk maken door stikstofrechten die zij heeft gekocht van een gestopte Oirschotse kippenboer, in te zetten tegen verdere aantasting van de Kampina.

Of die transactie door de beugel kan moet blijken tijdens een volgende beroepsprocedure tegen het opnieuw vastgestelde bestemmingplan voor de weg. Maar de noodzaak van deze omleiding door kleinschalig landschap, zal zeker ook bij de Raad van State ter discussie staan. Dat is geen uitgemaakte zaak.

Natuurvergunning ook essentieel

Essentieel wordt ook de natuurvergunning die de provincie nog voor dit nieuwe stuk asfalt moet afgeven. Vanuit de maatschappij heeft alleen de natuur- en milieubeweging toegang tot die procedure. De Raad van State serveert individuele burgers tegenwoordig zonder pardon af als belanghebbend bij de natuur.

Omdat de natuurvergunning louter over stikstofbelasting van de Kampina gaat, zal met name Natuurmonumenten als eigenaar/beheerder van dit vermaarde natuurgebied positie moeten kiezen in deze zaak.

Met twee beroepsprocedures die zich los van elkaar voltrekken, blijft de verbindingsweg zeker nog eens een jaar of twee in de lucht hangen. Oplopenden wachttijden bij de Raad van State die kampt met grote achterstanden, maken zo’n project steeds duurder.

Toch nog een troefkaart

Mocht het bestemmingsplan voor de weg opnieuw stranden in de rechtszaal, dan is het Boxtelse verkeersdebâcle compleet. En blijft de dubbele overweg gewoon open, tegen ‘s Rijks wil. Dit gegeven is op dat moment wel weer een gemeentelijke troefkaart om uit te spelen als onder nationale druk opnieuw onderhandeld moet worden over sluiting ervan.

Dan kan Boxtel bijvoorbeeld van ‘Den Haag’ eisen dat er geld komt voor hernieuwde aansluiting van de Schijndelsedijk/provinciale weg N618 op de A2. Ofwel herstel van de vroegere aansluiting Peters Hoek die de gemeente prijsgaf bij ombouw van de N2. Daardoor zal het autoverkeer zich beter over Boxtel kunnen spreiden. De dubbele overweg kan dan toch dicht, mits ook nog Kalksheuvel wordt verlost van doorgaand vrachtverkeer naar bedrijventerrein Ladonk. Simpelweg door dit te verbieden, wat de gemeente tot dusver hardnekkig weigert.

Zo’n pakket aan verkeersmaatregelen kan de leefomstandigheden van veel burgers verbeteren. Mooi slotakkoord van een pijnlijke vertoning? Zover is het bij lange na niet.

(lees verder onderstaand geactualiseerd verhaal op deze site over de perikelen met de verbindingsweg en de veehouderij rond de Kampina)

Het boostercircus

‘Wat fijn dat u een afspraak heeft gemaakt voor een boostervaccinatie.’

Met deze opgewekte tekst verwelkomt het overheidsreserveringssysteem mij voor een bezoek op 5 januari aan de priklocatie Zaltbommel.

De barre werkelijkheid is dat ik deze afspraak als enige mogelijkheid moest accepteren om te voorkomen dat ik dadelijk boosterloos het vliegtuig naar Kaapstad in zou moeten.

De eerstvolgende optie was 25 januari ergens in Breda. Terwijl ik toch op loopafstand woon van het Boxtelse vaccinatiecentrum in sporthal De Braken. Maar deze prikplek bleef bij alle vingeroefeningen digitaal onvindbaar.

Enkele dagen daarvoor had ik in Boxtel nog kunnen meeliften met mijn alerte buurman die door een klantvriendelijke GGD-medewerker werd uitgenodigd om toch vooral iemand uit zijn omgeving mee te laten boosteren. Helaas ging die vlieger niet op omdat ik nog wachtte op de uitslag van een pcr-test.

Volgens de officiële regels van het vaccinatiespel had de GGD mij als 67-jarig coronarisicogeval al hoog en breed per brief moeten uitnodigen voor een booster. Daarmee kon je dan telefonisch een afspraak maken. Maar dat bleek een illusie. Al had ik die brief ontvangen, dan waren er nog een kwart miljoen wachtende bellers voor mij.

Vervolgens zou de GGD mij als 60-plusser met voorrang gaan benaderen voor een booster, zo las ik in de krant. Onder het verstandige motto: beveilig eerst de risicogroepen en daarna de rest van de bevolking.

Een dag later al zet minister Hugo de Jonge de vaccinatiesluis open voor 60-minners. Thans kunnen 40-plussers al een afspraak maken. Ondertussen gaat de ene na de andere prikhal open.

Half januari is iedereen geboosterd, roept het orakel De Jonge in zijn laatste stuiptrekking als coronaminister.

Deze massacampagne wordt voluit gesteund in de media. Alle deskundigen die we inmiddels kennen roepen in koor dat de boosterprik van Pfizer- en Moderna-makelij zeker helpt tegen omikron, ook al zijn deze vaccins niet afgestemd op de hoogst besmettelijke variant. Kwestieus bewijsmateriaal tot mantra verheven!

Maar de boodschap slaat breed aan. Mensen stromen massaal toe. Zelfs tijdens de kerstdagen is het dringen geblazen in de vaccinatiecentra.

Zestig plussers (en ouderen) moeten gewoon in deze rij aansluiten. Pogingen van ondernemende huisartsen om kwetsbare leeftijdsgroepen nog met voorrang te vaccineren, werden door de gezondheidsbureaucraten tegengewerkt en verder verijdeld.

Terwijl bij twee geneesmiddelenfabrikanten de miljardenwinsten binnenstromen, slaat zelfs bij de vrijdenkende medicus/ziekenhuismanager Marcel Levi gematigheid toe. De beste minister van volksgezondheid die Nederland niet krijgt, zwijgt deze kerstmiddag in het interviewprogramma Buitenhof over zijn recente oproep niet langer te accepteren dat de hele maatschappij wordt gegijzeld door een chronisch tekort aan intensivecare-bedden. Hij wordt er evenmin over bevraagd.

Na afloop van Buitenhof begeef ik mij naar het vaccinatiecentrum om de hoek, in een vertwijfelde poging om de kerstdagen af te ronden met een lokaal toegediende boosterprik.

‘Dat zal niet gaan. U heeft een afspraak in Zaltbommel’, constateert de poortwachter.

‘Maar ik woon in Boxtel. Dat moet toch te regelen zijn. Vorige week kon ik hier nog zonder afspraak terecht.’

Het systeem en de man hebben aan deze klant geen boodschap. Wegwezen!

Een rechtschapen Boxtelse medeburger die principieel alleen lokaal geboosterd wenst te worden en na lang telefonisch soubatten uiteindelijk tweede kerstdag in het lokale prikcentrum terecht kon, zag met eigen ogen dat ‘daar geen fuck te doen was’.

Dus wie houdt hier nou wie voor de gek?

Daarom thuis ook de telefoon maar gepakt als ultieme poging om nog wat voor elkaar te krijgen. Zowaar meteen contact! Maar ook nu is de boodschap teleurstellend. Vóór half januari kom ik in Boxtel niet aan de bak. Hoogst haalbaar in het boostercircus is Veghel op 2 januari.

In zomers Kaapstad sluiten ondertussen de laatste grote vaccinatiecentra wegens gebrek aan belangstelling. Ook de boostercampagne van de overheid valt in droog zand. Want de gevolgen van omikron dat half november in Zuid-Afrika aan het licht kwam, blijken reuze mee te vallen. Men viert daar lekker vakantie.

Benieuwd wanneer ook Europa uit de paniekstand komt. Nederland heeft het vliegverbod naar Zuid-Afrika inmiddels geruisloos opgeheven.

Gaandeweg rijst de vraag waar die boosterprik eigenlijk nog voor nodig is. De Jonge dreigde al dat je anders het vliegtuig niet meer in komt. De sfeer in dit land wordt er niet beter op.

Nieuwe uitbraak coronagekte met Afrika als kop van jut

Het was dezer dagen weer als vanouds in coronatijd. Een nieuwe variant en alles en iedereen slaat meteen op tilt.

En omdat die is ontdekt in Zuid-Afrika waar veel Britten naar toe reizen, was Boris Johnson er als de kippen bij om het land meteen weer in de ban te doen. Terwijl hij als allerlaatste regeringsleider de reisbeperkingen jegens Zuid Afrika pas net had versoepeld. Tegen heug en meug en onder grote druk van collega Ramaphosa.

In één adem dankte Boris de Zuidafrikanen voor de alertheid en deskundigheid waarmee zij de nieuwe variant blootgelden en die wetenschap meteen met de wereld deelden.

Deze vorm van Brits cynisme wordt hier te lande bepaald niet op prijs gesteld. De Zuidafrikaanse toeristenindustrie die sinds maart 2020 op apegapen ligt en juist komende zomermaanden weer wat perspectief ontwaarde, krijgt hierdoor nieuwe klappen. En de werkloosheid in dit land is al zo hoog.

In een misplaatste poging tot leiderschap, want zij gaat niet over reisverboden, volgde Europa’s topvrouw Ursula von der Leyen direct met haar oproep tot een algeheel Europees vliegverbod voor zuidelijk Afrika. Maar de beer was al los. Duitsland volgde de Britten op de voet en dus kon Nederland niet achterblijven. Dit zijn de drie landen waar toeristisch Zuid-Afrika het internationaal grotendeels van moet hebben.

Bitterheid

Bitterheid overheerst hier dan ook over de paardenmiddelen van de rijke landen die volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie WHO helemaal niet helpen. Want je houdt de nieuwe variant, omikron gedoopt, in onze open wereldeconomie toch niet tegen. Hoogstens vertraag je de opmars wat. Ook dat is betrekkelijk. Omikron schijnt al sinds september onder ons te zijn, waar ook ter wereld.

Vanuit Zuid Afrika keken wij tegelijkertijd naar het onheil dat premier Rutte en minister de Jonge over besmet Nederland verkondigden. De nieuwe lockdown is een herhaling van zetten in de donkere dagen voor kerst. En dat met bijna 88 procent van de bevolking gevaccineerd!

In Zuid-Afrika is nog geen 40 procent ingeënt. Geen kwestie van schaarsheid, want de vrieshuizen puilen hier uit van de vaccins. Maar velen hebben geen trek of interesse in een (gratis) spuit. Uitzichtloze armoede maakt moedeloos.

Ook door al dat Europese machtsvertoon jegens Zuid-Afrika ontstaat de indruk dat het in dit land bepaald niet pluis is. In werkelijkheid is het hier als gevaccineerde momenteel een stuk beter toeven dan ten noorden van de evenaar.

De zomer breekt aan, het is lang licht en het maatschappelijk verkeer beweegt zich vooral buitenshuis. Gasten ontvang je in de tuin. Risico’s voor de gezondheid zijn daardoor vrij eenvoudig te beperken.

Daar komt bij dat het aantal dagelijks gemeten besmettingen in dit grote land zeer veel lager is dan in het kleine Nederland. Volgens de laatste cijfers: 3200 versus 22.000.

Toch wordt ook hier geleefd onder het juk van corona. Mondkapjes alom, binnen én buiten verplicht. Een (beperkte) avondklok. Sportwedstrijden zonder of met weinig publiek. Dunbevolkte theaters en concertzalen.

Niettemin loopt het aantal besmettingen de laatste weken snel op, aangedreven door omikron. Maar het land wordt niet meer stilgelegd zoals in 2020. Die lockdown ontaardde in een sociaal-economische ramp.

Reizigers klemgezet

Vol mededogen leven wij via de media mee met beklagenswaardige reizigers die door het botte overheidsingrijpen op vliegvelden worden klemgezet en vervolgens aan hun lot overgelaten. Voor hen geen compensatie van gedwongen uitgaven aan peperdure luchthavenhotels en exponentieel stijgende vliegprijzen voor een terugtocht.

Wereldwijd was er aandacht voor de 600 passagiers op twee KLM-vluchten uit Zuid-Afrika die na aankomst, in afwachting van hun pcr-test, langdurig op de luchthaven werden vastgehouden. Geen reclame voor de gastvrijheid van ons koninkrijk.

Benieuwd welk onheil ons straks nog boven het hoofd hangt als wij de terugtocht door het luchtruim aanvaarden. Dubbel getest mag je thans pas het vliegtuig in, na aankomst op Schiphol volgt wéér een test. Ongeacht de uitkomst volgen hoe dan ook minimaal vijf dagen thuisquarantaine onder gemeentelijk toezicht. Ook al ben je kiplekker, draag je de best beschermende mondkapjes (ffp2, ffp3), ontsmet je de handen veelvuldig en hou je de medemens op afstand. Maakt niet uit.

Maar het kan erger. Vanaf Engelse luchthavens wordt de thuiskomer standaard gedeporteerd naar een quarantainehotel voor tien dagen opsluiting op eigen kosten.

Op een Rotterdamse kade vroegen opgewonden journalisten zondagmiddag indringend aan minister Hugo de Jonge of dat bij ons dan ook niet zou moeten. Want ja, er kwamen toch maar liefst 61 van de 600 passagiers als besmet uit de prc-test tevoorschijn, onder wie 13 omikronners. Dat ging De Jonge te ver, al zitten die 61 dan wel in hotelisolatie. Gelukkig voor deze journalisten laat hij zich adviseren over verdere reisbeperkingen.

Vaderlijk

Later die dag sprak Cyril Ramaphosa de Zuidafrikaanse natie vanuit zijn presidentiële stoel op vaderlijke toon toe. Vaccineren, vaccineren, vaccinneren, luidde zijn standvastige boodschap. ‘Dat helpt echt. Wees verstandig, doe dat nou.’ Wél stelde hij enige overheidsdwang hierbij in het vooruitzicht. De opgelierde discussie hierover vertoont veel verschillen van mening.

De president haalde hard uit naar al die landen die Zuid Afrika en haar buurlanden inmiddels in de ban hebben gedaan en daarmee de toch al wankele economie van zijn land verder beschadigen: ‘ongerechtvaardigd’!

Ondertussen berichten Zuidafrikaanse huisartsen dat hun omikronpatiënten, ook niet-gevaccineerden, slechts milde klachten krijgen. Inmiddels is ook duidelijk dat British Airways weer gaat vliegen op Zuid-Afrika. KLM is dat blijven doen. Tekenen dat deze nieuwe uitbraak van coronagekte misschien snel weer wordt beteugeld.

Dorpsuitbreiding strandt op verdonkeremanen van natuur

Lennisheuvel. Kerkdorpje aan de zuidrand van Boxtel met zo’n 500 huizen en 1500 inwoners. Enerzijds omsingeld door het opgerukte bedrijventerrein Ladonk met zijn vele vrachtverkeer en zware bedrijvigheid.

Anderzijds uitvalsbasis naar het natuurgebied de Kampina en het cultuurlandschap de Mortelen. Twee parels in het onvolprezen groene hart van Brabant die wonen in Lennisheuvel vooral aantrekkelijk maken.

Een van de eerste stenen gebouwen in het dorp was Den Eijngel, een toenmalige brouwerij annex herberg. Gebouwd in 1494 als pleisterplaats aan de handelsroute Den Bosch-Turnhout. Het monumentale pand wordt inmiddels geflankeerd door een lange rij van voornamelijk vrijstaande huizen.

Aan deze zuidrand van Lennisheuvel wordt de volgende uitbreiding met maximaal 87 woningen vastgeplakt. Tot aan de flanken van de Heerenbeekloop die ter plaatse uitmondt in de Beerze. ‘Achter den Eingel’ heet dit uitbreidingsplan van 2,5 hectare dat projectontwikkelaar Janssen de Jong vanaf 2018 met de gemeente heeft opgetuigd. Tot vreugde van de dorpsraad die zich zorgen maakt over de leefbaarheid van Lennisheuvel, waar al enige tijd niet meer is gebouwd.

De Boxtelse gemeenteraad stelt het bestemmingsplan ‘Achter den Eingel’ in april 2019 vast. Daarin enkele wijzigingen die echter niet al het verzet tegen het bouwproject indammen. Een groepje omwonenden en de vereniging Het Groene Hart blijven ontevreden en stappen met hun bezwaren naar de Raad van State.

Maar liefst 15 maanden verstrijken voordat hun hoger beroep wordt behandeld. Vervolgens duurt het nog eens 8 maanden, in plaats van de gebruikelijke zes weken, voordat de hoogste bestuursrechter uitspraak doet.

Aan alleen corona kan deze buitensporige traagheid niet hebben gelegen. Want in 2020 deed de Raad van State met vijf maanden gemiddeld vrijwel net zo lang over zo’n zaak als een jaar eerder. De slakkengang met ‘Achter den Eingel wordt in de uitspraak niet verklaard. Burgers die hun beroepstermijn overschrijden hoeven ook niets uit te leggen: zij worden zonder pardon buitenspel gezet.

Waar moest de Raad van State in Lennisheuvel nu zo lang over nadenken?

De uitspraak oogt in ieder geval simpel. Alle bezwaren tegen het bouwproject worden van tafel geveegd, op het enige harde juridische punt na. Dat is de inbreuk die ‘Achter den Eingel’ maakt op de beschermde zone langs de Heerenbeekloop, onderdeel van het Natuur Netwerk Brabant.

De provincie schrijft bij verordening voor dat zo’n natuurverbinding binnen dorpen en steden minstens 50 meter breed moet zijn (dat is 25 meter aan elke zijde) om nog enigszins te kunnen functioneren als vrije doorgangsroute voor dieren en planten. Twee wakkere omwonenden hadden opgemerkt dat ter plekke slechts maximaal 40 meter beschermd is, terwijl één bouwkavel de Heerenbeekloop zelfs tot op minder dan 20 meter nadert.

Wil de gemeente van de verplichte 50 meter afwijken dan is dat volgens de Raad van State maar op één manier mogelijk: door de natuurzone opnieuw te begrenzen. De aparte procedure die de provincie hierbij voorschrijft, werd echter niet gevolgd. Onmiskenbaar een schending van het recht, zo blijkt tijdens de zitting van september 2020. Deze bui hangt dus al geruime tijd in de lucht.

‘Diep triest’

Het vonnis dat wordt geveld aan de Haagse Kneuterdijk kan dan ook geen verrassing zijn, maar wekt lokaal niettemin verontwaardiging. ‘Diep triest’, spreekt de voorzitter van het dorpsberaad in het Brabants Dagblad van 10 juni. ‘Ik snap werkelijk niet dat 10 meter meer of minder natuurzone zwaarder weegt dan het bouwen van woningen waaraan enorme behoefte is’.

De gemeente komt in haar reactie niet verder dan een laf persbericht waarin teleurstelling wordt betoond en nader beraad over de uitspraak wordt aangekondigd. Dat is langzamerhand een gebruikelijk patroon: zodra het moeilijk wordt duiken bestuurders weg.

Terwijl de verantwoordelijk wethouder gewoon zelf tegen het journaille had moeten zeggen: ‘Vervelende uitspraak, maar de boodschap is helder. Wij willen dit snel oplossen om de natuur recht te doen en de woningbouw vlot te trekken’.

Loopje met de feiten

Ook uit moreel oogpunt zou zo’n reactie op haar plaats zijn geweest. Want het gemeentebestuur nam in 2019 bij de vaststelling van ‘Achter den Eingel’, zelf een loopje met de feiten. ‘Aan beide zijden van de Heerenbeekloop wordt een zone van 25 meter gehanteerd’, luidde het antwoord op bezwaren die daarmee ongegrond werden verklaard.

Het bestemmingsplan dat vervolgens wordt vastgesteld gaat onmiskenbaar uit van in totaal 40 meter natuur langs de Heerenbeekloop. Die is ondertussen op de schop genomen en kronkelt door het landschap. ‘Hiermee is invulling gegeven aan het provinciale beleid, ondanks dat in de verordening een grotere breedte is aangegeven’. In gewone taal: al klopt het op papier niet helemaal, we hebben het goed voor elkaar.

Dat de Verordening Ruimte op zijn minst 50 meter langs de Heerenbeekloop verplicht stelt, wordt voor de politiek verzwegen. De gemeenteraad krijgt te horen dat slechts naar circa 50 meter gestreefd hoeft te worden. Geruisloos wordt het maximum steeds verder geminimaliseerd.

Gebreken te ernstig

Pas bij de Raad van State loopt de gemeente met haar gedraai tegen de lamp. Om de onafwendbare schade te beperken, vraagt zij onmiddellijk om de fouten nog tijdens de beroepsprocedure te mogen herstellen. Maar de hoogste bestuursrechter vindt de gebreken daarvoor te ernstig en vernietigt het hele bestemmingsplan.

Uithuilen dus en opnieuw beginnen. Meer ruimte aan de natuur geven en dorpsuitbreiding overeind houden, zo luidt de opdracht. Dit wordt nu besproken met de projectontwikkelaar én de provincie, kondigt de gemeente aan.

Rol van de provincie

Dit maakt interessant om te zien welke rol de provincie speelt in het verdonkeremanen van 10 meter natuur langs de Heerenbeekloop. De gemeente heeft haar vooraf geraadpleegd over de invulling van deze zone en over de bezwaren daartegen, zo blijkt uit het bestemmingsplandossier. Concreet ligt daar echter niets van vast.

Voorheen zou over zo’n precair uitbreidingsplan als ‘Achter den Eingel’ door de provinciale planologische commissie (ppc) advies zijn uitgebracht aan het provinciebestuur. Maar de ppc werd afgeschaft en sindsdien wordt in de Brabantse polder vooral gekonkelfoesd over ruimtelijke plannen.

Geheime overeenkomst

Juist in de achterkamer legt de natuur het al vrij snel af tegen kortststondig economisch gewin. Het profijt van projectontwikkelaar Janssen de Jong met het bouwproject in Lennisheuvel, zit verstopt in zijn geheime exploitatie-overeenkomst met de gemeente. Daardoor blijft ook ongewis wat er achter Den Eingel straks wordt gebouwd. Het bestemmingsplan is een lege huls. Slechts twee bouwpercelen staan op kaart.

De Raad van State heeft met zijn uitspraak van 9 juni 2021 ingegrepen in een schimmig onderonsje binnen de krochten van de overheid waar anders geen haan meer naar zou hebben gekraaid.

Vion bouwde met watertorens zijn boven de wet-monument

Over smaak valt niet te twisten. Ook met deze dooddoener in het achterhoofd valt moeilijk vol te houden dat de twee reusachtige wateropslagtanks die recent verrezen in de Boxtelse spoorzone tot de monumentale wonderen van deze tijd mogen worden gerekend.

De afzichtelijke torens verrijzen boven het massieve complex van de Vion-slachterij waar evenmin veel architectonische tijd en energie aan is verspild.

Dit is het treurige visitekaartje van Boxtels zuidelijke entree. Een affront voor het oog van de toevallige passant en groene recreant, maar helemaal voor de pechvogels met permanent uitzicht op de 20 meter hoge torens.

Dat zijn de 90 huishoudens die op 150 meter wonen van de slachterij met al het andere ongerief dat deze mastodont voor hun welbevinden veroorzaakt.

Positief advies

Maar hun werkelijkheid is niet die van de regionale welstandscommissie. Zij meent dat ‘de silo’s passen bij het industrieel karakter van het gebied en van de bedrijfsmatige uitstraling van het perceel’, zo valt te lezen in het positieve welstandsadvies over het geniale ontwerp van architectenbureau Bessels uit het verre Twello.

Kennelijk was in Brabant geen ontwerper te vinden die kon voldoen aan de hoogste eisen van welstand die de gemeente Boxtel sinds 2016 stelt aan het bedrijventerrein Ladonk dat voluit wordt gedomineerd door Vion met zijn transportbedrijf Distrifresh.

Want de lat ligt hoog, zo lezen wij in de toelichting. Ladonk valt namelijk onder de bijzondere toetsing van het hoogste niveau waar de welstandscommissie zich bij haar beoordeling van bouwprojecten op moet baseren.

‘Deze toetsing houdt in dat de gemeente de bijzondere kwaliteiten van het bedrijventerrein wil behouden en/of verbeteren, ofwel een gebied met bijzondere kwaliteiten wil realiseren’. Dat liegt er dus niet om.

Dat de watertorens deze zware ballotage hebben doorstaan, geeft toch wel aan hoe serieus de architect en welstandscommissie zich van hun taak hebben gekweten. Van het Vion-complex viel immers toch al geen chocola meer te maken.

Of en hoe de uit haar krachten gegroeide veehouderij annex slachterij – ooit overgewaaid uit Eindhoven omdat zij daar te veel stonk – nog enigszins valt in te passen in het fraaie achterland van Dommel en Stapelen, is al lang niet relevant meer.

Daar hoeft de welstandscommissie van de gemeente niet eens naar te kijken en dat deed zij dus ook niet. De tijd van adviezen buiten de beleidskaders, oftewel het gebruik van gezond verstand, ligt ook in welstandsland ver achter ons.

Paarlen voor de zwijnen

Zou de commissie wél over haar eigen schaduw zijn heengestapt, dan waren dat toch paarlen voor de zwijnen geweest. Want die torens stonden er al voordat de vergunning hiervoor was verleend.

Door de berichtgeving hierover in Brabants Dagblad bleef dat niet onopgemerkt.

Dat Vion in het geheel niet van zins was om te wachten op de vergunning en welbewust op eigen houtje aan de gang ging, blijkt uit de feiten die naar voren komen in het vergunningsdossier.

De watertorens werden op een zaterdagochtend met zwaar materieel aangevoerd en geplaatst op een betonnen fundering die rust op 24 palen.

Deze constructie moet bestand zijn tegen 20.000 kilo staal, gevuld met een half miljoen liter afvalwater. Dat is geen kinderspel.

Stak de vleesreus hier met voorbedachte rade zijn middelvinger op richting een onmachtige gemeente of stond het bevoegd gezag dit boven de wet-gedrag oogluikend toe? Dat zal vermoedelijk de vraag blijven.

Opmerkelijk is ieder geval wél dat het oorverdovend stil bleef vanuit de bestuurskamer ten gemeentehuize over dit strafbare feit.

Als die torens onverhoopt door hun fundering zakken omdat die niet blijkt te deugen , dan ligt in ieder geval de dader op het kerkhof. Verkeerde berekeningen, verkeerde uitvoering, wie zal het nog zeggen?

De vergunning die werd verleend als mosterd na de maaltijd, schrijft desondanks voor dat de gemeente dit alles vooraf en tijdens de bouw moet controleren.

Wie houdt nu wie voor de gek?

En waar was al die haast toch voor nodig? Waarom kon Vion niet wachten op de vergunning die zonder twijfel zou afkomen?

In de vergunning staat dat de torens ‘s nachts het water moeten opvangen waarmee de nieuwe vleesverwerkingsfabriek wordt schoongemaakt. Dat is de grote hal die zonder natuurvergunning middenin de stikstofcrisis werd gebouwd. Openlijk toegestaan door de provincie. De rechtbank in Den Bosch moet over de houdbaarheid van deze vergunning nog een oordeel vellen.

De vleesverwerking ter plekke is inmiddels een maand in bedrijf, getuige een foto van Vion-makelij die het Brabants Dagblad 7 mei afdrukte ter illustratie van een paginagroot verhaal over dit nieuwsfeit. Kennelijk wordt daar nu mondjesmaat schoongemaakt, want de watertorens zouden nog moeten worden aangesloten op de hal.

Afvalwater slachterij

In dat artikel maakt Vion evenwel duidelijk dat ‘de tanks niets met de nieuwe hal te maken hebben’. ‘Ze gaan puur om het afvalwater van de slachterij’, citeert de krant de bedrijfswoordvoerder.

Dat klinkt logisch, ook bezien vanuit duurzaam waterverbruik. Want structureel een half miljoen liter kostbaar grondwater verkwisten aan alleen het schoonspuiten van één hal, getuigt niet van enig besef over de ernstige verdroging die te velde in Brabant heerst.

Maar de nieuwe werkelijkheid van Vion is wél in flagrante tegenspraak met de recent verleende vergunning die is gebaseerd op wat het bedrijf zelf aan informatie heeft aangeleverd.

Daarin houdt het gemeentebestuur ons voor dat er sprake is van ‘relatief schoon afvalwater, afkomstig van schoonmaakwerkzaamheden in de vleesverwerking’. ‘Dat bevat dus geen bloed, mest en dergelijke.’

Als de wateropslagtanks ‘s nachts worden ontlucht ruik je daar vrijwel niets van, bezweert het bevoegd gezag.

Maar afvalwater uit de slachterij is van een geheel andere samenstelling. Dat stinkt als de hel, zo zullen omwonenden straks merken als bij zuidwestenwind de pure Vion-lucht hun slaapkamers binnendringt. Dan ben je opeens klaarwakker.

Vergunning en woordvoering spreken elkaar dus tegen. Wat is nu waar?

Laat ik een voorspelling wagen. In geval van hernieuwde publieke opwinding verklaart Vion bij nader inzien dat de woordvoerder zich ongelukkig heeft uitgedrukt, dan wel verkeerd is begrepen. En anders zwijgt men deze alternatieve interpretatie van de papieren werkelijkheid gewoon dood, op weg naar de volgende leugen.

De watertorens kunnen we alvast koesteren als monumenten van de in Brabant nog steeds manifeste boven-de wet-cultuur die wordt gedicteerd door macht en invloed.

Ondertussen is het volgende Vion-hoogtepunt al weer in de maak: een schoorsteen van 40 meter die de vuile slachterijlucht in hogere sferen moet brengen.

‘Vion geeft hiermee het verkeerde voorbeeld’

(Burgemeester van Boxtel Ronald van Meygaarden tijdens de gemeenteraadsvergadering van dinsdag 20 april 2021)

Geachte leden van de raad,

‘Uw lid mevrouw Bemelmans heeft ons college gisteren gevraagd of er handhavend moet worden opgetreden tegen twee waterbuffertanks die slachterij Vion afgelopen weekeinde illegaal heeft neergezet.

Wij doen ons best om haar vraag morgen schriftelijk te beantwoorden, maar ik vind het belangrijk om daar nu tijdens deze vergadering toch iets over te zeggen, al doorbreek ik daarmee het protocol.

Morgen staat er ongetwijfeld van alles in de krant over nieuwe onrust rond Vion en dan weet nóg niemand wat wij als bestuurders hiervan vinden. Dat is niet handig, juist omdat ik als burgemeester van Boxtel een stevige opvatting heb over deze kwestie.

Maar eerst even de feiten. De watertanks staan er inderdaad zonder vergunning. Wél is een aanvraag hiervoor ingediend maar die wordt nog door mijn ambtenaren bekeken.

Vion had die tanks dus niet mogen neerzetten en dat heb ik de directie ook in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt. Het grootste bedrijf binnen onze gemeentegrenzen geeft hiermee het verkeerde voorbeeld. En ook nog eens op een pijnlijk moment. Want wij worden de laatste tijd overstelpt met aanvragen voor bouwvergunningen, terwijl veel van mijn ambtenaren momenteel zijn uitgeschakeld vanwege corona.

Al die burgers moeten daardoor langer wachten op hun vergunning dan gebruikelijk en dat is heel vervelend. Als zij het voorbeeld van Vion zouden volgen en ook maar alvast aan de slag gaan, is het eind zoek. Dan wordt het wild-west in onze gemeente.

Ik wijs er overigens op dat bouwen zonder vergunning ook een strafbaar feit is. Als ik daartegen proces verbaal laat opmaken, wordt strafvervolging mogelijk. Dat is een zwaar middel en het is niet mijn stijl van besturen om dat lichtvaardig in te zetten.

Ik doe liever een moreel beroep op een ieder binnen onze gemeenschap om zich aan de regels te houden.

In het geval van Vion passen de watertanks in het bestemmingsplan en kunnen ze dus in beginsel vergund worden. In de richting van mevrouw Bemelmans zeg ik dat wij die tanks dus niet kunnen laten weghalen omdat ze te legaliseren zijn.

Ik wil deze gelegenheid meteen ook aangrijpen om te benadrukken dat wij ambtelijk al geruime tijd grote inspanningen verrichten om te bereiken dat de overlast van Vion op de omgeving tot een eind komt, zoals uw raad ons college heeft opgedragen.

Dit is een traject van nog enige jaren en daar helpt een incident als afgelopen weekeinde bepaald niet bij.

Gelukkig ziet de directie van Vion dat ook in en heeft zij mij verzekerd dat zoiets niet meer zal gebeuren. Het bedrijf wacht nu dus met verdere werkzaamheden tot wij de vergunning voor de watertanks definitief hebben verleend.

Wat mij betreft is de kous daarmee af en gaan wij opgewekt verder.’

(deze toespraak hád burgemeester Van Meygaarden kunnen houden. Dat deed hij niet. De vragen van het raadslid Mirjam Bemelmans (PvdA/GroenLinks) werden een dag na de raadsvergadering schriftelijk beantwoord. De burgemeester stond ook de pers hierover niet te woord)

Burger afgeserveerd, wetsovertreder vrijuit

Open brief aan de directeur der Omgevingsdienst Brabant Noord

Geachte heer Lenssen,

Afgelopen dinsdag diende voor de rechtbank Oost-Brabant het beroep tegen de natuurvergunning die u als ODBN-directeur namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant in 2020 heeft verleend aan het vleesverwerkingsconcern Vion in Boxtel.

Ik heb daar geprobeerd de belangen te verdedigen van een Boxtelse natuurliefhebber die zeer bezorgd is over de teloorgang van het natuurgebied Kampina. En ik moet u zeggen: dat viel niet mee. U had er in de voorbereidende schermutselingen op aangekoerst ons juridisch af te serveren en de rechtbank maakte van dat huiswerk tijdens de zitting dankbaar gebruik.

Uw medewerkers waren zo scherp van geest geweest om de afstand te meten tussen de woning van ‘appellant’ en de Kampina. Vervolgens grasduinden zij wat in uitspraken van de Raad van State en trokken daaruit de eenvoudige conclusie dat ‘appellant’ te ver van de Kampina af woont om een persoonlijk belang te hebben bij het welzijn van dit natuurgebied. En klaar was Kees.

Dus ging u verder ook maar voorbij aan de argumenten die ‘appellant’ had ingebracht tegen de door uw dienst verrichtte prestaties bij het verlenen van de vergunning. Dat was overigens geen verrassing, want dat deed u ook al voordat wij elkaar in de rechtszaal troffen.

Ter zitting kon ik verder praten als brugman, maar met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordt uw heldendaad beloond en zal de rechtbank ‘appellant’ buitenspel zetten. Die slag heeft u alvast binnen.

Maar vanwaar toch deze ijver? Was u wellicht bevreesd dat de rechtbank even zou zijn vergeten dat het bestuursrecht in dit land niet is opgetuigd om de burger te beschermen tegen de overheid maar om de overheid te beschermen tegen de burger die probeert zijn recht te halen? Wilde u daarom de voorzienigheid een handje helpen om daarmee de natuurvergunning van Vion over de eindstreep te trekken?

Want het moet gezegd dat ik onder de indruk ben van alle moeite die u zich tot dusver, in eendrachtige samenwerking met Vion, heeft getroost om de rechtbank ervan te overtuigen dat het wel snor zit met deze vergunning.

Kort voor de zitting kwam u nog met de verpletterende vondst dat Vion voor de vleesverwerkingsfabriek helemaal geen natuurvergunning nodig heeft, zoals u eerder ook al beweerde.

Deze ijver legde u echter niet aan de dag toen ik op 17 oktober 2019 een van uw medewerkers er per mail op attendeerde dat Vion al met de bouwwerkzaamheden was begonnen, terwijl de aanvraag voor de natuurvergunning nog liep.

Omdat antwoord uitbleef heb ik 1 november opnieuw om een reactie gevraagd. ‘Als u hier zelf verder niets mee doet, dan hoor ik graag van u waar ik dán moet zijn om dit aan te kaarten’, voegde ik daaraan toe.

Taal noch teken.

‘Provincie laat Vion begaan met uitbreiding’, las ik vervolgens op 21 november 2019 in de krant. Want volgens de ODBN was er concreet zicht op het verlenen van de vergunning op korte termijn, zo vermeldt het artikel. En dus werd er niet opgetreden.

Zeven dagen later meldt uw dienst aan Vion niet te kunnen beoordelen of de ‘gevraagde vergunning al dan niet kan worden verleend’. Daarvoor moest eerst een reeks aanvullende gegevens op tafel komen aan de hand waarvan pas een oordeel kon worden gevormd. Deze brief trof ik recent aan in het rechtbankdossier.

De vergunning kwam af op 14 juli 2020. De bouw was toen al negen maanden op stoom! Hoezo korte termijn?

De enige conclusie die ik uit deze onthutsende feiten kan trekken is dat u de bouw had moeten stilleggen totdat vergunning was verleend. Door dit na te laten, plaatst u Vion boven de wet en maakt u rechtsbescherming tot een farce.

Natuurlijk kunt u aanvoeren dat het er nu eenmaal zo aan toe gaat bij het verlenen van vergunningen en in de rechtspraak. Dat er niets nieuws onder de zon is. Dat het al tientallen jaren zo gaat op basis van bestendige wetgeving en praktische souplesse en dat het daarom zo hoort. Dat het erom gaat dat alles op papier klopt. Dat je dan vervolgens niet meer hoeft te kijken naar de soms barre werkelijkheid.

En daar heeft u dan nog gelijk in ook. Wie thuis is in overheidsland en vaker met de bestuursrechter in aanraking komt, weet dat het inderdaad zo werkt.

Bestendig is ook: wie geld, macht en invloed heeft, komt weg met illegaal gedrag. Maar wie te goeder trouw handelt en minder te verteren heeft, kan zomaar onbarmhartig worden gestraft. Dat heeft het schandaal met de kinderopvangtoeslagen wel geleerd. Geen wonder dus dat het vertrouwen van burgers in de overheid zoekraakt.

Op zaterdag voor de rechtszitting van dinsdag plaatste Vion zonder vergunning twee reusachtige watertanks ten bate van de inmiddels kant en klare vleesverwerkingshal. Toeval? Laat mij niet lachen.

Met dit alles voor ogen was ‘appellant’ dinsdag dan ook behoorlijk ontdaan door de behandeling die haar ten deel viel in de rechtszaal waar zij vóór de Vion-zaak nog nimmer een voet had gezet. En waar zij meteen weer werd afgeserveerd, op uw initiatief heer Lenssen.

Hoort dat de taak te zijn van een overheidsdienst als de uwe? Kunt u uw kostbare tijd niet beter besteden? Liggen er niet nog honderden aanvragen voor een natuurvergunning op de plank, zoals uw vertegenwoordiger ter zitting aangaf?

Om te voorkomen dat wij na deze treurigheid weer gewoon over gaan tot de orde van de dag en alles blijft zoals het was, schrijf ik deze open brief. Die publiceer ik op mijn weblog beterinbrabant.nl. En omdat u in opdracht handelt van Gedeputeerde Staten, gaat er tevens een afschrift naar de Commissaris van de Koning.

Met vriendelijke groeten,

R. Lodewijks

Het fenomeen Pieter Omtzigt

Getergd geeft volksvertegenwoordiger Pieter Omtzigt van meet af aan vol gas. Het is 19 januari 2021 en het gaat in de Tweede Kamer over Ongekend Onrecht.

Dit geruchtmakende rapport over de kinderopvangtoeslagen grijpt hij aan om de Haagse ziekte luidruchtig aan de kaak te stellen.

Omtzigt stelt vast dat in geen 70 jaar van parlementaire onderzoeken en enquêtes zo’n hard oordeel werd geveld over de rechtsstaat.

Het CDA-Kamerlid weet zelf hoe het werkt. Hij stuitte op een overheidsmuur van onwil en tegenwerking, terwijl hij bloedfanatiek probeerde om de onderste steen in het toeslagenschandaal boven te krijgen.

En tegenwerking is er nog steeds. De avond voor het Kamerdebat had het kabinet hem nog een karrevracht aan antwoorden op eerder gestelde vragen in de maag gesplitst. Informatie waar Omtzigt al lang naar op zoek is om het toeslagenschandaal te kunnen doorgronden. Wéér eens tot diep in de nacht had hij moeten buffelen om ergens in de berg documenten te ontdekken dat hem opnieuw een kunstje was geflikt.

Niet zwart maar wit gemaakt

Demonstratief houdt Omzigt een papier omhoog. ‘Ik had hier willen laten zien hoe documenten zwart gemaakt zijn, maar in dit dossier is alles wit gemaakt en dan is het effect minder. In de interne stukken staat ook dat dit ze dit erom hebben gedaan. Maar ik dacht dat ze het beter zouden doen.’

Omtzigt leest voor: ‘Antwoord 9 is: zie antwoord vraag 8. Antwoord 10: zie antwoord vraag 8. Antwoord 11: zie antwoord vraag 8. Antwoord 12: zie antwoord vraag 8. Dat gaat door tot antwoord 24′.

‘Daar staat gewoon: wij vinden het niet zinnig om antwoord te geven. Dit is de nieuwe Ruttedoctrine’, haalt hij uit naar de minister-president tegenover hem in Vak K.

Omtzigt hekelt hier de rem die Rutte zet op de informatie over het toeslagenschandaal die naar de Tweede Kamer gaat. Andere ministers moeten die eerst ter goedkeuring voorleggen aan Algemene Zaken, het eigen departement van de premier. ‘Daar moeten deze bewindspersonen mee kappen. Zij zijn persoonlijk verantwoordelijk om een Kamerlid de informatie te geven waar hij recht op heeft. Zo staat het in de Grondwet waarop zij de eed hebben afgelegd dan wel de gelofte hebben gedaan.’

‘Er verandert nooit wat’

Deze gang van zaken is volgens Omtzigt geen incident. ‘In alle parlementaire onderzoeken die we hier gehad hebben, deugde de informatievoorziening niet. Iedere keer nemen wij ons voor het beter te doen, maar er gebeurt nooit wat.’

‘Voor het eerst heeft het kabinet daar ook zelf last van. Want ze wisten tot juni 2019 zelf niet wat er bij de belastingdienst met de kinderopvangtoeslagen gebeurde. Ze gingen er niet zelf achteraan, omdat zij het niet interessant vonden om aan de Kamer te vertellen. Daarmee hebben ze zichzelf ondergraven. Wat stom was dat! Maar dit gaat dus tot op de dag van vandaag door.’

Pieter Omtzigt is nu niet meer te houden. ‘Er zijn mensen in dit land die rechtszaken verloren hebben omdat de overheid het vertikte om informatie te geven. Dat is een bananenmonarchie’.

Macht zonder tegenmacht

Omtzigt verwijst naar een onderzoek dat hij namens de Raad van Europa op Malta uitvoerde naar de moord op een onderzoeksjournaliste. ‘Ik kwam daar een staat tegen die niet functioneerde. Heel lang heb ik het voor onmogelijk gehouden om een vergelijking tussen Malta en Nederland te maken, maar bij ons functioneert iets anders niet: macht en tegenmacht.’

‘Hier bestaat zo’n innige band tussen het kabinet en de Tweede Kamer dat, als je als Kamerlid een moeilijke vraag stelt, jij het probleem bent in het kabinet.’

Er is iets fundamenteels mis in ons land met de checks-and-balances.’

Omtzigt haalt ook uit naar de pers die volgens hem vooral op schoot zit bij het kabinet en niet in beeld bracht dat 30.000 gezinnen door de belastingdienst te grazen werden genomen.

Belangenorganisaties

‘En het gaat verder. De rechtspraak beschermt niet. De belangenorganisaties eten allemaal uit de staatsruif. Allemaal! Die noemen wij belangenorganisaties. Maar weet je wat er gebeurt? Ze zeggen weleens wat, maar je hoort ze nooit keihard zeggen: en nu is het afgelopen! En waarom? Omdat dan de subsidie stopt. Ik kan u de voorbeelden daarvan geven.

Wij hebben de Staat zo ingericht dat onze kliek in Den Haag — ik zeg ‘onze’, maar hoewel ik een van de langstzittende Kamerleden ben, doe ik mijn best om daarbuiten te blijven — meer kijkt naar de partijvoorzitter dan naar de kiezer.

We hebben een structuur en een systeem gecreëerd waarin van alles centraal staat, maar niet de hardwerkende Nederlandse burger. Die staat alleen centraal in de verkiezingscampagne.’

Omtzigt stelt vast dat hij ‘vandaag al de nodige vijanden heeft gemaakt in Den Haag’. ‘Nu zal ik nog wat lelijks zeggen’. Koelt dan zijn woede op partijgenoot Piet Hein Donner, en neemt terloops ook Jetta Klijnsma van de PvdA mee. Beiden deden als voorzitter en lid van een adviescommissie in opdracht van het kabinet onderzoek naar het functioneren van de afdeling toeslagen bij de belastingsdienst.

Omtzigt: ‘Laat ik het maar eens even heel netjes zeggen: Dit was niet de meest onafhankelijke commissie.’

Want Donner was tot eind 2018 vice-president van de Raad van State, de hoogste bestuurrechter die de fraudejacht op burgers niet tegenhield. En Klijnsma, inmiddels commissaris van de koning in Drenthe, was staatssecretaris van sociale zaken onder minister Asscher die recent als PvdA-leider opstapte vanwege zijn rol als minister in de toeslagenaffaire.

Er kwam volgens Omtzigt dan ook geen onafhankelijk rapport. ‘Wat in die commissie gebeurde, hoe zij alle, maar dan ook alle onrechtmatigheden wegpoetsten om te concluderen dat er niks onrechtmatig was, dat kan niet.’

‘Maar niet meneer Donner, alsjeblieft’

Hij vindt het prima dat premier Rutte er nu een extern deskundige wil bijhalen om hem alsnog antwoord te kunnen geven op zijn vragen. ‘Maar niet meneer Donner, alsjeblieft. Nee.’

Maar hoe stelt Omtzigt zich op jegens Wopke Hoekstra die hij zelf in het zadel hielp als CDA-voorman?

‘Ik ben als Kamerlid niet in dienst van lijsttrekker Hoekstra noch van minister Hoekstra. Ik controleer minister Hoekstra. Als u mijn Kamervragen aan minister Hoekstra ziet over de rotzooi bij ING, dan zult u daar echt geen opzetje in vermoeden, kan ik u verzekeren. Zo controleer ik hem elke dag. Zo controleer ik ook andere CDA-bewindspersonen. Ik ben niet kleurenblind, maar in dit geval wel. Het kan mij niet schelen welke kleur er in het kabinet zit; werkelijk niet.’

Pieter Omtzigt spuwt zijn gal deze dinsdagmiddag als woordvoerder van het CDA. Maar spreekt hij ook volledig namens het CDA, zowel in zijn felle kritiek op het kabinet als met zijn pleidooi voor herstel van de rechtsstaat op alle fronten?, wil Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren weten.

Omtzigt: ‘Ik sta hier namens de gehele CDA-fractie. En ja, de rechtsstaat staat centraal voor ons’.

Dag van genoegdoening

Zijn aanklachten tegen het systeem van de overheid worden tijdens deze vergadering toch vooral voor kennisgeving aangenomen. Tegenspraak krijgt Omtzigt niet of nauwelijks. Wél is er volop bijval voor zijn prestaties. Het is een dag van genoegdoening voor de Twentse vechter die tijdens zijn informatiejacht in de diepste krochten van de Haagse bureaucratie moest afdalen.

Het debat eindigt voor Omtzigt in een triomf. Op zijn voorstel komt er zowel nationaal als internationaal onderzoek van onafhankelijke deskundigen naar de staat van de Nederlandse rechtsstaat.

Bovendien stemt de Tweede Kamer in met zijn motie om meerdere sociale wetten en regelingen op hun hardvochtige gevolgen voor burgers te laten doorlichten door de Nationale Ombudsman.

Op zijn politieke hoogtepunt

Ook binnen het CDA verkeert Omtzigt op zijn politieke hoogtepunt. Bijna was hij als outsider gekozen tot lijsttrekker en nu staat hij tweede achter zijn favoriet Wopke Hoekstra.

Als dienaar van het volk gaat hij op 17 maart zonder twijfel met een vracht aan voorkeurstemmen meerdere zetels voor zijn partij binnenhalen. Dat flikte hij eerder bij de verkiezingen van 2012 en 2017.

Maar hoe dan verder? Wordt hij soms voorzitter van de CDA-Kamerfractie of zelfs minister? Dus wheelen en dealen als onderdeel van de macht die hij altijd heeft gecontroleerd? Meedoen met het spel om de poppetjes waar hij zo’n hekel aan heeft?

De verleiding van de macht

De grote vraag is dus of deze atypische sleutelfiguur in een machtspartij bij uitstek, zelf de verleiding van de macht kan blijven weerstaan. Want met een luis in de pels loopt het doorgaans niet goed af op het pluche. Zelfkennis en eigenzinnigheid moeten Omtzigt voor deze valkuil behoeden. Zodat hij zijn Haagse bestaan van inmiddels 18 dienstjaren, straks in stijl kan afronden.

Als gevierd onderzoeker, ook internationaal, kan Pieter Omtzigt overal terecht om de maatschappij te blijven dienen. En dat is maar goed ook.

Brabantse natuur speelbal in een juridisch wespennest

Terwijl de verdroging ondertussen hard toelaat, dreigt de Brabantse natuur ook slachtoffer te worden van een juridische loopgravenoorlog.

Die wordt op Europees niveau uitgevochten. Met mogelijk verstrekkende gevolgen voor de toekomst van natuurparels als De Brand, De Mortelen en het Vlijmens Ven. Dit zijn gebieden waar de laatste 30 jaar veel landbouwgrond werd aangekocht en omgezet in natuur.

Dat gebeurde veelal met subsidie die de stichting Het Noordbrabants Landschap en de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in het verleden kregen voor uitbreiding van hun bezit binnen het Brabantse natuurnetwerk.

Gratis staatssteun

De haard van verzet daartegen werd in 2008 aangestoken door eigenaren van particuliere landgoederen in den lande, onder aanvoering van Nationaal Park de Hoge Veluwe. Zij konden niet profiteren van de gratis staatssteun die uitsluitend was bestemd voor de zogeheten terreinbeherende organisaties (tbo’s): de 12 provinciale landschappen en Natuurmonumenten.

Deze subsidieregeling die in 1993 het leven zag was niet alleen uniek binnen Europa, maar werd tevens ingevoerd zonder de Europese Commissie om toestemming te vragen.

Dit balsturige Hollandse gedrag slaat nu terug als een boemerang, door een recente uitspraak van het Europees Hof van Justitie die de bevoordeelde natuurinstanties in de gevarenzone brengt. De Europese Commissie wordt daardoor gedwongen hun bedrijfsvoering onder het vergrootglas te leggen.

De uitkomst van deze exercitie kan straks zomaar zijn dat Brabants Landschap en Natuurmonumenten onterecht verkregen subsidies voor zo’n 8000 hectare verworven natuurbezit in Brabant aan de overheid moeten terugbetalen. Dit zwaard van Damocles hangt vermoedelijk nog jaren boven de hoofden van deze tbo’s, totdat de Europese rechters opnieuw zullen hebben gevonnist.

Natuurmaffia

Naar het staatssteungedoe met de natuur had waarschijnlijk geen haan gekraaid, als binnen de wondere wereld der natuurbeheerders geen ruzie was ontstaan tussen eigenzinnige adel en betweterige natuurtechnocraten. Die ontaarde aan gene zijde in ressentiment jegens ‘de natuurmaffia’, zoals Oene Gorter de verwevenheid tussen overheid en tbo’s typeert in dagblad Trouw van 12 september.

Deze eigenaar van landgoed Welna in Epe is de eloquente prijsvechter van de Vereniging Gelijkberechtiging Grondbezitters (VGG). Die richtte hij in 2009 samen op met Seger baron van Voorst tot Voorst, directeur-bestuurder van Nationaal Park De Hoge Veluwe en Frans baron van Verschuer, eigenaar van landgoed Heerlijkheid Mariënwaerd in Beesd.

Samenwerking in Brabant

Dit Gelderse trio verzamelt zo’n 80 vermogende medestanders om zich heen om de natuurmaffia juridisch te vloeren. Wie dat zijn maakt de VBG niet bekend, maar in processtukken duiken de namen op van zo’n twintig landgoederen. Daaronder geen enkel Brabant landgoed en dat is niet verwonderlijk want in deze provincie werken de particuliere eigenaren en tbo’s bestuurlijk onverminderd samen. Dat wordt in Trouw van 19 september subtiel onderstreept door Jan Baan.

De directeur van Brabants Landschap poogt met zijn rustige opiniestuk de opgefokte atmosfeer wat te beteugelen. Baan koestert de rijke traditie van zijn organisatie die stoelt op de harmonieuze overname van particuliere landgoederen als Haanwijk, Annanina’s Rust, Wargashuyse, Pannenhoef en Tongelaar. Hij is overduidelijk geen vijand maar een medestander van de particuliere natuureigenaren.

Bovenal is Baan een man van het poldermodel die blijft proberen om in onderling overleg tot oplossingen te komen. Daar is hij in Brabant beroemd om. Ditmaal is een vergelijk heel hard nodig want door het niet te miskennen succes van de VGG zit ook Brabants Landschap in de hoek waar klappen dreigen te vallen.

Bemiddeling in dit wespennest is geen sinecure. Verschillende pogingen zijn al mislukt. Sharon Dijksma waagde zich hier als staatssecretaris van Economische Zaken al eens tevergeefs aan.

Klacht ‘De Hoge Veluwe’

Het gevecht begon in 2008, toen ‘De Hoge Veluwe’ een klacht bij de Europese Commissie indiende wegens ‘illegale’ staatssteun aan de terreinbeherende organisaties. Die sorteerde verbazendwekkend snel effect. Binnen twee jaar produceerde het ministerie van LNV een aangepaste subsidieregeling die ook open staat voor particuliere natuurbeheerders, maar soberder is dan de vorige. Landbouwgrond die in natuur verandert, wordt niet meer volledig maar voortaan voor 85 procent gesubsidieerd.

De gratis steun die het Koninkrijk der Nederlanden tot 2012 aan de tbo’s had verstrekt was volgens de Commissie nochtans in overeenstemming met de regels van de interne markt. Dus hoeven deze natuurinstanties niets terug te betalen, zoals de VGG eist.

Concurrentievervalsing

De Europese rechters vinden dit echter een besluit uit de losse pols dat zonder deugdelijk onderzoek is genomen. Volgens hen valt wel degelijk te betwijfelen of gratis staatssteun aan de tbo’s door de beugel kon. De Commissie beschouwt de tbo’s immers als ondernemingen omdat zij geld verdienen met bijverdiensten als houtverkoop en toerisme die voor natuurbescherming niet strikt noodzakelijk zijn. De gratis staatssteun werkte daarmee concurrentievervalsend ten opzichte van landgoedeigenaren die in dezelfde positie verkeren als de tbo’s, maar hiervoor niet in aanmerking kwamen.

De Commissie moet over deze ondoorgrondelijke kwestie nu een nieuw besluit nemen, zo heeft het Europees Hof in laatste instantie bepaald. Opmerkelijk is dat het Hof in zijn opperste wijsheid voorbij ging aan het oordeel van zijn hoogste adviseur, de advocaat-generaal. Die vindt juist dat de lagere rechter ‘op geen enkele wijze’ kon aantonen dat de Commissie zich er met een Jantje van Leiden vanaf had gemaakt.

En zo is de natuur in Brabant én daarbuiten speelbal geworden in een juridisch wespennest, waar geen zinnig mens nog chocola van kan maken en waar alleen juristen garen bij spinnen.

Bestuurlijke elite geeft rugdekking

Als de Europese Commissie opnieuw niet doet wat de verongelijkte landgoedeigenaren eisen, kunnen zij wederom naar de rechter. Oene Gorter vindt dit allemaal prachtig. De natuurmaffia móét op de knieën om ‘gewone particulieren’ aan vele hectares natuurgrond te helpen. Een vendetta met vitale steun van De Hoge Veluwe, de ‘groene schatkamer van Nederland’ waar de fine fleur van bestuurlijk Nederland rugdekking verschaft. Fred de Graaf, ooit burgemeester van Vught, is daar voorzitter van de Raad van Toezicht. Kersvers lid is Gerda Verburg die als minister van LNV de Q-koorts in Brabant op haar beloop liet.

De Raad van Advies van het nationaal park bulkt van de grote namen. De hoogste ambtenaar en voormalig hoogste ambtenaar van de minister-president zitten daar gebroederlijk naast prins Floris van Oranje Nassau. En natuurlijk is ook Oene Gorter van de partij. De voorzitter van Geldersch Landschap & Kasteelen echter niet meer. Dat voorkomt zelfkastijding, want ook deze provinciale natuurorganisatie raakt bekneld als baron Van Voorst tot Voorst met de VGG juridisch tot het gaatje gaat.

Onvoorstelbaar

Toch is het onvoorstelbaar dat de tbo’s financieel aan deze staatssteunkwestie ten onder zouden gaan. Dan verdwijnt een belangrijk fundament onder het natuurbeheer in Nederland, ten koste van natuur die nota bene Europees wordt beschermd! En dát dwingt Nederland nu juist om de stikstofcrisis zo aan te pakken dat menig zwaar getroffen natuurgebied in Brabant eindelijk wordt ontlast. Dat moeten ze bij de Europese Commissie vooral niet vergeten!

Als de nood werkelijk aan de man komt, moeten de tbo’s maar tot staatsbedrijven worden gemaakt. Gelijk Staatsbosbeheer, de grootste onder de tbo’s die de gewraakte staatssteun geoorloofd ontving en daarom buiten schootsveld blijft.

Laat alle intelligentsia die ook huist in de besturen van Natuurmonumenten en de provinciale landschappen, dan maar haar invloedrijke schouders onder een reddingsoperatie zetten. In het belang van de natuur. Want daar zou het in deze barre tijden toch uitsluitend om moeten gaan.

De drinkwaterbaas die tegen het schaliegas streed gaat weg

Brabant Water zwaait komende donderdag Guïljo van Nuland uit als directeur. Dat blijft niet onopgemerkt, want Van Nuland is een centrale figuur in het Brabantse poldermodel.

De Brabanthallen zijn er speciaal voor afgehuurd om in coronatijd veilig 400 gasten op 1,5 meter van elkaar te kunnen wegzetten. Brabantse gezelligheid op afstand, dat wordt nog wat.

De eerste en enige

Van Nuland was de eerste en tot dusver enige directeur van Brabant Water, het grote provinciale fusiewaterbedrijf dat 19 jaar geleden ontstond. Hij zat al zo lang in het drinkwater dat het hier om een verbintenis voor het leven leek te gaan. Gelijk de paus die als leider van de katholieke kerk aanbleef tot en met de laatste ademstoot.

Maar zoals in Rome paus Benedictus XVI met deze traditie brak en levend de Sint Pieter verliet, zo besloot Van Nuland om drie jaar voor zijn pensioen zijn zetel in het Bossche Paleiskwartier te ontruimen. Deze bioloog wil in gezondheid ervaren of er ook zonder Brabant Water nog een zinvol leven mogelijk is.

Het is altijd verstandig om je eigen afscheid zelf te regisseren. Negentien jaar in één topfunctie is inderdaad uitzonderlijk lang, maar dat geldt ook voor de overname van het eigenzinnige waterbedrijf TWM. Die kwestie speelde al voordat Brabant Water met Van Nuland van start ging. Met de gemeente Tilburg werd maar liefst 17 jaar gesteggeld over de prijs. Van Nuland kon dit boek nog net voor zijn vertrek sluiten.

Grondwatervervuiling en bodemverdroging hebben hem 19 jaar intensief bezig gehouden. Kwetsbare winningen in Oost-Brabant moesten worden gesloten vanwege vervuiling of werden verdiept om de natuur te sparen.

Van Nuland neemt afscheid van een kapitaalkrachtig en veelzijdig bedrijf dat onder meer ook industriewater zuivert en gebouwen verwarmt en koelt met grondwater, zoals de High Tech Campus in Eindhoven.

Een meer risicovolle vorm van duurzame energie is dieptewinning van aardwarmte. Van Nuland maakte zich sterk om de Brabantse drinkwaterbronnen daartegen te beschermen. Strenge milieuregels liggen nu vast in een provinciale richtlijn die bij gebrek aan projecten nog niet is toegepast.

Brabant Water deed via een dochteronderneming zelf ervaring op met aardwarmte. Het bleef bij één project, ter verwarming van kassen in Oostvoorne. Van Nuland zag voor het drinkwaterbedrijf geen toekomst in deze tak van sport en verkocht de dochter.

Tegen privatisering

Brabant Water is eigendom van gemeenten en provincie, maar zou op de vrije markt een gewilde prooi zijn. Toen drinkwaterbedrijven eind vorige eeuw dreigden te worden uitverkocht, werd dat wettelijk geblokkeerd door minister Jan Pronk van Vrom. De openbare drinkwatervoorziening hoort volgens Pronk als eerste levensbehoefte in overheidshanden te blijven.

Van Nuland is het daarmee hartgrondig eens. Als lid van een informele denktank van waterbestuurders keerde hij zich toendertijd in het manifest ‘De waarden van water’ tegen privatisering.

Van Nulands vertrek is de eerste aderlating in de polder van Brabant, het overlegcircuit over leven en welzijn in deze provincie. Volgend jaar maart gaan twee andere prominente veteranen, directeur-rentmeester Jan Baan van Brabants Landschap en dijkgraaf Lambert Verheijen van waterschap Aa en Maas, met regulier pensioen.

Zij vonden in Van Nuland een compaan met hart voor natuur en landschap. De baas van Brabant Water nam het ook publiekelijk voor deze belangen op toen hij vanuit het drinkwaterbelang zijn stem verhief tegen proefboringen naar schaliegas in Boxtel en Helvoirt.

Wakker geschud

Voor het zover was, moest de baas nog wél even wakker worden geschud. ‘De waakhond van ons aller kostelijke drinkwater die ferm ten strijde trekt tegen ondergrondse opslag van kernafval, heeft zich in slaap laten sussen door allerlei geruststellende beweringen die vooral een slag in de lucht zijn. Maar dat moet nu snel over zijn’, hekelde ik in Brabants Dagblad de passiviteit van Brabant Water.

Mijn column ‘Stop de gaswinning in Brabant’ van 5 maart 2011 sloeg aan bij Van Nuland. Hij liet zich binnenskamers snel en grondig informeren over de risico’s van schaliegasboringen voor vervuiling van grondwater, dé bron van het Brabantse drinkwater. En trok zijn conclusies die hij al een maand later wereldkundig maakte. ‘Brabant Water eist nul risico bij boringen naar schaliegas’, tekende ik 19 april in de krant uit zijn mond op.

Hoofdrolspeler

Vanuit die stellingname groeide Van Nuland uit tot een van de hoofdrolspelers in het verzet tegen schaliegaswinning.

Een mijlpaal in mijn journalistieke relatie met Van Nuland volgde een jaar later. Om te achterhalen welke chemicaliën in 2008 waren gebruikt voor gaswinningen bij Wijk en Aalburg en Brakel, had ik namens de krant een procedure op grond van de Wet openbaarheid bestuur aangespannen tegen het ministerie van Economische Zaken.

Deze gaswinningen gingen volgens hetzelfde procedé dat ook toegepast wordt bij boringen naar schaliegas. Hier gloorde een unieke kans om op basis van concrete informatie te doorgronden wat zich hierbij in de diepe ondergrond afspeelt.

Tijdens de hoorzitting op het ministerie staakte gaswinner Northern Petroleum zijn verzet tegen openbaarmaking en plaveide daarmee de weg voor minister Verhagen om een lijst met twaalf gebruikte chemicaliën vrij te geven.

Hoe gevaarlijk zijn die vloeistoffen? Deze klemmende vraag legde ik voor aan Van Nuland. Hij zag meteen het belang en liet de chemicaliën analyseren door KWR, het onderzoeksinstituut van de Nederlandse drinkwaterbedrijven.

Conclusie: op basis van alleen kennis over die vloeistoffen en hun giftigheid, valt geen goede inschatting van de risico’s voor mens en milieu te maken. Je moet vooral ook weten hoe de cocktail aan chemicaliën is samengesteld en hoe die zich ondergronds gedraagt. Maar dat hield Economische Zaken geheim, lopend aan de leiband van de machtige gasindustrie.

Uiterste voorzichtigheid

Bij zoveel onzekerheid is juist uiterste voorzichtigheid geboden. Om Amerikaanse toestanden te voorkomen, luidde Van Nulands heldere en vooral goed getimede boodschap richting politiek Den Haag. Dit alles werd breed en prominent uitgemeten in Brabants Dagblad.

Met deze krachtige uitspraak in Brabants Dagblad van 24 februari 2012, eiste Guïljo van Nuland scherper toezicht om milieuvervuiling door winning van schaliegas te voorkomen

Na nog eens anderhalf jaar maatschappelijk en politiek rumoer stierven de boringen naar schaliegas een stille dood. Het groene hart van Brabant bleef daardoor een industriële invasie van Amerikaanse oliebaronnen bespaard.

WATER van Brabant Water

Zijn fijnzinnige gevoel voor publieke relaties etaleerde Van Nuland ook in de Brabantse polder. Hilarisch was zijn openingsact van de Warandelezing die hij tien jaar geleden hield in de Universiteit van Tilburg. Demonstratief tapte de spreker een glas vol met leidingwater, gebotteld mineraalwater terzijde schuivend. Wie zulk kostelijk drinkwater uit Brabantse bodem binnen handbereik heeft, gaat toch niet extra betalen voor mindere kwaliteit? Dan ben je niet goed bij je hoofd! Dat zei ambasseur Van Nuland er niet bij, maar zo kwam het wel over.

Waar de lezing precies over ging ben ik kwijt, maar zijn boodschap blijft hangen. De schrijver dezes drinkt louter Water van Brabant Water.

Stabat Mater

Een evenement maakte Van Nuland ook van de jaarlijkse voorontvangst bij het Stabat Mater in Oirschot. Het langjarige sponsorcontract voor dit prestiegieuze muziekevenement dat Brabant Water erfde van de Waterleidingmaatschappij Oost-Brabant, moest van hem meer betekenis krijgen voor de aandeelhouders en relaties van zijn bedrijf. Daar maakte hij veel werk van.

In de stampvolle zaal van café De Zwaan voor een gehoor van (oud-)burgemeesters, wethouders, statenleden, kamerleden en bestuurders uit de natuur- en milieuwereld, ramde Van Nuland steevast vol humor de boodschap van Brabant Water erin. Zijn speeches sloegen aan, want er werd niet of nauwelijks doorheen geluld. En dat is zeldzaam in de Brabantse polder.

Het Stabat Mater is niet meer en nu houdt ook Guïljo van Nuland ermee op. Donderdag krijgt hij als directeur zijn laatste kans om het vierhonderdkoppige poldermodel nog één keer voor even het zwijgen op te leggen.

Pagina 1 van 3

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén