Categorie: Journalistiek onderzoek

Journalistiek onderzoek van Ron Lodewijks

Toeslagenaffaire benadrukt: rechter beschermt burger niet meer tegen de overheid

Televisierechter mr. Frank Visser wond er laatst in het praatprogramma Op1 geen doekjes om.

‘Het bestuursrecht is er in dit land niet om de burger te beschermen tegen de overheid, maar om de overheid te beschermen tegen de burger.’

‘Het was eigenlijk omgekeerd bedoeld, maar pakte anders uit’, schaterlacht hij tegen presentatrice Carrie ten Napel over haar achteloze vraag of ‘je als burger kans maakt tegen een gemeente’. Nee dus. Althans niet in de rechtszaal. Alom verbazing aan de gesprekstafel.

Visser spreekt voor zichzelf, zegt hij er in alle vrolijkheid nog wel even bij, om zijn collega-televisierechter Reinier Groos uit de wind te houden. Groos kijkt wat ongemakkelijk. Hij is van beroep raadsheer bij het Gerechtshof in Den Haag. En moet dus oppassen. Maar als voormalig kantonrechter staat Visser buiten de besloten wereld van de rechtspraak waar je de vuile was niet behoort buiten te hangen.

Dat laatste ondervond Twan Tak veel eerder aan den lijve. Na tientallen jaren empirisch onderzoek naar het functioneren van de bestuursrechtspraak, was hij tot de barre conclusie gekomen dat ‘Nederland zich geen rechtsstaat meer mag noemen’. De resultaten van zijn monnikenwerk als hoogleraar staats- en bestuursrecht legde hij vast in ‘Het Nederlands bestuursprocesrecht in theorie en praktijk’.

Oorverdovend stil

Oorverdovend stil bleef het aan het juridische front over dit standaardwerk van maar liefst 4000 pagina’s. Toenmalig minister van justitie Piet Hein Donner zette de brisante bevindingen van Tak in de Tweede Kamer weg als wetenschappelijk ongefundeerd.

Tak pikte deze diskwalificatie van zijn levenswerk niet en diende een klacht in bij de Nationale Ombudsman. Die tikte de CDA-minister op de vingers. Hij had Tak onrecht aangedaan.

De hoogleraar schoot er niets mee op . Regering en parlement degradeerden het bestuursrecht volgens Tak steeds verder tot slechts ‘een administratieve controle van overheidsdocumenten’.

Burgers die bij de rechtbank een blauwtje lopen en in hoger beroep hun heil zoeken bij de Raad van State, komen volgens de Maastrichtse professor vrijwel altijd bedrogen uit. Uitgangspunt in het bestuursrecht is namelijk niet hun rechtspositie maar het besluit van de overheid dat zij aanvechten. Mocht dat onzorgvuldig zijn genomen of administratief haperen, dan krijgt die gemeente of provincie een herkansing om dergelijke fouten snel weg te poetsen via de zogeheten ‘bestuurlijke lus’.

Een initiatiefwet met deze naam werd in 2009 door Ger Koopmans door het parlement geloodst. Daarmee bediende deze CDA-machtspoliticus van de oude stempel vooral gemeentebestuurders als PvdA-prominent Adri Duivesteijnop zijn wenken.

Deze toenmalige wethouder van Almere had twee jaar eerder paginagroot in de Volkskrant luidkeels zijn nood geklaagd over jarenlange vertragingen van grote bouwprojecten, omdat de gemeente in het woud van regels ergens een administratieve fout blijkt te hebben gemaakt.

Volgens Duivesteijn was er altijd wel een slimme jurist die dat ontdekte en gelijk kreeg bij de rechter en dan moest de hele procedure overnieuw.

‘De Raad van State kijkt alleen maar of alle regeltjes juist zijn nageleefd en doet niet, zoals andere rechters, aan belangenafweging’, constateert Duivesteijn in het interview.

Dat beaamt rechter Visser in Op1 volmondig: ‘Leg andere rechters een kwestie voor waarvan je zegt: dit kan echt niet, dit is waanzin, dan gaat het feest niet door. En als je dan in het bestuursrecht een keer een zaak wint op een procedurefout – vaak zijn het de echte zeurpieten, de chicaneurs die dat redden – dan mag de gemeente het van de Raad van State gewoon nog een keer over doen‘, wijst Visser op de bestuurlijke lus van Ger Koopmans.

In de vierde druk van zijn standaardwerk constateert Tak dat de misère feitelijk steeds groter wordt. ‘Ons bestuursprocesrecht is dood en vergruizeld”, schrijft hij in 2011. Een vijfde druk volgde nog, maar Tak bleef vooral een roepende in de woestijn. De bestuursrechtspraak gaat nog steeds haar goddelijke gang.

Ongekend onrecht

Maar daar lijkt nu toch verandering in te komen. Die spruit voort uit het opzienbarende rapport ‘Ongekend onrecht’ over het schandaal met de kinderopvangtoeslagen. Een parlementaire onderzoekscommissie kraakt daarin harde noten over de meedogenloze bejegening van gezinnen die fraude werd aangewreven.

Ook de bestuursrechtspraak speelde daarbij volgens de commissie een kwalijke rol. ‘Die heeft jarenlang een wezenlijke bijdrage geleverd aan het in stand houden van de spijkerharde uitvoering van regelgeving die niet dwingend uit de wet volgde. Daarmee veronachtzaamde de bestuursrechtspraak zijn belangrijke functie van (rechts)bescherming van individuele burgers’.

De commissie is met name geraakt door het jarenlang juridisch ‘wegredeneren van algemene beginselen van behoorlijk bestuur’. ‘Die zouden moeten dienen als stootkussen en beschermende deken voor mensen in nood.’ Zij wijst er ‘met diepe verontwaardiging’ op dat ouders ook bij de Raad van State jarenlang ‘geen schijn van kans hadden’.

De hoogste bestuursrechter moet eveneens ‘bij zichzelf te rade te gaan hoe in de toekomst herhaling kan worden voorkomen’, oordeelt de commissie die overtuigend werd geleid door CDA-kamerlid Chris van Dam. ‘Ik zit hier te kijken naar het wereldkampioenschap bestuurlijk onvermogen’, haalde de commissievoorzitter tijdens de verhoren uit naar verantwoordelijke bewindslieden en topambtenaren. Die wezen vooral naar elkaar in plaats van de hand in eigen boezem te steken.

Het had voor de hand gelegen dat Van Dam ook de vice-president van de Raad van State, Thom de Graaf dan wel diens voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak Bart Jan van Ettekoven aan de tand zou hebben gevoeld over hun aandeel in de toeslagenellende.

Hiervoor waren voldoende aanknopingspunten. Als voormalig officier van justitie is Chris Van Dam gepokt en gemazeld in het strafrecht waar persoonlijke omstandigheden van de verdachte ten principale wél meetellen bij het bepalen van de strafmaat.

Een brug te ver

Maar een verhoor van de Raad van State was kennelijk toch een staatsrechtelijke brug te ver voor zijn commissie die niet eens (oud-)parlementariërs over hun rol in de toeslagenaffaire mocht ondervragen.

Hoe de Raad van State opereerde in de toeslagenaffaire, blijkt uit een analyse die de Amsterdamse hoogleraar Sjoerd Zijlstra in opdracht van de commissie maakte. Hiertoe bekeek hij de rechterlijke uitspraken in beroepszaken van ouders die door de belastingdienst te grazen waren genomen. Acht jaar lang kregen zij vrijwel geen poot aan de grond in het plechtstatige gebouw aan de Haagse Kneuterdijk waar de Raad van State huist.

De hoogste bestuursrechter woog hun belang niet mee in uitspraken ten gunste van de belastingdienst. Uitgekeerde voorschotten voor kinderopvang moesten veelal tot op de laatste cent worden terugbetaald als bij controle achteraf administratief ook maar iets niet bleek te kloppen.

De wetten waarop de belastingdienst zich beriep schreven deze alles-of-niets-aanpak volgens de Raad van State dwingend voor. Dus viel er helemaal geen rekening te houden met de financiële situatie van gezinnen. De hoogste rechters verwezen de ouders steevast naar de belastingdienst voor een betalingsregeling op maat, maar schreven verder niets voor. Als daar vervolgens geen fluit van terecht kwam, konden deze mensen niet meer bij de Raad van State terecht. Zij werden aan hun lot overgelaten.

Een volgens Zijlstra centrale uitspraak in dit pandemonium dateert van 8 juni 2016 en werd afgeleverd door een driehoofdig rechtscollege met daarin de al eerder genoemde Bart Jan van Ettekoven. Deze carrièrejurist die ooit begon als beroepsmusicus, geeft sinds 1 mei 2017 leiding aan de afdeling bestuursrechtspraak en is dus toonaangevend voor de cultuur aan de Kneuterdijk.

Mierenneukerij

De uitspraak waarvoor Van Ettekoven tekende staat bol van juridische mierenneukerij over regels zijn regels. Een vader van vier kinderen kon niet hard maken dat hij ook de laatste 296,20 euro van zijn 1.276, 20 euro omvattende eigen bijdrage aan het gastouderbureau had betaald. En dus moet deze vader wegens gebrek aan bewijs het volledige voorschot van 8.313 euro op bevel van de belastingdienst terugstorten in de staatskas.

Want, zo concluderen Van Ettekoven cs, dat staat ‘met zoveel woorden’ in de wet die daarmee volgens hun interpretatie ‘dwingendrechtelijk’ voorschrijft dat er onvoorwaardelijk en zonder aanziens des persoons moet worden terugbetaald. En nee, de ontbrekende 296,20 euro is geen relatief klein bedrag dat de belastingdienst tot mildheid jegens de vader verplicht.

Eindeloos terugverwijzen

Deze sleuteluitspraak uit 2016 vertoont ook een ander bekend patroon bij de Raad van State: het eindeloos terugverwijzen naar eerder gedane uitspraken, de zogeheten ‘vaste jurisprudentie’, zonder die op enig moment nog eens tegen het licht te houden. Hoe bedroevend zwak rechtspraak dan is gefundeerd, blijkt als je het spoor terug volgt in de vele kinderopvangtoeslagzaken waarmee de Raad van State te maken kreeg.

Het terugverwijzen eindigt bij de uitspraak die deeltijdrechter Tom Claessens op 24 december 2008 deed over een huurtoeslagkwestie. Deze ‘staatsraad in buitengewone dienst’, rechter met een nul-urencontract, bepaalt dan in zijn eentje dat de wet waar het ook in de kindertoeslagaffaire vooral om draait – de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) – zonder aanziens des persoons tot volledige terugbetaling dwingt. Maar in feite sanctioneert Claessens slechts een interpretatie die de rechtbank in Haarlem eerder aan de Awir had gegeven.

Eenvoudige kwestie

Hier is dus sprake van een oppervlakkig oordeel over wat de Raad van State toch al beschouwde als een eenvoudige kwestie. Die werd daarom afgewerkt door één rechter in plaats van drie staatsraden die aantreden voor zaken van werkelijk juridisch gewicht.

Hetzelfde patroon openbaart zich in de rechtspraak over de Wet Kinderopvang van 2004. De reeks terugverwijzingen stopt hier bij de uitspraak van 22 juni 2011 door opnieuw de enkelvoudige kamer van de Raad van State. Deeltijdrechter Claire Ligtelijn-van Bilderbeek, bevestigt dan het vonnis van de rechtbank Breda uit 2010 waarmee de belastingdienst per definitie het recht kreeg om uitgekeerde voorschotten volledig terug te vorderen als ouders achteraf geen waterdicht bewijs konden overleggen dat en wat zij hadden betaald voor de opvang van hun kinderen.

Het waren dus de lagere bestuursrechters die de loper uitlegden voor de belastingdienst om onschuldige burgers te ruïneren. En omdat deze mensen ook in hoger beroep keer op keer bot vingen, kreeg de fiscus jarenlang vrij spel van de ambtelijke top op ministeries, die hun politieke bazen er op wezen dat de Raad van State ‘het toch goed vond’. Niets aan de hand dus.

De ommezwaai van 2019

Maar dan ineens is er ‘de ommezwaai van 2019’, zoals het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de commissie Van Dam aangeeft. Met twee uitspraken komt de Raad van State op 23 oktober van dat jaar terug op standpunten die acht jaar lang onwrikbaar waren. Een georchestreerde ommezwaai, begeleid door een ronkend persbericht met als boodschap dat de belastingdienst meer ruimte krijgt: ‘De lijn was alles of niets, maar is nu maatwerk’.

De uitspraken zelf getuigen van een verbluffende lenigheid om juridisch recht te praten wat wettelijk krom is. Kort samengevat vindt de Raad Van State thans dat er weliswaar sprake is van een verplichting tot terugbetalen als fraude wordt vermoed, maar dat de belastingsdienst niet per definitie dan ook alles moet terugvorderen. De rijkskassiers moeten voortaan ook de belangen afwegen van ouders die zij op de korrel hebben. Daarbij kunnen zij rekening houden met persoonlijke omstandigheden.

Deze matigende aanpak was tien jaar eerder al geopperd door de landsadvocaat, maar de belastingdienst sloeg dit advies in de wind en ging er vervolgens met gestrekt been in. De ommezwaai van 2019 had wél een matigend effect. Het kabinet vertaalde die een half jaar later in nieuwe beleidsinstructies.

Maar ook toen mocht de belastingdienst terugvordering van zowel kinderopvangtoeslag, huurtoeslag, zorgtoeslag als kindgebonden budget niet afhankelijk maken van de financiële situatie in gezinnen. Met hen kon alleen een betalingsregeling worden getroffen.

Voor ‘de ommezwaai’ van de Raad van State tekenden maar liefst zes bestuursrechters (staatsraden). Onder hen mr.dr. Hanna Sevenster, tevens één van de vijf permanente leden die de Raad van State momenteel telt. De voormalige topvolleybalster combineert deze algemene bestuursfunctie met haar taak als rechter.

Wekelijks schuift Sevenster aan in de algemene vergadering van de Raad van State die wordt geleid door vice-president Thom de Graaf. Daar komen de belangrijkste kwesties aan de orde die spelen in zowel de afdeling bestuursrechtspraak als de afdeling die kabinet en Tweede Kamer van advies dient over wetgeving. Hoewel zoiets nooit bekend wordt gemaakt, kan het niet anders dan dat ‘de ommezwaai van 2019’ vooraf door de algemene vergadering is goedgekeurd.

Tegen heug en meug

‘Dit was een rechterlijk paardenmiddel, niet voor herhaling vatbaar’, maakt Van Ettekoven twee jaar later in dagblad Trouw duidelijk hoezeer dit een besluit tegen heug en meug was. Want ‘de ommezwaai’ had volgens hem niet gehoeven als het kabinet in 2004 maar had geluisterd naar het advies van de Raad van State ‘om in onvoorziene of schrijnende gevallen af te kunnen wijken van de standaard regels’.

Dat was mogelijk geweest door een zogeheten hardheidsclausule op te nemen in de al eerder genoemde Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen op te nemen. Maar dat advies wordt in de wind geslagen door nota bene Piet Hein Donner, de minister van Justitie die later vice-president van de Raad van State werd.

Gezien de grote hoeveelheden uit te keren toeslagen, moet de belastingdienst ‘als een machine gaan werken’. Maatwerk zorgt voor ‘zand in de raderen’ en dat kunnen we niet hebben, meent Donner. Hij werd daar toen in gesteund door Tweede én Eerste Kamer.

Inmiddels is de politieke wind volledig gedraaid. Met terugwerkende kracht moet wetgeving ‘als regel’ een hardheidsclausule hebben, zo vindt de hele Tweede Kamer. Ook de rechter kan dan weer ‘voldoende rechtsbescherming bieden aan de burger’.

Moedwillig machteloos

De ‘ommezwaai van 2019’ verdwijnt daarmee in de geschiedenisboeken.Wat niet wegneemt dat de Raad van State hierbij toen verzuimde om ‘eerlijk toe te geven dat hij de Wet kinderopvang voordien verkeerd had uitgelegd’, oordeelt de Groningse hoogleraar Bert Marseille. De hoogste bestuursrechter had zichzelf ‘moedwillig machteloos’ opgesteld, in plaats van de vinger aan de pols te houden bij de belastingdienst, verklaarde Marseille tegenover de commissie Van Dam.

Door af te treden heeft het kabinet verantwoordelijkheid genomen voor schending van de grondbeginselen van de rechtsstaat. Ook de Raad van State wil lering trekken uit de toeslagenaffaire, verklaart Bart Jan van Ettekoven in het al eerder genoemde Trouw-interview van 9 januari 2021.

De voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak verbreekt daarmee het notoire stilzwijgen waarin de Raad van State zich hult zodra er kritiek van buiten komt op het eigen functioneren.

De zware verwijten van de parlementaire commissie zijn dan ook als een mokerslag aangekomen. De wetgevende macht zet de Raad van State publiekelijk te kijk. Nog nooit vertoond. Een unicum in het staatsrecht.

Met veel omhaal van woorden toont Van Ettekoven in het interview alsnog mededogen met gedupeerde ouders die hij en zijn mederechters niet hadden toen het erop aan kwam. Ook noemt hij het spijtig dat de ommezewaai zo lang uitbleef. Maar ja, uit al die individuele zaken die de Raad van State op zijn bord kreeg, bleek niet dat de belastingsdienst systematisch buiten zijn boekje ging.

Het beeld bestond juist dat ouders de spelregels niet naleefden van wetten die waren opgetuigd om fraude hard aan te pakken. En het bestuursrecht gaat er volgens Van Ettekoven nu eenmaal vanuit dat overheidsinstanties rechtmatig te werk gaan en de wet uitvoeren.

Met deze woorden bevestigt de staatsraad wat professor Tak al lang in de uitspraken van de Raad van State ontwaarde, en wat professor Zijlstra in zijn analyse voor de commissie Van Dam opnieuw signaleert: dat de Raad van State burgers in de kou laat staan omdat hij stelselmatig de kant van de overheid kiest.

Vlucht voorwaarts

Van Ettekoven neemt in het interview de vlucht voorwaarts en kondigt zelfonderzoek aan. Om ombarmhartige tendensen in de eigen rechtspraak aan het licht te brengen, ‘gaan wij onze kast met zaken en uitspraken doorlichten’.

Dat is dus geen onafhankelijk onderzoek, reageert emiritus hoogleraar rechtsgeleerdheid Albert Koers in zijn opiniestuk in Trouw. En onafhankelijke deskundigheid is volgens hem onontbeerlijk omdat de Raad van State geen problemen zal oplossen die hij door zijn eigen werkwijze heeft veroorzaakt.

Zo maken de bestuursrechters ‘slechts sporadisch’ gebruik van de mogelijkheid om zelf aanvullend onderzoek te doen als de klagende burger iets belangrijks over het hoofd heeft gezien, signaleert Koers.

Om het zelfonderzoek toch nog een geloofwaardig tintje te geven, klimt vice-president Thom de Graaf in de pen. Het ‘reflectieproject’ wordt opgetuigd met ‘een zware externe begeleidingscommissie’, belooft de onderkoning van Nederland aan Mark Rutte. De premier meldt dat op 19 januari 2021 aan de Tweede Kamer tijdens het debat over het rapport ‘Ongekend onrecht’.

Maar daarmee komt de hoogste bestuursrechter niet weg. CDA-parlementariër Pieter Omtzigt die zich als een terriër in het toeslagenschandaal heeft vastgebeten, stuurt aan op onafhankelijk onderzoek naar de stand van de rechtsbescherming in Nederland, inclusief de rol die de Raad van State daarin speelt.

Internationaal onderzoek

En met succes. Omtzigt krijgt brede steun van de Tweede Kamer om de ‘Europese commissie voor democratie door wet’, kortweg Commissie van Venetië genoemd, in te schakelen en om advies te vragen. Dit internationale gezelschap juristen, verbonden aan de Raad van Europa, hield zich de laatste jaren bezig met rechtssytemen in landen als Polen, Hongarije, Moldavië, Armenië en Tunesië die hier te lande als obscuur worden beschouwd.

Dit jaar staan onderzoeken op het programma naar de mensenrechten in de Russische Federatie en Wit-Rusland, en over het politieke- en kiesstelsel in Georgië. En dan komt nu ook de Westeuropese rechtsstaat Nederland aan de beurt. Nog nooit vertoond en bepaald ook geen aanbeveling voor een land dat andere naties graag ethisch de maat neemt.

‘Heel veel mensen zijn hiervan van de leg’, omschrijft Chris van Dam in een interview met Sven Kockelmann op Radio 1 de consternatie die in Haagse kringen over het inschakelen van de Venetië Commissie is ontstaan. Niet in het minst bij de Raad van State zelf, wiens lid Ben Vermeulen namens Nederland in deze prestigieuze commissie zetelt.

Als rapporteur van de commissie boog Vermeulen zich recent in Kosovo over regels voor vrijheid van vergadering en in Oezbekistan over gewetensvrijheid en religieuze vrijheid. Eerder las hij Polen de les over een wet die de politie buitensporige bevoegdheden geeft om privégegevens van burgers op te sporen.

En nu moet Vermeulen toekijken hoe zijn eigen Raad van State op de korrel wordt genomen. Niet prettig voor zijn aanzien en voor de reputatie van Nederland dat in de Venetië Commissie ook met Martin Kuijer een forse partij meeblaast.

Deze raadsheer van de Hoge Raad der Nederlanden, hoogste rechtsorgaan in civiele en strafzaken, boog zich namens de commissie recent over hervormingen van de rechterlijke macht in Bulgarije en de Oekraïne.

Dat juist Pieter Omtzigt op de proppen komt met de Venetië Commissie, is niet toevallig. Het CDA-Kamerlid is namens Nederland al jaren prominent lid van de Raad van Europa. Zo deed hij namens dit verbond van 47 Europese landen onderzoek naar de geruchtmakende moord op een Maltezer onderzoeksjournaliste. En stelde vast dat staatscorruptie hoogtij viert op Malta.

Staatscommissie

Naast de Venetië Commissie, heeft Omtzigt nog een pijl op zijn boog. Een speciale staatscommissie gaat het functioneren van de rechtsstaat onder de loep nemen. Samen met Chris van Dam jaste Omtzigt ook dit voorstel moeiteloos door de Tweede Kamer, tegen de zin van premier Rutte en diens VVD. Daarmee krijgt het rapport ‘Ongekend onrecht’, een nóg concreter vervolg.

De kans bestaat echter dat Van Dam de uitkomsten van beide onderzoeken als parlementariër niet meer zal meemaken. Het partijbestuur van het CDA heeft hem afgereserveerd naar de achterhoede van de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer.

De Hagenaar wilde zich aanvankelijk terugtrekken, maar besloot toch terug te vechten met een voorkeurscampagne. Omtzigt ging hem daarin in 2012 met succes voor, dankzij massale de steun van zijn Twentse achterban.

Druk op de ketel

Als Van Dam dit kunststukje op 17 maart weet te herhalen, kan hij samen met Omtzigt politieke druk op de ketel houden zodat de bestuursrechtspraak ook werkelijk verandert. En de belangen van burgers weer meetellen in de rechtszaal.

De bevindingen van Twan Tak laten zien dat een uitputtend gevecht moet worden gevoerd tegen de gevestigde Haagse orde van politici, ambtenaren en rechters, om de democratische rechtsstaat weer op de rails te krijgen.

En wat staat dan die burger ondertussen te doen?

Professor Tak had daar een even praktisch als ontluisterend antwoord op. ‘Ik geef mensen vaak het advies om niet te procederen. Want dat is voordeliger.’

De tijd van Lodewijk Asscher als PvdA-leider zit erop

Fraude met belastinggeld is een kwaadaardig virus dat de verzorgingsstaat bedreigt. Om ons sociale stelsel overeind te houden, móét de overheid hiertegen optreden. Dat leidt geen twijfel.

Voorkomen en aanpak van misbruik vergt een permanente inzet, omdat er altijd weer mazen in de wet moeten worden gedicht om fraudeurs en profiteurs de pas af te snijden.

Een bekend voorbeeld uit het verleden is de wao, de wet arbeidsongeschiktheid, die door werkgevers op grote schaal werd misbruikt om disfunctionerende werknemers als ziektegevallen goedkoop te kunnen lozen. De kosten van de wao liepen daardoor zodanig uit de hand dat ingrijpen onvermijdelijk werd. PvdA-leider Wim Kok nam deze impopulaire maatregel als minister van financiën en vice-premier voor zijn rekening. Dat kostte hem politiek bijna de kop.

Dat Kok nadien nog minister-president werd van het eerste paarse kabinet was te danken aan het nóg grotere zetelverlies van het CDA tijdens de parlementsverkiezingen van 1994.

Wim Kok gaat ook de geschiedenis in als de man die de PvdA van haar idiologische veren beroofde, al viel bij een recente reconstructie van dit pijnlijke evenement nog eens te lezen dat het afschudden hiervan puur tekstueel toeval was. De fatale woorden kwamen uit de koker van Koks instant-speechschrijver Bram Peper, die ze tijdens deze haastklus op een zondagmiddag kreeg aangereikt van zijn toenmalige VVD-levensgezel Nelie Kroes.

De premier miste de portee van deze ondoordachte oprisping en sprak tijdens zijn Den Uyl-lezing uit wat de ijdeltuit Peper hem had voorgekauwd. De voormalige vakbondsleider nam daarmee voor het oog van de natie afscheid van het sociaal-democratische gedachtegoed waarmee de legendarische PvdA-leider Joop den Uyl furore had gemaakt.

Maar het was meer dan dat. Het VVD-virus van het ongeremde vrije marktbeleid had zich ondertussen genesteld in het dna van de PvdA. Bevangen door regeringsverantwoordelijkheid,vergat de partij op te komen voor ‘de gewone man’, de doorsneeburger op wie zij het zicht aan de bestuurstafels toch al kwijtraakte.

Kinderopvangtoeslag

Dit falen kwam recent nog eens onbarmhartig in beeld tijdens het parlementaire verhoor van PvdA-voorman Lodewijk Asscher over diens rol in het schandaal met de kinderopvangtoeslag dat onvermogende gezinnen ten gronde richtte. Hij zei zich te schamen voor het afpoeieren van mensen die meedogenloos te grazen waren genomen door de belastingdienst en hem als minister van Sociale Zaken in enkele brieven om hulp hadden gevraagd.

Asschers afzijdigheid in dit drama ligt thans onomstotelijk vast in ‘Ongekend onrecht’, het rapport van de parlementaire commissie die dit schandaal recent tegen het licht hield. De minister negeerde ook ambtelijke signalen van een ontspoorde fraudejacht die overigens vaak zijdelings opdoken in nota’s die hij kreeg aangereikt.

Nergens blijkt dat vanuit het ministerie van sociale zaken, ambtelijk noch bestuurlijk, concrete actie is ondernomen tegen de systhematische behandeling van ouders als oplichters. Als Asscher er 8 september 2014 door de ambtelijke top van zijn ministerie op wordt gewezen dat ook de belastingdienst zich zorgen maakt over deze ‘alles-of-niets-aanpak’, komt hij niet in actie.

De SP signaleert

Zijn houding was bepaald illustratief voor de structurele afwezigheid van de PvdA in het dossier van de kinderopvangtoeslagen. Het is de SP die op 24 september 2014 tijdens een Kamerdebat signaleert dat ouders in de problemen komen door grote sommen geld die zij moeten terugbetalen en om een onafhankelijk onderzoek vraagt. Asscher verwijst dan naar de VVD-staatssecretaris van Financiën die ‘bezig is problemen in de uitvoering aan te pakken’.

Dat de minister van Sociale Zaken na dit signaal – het tweede binnen één maand en zijn derde in 2014 – niet zelf alsnog precies wil weten wat hier loos is, betekent onmiskenbaar dat zijn sociale antenne verkeerd staat afgesteld. Dit gemis valt niet af te schuiven op onwetendheid door haperende informatie.

Had Asscher hier serieus werk van gemaakt, dan was toen wellicht al aan het licht gekomen dat 232 ouders in 2014 door de belastingdienst zonder pardon in de kou werden gezet. Nu kwam de omvang van deze ellende pas drie jaar later boven water uit onderzoek van de Nationale Ombudsman. En werd niet voorkomen dat uiteindelijk mogelijk 20.000 gezinnen door de overheid financieel zijn uitgekleed.

Door zijn partijgenoten in de Tweede Kamer werd minister Asscher evenmin gemaand om ontsporende handhaving in de kinderopvangtoeslag halt toe te roepen.

Ook later vanuit de oppositie tegen het kabinet Rutte 3 doet de PvdA onder leiding van Asscher geen moeite om de onthutsende waarheid boven tafel te krijgen. Het trek- en duwwerk om informatie hierover aan de almacht van de staat te ontfutselen wordt uitgevoerd door de terriërs Pieter Omtzigt van het CDA en Renske Leijten van de SP.

PvdA ver afgedreven

Opnieuw een veeg teken dat de PvdA ver is afgedreven van mensen voor wie zij volgens de aloude sociaal-democratische beginselen (‘spreiding van kennis, macht en inkomen’) zou moeten opkomen.

Het onbarmhartige optreden van de belastingdienst stoelde overigens op wetgeving die nog uit de koker kwam van het kabinet Balkenende 2 waarvoor CDA, VVD en D66 verantwoording droegen. Dit geschiedde ver voor Asschers entree in de nationale politiek.

Evenmin legde Asscher de basis voor forse verhoging van boetes voor fraude met kinderopvangtoeslagen. Die maatregel kwam voor rekening van het kabinet Rutte 1, waar VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV de scepter zwaaiden. Dat was ruim een jaar voor Asschers aantreden als minister van sociale zaken en vicepremier van het kabinet Rutte 2.

Wél nam de PvdA in haar monsterverbond met de VVD verantwoordelijkheid voor een steeds verder doorschietende aanpak van misbruik met sociale uitkeringen. De zogeheten Bulgarenfraude leidde ertoe dat zo’n beetje iedere burger als potentiële oplichter wordt beschouwd.

Daarmee legde Asscher als PvdA-kopstuk in dit kabinet mede de basis voor het drama met de kinderopvangtoeslagen, al vertolkte hij daarin geen bestuurlijke hoofdrol. Deze twijfelachtige eer genoten de opeenvolgende liberale staatssecretarissen Weekers en Wiebes die totaal geen grip hadden op de belastingdienst.

In hun bestuurlijk onvermogen werden zij ongemoeid gelaten door hun politieke baas op het departement van Financiën, de rode jonker Jeroen Dijsselbloem. Die maakte als bestuurder vooral furore in Brussel, waar hij het afknijpen van de Griekse bevolking tot Europese kunst verhief.

Met haar deelname aan Rutte 2 zette de PvdA pas echt de bijl aan de wortels van het eigen voortbestaan als volkspartij. Het monsterverbond met erfvijand VVD beschouwden veel PvdA-kiezers als bedrog.

De sociaal-democraten liepen in dat kabinet met minister Dijselbloem voorop met drastische bezuinigingen op de overheidsuitgaven en kleunden daarbij ook sociaal nogal eens mis.

Nieuwe arbeidsgehandicapten werden door staatssecretaris Jetta Klijnsma geweerd uit de sociale werkplaatsen en verdwenen veelal in de bijstand omdat beloofd betaald werk in bedrijven uitbleef. Minister van Onderwijs Jet Bussemaker verruilde de basisbeurs voor het goedkopere leenstelsel dat de ongelijkheid onder studenten vergrootte en de kwaliteit van het onderwijs ondermijnde.

En Asscher zelf maakte als minister van Sociale Zaken zijn belofte niet waar om de afname van het aantal vaste banen in bedrijven te stoppen en tegelijkertijd de zwakke positie van zzp-ers en flexwerkers te verbeteren.

Asscher herpakt zich

De kiezers lieten de PvdA met Asscher als lijsttrekker in de daarop volgende verkiezingen massaal vallen. Asscher bleef na dit ongekende fiasco aan het partijroer en manifesteerde zich vervolgens als behendig oppostieleider en gewiekst debater. Zijn sterke optreden wordt echter in de opiniepeilingen nauwelijks beloond. De PvdA blijft in de onderste middenmoot hangen.

Het kindertoeslagendebacle komt Asscher dan ook buitengewoon slecht uit. Dit erodeert zijn positie als PvdA-lijsttrekker bij de komende parlementsverkiezingen. De PvdA-leden moeten zijn kandidatuur half januari nog digitaal bevestigen. Dat zal niet meer zonder slag of stoot gaan, nu in de krochten van de partij wordt gemord.

Diep door het stof

Op facebook ging Asscher half december nog eens diep door het stof, maar ongetwijfeld zal hij zich tijdens de feestdagen ook hebben afgevraagd of hij als PvdA-lijsttrekker nog geloofwaardig de verkiezingen in kan. De partijtop hult zich hierover naar buiten toe in stilzwijgen.

Maar wie heeft binnenskamers de moed om tegen Asscher te zeggen dat zijn tijd erop zit? Dat hij een man is aan wie de uitglijers van het verleden blijven kleven. En dat hij er daarom verstandiger aan doet om nu de eer aan zichzelf te houden dan na een slecht verkiezingsresultaat in maart.

Het opstappen van Asscher als PvdA-leider zal indruk maken en zuiverend werken in de verkiezingscampagne. Ook al gaan medelijsttrekkers Rutte en Hoekstra hem daarin niet volgen, hoewel zij nóg dieper medeplichtig zijn aan het toeslagenschandaal.

Mocht Eric Wiebes ondertussen zo verstandig zijn om als minister af te treden omdat hij destijds als staatssecretaris deerlijk heeft gefaald, dan kan deze VVD-er het hele kabinet dezer dagen wellicht meeslepen naar demissionaire status.

Het land zal daar weinig van merken. Er wordt hoe dan ook altijd doorgeregeerd. En de coronacrisis moet het komende half jaar toch vooral worden weggevaccineerd.

Het publieke zwembad als commerciële handelswaar

Verstedelijkt Veghel krijgt een nieuw overdekt zwembad. Het oude is versleten en wordt vervangen. In landelijk Sint-Oedenrode gebeurt hetzelfde. Twee volwassen nieuwe zwembaden tegelijk binnen één gemeente!

Dat is bepaald spectaculair in tijden van coronacrisis die ook gemeenten financieel hard treft. Maar de gemeenteraad van Meierijstad trok er 25 juni 2020 vol overtuiging 19 miljoen euro voor uit. Tevens investeert deze fusiegemeente extra in verbeteringen aan het Schijndelse zwembad De Molen Hey.

Bovendien neemt Meierijstad de exploitatie van haar drie zwembaden zelf ter hand. Daarvoor komt een apart gemeentelijk zwembadbedrijf.

Geheel anders is de situatie in buurgemeente Boxtel. Die speelt met de gedachte haar zwembad af te stoten, omdat zij zich een dergelijke luxe financieel niet meer zou kunnen veroorloven. Volgens sportwethouder Herman van Wanrooij valt er structureel een half miljoen euro gemeenschapsgeld te besparen als het Dommelbad wordt geprivatiseerd. Dit bedrag keert de gemeente jaarlijks uit aan huidig exploitant Optisport, grootbedrijf in commerciële exploitatie van sport- en vrijetijdsaccommodaties.

Bij deze vooraankondiging van de wethouder in Brabants Dagblad bleef het tot dusver. De Boxtelse politiek is over het zwembad nog niet aan het woord geweest, al is daar binnenskamers al wel met het bestuur over gefilosofeerd. De zogeheten kerntakendiscussie (wat moet de gemeente blijven doen en waar stopt zij mee) waarin het Dommelbad aan de orde had moeten komen, smoorde dit voorjaar in de coronacrisis.

Dit debat is nu over de herindelingsverkiezingen van 18 november heengetild en ligt daarmee op het bord van de nieuwgekozen gemeenteraad. Deze vervroegde verkiezingen zijn nodig omdat Boxtel buurdorp Esch erbij krijgt van de gemeente Haaren, die zichzelf opheft.

Koppelverkoop

Het Dommelbad wordt al van meet af aan commercieel gerund. Deze klus werd in 2006 bij aanbesteding gegund aan de ConeGroup. Dit Gelderse recreatiebedrijf, inmiddels omgedoopt tot Nederlandse Leisure Group (NLG), schoof het Dommelbad najaar 2017 onderhands door aan Optisport, samen met de exploitatie van tien andere sportaccommodaties in den lande.

Deze koppelverkoop werd de eigenaren als voldongen feit meegedeeld: ‘Wij kunnen begrijpen dat u zich wellicht overvallen voelt door dit schrijven’. Optisport zou nog wel een keer langskomen voor een kennismakingsgesprek.

Uit niets blijkt dat Boxtel zich overvallen voelde. Het overnamebericht werd slechts ‘voor kennisgeving aangenomen’. Het bleef oorverdovend stil in het gemeentehuis. De algemeen directeur van Optisport kwam begin 2018 nog ‘persoonlijk langs ‘ om de overname toe te lichten. Volgens zijn agenda sprak hij hierover alleen met twee ambtenaren. Het gemeentebestuur bleef hierbij opvallend afwezig.

Niets over te zeggen

Dat Boxtel als eigenaar en financier van het Dommelbad werkelijk niets over de handel tussen NLG en Optisport te zeggen had, blijkt uit de exploitatie- en huurovereenkomst van 2006. Die kent wél een bepaling over tussentijdse opzegging van het contract maar regelt niets voor een overname. De Besloten Vennootschap Zwembad Boxtel kon dan ook onbelemmerd van eigenaar verwisselen.

Optisport maakt daarmee meteen kans om een volgende contractverlenging in de wacht te slepen. Halverwege 2021 moet de gemeente beslissen of ‘zij de samenwerking wenst voort te zetten’. De politieke discussie over de toekomst van het Dommelbad staat dus al onder druk nog voordat zij is begonnen.

Van vitaal belang voor dit debat is om te weten hoe het Boxtelse zwembad er na 14 jaar commerciële exploitatie voor staat.

Een aanwijzing hiervoor vormen de jaarcijfers over 2014 tot en met 2018 die de gemeente deels openbaar heeft gemaakt. De Zwembad Boxtel bv draaide onder NLG een omzet van rond de half miljoen euro per jaar en maakte over drie jaar in totaal 116.000 euro winst. Daarvan keerde NLG 75.000 dividend aan zichzelf uit. Eind 2016 resteerde in de bv nog een (overige) reserve van 75.000 euro.

Winstgevend

Na de overname door Optisport groeide deze reserve naar 182.000 euro in 2018, als gevolg van de winst die in 2017 werd behaald. Ook 2018 werd afgesloten met winst, die pas zichtbaar wordt in de nog ontbrekende jaarcijfers over 2019.

Opvallend is dat onder het Optisportregime de personeelskosten afnemen maar de (overige) bedrijfskosten substantieel groeien. De jaarrekeningen over 2017 en 2018 bieden geen helderheid meer over de aard van deze bedrijfskosten, in tegenstelling tot de voorgaande drie NLG-jaren.

Wél valt te lezen dat er met toestemming van de gemeente vergoedingen zijn gegeven voor ondersteunende diensten en managementtaken die groepsmaatschappijen van Optisport hebben geleverd. De manager van het Dommelbad runt tegenwoordig ook het gloednieuwe zwembad Den Donk in Oisterwijk. Hoe dat in praktijk financieel uitpakt, is onduidelijk.

Met de jaarlijkse subsidie van inmiddels 400.000 tot 500.00 euro – de gemeente heeft deze bedragen in de jaarrekeningen zwart gemaakt – blijft de exploitatie van het Dommelbad niettemin winstgevend.

Stevige impuls

Ook de jaarcijfers van Optisport Exploitaties bv zien er goed uit. Het moederbedrijf kreeg een stevige impuls door de reeks overnames in 2018, waaronder het Dommelbad. De omzet groeide daardoor met 16,7 miljoen naar ruim 98 miljoen euro. De winst steeg met bijna een half miljoen naar 4,3 miljoen euro.

Ondanks al deze gunstige cijfers kon het toch gebeuren dat het diplomazwemmen in het Dommelbad duurder werd. Volgens het management was dat nodig om ‘alle in plaats van sommige kinderen een medaille te kunnen geven’. Zo’n medaille kost ‘eigenlijk 7.95 euro per stuk’, maar ‘wij bieden standaard een korting van 4.35 euro’, wordt een prijsverhoging van 11.90 naar 15.50 euro (plus 30 procent) commercieel aangeprezen.

Pgb-zwemmen

Pijnlijker is de wijze waarop Optisport afscheid neemt van het zogeheten pgb-zwemmen. Kinderen met een verstandelijke beperking zoals het syndroom van down of gedragsproblemen zoals adhd, konden via het persoonsgebonden budget van de gemeente wekelijks een half uur één-op-één zwemles krijgen. De behoefte hieraan is groot en de wachtlijst lang. Maar volgens Optisport kan dit ‘als gevolg van verscherpte veiligheidseisen’ niet meer voor 79 euro per maand en wordt het pgb-zwemmen afgebouwd door aflopende abonnementen niet meer te verlengen.

Hoe veiligheid in het geding kan zijn bij dergelijke privélessen is een raadsel, al staat dit thema binnen Optisport op scherp sinds 2015. Toen verdronk een Syrisch meisje tijdens het schoolzwemmen in het Rhenense zwembad ‘t Gasland waar dit bedrijf de scepter zwaait. Een badmeester en twee badjuffen werden individueel vervolgd voor dood door schuld en door de rechter veroordeeld tot werkstraffen. Optisport bleef in dit strafproces buiten schot.

Als alternatief voor het pgb-zwemmen in Boxtel heeft Optisport ‘de pgb-special’ in de aanbieding. Dat zijn zwemlessen in groepjes van zes kinderen, ‘waarbij de ouder meezwemt’. ‘Dat is niet alleen leuker voor kind en ouder, maar ook een stuk goedkoper’, wijst Optisport op het nieuwe tarief van 38,95 euro per maand.

Dooddoener

Ervaringsdeskundigen vinden deze oplossing een dooddoener. ‘Dat werkt zo niet. Aan één kind met het syndroom van down, heb je je handen al vol. Een tweede kind erbij zou nog kunnen, maar zes tegelijk is ondoenlijk. Dit wordt niets meer’, geven zij aan. Volgens Optisport kunnen deze kinderen ook privézwemles krijgen van een instructeur aan wie zij het bad onderverhuurt.

De gemeente Meierijstad maakte juist deze zomer bekend dat kinderen vanaf 5 jaar met gedrags- en motorische problemen voortaan standaard in al haar zwembaden aangepaste zwemlessen in kleine groepjes kunnen krijgen. Deskundig begeleid door een team met daarin een gespecialiseerd zwemonderwijzer, fysiotherapeut, bewegingsagoog en een sportcoach.

Ook de gemeente Boxtel zegt het desgevraagd belangrijk te vinden dat zoveel mogelijk doelgroepen de mogelijkheden hebben om te zwemmen, zo ook kinderen met een beperking. ‘De wijzigingen die door Optisport zijn doorgevoerd vallen binnen deze kaders en bevoegdheden van Optisport’, concludeert zij.

Pgb-zwemmen past niet in het commercieel gedreven bedrijfsconcept van Optisport dat is gericht op kosten besparen en sociale betrokkenheid ontbeert. Dit manifesteert zich ook in het recreatief zwemmen waar stelselmatig op wordt bezuinigd, ten gunste van groepslessen die meer opleveren. Het zwembad is voorts af te huren door particulieren voor feesten en partijen. ‘Heerlijk genieten van alle ruimte. Bijna alles is mogelijk’, prijst het management de zwemfeesten aan.

De dwingende bedrijfscultuur van Optisport trok ook haar sporen onder het personeel. Verschillende ervaren en gemotiveerde zweminstructeurs verlieten de laatste jaren het Boxtelse zwembad.

Hoe moet het nu verder met het Dommelbad na 2021?

Het speelveld voor de publieke zwembaden in de omgeving van Boxtel ziet er anders uit dan in 2016. Toen durfden burgemeester en wethouders een nieuwe tijdrovende (Europese) aanbesteding niet aan omdat de markt van zwembadexploitanten ‘niet stabiel’ was.

Gewezen werd hierbij onder meer op ontwikkelingen in Vught. Dat jaar sloot zorginstelling Reinier van Arkel haar zwembad op Voorburg. En de gemeente Vught trok haar handen af van zwembad/sporthal Ouwerkerk. Zij had dit sportcomplex in 2014 voor 45 eurocent verkocht aan recreatiegrootmacht Laco, als sluitstuk van een privatiseringsproces dat al in 1994 begon.

Na Laco nog 20 jaar met diverse miljoenen te hebben gesubsidieerd voor exploitatie, onderhoud en modernisering van het verouderde zwembad, zette Vught er een punt achter. Laco moet Ouwerkerk voortaan voor eigen rekening runnen en confronteert gebruikers met scherpe prijsverhogingen die niet zijn op te brengen.

Voor de Vughtse zwemvereniging De Dommelbaarzen liep de huur op naar 47.000 euro per jaar. Volgens Laco is dat nog fors beneden de kostprijs van 75 mille. De club stapte naar de rechter om de prijsverhoging te verhinderen maar kreeg nul op het request.

Vughtse topzwemmers nu in Boxtel

Als gevolg hiervan stopten De Dommelbaarzen met hun succesvolle wedstrijdgroep, die behoorde tot de nationale subtop. Veel van hun wedstrijdzwemmers zijn volgens berichtgeving in Brabants Dagblad inmiddels overgestapt naar zwemclub Zegenwerp, vernoemd naar het openluchtbad in Sint-Michielsgestel waar Optisport de scepter zwaait. Maar deze club zwemt toch vooral in het Boxtelse Dommelbad.

Voor Ouwerkerk is het afhaken van De Dommelbaarzen een gevoelig verlies. Laco zit daardoor met een exploitatiegat van 300 vrijwel onverhuurbare uren. In prijs en kwaliteit kan Ouwerkerk niet concurreren met zwembaden in omliggende gemeenten die doorgaans nieuw zijn en nog wel worden gesubsidieerd. Het lijkt een kwestie van tijd dat Laco Ouwerkerk opdoekt en het complex doorverkoopt aan een bouwprojectontwikkelaar. Vughtenaren moeten dan elders gaan zwemmen.

Laco grossiert in profijtelijke sterfhuisconstructies met zwembaden die armlastige en kortzichtige gemeenten in het verleden hebben uitverkocht.

De Beemd in Veghel

In Veghel kreeg deze firma destijds zwembad De Beemd voor 100 euro in de schoot geworpen. Nu dit complex in het centrum van Veghel in 2021 plaatsmaakt voor een nieuwe Aldi-supermarkt en een groot parkeerterrein, rinkelt daar de kassa voor Laco.

Dat staat in 2026 ook te gebeuren in Goirle als het versleten zwembad Waterspoor sluit en Laco voor 100 euro een woningbouwlocatie in de schoot krijgt geworpen en vervolgens te gelde kan maken. Dat is het resultaat van een overeenkomst die al in 2001 met de gemeente Goirle werd gesloten en recent met vijf jaar is verlengd. In ruil hiervoor steekt Laco jaarlijks nog 158.000 euro in onderhoud van het ruim 50 jaar oude complex. De gemeente heeft geen plannen voor een nieuw zwembad.

Onder gemeentelijk beheer

Gaat het in Boxtel binnenkort ook die kant op? Er zijn andere mogelijkheden. Het Dommelbad kan ook weer onder gemeentelijk beheer komen. Dat was ooit zo met Den Haagakker. Dit sportcomplex uit 1975 raakte na de eeuwwisseling in de versukkeling door een mislukte privatisering waarmee de gemeente goedkoper uit dacht te zijn. Welbewust maakte Boxtel na dit debacle in 2006 een sprong voorwaarts met een nieuw zwembad waar exploitatie en onderhoud geen sluitpost meer zouden zijn.

Maar waar buurgemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode baas in eigen zwembad bleven, liet Boxtel de exploitatie over aan commerciële bedrijven die leunen op overheidssubsidies.

Om dezelfde fout niet opnieuw te maken, kan Boxtel beter een voorbeeld nemen aan Meierijstad. Die bouwt in Veghel voor ruim 10 miljoen euro een nieuw bad van vergelijkbare kwaliteit en omvang als het Dommelbad. Deze gemeente schuift Laco aan de kant en neemt de exploitatie in eigen hand. Daarbij moet zij jaarlijks een tekort van 300.000 euro afdekken. Dat is 20 mille minder dan de vergoeding die Laco krijgt voor zwembad De Beemd. En ook goedkoper dan wat Boxtel nu kwijt is aan Optisport.

Er zit dus perspectief in zo’n aanpak, mits de gemeente het Dommelbad wil blijven bezien als een belangrijke gemeenschapsvoorziening.

De komende verkiezingscampagne in Boxtel is hét moment voor politieke partijen om hierover duidelijkheid te verschaffen.

Verder op deze site: hoe de gemeente Boxtel onder druk van Optisport gegevens over het Dommelbad geheim houdt.

Zie daarvoor het artikel:

Openbaarheid van bestuur: zwemmen tegen de stroom in

Het Dommelbad in Boxtel is een prachtig zwembad. Een gemeenschapsvoorziening om zuinig op te zijn. De ConeGroup die hier sinds 2006 het beheer voerde, deed dat bepaald niet slecht.

Maar eind 2017 verdwijnt dit bedrijf ineens van het toneel, een jaar nadat de gemeente zijn contract met vijf jaar had verlengd. Het draagt de exploitatie over aan Optisport uit Tilburg, grootmacht onder de beheerders van sportaccommodaties.

De gebruikers van het Dommelbad vernemen dit nieuws bij binnenkomst een maand later. Met een gortdroge verklaring van anderhalf A4-tje, maakt Optisport Exploitaties BV zichzelf bekend.

Vreemd is echter dat je in de media niets tegenkomt over deze wisseling van de wacht, terwijl het lokale nieuws in Boxtel toch prima gevolgd wordt door één dagblad en inmiddels twee weekbladen. Kennelijk hebben zij geen persbericht ontvangen.

Diepe stilte

Diepe stilte heerst ook bij de gemeente. Als eigenaar en financier van het Dommelbad heeft zij kennelijk geen positie bij deze overname van een lopende exploitatie door een bedrijf dat zich gedraagt.

En omdat deze cultuuromslag geen verbetering blijkt, rijst de vraag hoe het gemeentelijk toezicht op de gang van zaken in het Dommelbad is geregeld.

Om dat aan de weet te komen verzoek ik burgemeester en wethouders op 15 juli 2019 per email om inzage in onder meer het exploitatiecontract, in verslagen van voortgangsgesprekken over uitvoering en naleving van dit contract en om documentatie over onderhoud van het zwembadcomplex.

Ik doe hiervoor bij de afdeling communicatie een beroep op de Wet openbaarheid bestuur (Wob) en stel ook de wethouder sportzaken van mijn initiatief op de hoogte.

Drie dagen later bericht een juridisch consulent van de gemeente dat ik zo’n verzoek uitsluitend op schrift mag doen en dat ik daarvoor twee weken de tijd krijg. Een dag later (22 juli) lever ik in het gemeentehuis persoonlijk een brief af. Aan de balie krijg ik een bewijs van ontvangst.

Dat is maar goed ook, want de brief raakt in het ongerede. Dat blijkt als de consulent mij 8 augustus meedeelt dat mijn Wob-verzoek buiten behandeling is gesteld omdat ik schriftelijk niets meer van mij heb laten horen. Binnen zes weken kan ik bezwaar maken tegen dit besluit.

Om te voorkomen dat mijn Wob-verzoek al op voorhand wegzakt in het procedurele moeras, vraag ik haar telefonisch om nog eens goed te zoeken. De volgende brief (29 augustus) brengt het verlossende woord: mijn brief is boven water.

Procedures alleen op papier bij gemeente Boxtel

Burgers die zich bij de gemeente Boxtel in een procedure wagen, moeten dat nog steeds alleen op papier doen. Dat bleek toen mijn gemailde Wob-verzoek over het Dommelbad niet werd geaccepteerd. Ook tegen besluiten van het gemeentebestuur over vergunningen of bestemmingsplannen kan alleen schriftelijk worden geageerd.

Om te kunnen bewijzen dat je zo’n stap hebt gezet is een ontvangstbevesting cruciaal. Digitaal is dat een fluitje van een cent (doorgaans komt er een standaardmailtje terug van de ontvanger), maar op papier een stuk omslachtiger. Dat betekent aangetekend verzenden per post of laten afstempelen aan de balie van het gemeentehuis.

De vraag is waarom Boxtel, overigens niet als enige gemeente, hier niet met haar tijd meegaat. Ambtelijk bestaat de vrees, zo bleek mij, dat met de papieren brief ook een bepaalde drempel wegvalt: je hoeft niet meer naar de postbus of het gemeentehuis. Het openzetten van de digitale/elektronische kraan werkt gemakzucht en misbruik in de hand en gaat de gemeentelijke organisatie handvol werk kosten, zo wordt verondersteld.

Omdat daar volgens mij best een mouw aan te passen valt, zoals allerlei overheidsinstanties ook al bewijzen, heb ik mijn gedachten hierover op papier gezet en begin oktober 2019 besproken met toenmalig burgemeester Fons Naterop. Zijn boodschap was dat de gemeente de overstap van papier naar digitaal grondig moet voorbereiden en daarom in 2021 zal maken.

Omdat Naterop al kort na dit gesprek als waarnemend burgemeester vertrok, heb ik mijn brief in overleg met hem direct na het gesprek formeel bij het gemeentebestuur ingediend. Het wachten is nog steeds op antwoord, terwijl 2021 nadert.

Tijdverlies

Door al het tijdverlies is de wettelijke beslistermijn inmiddels verstreken. Die wordt volgens de regels verlengd. ‘Uiterlijk binnen de vier volgende weken’ ontvang ik een besluit. De bemoedigende accentuering is van de juriste.

Haar volgende brief luidt echter nieuwe vertraging in. ‘Het vermoeden bestaat dat Optisport Boxtel BV bedenkingen heeft bij het openbaar maken van de betreffende documenten.’ De exploitant heeft tot 13 september de tijd om een ‘zienswijze’ in te dienen.

Optisport krijgt dit echter niet voor elkaar en mag er daarom vijf dagen langer over doen. ‘Uiterlijk 28 september moet er een besluit op uw Wob-verzoek zijn genomen’, luidt de volgende toezegging in wéér een brief.

Ditmaal geen accentuering en dat blijkt profetisch, want opnieuw gaat het mis. Nog niks gehoord op 30 september en daarom de telefoon gepakt. De consulent belooft het uit te zoeken. In een volgende brief (11 oktober) zet zij uiteen dat verschillende stukken uit het archief moeten komen en dat het opvragen hiervan langer duurt dan voorzien. Aangezien deze stukken ook nog moeten worden beoordeeld, ‘is het lastig om een termijn hiervoor te noemen’.

Een hele kluif

Als bijna vier maanden na mijn Wob-verzoek, op 4 november dan eindelijk het besluit valt, wordt duidelijk dat deze beoordeling nog een hele kluif was. De gemeente blijkt zich te hebben gevoegd naar het bezwaar van Optisport tegen openbaarmaking van financiële gegevens.

Ik vraag de consulent om mij het bezwaar van Optisport tegen mijn Wob-verzoek toe te zenden. Maar dat is volgens haar niet gebruikelijk. Ik moet het maar doen met haar samenvatting en commentaar hierop. Achteraf wordt spijt betuigd over deze weigering. De brief van Optisport zit dan al in het beroepsdossier.

Niets van wat in 2006 contractueel is afgesproken mag volgens Optisport bekend worden omdat dit de positie van het bedrijf en van de gemeente zou schaden. Deze eis gaat de gemeente weliswaar te ver, maar zij verijdelt wél openbaarheid op essentiële punten.

Geheim blijven met name de exploitatiesubsidie die zij jaarlijks verstrekt en de huurpenningen die Optisport haar voor het zwembad betaalt.

De uitsmijter

Dan volgt de uitsmijter. ‘Wij beschikken niet over verslagen van voortgangsgesprekken tussen Optisport en gemeente. Informatie waarover wij niet beschikken, kunnen wij vanzelfsprekend niet openbaar maken.’

Omdat Optisport geen bezwaar maakt tegen deze gemeentelijke opstelling, krijg ik na twee weken wél de gevraagde exploitatie- en huurovereenkomst en jaarrekeningen. Die blijken op honderden plekken zwart gemaakt. Hieronder ook alle gemeentelijke uitgaven voor onderhoud van het zwembad.

In de drift tot geheimhouding zijn zelfs de namen weggelakt van een topambtenaar en van bedrijfsdirecteuren die vanuit hun functie namens hun organisaties verplichtingen voor het Dommelbad aangaan. In de slipstream gaan ook de parafen van toenmalig burgemeester Frank van Beers op zwart.

Het besef dat de persoonlijke levenssfeer van deze functionarissen hier niet in het geding kán zijn, dringt bij de gemeente maar mondjesmaat door. Haar juridische vertegenwoordiger meent aanvankelijk dat ik mijn gelijk hierover maar bij de burgerrechter moet zien te halen. Later wordt deze uitglijer rechtgezet en worden de meeste namen vrijgegeven. Ook de parafen van de burgemeester gaan op wit.

Hoewel een detail in het grotere geheel, tekent dit de krampachtige opstelling van de Boxtelse autoriteiten. Omdat die niet spoort met het wettelijk principe van openbaarheid teken ik beroep aan bij burgemeester en wethouders. Met het verzoek om alle zwarte passages alsnog zichtbaar te maken en beter archiefonderzoek te doen naar de resultaten van contractueel verplicht overleg over het reilen en zeilen van het zwembad. Dit inclusief digitale communicatie zoals email en app die ook onder de Wet openbaarheid bestuur valt.

Mijn beroep krijgt vorm in een procedure die loopt via de lokale bezwaarschriftencommissie. Deze onafhankelijke juristen horen doorgaans eerst alle betrokkenen en brengen daarna advies uit aan het gemeentebestuur.

Geen hoorzitting

Ik verzoek via een skypeverbinding aan een hoorzitting deel te nemen omdat ik enige tijd fysiek verhinderd ben. Dat is helaas niet mogelijk. ‘Uit eerdere ervaringen is gebleken dat het ons niet lukt een dergelijke verbinding goed tot stand te brengen,’ meldt de commissie.

De hoorzitting verschuift in overleg naar 16 april, maar die zitting wordt afgeblazen als de coronacrisis om zich heen grijpt. Om nóg meer vertraging te voorkomen, stem ik in met schriftelijke behandeling.

Niets te vinden

Dit wordt een ritueel van vraag en antwoord tussen de commissie, mijzelf, de gemeente en Optisport. Daartoe uitgedaagd door de commissie, bezweert de gemeente dat er uitvoerig en deugdelijk naar documentatie is gezocht in haar archieven en mailbestanden over de gang van zaken in het zwembad, maar dat er helemaal niets is gevonden. Ook Optisport heeft niets vastgelegd.

De gemeente weet evenmin of er voortgangsgesprekken zijn gevoerd. Zo die er al waren, hoefde daarvan geen verslag te worden gemaakt. Zouden er verslagen zijn geweest, dan moesten die na vijf jaar op grond van de Archiefwet worden vernietigd. De gemeente betwijfelt bovendien of voortgangsgesprekken wel nodig zijn. ‘Nergens uit de beschikbare informatie’ blijkt dat ‘strikt toezicht en bijsturing’ noodzakelijk waren.

Wat de gemeente zou moeten doen als toezichthouder (volgens de Exploitatie- en huurovereenkomst)

Het gebruikers- en openstellingsrooster jaarlijks vooraf goedkeuren. Een waarborg dat de beheerder zich houdt aan de minimaal voorgeschreven uren voor recreatief zwemmen, zwemlessen aan jongeren en voor verenigingen.

Tussentijdse wijzigingen in het gebruikers- en openstellingsrooster vooraf schriftelijk goedkeuren.

Wijzigingen van de tarieven uitdrukkelijk schriftelijk goedkeuren. Een waarborg dat de beheerder de toegangsprijzen niet opdrijft en de verplichting nakomt om diverse soorten abonnementen aan te bieden.

Minimaal één keer per jaar overleg voeren met de beheerder over de gang van zaken bij de exploitatie van het zwembad. Hét moment om de balans op te maken en nadere afspraken vast te leggen.

Schriftelijk toestemming geven aan de beheerder voor betalingen uit de zogeheten egalisatiereserve. De beheerder vult deze geblokkeerde rekening zelf met 50.000 euro plus nog eens (maximaal) 50.000 euro met behaalde exploitatiewinsten. Dit is bedoeld als garantiestelling voor tekorten op de exploitatie van het zwembad.

De zwembadmanager van Optisport meldt in zijn schriftelijke bijdrage dat hij graag over de integrale voortgang der dingen had willen praten maar dat met de gemeente hierover geen afspraak viel te maken. Wél bestond mailcontact dat ‘ goed verliep’ en sprak hij drie maal incidenteel met ambtenaren. Was verslaglegging hiervan aan de orde geweest, dan had die volgens hem ook per definitie vertrouwelijk moeten blijven.

Verder voert deze manager bij de bezwaarschriftencommissie nog van alles aan om openbaarheid te verijdelen en daarmee te voorkomen dat ‘de marktpositie’ van Optisport verder wordt geschaad. Die is volgens hem al beschadigd door wat ten onrechte wél aan informatie is prijsgegeven.

150.000 euro huur

Zo vindt Optisport het kwalijk dat de gemeente in de exploitatiecijfers bij nader inzien alsnog zichtbaar wil maken dat het bedrijf jaarlijks 150.000 euro huur betaalt voor het Dommelbad. En dat terwijl Optisport dit bedrag zelf vermeldt in de jaarcijfers van Optisport Boxtel bv die het bedrijf deponeert bij de Kamer van Koophandel.

Ook had de gemeente geen herinnering aan haar eigen publicatie van het huurbedrag toen zij in 2016 het contract met de ConeGroup verlengde.

De bezwaarschriftencommissie adviseert burgemeester en wethouders uiteindelijk om per onderdeel aan te geven om welke reden zij informatie weigeren. Op één punt heeft de commissie twijfels over de gemeentelijke opstelling : waarom worden financiële gegevens over het Dommelbad die al 14 jaar oud zijn toch nog onder de pet gehouden? Ook dat dient beter te worden gemotiveerd.

In allerlei bochten

In het advies aan burgemeester en wethouders staat geen woord over de exploitatiesubsidie waar expliciet om was gevraagd. ‘Ik snap werkelijk niet waarom de gemeente zich in allerlei bochten wringt om te verhullen hoeveel gemeenschapsgeld met een publieke voorziening als het Dommelbad gemoeid is’, hield ik de drie juristen voor.

Ook op een ander belangrijk punt kiest de commissie vol overtuiging de kant van het gemeentebestuur. Dat heeft ‘geloofwaardig’ aangetoond voldoende moeite te hebben gedaan om vermeende documentatie over de gang van zaken in het zwembad op te sporen. ‘Het is aan bezwaarmaker om aannemelijk te maken dat de stukken wel degelijk in gemeentelijk bezit zijn’, betoogt de commissie.

Op 29 juni 2020 nemen burgemeester en wethouders het advies volledig over. Zij metselen de bureaucratische muur tegen verdere openbaarmaking dicht.

Bijna een jaar is verstreken sinds ik mijn Wob-verzoek op 15 juli 2019 indiende. In die tijd is veel juridische lucht verplaatst alsof het om staatsgeheimen gaat.

Dood paard

Om openbaarheid alsnog uit het vuur te slepen, moet ik dus naar de rechter. Eerst naar de rechtbank Oost-Brabant en daarna mogelijk in hoger beroep naar de Raad van State. Dat heeft echter geen enkele zin. Aantonen dat wat er niet is, er toch móét zijn, is trekken aan een dood paard.

Bovendien zou een finale rechterlijke uitspraak hierover als mosterd na de maaltijd komen. Want komend voorjaar al moet de Boxtelse politiek een knoop hebben doorgehakt over de toekomst van het Dommelbad. Het contract met Optisport loopt eind 2021 af.

Binnenskamers wordt al gefilosofeerd over volledige privatisering. Want de gemeente verkeert financieel in zwaar weer en moet fors bezuinigen. Met de rug tegen de muur is een zwembad al gauw geen kerntaak meer.

Burgemeester en wethouders laten via hun juridische vertegenwoordiger alvast weten dat in de discussie die hierover nog moet komen ‘geen inzicht zal worden gegeven in de gehele financiële administratie van Optisport’.

Bestuurders spraken zich uit

Deze opstelling is in tegenspraak met eerdere uitspraken van gemeentelijke kant. Bij de bekendmaking van de uitverkoren exploitant in 2006, beloofde toenmalig sportwethouder Anton van Aert publiekelijk dat de bedragen in het exploitatiecontract openbaar gemaakt worden. Het lokale weekblad Brabants Centrum tekende dat uit zijn mond op.

De huidige sportwethouder Herman van Wanrooij stipuleerde oktober 2019 in Brabants Dagblad dat de gemeente jaarlijks een half miljoen euro kwijt is aan de exploitatie van het Dommelbad. Mijn Wob-verzoek was toen drie maanden onderweg.

Over onevenredige benadeling van de beheerder en financieel-economische schade voor de gemeente, hoorde je toen niemand.

Ook de gemeentelijke rekenkamer hoefde zichzelf in 2012 niet te censureren bij de publicatie van zijn onderzoek naar de totstandkoming van het Dommelbad. Dit openbare rapport biedt inzicht in de exploitatievergoeding die de beheerder van de gemeente krijgt . Die liep door indexatie op van 356.000 euro in 2007 naar 388.000 euro in 2011. Op basis van deze cijfers moet dat bedrag inmiddels gestegen zijn naar zo’n 430.000 euro. Dat is minder dan de half miljoen die de wethouder noemde.

In het Boxtelse bestuursarchief zit ook een gedetailleerd overzicht van de gemeentelijke onderhoudskosten aan het zwembad tussen 2018 en 2028. Die zijn geraamd op in totaal 1,8 miljoen euro.

Uit deze opsomming blijkt dat de gemeente bij toepassing van de Wet openbaarheid bestuur gegevens onder de pet houdt die eerder waren toegezegd en bekend gemaakt.

Deze Wob-procedure heeft voorts geen enkele tastbare informatie opgeleverd over het gemeentelijk toezicht van de afgelopen 14 jaar op het reilen en zeilen van het Dommelbad en op de besteding van naar schatting 3,5 miljoen euro subsidie die hieraan werd gespendeerd.

Zodoende werd het voor mij in Boxtel met de openbaarheid van bestuur langdurig zwemmen tegen de stroom in.

Binnenkort op deze site: Publieke zwembaden als commerciële handelswaar

Megaslachter in Boxtel kan ongehinderd zijn gang gaan

BOXTEL- Vleesconcern Vion groeit alsmaar verder in Boxtel. Bij de megaslachterij op het bedrijventerrein Ladonk verrijst nu een vleesverwerkingshal van 12.000 vierkante meter. Een investering van 35 miljoen euro. Daar gaan straks maar liefst 600 arbeiders aan de slag. Dan werken er in totaal 2400 man bij Vion in Boxtel.

Daarmee wordt het vleesconcern een nóg grotere speler op Ladonk, waar ook zijn hoofdkantoor staat en het eigen transportbedrijf Distrifresh prominent rondrijdt. Dit proces van centralisatie is gaande sinds Vion, eigendom van de boerencoöperatie ZLTO, langs de rand van de afgrond scheerde. Het bedrijf had zich vertild aan de kostbare overname van een grote Britse vleesketen.

De slachterij van Vion langs de spoorlijn Boxtel-Eindhoven, gezien vanaf de Parallelweg-Zuid, de zuidelijke uitvalsweg van Boxtel.

Door fors in te teren op de reserves, winstgevende bedrijfsonderdelen te verkopen en zich volledig te concentreren op de slacht en verwerking van consumptievlees, wist Vion de enorme verliezen op te vangen. Het bedrijf maakt inmiddels weer winst, al steekt die mager af bij de omzet.

Dus moet er scherp aan de wind worden gezeild. De uitbreiding in Boxtel betekent inkrimping op andere bedrijfslocaties, zoals in Scherpenzeel en Valkenswaard. Omdat de plannen hiervoor forser uitpakken dan eerder gepland, zijn nieuwe vergunningen nodig. Zo heeft Vion eind augustus 2019 bij de provincie een natuurvergunning gevraagd.

Die vergunning laat op zich wachten. Want door het debacle met het Nederlandse stikstofbeleid dat de Raad van State mei dit jaar de grond in boorde, en de aanhoudende wanorde hierover, zijn ook in Brabant vrijwel geen natuurvergunningen meer verstrekt. De omgevingsdienst die hiervoor namens de provincie Noord-Brabant aan de lat staat, kampt met grote achterstanden.

De grote vleesverwerkingshal op het Vion-terrein in aanbouw

Ondertussen is Vion volop aan de slag gegaan. De vleesverwerkingshal is in aanbouw en een groot parkeerterrein aangelegd en in gebruik.

Mag dat zomaar?

Het vergt de nodige inspanning om dat te doorgronden. Want wetgeving hierover is ondoorzichtig. Om te mogen uitbreiden heeft Vion zowel een provinciale natuurvergunning als een gemeentelijke bouwvergunning nodig. Dat loopt via twee procedures die los van elkaar staan. Om te voorkomen dat de gemeente iets vergunt dat het natuurbelang schaadt, is vooraf toestemming nodig van de provincie.

Deze regel is volgens de gemeente in dit geval niet van toepassing. Want Vion heeft al een natuurvergunning die het alleen op ondergeschikte punten wil wijzigen. Dus krijgt het bedrijf op 3 september 2019 zijn bouwvergunning voor hal en parkeerterrein. Verwezen wordt verder naar de aanvraag voor een natuurvergunning die Vion 13 dagen daarvoor bij de provincie had ingediend. Vergezeld van het ‘nadrukkelijke’ verzoek om beide vergunningaanvragen ‘te ontkoppelen’.

Daarmee is voor de gemeente de kous af. Of er invloed is op de natuur, moet Vion zelf nagaan. Daar is de gemeente niet verantwoordelijk voor.

Het gemak waarmee dit gaat steekt schril af bij de aanhoudende overlast van de megaslachterij voor haar omgeving. Stank en lawaai zijn voor omwonenden aan de orde van de dag. Ook werden diverse Boxtelaren ernstig ziek van besmet afvalwater uit de slachterij. Vion voelde zich voor deze legionellabesmetting niet verantwoordelijk omdat het de waterzuivering heeft uitbesteed aan HydroBusiness, een dochteronderneming van Brabant Water.

Met een doorgroeiend Vion zal ook de overlast steeds verder toenemen, zo vreest actiegroep ‘La vie en rose’. Die organiseerde voorjaar 2019 een volkspetitie tegen Vion en haalde daarmee 1000 handtekeningen op van Boxtelaren die de doordringende stank van de slachterij beu zijn.

Onder invloed van deze protesten, spiegelde het gemeentebestuur bevolking en politiek een strengere aanpak van Vion voor. Tegelijk wees het de vele bezwaren tegen uitbreiding van het bedrijf als niet ter zake van de hand. De pap voor Vion was immers al eerder gestort: in 2009 en 2015 met vergunningen waarmee de slachterij haar productie kon verdubbelen naar 5.6 miljoen varkens per jaar.

Het industriële bedrijf – een uit haar krachten gegroeide varkenshouderij annex vleesverwerker – is nu zo groot en zo ingewikkeld dat het volgens de gemeente financieel onhaalbaar is om het nog te kunnen verplaatsen naar een groot stedelijk industrieterrein, waar het thuis hoort. Daarom blijft Boxtel meewerken aan verdere uitbreiding.

Slechts één bezwaarmaker vocht de grote sprong voorwaarts van Vion op Ladonk bij de bestuursrechter aan. Dat is een omwonende die pal tegenover de slachterij huist en zich ongerust maakt over zijn veiligheid als de koelinstallatie met 12.000 kilo zeer giftig ammoniak zou gaan lekken.

Hij sloeg hiermee de spijker op zijn kop: de gemeente Boxtel had te makkelijk aangenomen dat het met de veiligheid wel goed zat. De rechter greep direct in en schreef voor dat de ammoniakinstallatie op lagere temperaturen moet blijven werken, zodat een kleiner gebied risico loopt.

Bovendien gelastte hij aanvullend onderzoek naar de omstandigheden in de gevarenzone rond Vion. De brandweer ging alsnog bij de bezwaarmaker op huisbezoek en stelde vast dat de bewoners hier ‘voldoende zelfredzaam zijn’ om zich in geval van nood snel via hun tuin uit de voeten te maken, en daarmee te voorkomen dat ze dodelijk gif inademen. Tijdig gewaarschuwd door het Vionalarm dat volgens de gemeente binnen één minuut na de calamiteit zal loeien.

De rechter toonde zich tevreden over deze uitkomst en stond alsnog toe dat de woningen en bedrijfspanden binnen de gevarenzone rond de slachterij worden gedoogd. Behalve het huis van de bezwaarmaker, gaat het om het bedrijvencentrum de Baanderije (toen nog met Fotovakschool), en een destijds leegstaand restaurant met bovenwoning.

Ook de werkende mensen in de Baanderije kunnen zich bij een ammoniaklek volgens de brandweer prima redden. Mits ze vooraf goed zijn voorgelicht. Of dat zo is valt te betwijfelen.

Pal tegenover Vion (rechts van de spoorlijn) staat het bedrijvencentrum de Baanderije (zie de bebouwingsrand links van de weg) met daarachter woning en eetcafé.

De uitspraak van de rechter werd later in hoger beroep bevestigd door de Raad van State. Daardoor bleef de milieuvergunning van 2015 overeind zodat Vion 5,6 miljoen varkens kon gaan slachten. Zeer gunstig voor het vleesconcern. Anders had het binnen de gevarenzone panden moeten aankopen om de productie te kunnen opvoeren. Of, veel beter, een milieuvriendelijk koelsysteem moeten aanschaffen waardoor het ammoniakgevaar verdwijnt. Dit had de gemeente in 2015 met Vion kunnen regelen, maar dat gebeurde niet.

Pikant detail: de Fotovakschool is inmiddels vertrokken uit de Baanderije. Haar cursisten vonden de stank van Vion niet meer te harden. Het restaurant is na grondige verbouwing weer in gebruik als eetcafé. Dat staat inmiddels te koop.

Vaker blijkt dat het vleesconcern kan rekenen op coulance van het bevoegd gezag. Zo is ditmaal niets geregeld voor de huisvesting van 600 arbeidskrachten die er bij Vion in Boxtel bijkomen. Het vleesconcern betrekt deze mensen van uitzendbureaus die gespecialiseerd zijn in arbeidsmigranten. Maar allerlei panden in Boxtel puilen reeds uit met zulke werkers. Na een recente brand in zo’n woning, gaat de gemeente nu handhaven op maximaal vier mensen per pand. Met als bijkomend gevolg dat de huisvestingsproblemen nóg groter worden dan ze al zijn.

Gesproken wordt inmiddels over plaatsing van wooncontainers in de oksel van twee spoorlijnen die in Boxtel samenkomen. Dat stuit daar bij omwonenden al op bezwaren. Bovendien moeten zaken worden gedaan met de projectontwikkelaar die de grond in handen heeft. Dat is lastig, zo niet onhaalbaar.

De verleende omgevingsvergunning wordt bij de rechter aangevochten door huurders van het nabije wooncomplex Stapelen dat in de vuile wind van de slachterij staat. Zij vinden dat de gemeente geen toestemming voor uitbreiding mag geven zolang Vion zijn bedrijfsprocessen niet op orde heeft en blijft stinken. De volcontinu productie van de slachterij stelt hoge eisen aan de kwaliteit van installaties, onderhoud en personeel die lastig zijn in te vullen. Overbelasting ligt op de loer.

Hangende het beroep van de bewoners blijft de vergunning van kracht. Vion kan dus doorbouwen tot de rechter heeft gesproken. Op eigen risico, dat weloverwogen wordt genomen. De vleesverwerker waant zich juridisch ijzersterk en niet zonder reden.

Maar is Vion ook immuun voor de stikstofcrisis? Dat staat te bezien.

De natuurvergunning van 2010 liet toe dat de Kampina zwaarder wordt belast met stikstof. En dat terwijl de heide en vennen in dit Europees beschermde natuurgebied, op een steenworp afstand van de slachterij, al jarenlang worden geteisterd door een overmaat aan stikstof die als een deken over Midden- en Oost-Brabant hangt. Deze slechte milieukwaliteit ondermijnt het effect van herstelwerk als plaggen en uitbaggeren die eigenaar/beheerder Natuurmonumenten in de Kampina periodiek laat uitvoeren. Dat is dweilen met de kraan open.

Het provinciebestuur concludeerde in 2010 dat de minieme hoeveelheid stikstof die Vion produceert ‘geen waarneembare effecten’ op de Kampina sorteert. Het gaat hier om de ammoniakuitstoot van varkens die in het voorportaal van de slachterij op hun einde wachten. Deze uitstoot valt niet te vergelijken met die van veehouderijen. Want Vion treft immers allerlei stikstofbeperkende maatregelen, zo wordt in de vergunning benadrukt.

Bij de volgende uitbreiding in 2015 belast het bedrijf de Kampina met de dubbele hoeveelheid stikstof. Maar de provincie concludeert dat er juist sprake is van een daling zodat de natuurvergunning probleemloos kan worden verleend. Want de vergunning uit 2010 bood Vion bij nadere becijfering drie keer zoveel stikstofruimte als eerder aangegeven.

Er was nóg een meevaller. Vion vroeg de natuurvergunning van 2015 op 1 mei dat jaar aan en kreeg 30 juni groen licht. Dat is één dag voor invoering van de Programmatische Aanpak Stikstof, inmiddels wijd en zijd bekend als de PAS die dit jaar sneuvelde bij de Raad Van State.

Voordeel daarvan voor Vion was dat zijn natuurbelasting volgens een oude methode kon worden berekend. Niet meegenomen werden de stikstofeffecten van het verkeer op de uitvalswegen naar het bedrijf Dat gaat om grote aantallen veewagens die zes dagen per week, dag en nacht naar het slachthuis pendelen. Naar hun belasting van de Kampina blijft het gissen.

De conclusie dringt zich op dat Vion zijn natuurvergunning van 2015 cadeau kreeg van de provincie.

Dit besluit werd niet beoordeeld door een rechter omdat geen natuur- en milieuorganisatie in beroep ging. Ook niet Natuurmonumenten en de Brabantse Milieufederatie (BMF) die later wel met succes een megavarkenshouderij aan de Oirschotse zijde van dit natuurgebied wisten tegen te houden.

De uitspraak in die zaak baarde opzien. De rechtbank Oost-Brabant bepaalde daarin dat een eenmaal verleende natuurvergunning niet onaantastbaar is als zij stoelt op onjuiste gegevens. Bij het Oirschotse megabedrijf lijkt het daar sterk op. Daarom moet het provinciebestuur van de rechter opnieuw beoordelen of deze vergunning toch niet moet worden ingetrokken, zoals Natuurmonumenten en de BMF willen.

Deze zaak doet denken aan de natuurvergunning van Vion uit 2015 die vergelijkbare mankementen vertoont.

Vier jaar later, op 23 augustus 2019, verschijnt de Vion-vergunning ineens als ‘gewijzigd’ op de provinciale website Brabant.nl. De omgevingsdienst noemt dit desgevraagd ‘een administratieve handeling zonder (juridische) betekenis’.

Juist een dag eerder, op 22 augustus, kwam het bedrijf met een aanvraag tot wijziging. Die laat zien dat Vion de nieuwste stikstofregels wil ontlopen. Het bedrijf beroept zich hiervoor op de vergunning van 2015. Dan hoeft ook de stikstofuitstoot van het eigen verkeer op de uitvalswegen niet te worden meegerekend. Terwijl het aantal vervoersbewegingen verdrievoudigt met de komst van 600 extra arbeiders, voornamelijk arbeidsmigranten.

Ondertussen is de vleeshal voluit in aanbouw. De omgevingsdienst weet dit al sinds half oktober, maar treedt niet op. Dit betekent doorgaans dat binnenskamers al is uitgemaakt dat Vion zijn natuurvergunning zal krijgen. De provincie bevestigt dit beeld in het Boxtelse nieuwsblad Brabants Centrum van 21 november: het mag niet, maar we laten Vion begaan.

‘Zodra de aanvraag ontvankelijk is, zullen wij een ontwerp-beschikking ter inzage leggen, waarop een ieder zijn zienswijze kan geven’, schetst de omgevingsdienst de formele procedure. Tot dat moment is er niets om eventueel bezwaar tegen te maken, laat staan om met enige kans van slagen de bouw door de rechter subiet stil te laten leggen.

De rechtsbescherming is hier ver te zoeken.

Zo trekt Vion aan het langste eind, zonder een vinger voor de natuur uit te steken. Ook dit stikstof producerende bedrijf zou in de huidige crisistijd een bijdrage moeten leveren aan natuurverbetering. Door bos aan te leggen of een varkensboer met een verouderd bedrijf uit te kopen. Het grote Vion kan daarin tot voorbeeld zijn voor anderen. Maar dat zit er niet in.

De huidige opstelling bevestigt het imago van een bedrijf dat zich weinig aantrekt van zijn omgeving. Terwijl Vion laatst toch wakker schrok van allerlei negatieve publiciteit. Dat leidde onder meer tot een charmeoffensiefje, met zelfbetaalde columns van de bedrijfsdierenarts Derk Oorburg in twee Boxtelse weekbladen. Dat deze arts bij Vion ook directeur is bleef hierbij onvermeld. Zijn goedgevoelcolumns maakten weinig indruk.

Vergezicht op de zuidrand van Boxtel, met van links naar rechts de Vionslachterij , de contouren van het bedrijvencentrum de Baanderije en de toren van het achtergelegen wooncomplex Stapelen

Vion heeft dan ook een forse kloof naar de samenleving te overbruggen. Het massieve fabriekscomplex dat het aanzicht van de zuidelijke dorpsrand devalueert, is nu eenmaal het ongure sluitstuk van de doorgeslagen intensieve veehouderij in Brabant. Geen mens wil weten wat zich afspeelt in de slachterij, uitgezonderd dierenactivisten die Vion regelmatig op de korrel nemen.

Het bedrijf moet dus zelf een brug zien te slaan naar de Boxtelse bevolking en specifiek naar omwonenden die veel last hebben van de slachterij. Dat vereist initiatief. De kans om rechtstreeks in gesprek te gaan met huurders van Stapelen over hun zwartboek, liet de bedrijfsleiding onbenut.

Maar er is een lichtpuntje. De vaste adviseur van Vion, het bureau Witteveen+Bos, doet onderzoek naar oorzaken en oplossingen van de stankoverlast. Dat gebeurt op aandringen van het gemeentebestuur met als doel dat ‘Boxtel Vion niet meer ruikt’. Het onderzoek wordt begeleid door een klankbordgroep met daarin ook omwonenden. Daar kan in ieder geval een gesprek op gang komen.

Ondertussen hield Vion half november in Boxtel een symposium over de toekomst van de agrifoodbranche, samen met de gemeente. ‘Meer boeren, minder vee’, pleitte de Wageningse oud-hoogleraar Michiel Korthals daar voor ‘afbouw van de veestapel’. Zijn verhaal staat bol van cijfers die de noodzaak van een ommezwaai illustreren. Maar over zulke heikele materie ging het deze namiddag in het hol van de leeuw verder niet.

Buiten het Vionkantoor werd gewerkt aan de grote vleeshal. Daar ging het binnen ook niet over.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén