Categorie: Journalistiek onderzoek

Journalistiek onderzoek van Ron Lodewijks

Het publieke zwembad als commerciële handelswaar

Verstedelijkt Veghel krijgt een nieuw overdekt zwembad. Het oude is versleten en wordt vervangen. In landelijk Sint-Oedenrode gebeurt hetzelfde. Twee volwassen nieuwe zwembaden tegelijk binnen één gemeente!

Dat is bepaald spectaculair in tijden van coronacrisis die ook gemeenten financieel hard treft. Maar de gemeenteraad van Meierijstad trok er 25 juni 2020 vol overtuiging 19 miljoen euro voor uit. Tevens investeert deze fusiegemeente extra in verbeteringen aan het Schijndelse zwembad De Molen Hey.

Bovendien neemt Meierijstad de exploitatie van haar drie zwembaden zelf ter hand. Daarvoor komt een apart gemeentelijk zwembadbedrijf.

Geheel anders is de situatie in buurgemeente Boxtel. Die speelt met de gedachte haar zwembad af te stoten, omdat zij zich een dergelijke luxe financieel niet meer zou kunnen veroorloven. Volgens sportwethouder Herman van Wanrooij valt er structureel een half miljoen euro gemeenschapsgeld te besparen als het Dommelbad wordt geprivatiseerd. Dit bedrag keert de gemeente jaarlijks uit aan huidig exploitant Optisport, grootbedrijf in commerciële exploitatie van sport- en vrijetijdsaccommodaties.

Bij deze vooraankondiging van de wethouder in Brabants Dagblad bleef het tot dusver. De Boxtelse politiek is over het zwembad nog niet aan het woord geweest, al is daar binnenskamers al wel met het bestuur over gefilosofeerd. De zogeheten kerntakendiscussie (wat moet de gemeente blijven doen en waar stopt zij mee) waarin het Dommelbad aan de orde had moeten komen, smoorde dit voorjaar in de coronacrisis.

Dit debat is nu over de herindelingsverkiezingen van 18 november heengetild en ligt daarmee op het bord van de nieuwgekozen gemeenteraad. Deze vervroegde verkiezingen zijn nodig omdat Boxtel buurdorp Esch erbij krijgt van de gemeente Haaren, die zichzelf opheft.

Koppelverkoop

Het Dommelbad wordt al van meet af aan commercieel gerund. Deze klus werd in 2006 bij aanbesteding gegund aan de ConeGroup. Dit Gelderse recreatiebedrijf, inmiddels omgedoopt tot Nederlandse Leisure Group (NLG), schoof het Dommelbad najaar 2017 onderhands door aan Optisport, samen met de exploitatie van tien andere sportaccommodaties in den lande.

Deze koppelverkoop werd de eigenaren als voldongen feit meegedeeld: ‘Wij kunnen begrijpen dat u zich wellicht overvallen voelt door dit schrijven’. Optisport zou nog wel een keer langskomen voor een kennismakingsgesprek.

Uit niets blijkt dat Boxtel zich overvallen voelde. Het overnamebericht werd slechts ‘voor kennisgeving aangenomen’. Het bleef oorverdovend stil in het gemeentehuis. De algemeen directeur van Optisport kwam begin 2018 nog ‘persoonlijk langs ‘ om de overname toe te lichten. Volgens zijn agenda sprak hij hierover alleen met twee ambtenaren. Het gemeentebestuur bleef hierbij opvallend afwezig.

Niets over te zeggen

Dat Boxtel als eigenaar en financier van het Dommelbad werkelijk niets over de handel tussen NLG en Optisport te zeggen had, blijkt uit de exploitatie- en huurovereenkomst van 2006. Die kent wél een bepaling over tussentijdse opzegging van het contract maar regelt niets voor een overname. De Besloten Vennootschap Zwembad Boxtel kon dan ook onbelemmerd van eigenaar verwisselen.

Optisport maakt daarmee meteen kans om een volgende contractverlenging in de wacht te slepen. Halverwege 2021 moet de gemeente beslissen of ‘zij de samenwerking wenst voort te zetten’. De politieke discussie over de toekomst van het Dommelbad staat dus al onder druk nog voordat zij is begonnen.

Van vitaal belang voor dit debat is om te weten hoe het Boxtelse zwembad er na 14 jaar commerciële exploitatie voor staat.

Een aanwijzing hiervoor vormen de jaarcijfers over 2014 tot en met 2018 die de gemeente deels openbaar heeft gemaakt. De Zwembad Boxtel bv draaide onder NLG een omzet van rond de half miljoen euro per jaar en maakte over drie jaar in totaal 116.000 euro winst. Daarvan keerde NLG 75.000 dividend aan zichzelf uit. Eind 2016 resteerde in de bv nog een (overige) reserve van 75.000 euro.

Winstgevend

Na de overname door Optisport groeide deze reserve naar 182.000 euro in 2018, als gevolg van de winst die in 2017 werd behaald. Ook 2018 werd afgesloten met winst, die pas zichtbaar wordt in de nog ontbrekende jaarcijfers over 2019.

Opvallend is dat onder het Optisportregime de personeelskosten afnemen maar de (overige) bedrijfskosten substantieel groeien. De jaarrekeningen over 2017 en 2018 bieden geen helderheid meer over de aard van deze bedrijfskosten, in tegenstelling tot de voorgaande drie NLG-jaren.

Wél valt te lezen dat er met toestemming van de gemeente vergoedingen zijn gegeven voor ondersteunende diensten en managementtaken die groepsmaatschappijen van Optisport hebben geleverd. De manager van het Dommelbad runt tegenwoordig ook het gloednieuwe zwembad Den Donk in Oisterwijk. Hoe dat in praktijk financieel uitpakt, is onduidelijk.

Met de jaarlijkse subsidie van inmiddels 400.000 tot 500.00 euro – de gemeente heeft deze bedragen in de jaarrekeningen zwart gemaakt – blijft de exploitatie van het Dommelbad niettemin winstgevend.

Stevige impuls

Ook de jaarcijfers van Optisport Exploitaties bv zien er goed uit. Het moederbedrijf kreeg een stevige impuls door de reeks overnames in 2018, waaronder het Dommelbad. De omzet groeide daardoor met 16,7 miljoen naar ruim 98 miljoen euro. De winst steeg met bijna een half miljoen naar 4,3 miljoen euro.

Ondanks al deze gunstige cijfers kon het toch gebeuren dat het diplomazwemmen in het Dommelbad duurder werd. Volgens het management was dat nodig om ‘alle in plaats van sommige kinderen een medaille te kunnen geven’. Zo’n medaille kost ‘eigenlijk 7.95 euro per stuk’, maar ‘wij bieden standaard een korting van 4.35 euro’, wordt een prijsverhoging van 11.90 naar 15.50 euro (plus 30 procent) commercieel aangeprezen.

Pgb-zwemmen

Pijnlijker is de wijze waarop Optisport afscheid neemt van het zogeheten pgb-zwemmen. Kinderen met een verstandelijke beperking zoals het syndroom van down of gedragsproblemen zoals adhd, konden via het persoonsgebonden budget van de gemeente wekelijks een half uur één-op-één zwemles krijgen. De behoefte hieraan is groot en de wachtlijst lang. Maar volgens Optisport kan dit ‘als gevolg van verscherpte veiligheidseisen’ niet meer voor 79 euro per maand en wordt het pgb-zwemmen afgebouwd door aflopende abonnementen niet meer te verlengen.

Hoe veiligheid in het geding kan zijn bij dergelijke privélessen is een raadsel, al staat dit thema binnen Optisport op scherp sinds 2015. Toen verdronk een Syrisch meisje tijdens het schoolzwemmen in het Rhenense zwembad ‘t Gasland waar dit bedrijf de scepter zwaait. Een badmeester en twee badjuffen werden individueel vervolgd voor dood door schuld en door de rechter veroordeeld tot werkstraffen. Optisport bleef in dit strafproces buiten schot.

Als alternatief voor het pgb-zwemmen in Boxtel heeft Optisport ‘de pgb-special’ in de aanbieding. Dat zijn zwemlessen in groepjes van zes kinderen, ‘waarbij de ouder meezwemt’. ‘Dat is niet alleen leuker voor kind en ouder, maar ook een stuk goedkoper’, wijst Optisport op het nieuwe tarief van 38,95 euro per maand.

Dooddoener

Ervaringsdeskundigen vinden deze oplossing een dooddoener. ‘Dat werkt zo niet. Aan één kind met het syndroom van down, heb je je handen al vol. Een tweede kind erbij zou nog kunnen, maar zes tegelijk is ondoenlijk. Dit wordt niets meer’, geven zij aan. Volgens Optisport kunnen deze kinderen ook privézwemles krijgen van een instructeur aan wie zij het bad onderverhuurt.

De gemeente Meierijstad maakte juist deze zomer bekend dat kinderen vanaf 5 jaar met gedrags- en motorische problemen voortaan standaard in al haar zwembaden aangepaste zwemlessen in kleine groepjes kunnen krijgen. Deskundig begeleid door een team met daarin een gespecialiseerd zwemonderwijzer, fysiotherapeut, bewegingsagoog en een sportcoach.

Ook de gemeente Boxtel zegt het desgevraagd belangrijk te vinden dat zoveel mogelijk doelgroepen de mogelijkheden hebben om te zwemmen, zo ook kinderen met een beperking. ‘De wijzigingen die door Optisport zijn doorgevoerd vallen binnen deze kaders en bevoegdheden van Optisport’, concludeert zij.

Pgb-zwemmen past niet in het commercieel gedreven bedrijfsconcept van Optisport dat is gericht op kosten besparen en sociale betrokkenheid ontbeert. Dit manifesteert zich ook in het recreatief zwemmen waar stelselmatig op wordt bezuinigd, ten gunste van groepslessen die meer opleveren. Het zwembad is voorts af te huren door particulieren voor feesten en partijen. ‘Heerlijk genieten van alle ruimte. Bijna alles is mogelijk’, prijst het management de zwemfeesten aan.

De dwingende bedrijfscultuur van Optisport trok ook haar sporen onder het personeel. Verschillende ervaren en gemotiveerde zweminstructeurs verlieten de laatste jaren het Boxtelse zwembad.

Hoe moet het nu verder met het Dommelbad na 2021?

Het speelveld voor de publieke zwembaden in de omgeving van Boxtel ziet er anders uit dan in 2016. Toen durfden burgemeester en wethouders een nieuwe tijdrovende (Europese) aanbesteding niet aan omdat de markt van zwembadexploitanten ‘niet stabiel’ was.

Gewezen werd hierbij onder meer op ontwikkelingen in Vught. Dat jaar sloot zorginstelling Reinier van Arkel haar zwembad op Voorburg. En de gemeente Vught trok haar handen af van zwembad/sporthal Ouwerkerk. Zij had dit sportcomplex in 2014 voor 45 eurocent verkocht aan recreatiegrootmacht Laco, als sluitstuk van een privatiseringsproces dat al in 1994 begon.

Na Laco nog 20 jaar met diverse miljoenen te hebben gesubsidieerd voor exploitatie, onderhoud en modernisering van het verouderde zwembad, zette Vught er een punt achter. Laco moet Ouwerkerk voortaan voor eigen rekening runnen en confronteert gebruikers met scherpe prijsverhogingen die niet zijn op te brengen.

Voor de Vughtse zwemvereniging De Dommelbaarzen liep de huur op naar 47.000 euro per jaar. Volgens Laco is dat nog fors beneden de kostprijs van 75 mille. De club stapte naar de rechter om de prijsverhoging te verhinderen maar kreeg nul op het request.

Vughtse topzwemmers nu in Boxtel

Als gevolg hiervan stopten De Dommelbaarzen met hun succesvolle wedstrijdgroep, die behoorde tot de nationale subtop. Veel van hun wedstrijdzwemmers zijn volgens berichtgeving in Brabants Dagblad inmiddels overgestapt naar zwemclub Zegenwerp, vernoemd naar het openluchtbad in Sint-Michielsgestel waar Optisport de scepter zwaait. Maar deze club zwemt toch vooral in het Boxtelse Dommelbad.

Voor Ouwerkerk is het afhaken van De Dommelbaarzen een gevoelig verlies. Laco zit daardoor met een exploitatiegat van 300 vrijwel onverhuurbare uren. In prijs en kwaliteit kan Ouwerkerk niet concurreren met zwembaden in omliggende gemeenten die doorgaans nieuw zijn en nog wel worden gesubsidieerd. Het lijkt een kwestie van tijd dat Laco Ouwerkerk opdoekt en het complex doorverkoopt aan een bouwprojectontwikkelaar. Vughtenaren moeten dan elders gaan zwemmen.

Laco grossiert in profijtelijke sterfhuisconstructies met zwembaden die armlastige en kortzichtige gemeenten in het verleden hebben uitverkocht.

De Beemd in Veghel

In Veghel kreeg deze firma destijds zwembad De Beemd voor 100 euro in de schoot geworpen. Nu dit complex in het centrum van Veghel in 2021 plaatsmaakt voor een nieuwe Aldi-supermarkt en een groot parkeerterrein, rinkelt daar de kassa voor Laco.

Dat staat in 2026 ook te gebeuren in Goirle als het versleten zwembad Waterspoor sluit en Laco voor 100 euro een woningbouwlocatie in de schoot krijgt geworpen en vervolgens te gelde kan maken. Dat is het resultaat van een overeenkomst die al in 2001 met de gemeente Goirle werd gesloten en recent met vijf jaar is verlengd. In ruil hiervoor steekt Laco jaarlijks nog 158.000 euro in onderhoud van het ruim 50 jaar oude complex. De gemeente heeft geen plannen voor een nieuw zwembad.

Onder gemeentelijk beheer

Gaat het in Boxtel binnenkort ook die kant op? Er zijn andere mogelijkheden. Het Dommelbad kan ook weer onder gemeentelijk beheer komen. Dat was ooit zo met Den Haagakker. Dit sportcomplex uit 1975 raakte na de eeuwwisseling in de versukkeling door een mislukte privatisering waarmee de gemeente goedkoper uit dacht te zijn. Welbewust maakte Boxtel na dit debacle in 2006 een sprong voorwaarts met een nieuw zwembad waar exploitatie en onderhoud geen sluitpost meer zouden zijn.

Maar waar buurgemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode baas in eigen zwembad bleven, liet Boxtel de exploitatie over aan commerciële bedrijven die leunen op overheidssubsidies.

Om dezelfde fout niet opnieuw te maken, kan Boxtel beter een voorbeeld nemen aan Meierijstad. Die bouwt in Veghel voor ruim 10 miljoen euro een nieuw bad van vergelijkbare kwaliteit en omvang als het Dommelbad. Deze gemeente schuift Laco aan de kant en neemt de exploitatie in eigen hand. Daarbij moet zij jaarlijks een tekort van 300.000 euro afdekken. Dat is 20 mille minder dan de vergoeding die Laco krijgt voor zwembad De Beemd. En ook goedkoper dan wat Boxtel nu kwijt is aan Optisport.

Er zit dus perspectief in zo’n aanpak, mits de gemeente het Dommelbad wil blijven bezien als een belangrijke gemeenschapsvoorziening.

De komende verkiezingscampagne in Boxtel is hét moment voor politieke partijen om hierover duidelijkheid te verschaffen.

Verder op deze site: hoe de gemeente Boxtel onder druk van Optisport gegevens over het Dommelbad geheim houdt.

Zie daarvoor het artikel: Openbaarheid van bestuur, zwemmen tegen de stroom in.

Openbaarheid van bestuur: zwemmen tegen de stroom in

Het Dommelbad in Boxtel is een prachtig zwembad. Een gemeenschapsvoorziening om zuinig op te zijn. De ConeGroup die hier sinds 2006 het beheer voerde, deed dat bepaald niet slecht.

Maar eind 2017 verdwijnt dit bedrijf ineens van het toneel, een jaar nadat de gemeente zijn contract met vijf jaar had verlengd. Het draagt de exploitatie over aan Optisport uit Tilburg, grootmacht onder de beheerders van sportaccommodaties.

De gebruikers van het Dommelbad vernemen dit nieuws bij binnenkomst een maand later. Met een gortdroge verklaring van anderhalf A4-tje, maakt Optisport Exploitaties BV zichzelf bekend.

Vreemd is echter dat je in de media niets tegenkomt over deze wisseling van de wacht, terwijl het lokale nieuws in Boxtel toch prima gevolgd wordt door één dagblad en inmiddels twee weekbladen. Kennelijk hebben zij geen persbericht ontvangen.

Diepe stilte

Diepe stilte heerst ook bij de gemeente. Als eigenaar en financier van het Dommelbad heeft zij kennelijk geen positie bij deze overname van een lopende exploitatie door een bedrijf dat zich gedraagt.

En omdat deze cultuuromslag geen verbetering blijkt, rijst de vraag hoe het gemeentelijk toezicht op de gang van zaken in het Dommelbad is geregeld.

Om dat aan de weet te komen verzoek ik burgemeester en wethouders op 15 juli 2019 per email om inzage in onder meer het exploitatiecontract, in verslagen van voortgangsgesprekken over uitvoering en naleving van dit contract en om documentatie over onderhoud van het zwembadcomplex.

Ik doe hiervoor bij de afdeling communicatie een beroep op de Wet openbaarheid bestuur (Wob) en stel ook de wethouder sportzaken van mijn initiatief op de hoogte.

Drie dagen later bericht een juridisch consulent van de gemeente dat ik zo’n verzoek uitsluitend op schrift mag doen en dat ik daarvoor twee weken de tijd krijg. Een dag later (22 juli) lever ik in het gemeentehuis persoonlijk een brief af. Aan de balie krijg ik een bewijs van ontvangst.

Dat is maar goed ook, want de brief raakt in het ongerede. Dat blijkt als de consulent mij 8 augustus meedeelt dat mijn Wob-verzoek buiten behandeling is gesteld omdat ik schriftelijk niets meer van mij heb laten horen. Binnen zes weken kan ik bezwaar maken tegen dit besluit.

Om te voorkomen dat mijn Wob-verzoek al op voorhand wegzakt in het procedurele moeras, vraag ik haar telefonisch om nog eens goed te zoeken. De volgende brief (29 augustus) brengt het verlossende woord: mijn brief is boven water.

Procedures alleen op papier bij gemeente Boxtel

Burgers die zich bij de gemeente Boxtel in een procedure wagen, moeten dat nog steeds alleen op papier doen. Dat bleek toen mijn gemailde Wob-verzoek over het Dommelbad niet werd geaccepteerd. Ook tegen besluiten van het gemeentebestuur over vergunningen of bestemmingsplannen kan alleen schriftelijk worden geageerd.

Om te kunnen bewijzen dat je zo’n stap hebt gezet is een ontvangstbevesting cruciaal. Digitaal is dat een fluitje van een cent (doorgaans komt er een standaardmailtje terug van de ontvanger), maar op papier een stuk omslachtiger. Dat betekent aangetekend verzenden per post of laten afstempelen aan de balie van het gemeentehuis.

De vraag is waarom Boxtel, overigens niet als enige gemeente, hier niet met haar tijd meegaat. Ambtelijk bestaat de vrees, zo bleek mij, dat met de papieren brief ook een bepaalde drempel wegvalt: je hoeft niet meer naar de postbus of het gemeentehuis. Het openzetten van de digitale/elektronische kraan werkt gemakzucht en misbruik in de hand en gaat de gemeentelijke organisatie handvol werk kosten, zo wordt verondersteld.

Omdat daar volgens mij best een mouw aan te passen valt, zoals allerlei overheidsinstanties ook al bewijzen, heb ik mijn gedachten hierover op papier gezet en begin oktober 2019 besproken met toenmalig burgemeester Fons Naterop. Zijn boodschap was dat de gemeente de overstap van papier naar digitaal grondig moet voorbereiden en daarom in 2021 zal maken.

Omdat Naterop al kort na dit gesprek als waarnemend burgemeester vertrok, heb ik mijn brief in overleg met hem direct na het gesprek formeel bij het gemeentebestuur ingediend. Het wachten is nog steeds op antwoord, terwijl 2021 nadert.

Tijdverlies

Door al het tijdverlies is de wettelijke beslistermijn inmiddels verstreken. Die wordt volgens de regels verlengd. ‘Uiterlijk binnen de vier volgende weken’ ontvang ik een besluit. De bemoedigende accentuering is van de juriste.

Haar volgende brief luidt echter nieuwe vertraging in. ‘Het vermoeden bestaat dat Optisport Boxtel BV bedenkingen heeft bij het openbaar maken van de betreffende documenten.’ De exploitant heeft tot 13 september de tijd om een ‘zienswijze’ in te dienen.

Optisport krijgt dit echter niet voor elkaar en mag er daarom vijf dagen langer over doen. ‘Uiterlijk 28 september moet er een besluit op uw Wob-verzoek zijn genomen’, luidt de volgende toezegging in wéér een brief.

Ditmaal geen accentuering en dat blijkt profetisch, want opnieuw gaat het mis. Nog niks gehoord op 30 september en daarom de telefoon gepakt. De consulent belooft het uit te zoeken. In een volgende brief (11 oktober) zet zij uiteen dat verschillende stukken uit het archief moeten komen en dat het opvragen hiervan langer duurt dan voorzien. Aangezien deze stukken ook nog moeten worden beoordeeld, ‘is het lastig om een termijn hiervoor te noemen’.

Een hele kluif

Als bijna vier maanden na mijn Wob-verzoek, op 4 november dan eindelijk het besluit valt, wordt duidelijk dat deze beoordeling nog een hele kluif was. De gemeente blijkt zich te hebben gevoegd naar het bezwaar van Optisport tegen openbaarmaking van financiële gegevens.

Ik vraag de consulent om mij het bezwaar van Optisport tegen mijn Wob-verzoek toe te zenden. Maar dat is volgens haar niet gebruikelijk. Ik moet het maar doen met haar samenvatting en commentaar hierop. Achteraf wordt spijt betuigd over deze weigering. De brief van Optisport zit dan al in het beroepsdossier.

Niets van wat in 2006 contractueel is afgesproken mag volgens Optisport bekend worden omdat dit de positie van het bedrijf en van de gemeente zou schaden. Deze eis gaat de gemeente weliswaar te ver, maar zij verijdelt wél openbaarheid op essentiële punten.

Geheim blijven met name de exploitatiesubsidie die zij jaarlijks verstrekt en de huurpenningen die Optisport haar voor het zwembad betaalt.

De uitsmijter

Dan volgt de uitsmijter. ‘Wij beschikken niet over verslagen van voortgangsgesprekken tussen Optisport en gemeente. Informatie waarover wij niet beschikken, kunnen wij vanzelfsprekend niet openbaar maken.’

Omdat Optisport geen bezwaar maakt tegen deze gemeentelijke opstelling, krijg ik na twee weken wél de gevraagde exploitatie- en huurovereenkomst en jaarrekeningen. Die blijken op honderden plekken zwart gemaakt. Hieronder ook alle gemeentelijke uitgaven voor onderhoud van het zwembad.

In de drift tot geheimhouding zijn zelfs de namen weggelakt van een topambtenaar en van bedrijfsdirecteuren die vanuit hun functie namens hun organisaties verplichtingen voor het Dommelbad aangaan. In de slipstream gaan ook de parafen van toenmalig burgemeester Frank van Beers op zwart.

Het besef dat de persoonlijke levenssfeer van deze functionarissen hier niet in het geding kán zijn, dringt bij de gemeente maar mondjesmaat door. Haar juridische vertegenwoordiger meent aanvankelijk dat ik mijn gelijk hierover maar bij de burgerrechter moet zien te halen. Later wordt deze uitglijer rechtgezet en worden de meeste namen vrijgegeven. Ook de parafen van de burgemeester gaan op wit.

Hoewel een detail in het grotere geheel, tekent dit de krampachtige opstelling van de Boxtelse autoriteiten. Omdat die niet spoort met het wettelijk principe van openbaarheid teken ik beroep aan bij burgemeester en wethouders. Met het verzoek om alle zwarte passages alsnog zichtbaar te maken en beter archiefonderzoek te doen naar de resultaten van contractueel verplicht overleg over het reilen en zeilen van het zwembad. Dit inclusief digitale communicatie zoals email en app die ook onder de Wet openbaarheid bestuur valt.

Mijn beroep krijgt vorm in een procedure die loopt via de lokale bezwaarschriftencommissie. Deze onafhankelijke juristen horen doorgaans eerst alle betrokkenen en brengen daarna advies uit aan het gemeentebestuur.

Geen hoorzitting

Ik verzoek via een skypeverbinding aan een hoorzitting deel te nemen omdat ik enige tijd fysiek verhinderd ben. Dat is helaas niet mogelijk. ‘Uit eerdere ervaringen is gebleken dat het ons niet lukt een dergelijke verbinding goed tot stand te brengen,’ meldt de commissie.

De hoorzitting verschuift in overleg naar 16 april, maar die zitting wordt afgeblazen als de coronacrisis om zich heen grijpt. Om nóg meer vertraging te voorkomen, stem ik in met schriftelijke behandeling.

Niets te vinden

Dit wordt een ritueel van vraag en antwoord tussen de commissie, mijzelf, de gemeente en Optisport. Daartoe uitgedaagd door de commissie, bezweert de gemeente dat er uitvoerig en deugdelijk naar documentatie is gezocht in haar archieven en mailbestanden over de gang van zaken in het zwembad, maar dat er helemaal niets is gevonden. Ook Optisport heeft niets vastgelegd.

De gemeente weet evenmin of er voortgangsgesprekken zijn gevoerd. Zo die er al waren, hoefde daarvan geen verslag te worden gemaakt. Zouden er verslagen zijn geweest, dan moesten die na vijf jaar op grond van de Archiefwet worden vernietigd. De gemeente betwijfelt bovendien of voortgangsgesprekken wel nodig zijn. ‘Nergens uit de beschikbare informatie’ blijkt dat ‘strikt toezicht en bijsturing’ noodzakelijk waren.

Wat de gemeente zou moeten doen als toezichthouder (volgens de Exploitatie- en huurovereenkomst)

Het gebruikers- en openstellingsrooster jaarlijks vooraf goedkeuren. Een waarborg dat de beheerder zich houdt aan de minimaal voorgeschreven uren voor recreatief zwemmen, zwemlessen aan jongeren en voor verenigingen.

Tussentijdse wijzigingen in het gebruikers- en openstellingsrooster vooraf schriftelijk goedkeuren.

Wijzigingen van de tarieven uitdrukkelijk schriftelijk goedkeuren. Een waarborg dat de beheerder de toegangsprijzen niet opdrijft en de verplichting nakomt om diverse soorten abonnementen aan te bieden.

Minimaal één keer per jaar overleg voeren met de beheerder over de gang van zaken bij de exploitatie van het zwembad. Hét moment om de balans op te maken en nadere afspraken vast te leggen.

Schriftelijk toestemming geven aan de beheerder voor betalingen uit de zogeheten egalisatiereserve. De beheerder vult deze geblokkeerde rekening zelf met 50.000 euro plus nog eens (maximaal) 50.000 euro met behaalde exploitatiewinsten. Dit is bedoeld als garantiestelling voor tekorten op de exploitatie van het zwembad.

De zwembadmanager van Optisport meldt in zijn schriftelijke bijdrage dat hij graag over de integrale voortgang der dingen had willen praten maar dat met de gemeente hierover geen afspraak viel te maken. Wél bestond mailcontact dat ‘ goed verliep’ en sprak hij drie maal incidenteel met ambtenaren. Was verslaglegging hiervan aan de orde geweest, dan had die volgens hem ook per definitie vertrouwelijk moeten blijven.

Verder voert deze manager bij de bezwaarschriftencommissie nog van alles aan om openbaarheid te verijdelen en daarmee te voorkomen dat ‘de marktpositie’ van Optisport verder wordt geschaad. Die is volgens hem al beschadigd door wat ten onrechte wél aan informatie is prijsgegeven.

150.000 euro huur

Zo vindt Optisport het kwalijk dat de gemeente in de exploitatiecijfers bij nader inzien alsnog zichtbaar wil maken dat het bedrijf jaarlijks 150.000 euro huur betaalt voor het Dommelbad. En dat terwijl Optisport dit bedrag zelf vermeldt in de jaarcijfers van Optisport Boxtel bv die het bedrijf deponeert bij de Kamer van Koophandel.

Ook had de gemeente geen herinnering aan haar eigen publicatie van het huurbedrag toen zij in 2016 het contract met de ConeGroup verlengde.

De bezwaarschriftencommissie adviseert burgemeester en wethouders uiteindelijk om per onderdeel aan te geven om welke reden zij informatie weigeren. Op één punt heeft de commissie twijfels over de gemeentelijke opstelling : waarom worden financiële gegevens over het Dommelbad die al 14 jaar oud zijn toch nog onder de pet gehouden? Ook dat dient beter te worden gemotiveerd.

In allerlei bochten

In het advies aan burgemeester en wethouders staat geen woord over de exploitatiesubsidie waar expliciet om was gevraagd. ‘Ik snap werkelijk niet waarom de gemeente zich in allerlei bochten wringt om te verhullen hoeveel gemeenschapsgeld met een publieke voorziening als het Dommelbad gemoeid is’, hield ik de drie juristen voor.

Ook op een ander belangrijk punt kiest de commissie vol overtuiging de kant van het gemeentebestuur. Dat heeft ‘geloofwaardig’ aangetoond voldoende moeite te hebben gedaan om vermeende documentatie over de gang van zaken in het zwembad op te sporen. ‘Het is aan bezwaarmaker om aannemelijk te maken dat de stukken wel degelijk in gemeentelijk bezit zijn’, betoogt de commissie.

Op 29 juni 2020 nemen burgemeester en wethouders het advies volledig over. Zij metselen de bureaucratische muur tegen verdere openbaarmaking dicht.

Bijna een jaar is verstreken sinds ik mijn Wob-verzoek op 15 juli 2019 indiende. In die tijd is veel juridische lucht verplaatst alsof het om staatsgeheimen gaat.

Dood paard

Om openbaarheid alsnog uit het vuur te slepen, moet ik dus naar de rechter. Eerst naar de rechtbank Oost-Brabant en daarna mogelijk in hoger beroep naar de Raad van State. Dat heeft echter geen enkele zin. Aantonen dat wat er niet is, er toch móét zijn, is trekken aan een dood paard.

Bovendien zou een finale rechterlijke uitspraak hierover als mosterd na de maaltijd komen. Want komend voorjaar al moet de Boxtelse politiek een knoop hebben doorgehakt over de toekomst van het Dommelbad. Het contract met Optisport loopt eind 2021 af.

Binnenskamers wordt al gefilosofeerd over volledige privatisering. Want de gemeente verkeert financieel in zwaar weer en moet fors bezuinigen. Met de rug tegen de muur is een zwembad al gauw geen kerntaak meer.

Burgemeester en wethouders laten via hun juridische vertegenwoordiger alvast weten dat in de discussie die hierover nog moet komen ‘geen inzicht zal worden gegeven in de gehele financiële administratie van Optisport’.

Bestuurders spraken zich uit

Deze opstelling is in tegenspraak met eerdere uitspraken van gemeentelijke kant. Bij de bekendmaking van de uitverkoren exploitant in 2006, beloofde toenmalig sportwethouder Anton van Aert publiekelijk dat de bedragen in het exploitatiecontract openbaar gemaakt worden. Het lokale weekblad Brabants Centrum tekende dat uit zijn mond op.

De huidige sportwethouder Herman van Wanrooij stipuleerde oktober 2019 in Brabants Dagblad dat de gemeente jaarlijks een half miljoen euro kwijt is aan de exploitatie van het Dommelbad. Mijn Wob-verzoek was toen drie maanden onderweg.

Over onevenredige benadeling van de beheerder en financieel-economische schade voor de gemeente, hoorde je toen niemand.

Ook de gemeentelijke rekenkamer hoefde zichzelf in 2012 niet te censureren bij de publicatie van zijn onderzoek naar de totstandkoming van het Dommelbad. Dit openbare rapport biedt inzicht in de exploitatievergoeding die de beheerder van de gemeente krijgt . Die liep door indexatie op van 356.000 euro in 2007 naar 388.000 euro in 2011. Op basis van deze cijfers moet dat bedrag inmiddels gestegen zijn naar zo’n 430.000 euro. Dat is minder dan de half miljoen die de wethouder noemde.

In het Boxtelse bestuursarchief zit ook een gedetailleerd overzicht van de gemeentelijke onderhoudskosten aan het zwembad tussen 2018 en 2028. Die zijn geraamd op in totaal 1,8 miljoen euro.

Uit deze opsomming blijkt dat de gemeente bij toepassing van de Wet openbaarheid bestuur gegevens onder de pet houdt die eerder waren toegezegd en bekend gemaakt.

Deze Wob-procedure heeft voorts geen enkele tastbare informatie opgeleverd over het gemeentelijk toezicht van de afgelopen 14 jaar op het reilen en zeilen van het Dommelbad en op de besteding van naar schatting 3,5 miljoen euro subsidie die hieraan werd gespendeerd.

Zodoende werd het voor mij in Boxtel met de openbaarheid van bestuur langdurig zwemmen tegen de stroom in.

Binnenkort op deze site: Publieke zwembaden als commerciële handelswaar

Megaslachter in Boxtel kan ongehinderd zijn gang gaan

BOXTEL- Vleesconcern Vion groeit alsmaar verder in Boxtel. Bij de megaslachterij op het bedrijventerrein Ladonk verrijst nu een vleesverwerkingshal van 12.000 vierkante meter. Een investering van 35 miljoen euro. Daar gaan straks maar liefst 600 arbeiders aan de slag. Dan werken er in totaal 2400 man bij Vion in Boxtel.

Daarmee wordt het vleesconcern een nóg grotere speler op Ladonk, waar ook zijn hoofdkantoor staat en het eigen transportbedrijf Distrifresh prominent rondrijdt. Dit proces van centralisatie is gaande sinds Vion, eigendom van de boerencoöperatie ZLTO, langs de rand van de afgrond scheerde. Het bedrijf had zich vertild aan de kostbare overname van een grote Britse vleesketen.

De slachterij van Vion langs de spoorlijn Boxtel-Eindhoven, gezien vanaf de Parallelweg-Zuid, de zuidelijke uitvalsweg van Boxtel.

Door fors in te teren op de reserves, winstgevende bedrijfsonderdelen te verkopen en zich volledig te concentreren op de slacht en verwerking van consumptievlees, wist Vion de enorme verliezen op te vangen. Het bedrijf maakt inmiddels weer winst, al steekt die mager af bij de omzet.

Dus moet er scherp aan de wind worden gezeild. De uitbreiding in Boxtel betekent inkrimping op andere bedrijfslocaties, zoals in Scherpenzeel en Valkenswaard. Omdat de plannen hiervoor forser uitpakken dan eerder gepland, zijn nieuwe vergunningen nodig. Zo heeft Vion eind augustus 2019 bij de provincie een natuurvergunning gevraagd.

Die vergunning laat op zich wachten. Want door het debacle met het Nederlandse stikstofbeleid dat de Raad van State mei dit jaar de grond in boorde, en de aanhoudende wanorde hierover, zijn ook in Brabant vrijwel geen natuurvergunningen meer verstrekt. De omgevingsdienst die hiervoor namens de provincie Noord-Brabant aan de lat staat, kampt met grote achterstanden.

De grote vleesverwerkingshal op het Vion-terrein in aanbouw

Ondertussen is Vion volop aan de slag gegaan. De vleesverwerkingshal is in aanbouw en een groot parkeerterrein aangelegd en in gebruik.

Mag dat zomaar?

Het vergt de nodige inspanning om dat te doorgronden. Want wetgeving hierover is ondoorzichtig. Om te mogen uitbreiden heeft Vion zowel een provinciale natuurvergunning als een gemeentelijke bouwvergunning nodig. Dat loopt via twee procedures die los van elkaar staan. Om te voorkomen dat de gemeente iets vergunt dat het natuurbelang schaadt, is vooraf toestemming nodig van de provincie.

Deze regel is volgens de gemeente in dit geval niet van toepassing. Want Vion heeft al een natuurvergunning die het alleen op ondergeschikte punten wil wijzigen. Dus krijgt het bedrijf op 3 september 2019 zijn bouwvergunning voor hal en parkeerterrein. Verwezen wordt verder naar de aanvraag voor een natuurvergunning die Vion 13 dagen daarvoor bij de provincie had ingediend. Vergezeld van het ‘nadrukkelijke’ verzoek om beide vergunningaanvragen ‘te ontkoppelen’.

Daarmee is voor de gemeente de kous af. Of er invloed is op de natuur, moet Vion zelf nagaan. Daar is de gemeente niet verantwoordelijk voor.

Het gemak waarmee dit gaat steekt schril af bij de aanhoudende overlast van de megaslachterij voor haar omgeving. Stank en lawaai zijn voor omwonenden aan de orde van de dag. Ook werden diverse Boxtelaren ernstig ziek van besmet afvalwater uit de slachterij. Vion voelde zich voor deze legionellabesmetting niet verantwoordelijk omdat het de waterzuivering heeft uitbesteed aan HydroBusiness, een dochteronderneming van Brabant Water.

Met een doorgroeiend Vion zal ook de overlast steeds verder toenemen, zo vreest actiegroep ‘La vie en rose’. Die organiseerde voorjaar 2019 een volkspetitie tegen Vion en haalde daarmee 1000 handtekeningen op van Boxtelaren die de doordringende stank van de slachterij beu zijn.

Onder invloed van deze protesten, spiegelde het gemeentebestuur bevolking en politiek een strengere aanpak van Vion voor. Tegelijk wees het de vele bezwaren tegen uitbreiding van het bedrijf als niet ter zake van de hand. De pap voor Vion was immers al eerder gestort: in 2009 en 2015 met vergunningen waarmee de slachterij haar productie kon verdubbelen naar 5.6 miljoen varkens per jaar.

Het industriële bedrijf – een uit haar krachten gegroeide varkenshouderij annex vleesverwerker – is nu zo groot en zo ingewikkeld dat het volgens de gemeente financieel onhaalbaar is om het nog te kunnen verplaatsen naar een groot stedelijk industrieterrein, waar het thuis hoort. Daarom blijft Boxtel meewerken aan verdere uitbreiding.

Slechts één bezwaarmaker vocht de grote sprong voorwaarts van Vion op Ladonk bij de bestuursrechter aan. Dat is een omwonende die pal tegenover de slachterij huist en zich ongerust maakt over zijn veiligheid als de koelinstallatie met 12.000 kilo zeer giftig ammoniak zou gaan lekken.

Hij sloeg hiermee de spijker op zijn kop: de gemeente Boxtel had te makkelijk aangenomen dat het met de veiligheid wel goed zat. De rechter greep direct in en schreef voor dat de ammoniakinstallatie op lagere temperaturen moet blijven werken, zodat een kleiner gebied risico loopt.

Bovendien gelastte hij aanvullend onderzoek naar de omstandigheden in de gevarenzone rond Vion. De brandweer ging alsnog bij de bezwaarmaker op huisbezoek en stelde vast dat de bewoners hier ‘voldoende zelfredzaam zijn’ om zich in geval van nood snel via hun tuin uit de voeten te maken, en daarmee te voorkomen dat ze dodelijk gif inademen. Tijdig gewaarschuwd door het Vionalarm dat volgens de gemeente binnen één minuut na de calamiteit zal loeien.

De rechter toonde zich tevreden over deze uitkomst en stond alsnog toe dat de woningen en bedrijfspanden binnen de gevarenzone rond de slachterij worden gedoogd. Behalve het huis van de bezwaarmaker, gaat het om het bedrijvencentrum de Baanderije (toen nog met Fotovakschool), en een destijds leegstaand restaurant met bovenwoning.

Ook de werkende mensen in de Baanderije kunnen zich bij een ammoniaklek volgens de brandweer prima redden. Mits ze vooraf goed zijn voorgelicht. Of dat zo is valt te betwijfelen.

Pal tegenover Vion (rechts van de spoorlijn) staat het bedrijvencentrum de Baanderije (zie de bebouwingsrand links van de weg) met daarachter woning en eetcafé.

De uitspraak van de rechter werd later in hoger beroep bevestigd door de Raad van State. Daardoor bleef de milieuvergunning van 2015 overeind zodat Vion 5,6 miljoen varkens kon gaan slachten. Zeer gunstig voor het vleesconcern. Anders had het binnen de gevarenzone panden moeten aankopen om de productie te kunnen opvoeren. Of, veel beter, een milieuvriendelijk koelsysteem moeten aanschaffen waardoor het ammoniakgevaar verdwijnt. Dit had de gemeente in 2015 met Vion kunnen regelen, maar dat gebeurde niet.

Pikant detail: de Fotovakschool is inmiddels vertrokken uit de Baanderije. Haar cursisten vonden de stank van Vion niet meer te harden. Het restaurant is na grondige verbouwing weer in gebruik als eetcafé. Dat staat inmiddels te koop.

Vaker blijkt dat het vleesconcern kan rekenen op coulance van het bevoegd gezag. Zo is ditmaal niets geregeld voor de huisvesting van 600 arbeidskrachten die er bij Vion in Boxtel bijkomen. Het vleesconcern betrekt deze mensen van uitzendbureaus die gespecialiseerd zijn in arbeidsmigranten. Maar allerlei panden in Boxtel puilen reeds uit met zulke werkers. Na een recente brand in zo’n woning, gaat de gemeente nu handhaven op maximaal vier mensen per pand. Met als bijkomend gevolg dat de huisvestingsproblemen nóg groter worden dan ze al zijn.

Gesproken wordt inmiddels over plaatsing van wooncontainers in de oksel van twee spoorlijnen die in Boxtel samenkomen. Dat stuit daar bij omwonenden al op bezwaren. Bovendien moeten zaken worden gedaan met de projectontwikkelaar die de grond in handen heeft. Dat is lastig, zo niet onhaalbaar.

De verleende omgevingsvergunning wordt bij de rechter aangevochten door huurders van het nabije wooncomplex Stapelen dat in de vuile wind van de slachterij staat. Zij vinden dat de gemeente geen toestemming voor uitbreiding mag geven zolang Vion zijn bedrijfsprocessen niet op orde heeft en blijft stinken. De volcontinu productie van de slachterij stelt hoge eisen aan de kwaliteit van installaties, onderhoud en personeel die lastig zijn in te vullen. Overbelasting ligt op de loer.

Hangende het beroep van de bewoners blijft de vergunning van kracht. Vion kan dus doorbouwen tot de rechter heeft gesproken. Op eigen risico, dat weloverwogen wordt genomen. De vleesverwerker waant zich juridisch ijzersterk en niet zonder reden.

Maar is Vion ook immuun voor de stikstofcrisis? Dat staat te bezien.

De natuurvergunning van 2010 liet toe dat de Kampina zwaarder wordt belast met stikstof. En dat terwijl de heide en vennen in dit Europees beschermde natuurgebied, op een steenworp afstand van de slachterij, al jarenlang worden geteisterd door een overmaat aan stikstof die als een deken over Midden- en Oost-Brabant hangt. Deze slechte milieukwaliteit ondermijnt het effect van herstelwerk als plaggen en uitbaggeren die eigenaar/beheerder Natuurmonumenten in de Kampina periodiek laat uitvoeren. Dat is vechten tegen de bierkaai.

Het provinciebestuur concludeerde in 2010 dat de minieme hoeveelheid stikstof die Vion produceert ‘geen waarneembare effecten’ op de Kampina sorteert. Het gaat hier om de ammoniakuitstoot van varkens die in het voorportaal van de slachterij op hun einde wachten. Deze uitstoot valt niet te vergelijken met die van veehouderijen. Want Vion treft immers allerlei stikstofbeperkende maatregelen, zo wordt in de vergunning benadrukt.

Bij de volgende uitbreiding in 2015 belast het bedrijf de Kampina met de dubbele hoeveelheid stikstof. Maar de provincie concludeert dat er juist sprake is van een daling zodat de natuurvergunning probleemloos kan worden verleend. Want de vergunning uit 2010 bood Vion bij nadere becijfering drie keer zoveel stikstofruimte als eerder aangegeven.

Er was nóg een meevaller. Vion vroeg de natuurvergunning van 2015 op 1 mei dat jaar aan en kreeg 30 juni groen licht. Dat is één dag voor invoering van de Programmatische Aanpak Stikstof, inmiddels wijd en zijd bekend als de PAS die dit jaar sneuvelde bij de Raad Van State.

Voordeel daarvan voor Vion was dat zijn natuurbelasting volgens een oude methode kon worden berekend. Niet meegenomen werden de stikstofeffecten van het verkeer op de uitvalswegen naar het bedrijf Dat gaat om grote aantallen veewagens die zes dagen per week, dag en nacht naar het slachthuis pendelen. Naar hun belasting van de Kampina blijft het gissen.

De conclusie dringt zich op dat Vion zijn natuurvergunning van 2015 cadeau kreeg van de provincie.

Dit besluit werd niet beoordeeld door een rechter omdat geen natuur- en milieuorganisatie in beroep ging. Ook niet Natuurmonumenten en de Brabantse Milieufederatie (BMF) die later wel met succes een megavarkenshouderij aan de Oirschotse zijde van dit natuurgebied wisten tegen te houden.

De uitspraak in die zaak baarde opzien. De rechtbank Oost-Brabant bepaalde daarin dat een eenmaal verleende natuurvergunning niet onaantastbaar is als zij stoelt op onjuiste gegevens. Bij het Oirschotse megabedrijf lijkt het daar sterk op. Daarom moet het provinciebestuur van de rechter opnieuw beoordelen of deze vergunning toch niet moet worden ingetrokken, zoals Natuurmonumenten en de BMF willen.

Deze zaak doet denken aan de natuurvergunning van Vion uit 2015 die vergelijkbare mankementen vertoont.

Vier jaar later, op 23 augustus 2019, verschijnt de Vion-vergunning ineens als ‘gewijzigd’ op de provinciale website Brabant.nl. De omgevingsdienst noemt dit desgevraagd ‘een administratieve handeling zonder (juridische) betekenis’.

Juist een dag eerder, op 22 augustus, kwam het bedrijf met een aanvraag tot wijziging. Die laat zien dat Vion de nieuwste stikstofregels wil ontlopen. Het bedrijf beroept zich hiervoor op de vergunning van 2015. Dan hoeft ook de stikstofuitstoot van het eigen verkeer op de uitvalswegen niet te worden meegerekend. Terwijl het aantal vervoersbewegingen verdrievoudigt met de komst van 600 extra arbeiders.

Ondertussen is de vleeshal voluit in aanbouw. De omgevingsdienst weet dit al sinds half oktober, maar treedt niet op. Dit betekent doorgaans dat binnenskamers al is uitgemaakt dat Vion zijn natuurvergunning zal krijgen. De provincie bevestigt dit beeld in het Boxtelse nieuwsblad Brabants Centrum van 21 november: het mag niet, maar we laten Vion begaan.

‘Zodra de aanvraag ontvankelijk is, zullen wij een ontwerp-beschikking ter inzage leggen, waarop een ieder zijn zienswijze kan geven’, schetst de omgevingsdienst de formele procedure. Tot dat moment is er niets om eventueel bezwaar tegen te maken, laat staan om met enige kans van slagen de bouw door de rechter subiet stil te laten leggen.

De rechtsbescherming is hier ver te zoeken.

Zo trekt Vion aan het langste eind, zonder een vinger voor de natuur uit te steken. Ook dit stikstof producerende bedrijf zou in de huidige crisistijd een bijdrage moeten leveren aan natuurverbetering. Door bos aan te leggen of een varkensboer met een verouderd bedrijf uit te kopen. Het grote Vion kan daarin tot voorbeeld zijn voor anderen. Maar dat zit er niet in.

De huidige opstelling bevestigt het imago van een bedrijf dat zich weinig aantrekt van zijn omgeving. Terwijl Vion laatst toch wakker schrok van allerlei negatieve publiciteit. Dat leidde onder meer tot een charmeoffensiefje, met zelfbetaalde columns van de bedrijfsdierenarts Derk Oorburg in twee Boxtelse weekbladen. Dat deze arts bij Vion ook directeur is bleef hierbij onvermeld. Zijn goedgevoelcolumns maakten weinig indruk.

Vergezicht op de zuidrand van Boxtel, met van links naar rechts de Vionslachterij , de contouren van het bedrijvencentrum de Baanderije en de toren van het achtergelegen wooncomplex Stapelen

Vion heeft dan ook een forse kloof naar de samenleving te overbruggen. Het massieve fabriekscomplex dat het aanzicht van de zuidelijke dorpsrand devalueert, is nu eenmaal het ongure sluitstuk van de doorgeslagen intensieve veehouderij in Brabant. Geen mens wil weten wat zich afspeelt in de slachterij, uitgezonderd dierenactivisten die Vion regelmatig op de korrel nemen.

Het bedrijf moet dus zelf een brug zien te slaan naar de Boxtelse bevolking en specifiek naar omwonenden die veel last hebben van de slachterij. Dat vereist initiatief. De kans om rechtstreeks in gesprek te gaan met huurders van Stapelen over hun zwartboek, liet de bedrijfsleiding onbenut.

Maar er is een lichtpuntje. De vaste adviseur van Vion, het bureau Witteveen+Bos, doet onderzoek naar oorzaken en oplossingen van de stankoverlast. Dat gebeurt op aandringen van het gemeentebestuur met als doel dat ‘Boxtel Vion niet meer ruikt’. Het onderzoek wordt begeleid door een klankbordgroep met daarin ook omwonenden. Daar kan in ieder geval een gesprek op gang komen.

Ondertussen hield Vion half november in Boxtel een symposium over de toekomst van de agrifoodbranche, samen met de gemeente. ‘Meer boeren, minder vee’, pleitte de Wageningse oud-hoogleraar Michiel Korthals daar voor ‘afbouw van de veestapel’. Zijn verhaal staat bol van cijfers die de noodzaak van een ommezwaai illustreren. Maar over zulke heikele materie ging het deze namiddag in het hol van de leeuw verder niet.

Buiten het Vionkantoor werd gewerkt aan de grote vleeshal. Daar ging het binnen ook niet over.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén