Brabant is vrijdag 14 augustus 2026 brandpunt van het boerenverzet tegen nieuwe pogingen van de overheid om de natuurbelasting door de intensieve veehouderij drastisch te gaan beperken.
Tractoren stomen de hele zomer overal in het land op
tegen de plannen van het kabinet Jetten om veehouders in de nabijheid van een reeks Europees beschermde Natura 2000 gebieden te dwingen hun stikstofvervuiling met zo’n 60 procent te verlagen.
Waar het kabinet deze boeren nog tot 2035 de tijd geeft om de vereiste maatregelen te treffen dan wel ermee op te houden, dreigt het provinciebestuur van Brabant de natuurvergunningen van vijf veehouders nu al in te trekken.
Want hun pluimveebedrijven belasten de natuur in de
Kampina&Oisterwijkse Vennen, de Peelvenen en
Kempenland-West zo zwaar dat zij niet kunnen voldoen aan de eis van de rechtbank Oost-Brabant om ‘binnen één jaar een blijvende, substantiële daling van de stikstofneerslag’ tot stand te brengen. Zo oordelen Gedeputeerde Staten (GS) over voorstellen die de vijf veehouders hebben gedaan om hun stikstofuitstoot te beperken.
De opdracht voor deze exercitie vloeit voort uit een rechtszaak die tegen de provincie was aangespannen door Mobilisation of the Environment (MOB). De eis van deze milieugroepering om de vijf natuurvergunningen in te trekken was door GS afgewezen.
Agrarisch tumult breekt half juli los over de aankondiging uit het provinciehuis dat de intrekkingsprocedure uiterlijk 1 oktober van start gaat.
Een doodvonnis voor veel Brabantse veehouders, zo klinkt het zowel uit radicale als doorgaans gematigde boerenhoek. Daarin gevolgd door de agrarisch gezinde oppositie in Provinciale Staten die een spoeddebat eist en krijgt.
Honderden boeren, ook van buiten Brabant, rukken die vrijdagochtend per tractor op naar het provinciehuis in Den Bosch om hun woede bot te vieren op zowel het bestuur van Brabant als het kabinet.
Individuele boer als slachtoffer
Het indringende beeld van de individuele boer als slachtoffer van de ecologische terreur die Brabant regeert, beklijft alom in de vergaderzaal van Provinciale Staten. D66-gedeputeerde Boelema krijgt de opdracht om zelf met de vijf pluimveehouders op zoek te gaan naar ‘betere oplossingen’ dan het paardenmiddel van de intrekkingen.
Daardoor wordt ook tijd gewonnen om deze gloeiendhete aardappel naar Den Haag te schuiven, zoals Boelema beoogt. Gealarmeerd door het rumoer bemoeit minister Van Essen van landbouw en natuur zich al met Brabant.

Stallencomplex aan de Floraweg in het Moergestels Broek
Een van de vijf bedreigde bedrijven is kalkoenenhouderij Melis-v.d. Meijdenberg aan de Floraweg in het Moergestels Broek, een laaggelegen weidevogelgebied ten westen van het bekende Oirschotse bungalowpark Stille Wille.
Dit is één van de weinige plekken waar de grutto, Brabants meest bedreigde weidevogel nog enigszins
stand houdt. Van groot belang is daarom dat het gebied niet verder dichtslibt met agrarische bouwsels.
Desondanks drong de kalkoenenhouderij in 2003 dit natuurgebied binnen.
Hoe kon dat gebeuren?
Deze calamiteit komt volledig voor rekening van de gemeente Oisterwijk. Zij weigert te voldoen aan de opdracht van de provincie om het Moergestels Broek fatsoenlijk te beschermen in haar nieuwe bestemmingsplan buitengebied.
Als GS vervolgens een streep haalt door dit planonderdeel, stapt Oisterwijk naar de Raad van State.
De gemeente haalt bakzeil omdat de provincie via
vogeltellingen weet aan te tonen dat er in het
Moergestels Broek nog grutto’s voorkomen.
De hoogste bestuursrechter verwerpt in 2002 ook de bezwaren van enkele boeren in de omgeving die zich niet door de veronderstelde natuur willen laten beperken. Zij geloven de vogeltellingen niet omdát ze van de provincie komen.
Weidevogelgebied vogelvrij
Oisterwijk moet na deze nederlaag het gat in haar
bestemmingsplan dichten maar laat dat na. Daardoor
worden weer oude regels van kracht die 150 hectare
weidevogelgebied agrarisch vogelvrij maken. Een
niet mis te verstane aansporing van GS om dit alsnog
te voorkomen, slaat de gemeente in de wind.
Kort nadat dit weidevogelgebied er onbeschermd bijligt, wordt in september 2003 bouwvergunning aangevraagd voor vijf kalkoenenstallen op een weiland aan de Floraweg.
Varkensinvasie in West-Brabant
Dit is het beproefde recept waarmee de boerenmacht overheidsfalen weet uit te buiten. Zo werd eerder het buitengebied van West-Brabant getracteerd op een varkensinvasie. Agrarische adviseurs detecteren de lekkages in bestemmingsplannen en overvallen gemeenten met bouwaanvragen voor nieuwe varkensbedrijven.
De vergunning aan de Floraweg is zo gepiept, meldt
het Brabants Dagblad op 21 april 2004. De bouw van
de stallen is dan al aan de gang, evenwel zonder de benodigde vergunningen om daarin ook kalkoenen te mogen opfokken. Het risico dat er nog iets mis kan met alle financiële gevolgen vandien, wordt kennelijk ingecalculeerd. Van de gemeente is in ieder geval geen gevaar te duchten.
Ook na het incident aan de Floraweg maakt verantwoordelijk wethouder Van den Bosch geen aanstalten om 150 hectare natuurkerngebied in het Moergestels Broek te gaan beschermen tegen verdere
komst van nieuwe agrarische bedrijven. Hij vindt dat de provincie het weidevogelgebied eerst moet aanwijzen als natte natuurparel.
Het Oisterwijkse getreuzel valt slecht in het provinciehuis. Onder druk van CDA-gedeputeerde
Rüpp wordt er najaar 2004 ruimtelijk alsnog ingegrepen. De gemeenteraad beveiligt het gebied met een zogeheten voorbereidingsbesluit.
Geen aandacht voor stikstofschade
Aandacht ontbreekt in het provinciehuis echter voor
de stikstofschade die het ongenode kalkoenenbedrijf
toebrengt aan de natuur.
De provincie had hier in 2004 een stokje voor kunnen
steken door beschermende maatregelen, zoals luchtwassers, voor te schrijven in een natuurvergunning. Die is sinds 1998 wettelijk verplicht om met name zeldzame planten en dieren in Natura 2000 gebieden voor uitsterven te behoeden. In dit geval gaat het om de Kampina&Oisterwijkse Vennen.
Het bedrijf aan Floraweg vraagt echter geen natuurvergunning aan en de provincie laat het er zelf ook bij zitten.
Daarentegen verstrekt de gemeente Oisterwijk begin
2005 een milieuvergunning voor het opfokken van
39.500 kalkoenen. Daarin staat zij toe dat elk jaar
bijna 28.000 kilo ammoniak uit kalkoenenpoep ongefilterd de lucht in gaat.
De provincie had dit ongerief alsnog kunnen voorkomen door de milieuvergunning voor Floraweg 3 bij de rechter aan te vechten. Met als mogelijke consequentie dat in de kant en klare stallen geen vee mag worden gehouden.
Zo’n actie zou de verhoudingen op scherp hebben
gezet in het Brabants poldermodel waar juist dan alles in het werk wordt gesteld om de herinrichting van het provinciale buitengebied van de grond te krijgen.
Dit reconstructieproject moet vooral de voortschrijdende
schaalvergroting van de intensieve veehouderij
voortaan faciliteren in gebieden waar het geen kwaad
kan voor mens, natuur en milieu. In de weerbarstige praktijk van de ruimtelijke ordening blijkt dat tot mislukken gedoemd.
Alsnog een natuurvergunning
Terwijl de kalkoenenhouderij in het Moergestels Broek
bij uitstek het verkeerde bedrijf op de verkeerde plaats
is, legimiteert de provincie in 2007 alsnog wat zij in
2003 wilde verhinderen. De vennootschap
Kalkoenhouderij Floraweg VOF krijgt zonder enige
afweging een natuurvergunning.
In plaats van het natuurbelang fungeert de gemeentelijke milieuvergunning hierbij als een bestaand recht waar volgens de provincie niet aan te tornen valt.
Het is haar eigen dubieuze natuurvergunning die de provincie 20 jaar later dreigt in te trekken.
En dat wringt met nieuw nationaal stikstofbeleid.
Want het kalkoenenbedrijf Floraweg 3 opereert op 4,5
kilometer van de Kampina&Oisterwijkse Vennen. En
dus royaal buiten de zone van een kilometer die het
kabinet Jetten rond dit natuurgebied wil trekken om
daarbinnen piekbelasters de duimschroeven aan te
draaien.
Piekbelasters buiten deze zone worden minder streng
aangepakt, zo heeft minister Van Essen duidelijk gemaakt.
Het gevolg van deze tweedeling is dat de veehouderij
Floraweg 3 meer stikstof mag blijven uitstoten dan wat de rechtbank van de provincie verlangt. Intrekking van de natuurvergunning voor dit kalkoenenbedrijf staat daarmee op de tocht.
Het ziet er dus naar uit dat veehouder Melis met deze piekbelaster de dans kan ontspringen maar straks het vaandel moet strijken met de andere piekbelaster die hij bestiert. Dat is kalkoenenhouderij Turkeys Hill aan de Rosepdreef in Oisterwijk, slechts 400 meter verwijderd van de Kampina&Oisterwijkse Vennen en dus royaal binnen de kilometerzone.
Bij uitstek een veehouderij waarvoor VVD-minster Van
der Wal in 2022 een ‘woest aantrekkelijke’ regeling in
het leven roept om piekbelasters vrijwillig uit te kopen en zo de stikstofcrisis het hoofd te bieden.
Maar Melis meldt zich niet aan, ondanks pogingen
van de provincie om hem hiervoor te interesseren.

Zijaanzicht van het bedrijf Turkeys Hill. Deze 87 meter lange stal staat pal langs het beekje de Rosep dat naar het Natura 2000 gebied Kampina&Oisterwijkse Vennen stroomt.
In 2010 investeerde de veehouder op Rosepdreef 9
nog in een nieuwe stal die de gemeente hem liet bouwen. En de provincie verstrekte hem in 2018 een
natuurvergunning om meer kalkoenen op te fokken.
De extra stikstofuitstoot die hiermee gepaard gaat is op voorhand weggestreept tegen toekomstig natuurherstel.
Politieke trukendoos
Deze trukendoos, in verhullend jargon
Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) genaamd,
trekt politiek Den Haag in 2015 open om veehouderijen in de buurt van Natura 2000 gebieden nog te kunnen laten doorgroeien.
De Brabantse Milieufederatie (BMF) maakt bezwaar tegen de uitbreiding van Rosepdreef 9 maar wordt door de provincie afgeserveerd.
Kort daarna, in 2019,verklaart de Raad van State de PAS strijdig met het Europees natuurbeschermingsrecht. Het begin van een voortwoekerende stikstofcrisis.
Omschakelen naar kippen
De verleende natuurvergunning voor Rosepdreef 9 is
niettemin nog steeds van kracht. En regelt ook dat
Melis, als dat hem zo uitkomt, van 17.345 kalkoenen
mag overstappen naar 85.000 kippen, die minder
vatbaar zijn voor bepaalde infecties en per dier ook aanzienlijk minder ammoniak uitstoten dan kalkoenen.
De gemeenteraad van Oisterwijk verschaft hem in
2021 het recht om voor deze omschakeling van het
bestemmingsplan buitengebied af te wijken.
Als inspreker verschijnt de veehouder die avond in de
raadszaal. En benadrukt desgevraagd dat
productieverplaatsing naar zijn zusterbedrijf aan de
Floraweg niet aan de orde is. Hij wil het familiebedrijf aan de Rosepdreef voortzetten. Opmerkingen van enkele raadsleden dat deze veehouderij geen toekomst meer heeft worden weggewoven.
Ook aan de Floraweg ‘wil en kan hij niet stoppen’, zo
maakt Melis in 2025 duidelijk aan de rechtbank. Die
moest oordelen over de eis van MOB tot sluiting van
dit kalkoenenbedrijf én acht andere Brabantse
piekbelasters. Vier van deze piekbelasters stoppen er
wél mee en leveren zelf hun natuurvergunning in.
Turkeys Hill stond niet op de MOB-lijst en blijft
juridisch buiten schot. Maar dat kan straks anders gaan lopen.
Sinds eind 2025 ligt er bij de provincie een
verzoek van de BMF om de natuurvergunning van Rosepdreef 9 in te trekken.
Natuurmonumenten had de milieufederatie om deze actie gevraagd uit onvrede over het uitblijven van een gebiedsvisie voor de Kampina &Oisterwijkse Vennen. De gesprekken die de natuurbeheerder hierover voert met de provincie en boeren in de randzone slepen zich al jaren voort.
Brabantse Milieufederatie zet druk op GS
Natuurmonumenten heeft zich inmiddels onttrokken
aan het intrekkingsverzoek, maar de BMF houdt vooralsnog vol. Omdat het provinciebestuur hierover alsmaar geen besluit neemt, dreigt de milieufederatie een beslissing via de rechter te gaan forceren. Met het juridische mes op de keel en wéér een dwangsom aan de broek zullen Gedeputeerde Staten ongetwijfeld besluiten om Turkeys Hill met rust te laten.
De provincie is inmiddels 75.000 euro kwijt aan
dwangsommen, het maximum dat zij moet betalen aan MOB omdat GS blijft talmen met een besluit over de vijf pluimveehouders.
Sluiting van Floraweg 3 én Rosepdreef 9 zou het beeld oproepen dat GS één boer volledig de nek om wil draaien. Dan gooit zij nog meer olie op het vuur dat 14 augustus zo hevig oplaaide. Totaal ondenkbaar, zeker omdat Boelema die dag in alles uitstraalt helemaal geen legitieme vergunningen van boeren te willen intrekken, maar nu helaas door de rechter met de rug tegen de muur is gezet.
De BMF zal dus over enige tijd aan zet komen om de
geweigerde sluiting van Turkeys Hill bij de rechter aan
te vechten. Die kan de provincie wederom verplichten
om ook deze piekbelaster de duimschroeven aan te draaien.
Van de ene piekbelaster naar de andere?
De realiteit is echter dat GS in uitdrukkelijke opdracht van de Staten moet onderzoeken of de productie van Floraweg 3 naar Rosepdreef 9 is te verplaatsen. Een onwaarschijnlijke optie en ook onuitvoerbaar zolang de BMF-eis tot sluiting van Turkeys Hill boven de markt hangt.
In plaats daarvan kan Boelema beter onderzoeken of verplaatsing van Rosepdreef 9 naar Floraweg 3 wél een reële uitweg uit deze patstelling kan zijn.
Dat is in ieder geval beter voor de natuur.
Drie hectare weidevogelgebied geschrapt
Want de Floraweg doet zijn naam al lang geen eer meer aan. Drie hectare weidevogelgebied verwijdert de provincie daar in 2020 uit het Natuurnetwerk Brabant. Waar – dan al 16 jaar! – stallen staan is immers geen natuur meer te mogelijk, zo wordt in het Natuurbeheerplan afgeconcludeerd.
Dat het kalkoenenbedrijf aan de Floraweg straks verder gaat als kippenhouderij, wat Melis al kenbaar heeft gemaakt, ligt dan ook voor de hand. Door in samenhang hiermee Rosepdreef 9 te ontmantelen, verbetert met natuur en milieu ook de ruimtelijke kwaliteit in deze groengestoffeerde landbouwenclave temidden van de Kampina&Oisterwijkse Vennen.
Om zo’n huzarenstuk voor elkaar te krijgen moeten alle strijdende partijen het met elkaar eens worden. Zodat in deze twee kwesties een einde komt aan tijdrovende rechtszaken over tegengestelde belangen en bestuurlijk onvermogen.
Nederland stikstofland kan zo’n Brabantse opsteker heel goed gebruiken.
Een belediging voor natuur en landschap

Gelijktijdig met de kalkoenenhouderij vestigt zich in 2004 een aardappelopslagbedrijf aan de Floraweg.
In het open veld verrijst een vijf meter hoge loods van 1500 vierkante meter. Met daarbij een werktuigenstalling en een landhuis als bedrijfswoning .
Deze bouwsels zijn het resultaat van een schimmige procedure die in 1996 begint met een onbruikbare bouwvergunning, uitgereikt aan een gewezen veehouder. Het complex is ten onrechte geprojecteerd boven een gastransportleiding waar niet gebouwd mag worden.
Nadat het Moergestels Broek agrarisch vogelvrij is geraakt, verstrekt de gemeente een nieuwe vergunning die al bijtijds was aangevraagd. Geruisloos wordt daarmee de bebouwing 100 meter opgeschoven zodat de gasleiding niet meer in de weg ligt.
Na 20 jaar is dit agrarisch-industriële complex nog pijnlijk zichtbaar. De omlijstende beplanting van elzen, populieren en eiken die in het bouwdossier op tekening staat, ontbreekt volledig. Een belediging voor natuur en landschap.











