In memoriam Paul Kuijpers: zijn onbehagen over modern Brabant is nog altijd manifest

‘De Japanners van Brabant werden ze genoemd, de Udense gemeentebestuurders. Deze geuzennaam dankten ze aan hun niet aflatende ijver om Uden in de periode van de Brabantse industriële revolutie in de vaart der volkeren op te stoten.

Zij waren trouwens niet de enigen in de provincie die hun ziel aan de aartsengelen van de vooruitgang hadden verpacht. Ook elders in Brabant werd de lotto van het industriële kansspel koortsachtig bijgehouden.’

Paul Kuijpers kon prachtig schrijven en nog veel meer. Vorige maand, op 9 december 2022, overleed hij, 93 jaar oud.

‘Dwarsdenker op de tijdgeest, begaafd analyticus, humorvol anarchist, bourgondisch mens’. Zo typeren zijn vele bekende randstedelijke vrienden hem in hun herdenkingsadvertentie in NRC. Onder hen Geert Mak, Femke Halsema, Felix Rottenberg en Hubert Smeets. Jarenlang was Kuijpers ‘ons aller adviseur’ in DeBALIE, het bekende Amsterdamse politiek-cultureel centrum dat hij van 1993 tot 1996 als directeur leidde.

Maar wie in Brabant kent nog Paul Kuijpers, de provincie waar hij decennia lang een toonaangevende rol speelde in het publieke debat?

Dat deed hij als boegbeeld van het Provinciaal Opbouworgaan Noord-Brabant (PON), waar Kuijpers in 1954 binnenkwam als stafmedewerker en al snel adjunct-directeur werd. Van 1964 tot zijn vertrek in 1982 was hij directeur.

De tijd van de industriële revolutie in Brabant waar hij in de aanhef van dit artikel over schrijft, maakte Kuijpers dus aan den lijve mee.

‘Onder zijn leiding transformeerde het PON tot een modern onderzoeksinstituut dat zich niet langer alleen richtte op het sociale werk, maar zijn naam ook nadrukkelijk vestigde op het terrein van de ruimtelijke ordening en planning’, eert directeur Patrick Vermeulen van PON&Telos zijn verre voorganger op de site van het huidige onderzoeksinstituut. Dat adviseert vanuit Tilburg inmiddels organisaties in heel Nederland over de samenleving van morgen.

Belangrijke sociale stem

‘Als secretaris van de Provinciale Commissie Sociaal Plan had Paul een belangrijke stem bij de planning van talloze sociale voorzieningen in de provincie en drukte hij een stempel op de vele inspraakprocedures die Brabant rijk was’, onderstreept Vermeulen diens maatschappelijke betekenis.

Ook als mens stond Kuijpers bij het PON hoog aangeschreven. ‘Terwijl de organisatie onder zijn leiding steeds groter werd, slaagde hij erin om de voor het instituut zo kenmerkende informele cultuur te behouden. Paul kon beminnelijk zijn in de omgang en tegelijkertijd zo scherp als een mes in het debat. Intellectueel en een tegendraadse denker van het hoogste niveau. Wars van valse sentimenten waar het ‘oude Brabant’ volgens hem zo bol van stond. ‘

In het nieuwe Brabant van de vooruitgang tapten de notabelen volgens Kuijpers uit een ander vaatje. ‘In hun nabootsing van Japan deden zij dat met een fanatieke geestdrift die weinig ruimte liet voor een gemoedelijk relativisme’, schrijft hij in een prachtig essay ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het PON in 1997.

Uden als symbool

Om zijn gedachten te scherpen had Kuijpers weer eens rondgekeken in de provincie en vastgesteld dat er nog steeds veel mis gaat. Als symbool hiervan krijgt Uden de volle laag.

‘De zonen van de keizer hebben meer schade aangericht dan hun amateuristische ijver deed verwachten. Na zoveel jaren is er van het preïndustriële Uden niet veel meer over. Het oude dorp is volledig bezet en uitgewoond door de nieuwe middenstand. De symboliek van de markt, die in het verleden gestalte kreeg in de schrale initimiteit van een Brabants dorp, presenteert zich nu in een decor van bordpapier, waarin protserige kantoren en lelijke winkels met elkaar wedijveren om de prijs van de absolute vulgariteit. ‘

Dit is het eind van de vooruitgang, van een droom die een nachtmerrie is geworden van volmaakte overtolligheid.’

De industriële expansiedrift van Uden manifesteert zich anno 1997 zeker zo indringend buiten de dorpskom waar lelijke bedrijventerreinen zich aaneen rijgen. Dat omliggende dorpen dreigen te worden vermorzeld door zware bedrijvigheid die maar blijft oprukken, laat Kuijpers in zijn essay echter onbesproken.

‘De industrie walst over Uden heen’, kopt Brabants Dagblad begin 1998 boven een artikel van mijn hand dat inzicht biedt in deze toestand. En een stem geeft aan het verzet vanuit de omgeving dat juist in die dagen luid klinkt. Tweehonderd dorpelingen uiten in het Udense raadhuis hun afkeer van het grootschalige gemeentelijk denken.

‘Het enige wat telt is groei, groei en nog eens groei. Op leefbaarheid wordt niet gelet. Wij willen hier geen tweede Ruhrgebied’, klinkt het luidkeels tijdens een hoorzitting.

Kuijpers’ essay blijkt een schot in de roos. De geest van de Brabantse Japanners leeft voort!

Dat beeld wenst Udens sterke man Paul Rüpp zich echter niet te laten aanleunen. De CDA-wethouder ruimtelijke ordening reageert in Brabants Dagblad direct met een krachtig opiniestuk om ‘de mythe door te prikken dat in Uden ieder bedrijf welkom is, hoe vuil, hoe zwaar en hoe weinig arbeidsplaatsen het ook meebrengt’. De dan scheidend wethouder wil de geschiedenis in gaan als de bestuurder die juist koos voor beheerste groei.

Vijf jaar later werd Rüpp als provinciebestuurder direct verantwoordelijk voor de algehele ruimtelijke ontwikkeling van Brabant.

Brabant Manifest

Het onbehagen van Paul Kuijpers over de modernisering van Brabant krijgt in het voorjaar van 1998 na verschijning van zijn essay brede aandacht in Brabants Dagblad. Concrete aanleiding voor het interview dat ik hierover met hem had is de uitgave van het Brabant Manifest. Een bundel met bespiegelingen van prominente deskundigen over de toekomst van Brabant.

Kuijpers ziet er niets in. ‘Het Brabant Manifest is te veel een tableau van vergezichten die als excuus gaan fungeren om veranderingen in het beleid en in het handelen van mensen tot stand te brengen. Het is heel typerend dat de provincie voor dit manifest vooral een beroep heeft gedaan op autoriteiten van buiten Brabant die de Brabantse cultuur niet kennen. Dit duidt op de teloorgang van de Brabantse intelligentia’.

Hij doet er nog een schep bovenop. ‘Echt ernstig vind ik dat er in Brabant geen intellectueel debat is over de maatschappij. Het culturele onbehagen dat het niet klopt in de wereld wordt niet ontleed. Het debat zou moeten gaan over de beschaving en over de vraag welke kant we met de maatschappij op willen.’

Kuijpers ziet het er niet van komen. ‘Als je mij nu vraagt wie dat in Brabant zouden kunnen, kom ik na lang nadenken niet verder dan Cornelis Verhoeven’. De gerenommeerde filosoof, schrijver en hoogleraar overleed in 2001.

Zelf wilde Kuijpers geen debat over het Brabant Manifest organiseren. Toenmalig commissaris van de koningin Houben had hem hiervoor gevraagd. ‘Ik zou niet weten hoe dat moet. In Brabant heerst geen klimaat van intellectuele confrontatie. In Brabant zeggen ze: daar heb je Paul Kuijpers weer.’

Varkenspest als een veenbrand

Toch bestaat het volgens hem niet dat de modernisering in Brabant ongebroken voort blijft gaan. ‘Mensen realiseren zich op een zeker moment toch dat er grenzen bereikt zijn. De varkenspest groeide uit tot een epidemie omdat het virus de kop opsteekt in een ecosysteem waar het kan voortwoekeren. Als een veenbrand die plotseling aan de oppervlakte komt.’

‘Houben maakt zich grote zorgen over de opmars van mammoetbedrijven in de varkenshouderij. Ik vrees echter dat deze zorg niet leidt tot een aanpak om dit moderniseringsproces te doorbreken. Men is in Brabant vooral bezig om de touwtjes aan elkaar te knopen, in plaats van nou eens grondig te kijken hoe het verder moet met landbouw, landschap, natuur en verstedelijking’.

Het onbehagen van Paul Kuijpers blijft in Brabant tot op de dag van vandaag manifest.

De varkenspest van 1997, ontdekt in Venhorst, wordt in 2007 gevolgd door de Q-koorts die uitbreekt in Herpen. Deze geitenbacterie besmet in heel Nederland zo’n 50.000 tot 100.000 mensen van wie er meer dan 100 aan overlijden.

De stikstofcrisis die al jaren huishoudt in de natuurgebieden van Oost-Brabant, Europa’s dichtstbevolkte vee-regio, infecteert sinds 2019 ook de nationale economie. Het gevolg van uitspraken waarmee de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, verdere aantasting van stikstofgevoelige natuur juridisch blokkeert.

Een oplossing is begin 2023 nog niet in zicht. Het kabinet kondigde een ‘woest aantrekkelijke’ uitkoopregeling aan voor sterk vervuilende veehouders in de buurt van natuurgebieden maar die is er nog steeds niet. Overeenkomsten die provincies al hadden bereikt met stoppende boeren hangen in het luchtledige.

Brabant wil vooral veehouders verplichten om te investeren in stalinstallaties die (nog) niet de vereiste winst voor natuur en milieu opleveren. Onder zware agrarische druk is invoering van deze maatregel eind 2022 opnieuw vooruitgeschoven.

Ondertussen faciliteren regering en provincie de vrijhandel in stikstofrechten van veehouderijen die alleen nog op papier bestaan. Veelal goedbevonden door de Raad van State, want wettelijk in orde.

Voor hun eigen projecten kopen overheden ook zulke virtuele rechten waar natuur en milieu niets mee opgeschieten. Rijkswaterstaat doet dat bijvoorbeeld om de Ring Utrecht toch te kunnen verbreden; de provincie voor het reusachtige Logistiek Park Moerdijk dat inmiddels bij het knooppunt Klaverpolder wordt aangelegd; de gemeente Boxtel voor een industriële verbindingsweg nabij het natuurgebied de Kampina.

Ondertussen verspreidt de verstedelijking zich als een olievlek over Brabant. Sinds de ruimtelijke ordening wettelijk vooral aan de gemeenten wordt overgelaten, heeft de provincie haar beperkende groeiklassenbeleid voor het platteland moeten loslaten.

Landhuizen aan dorpsranden

Terwijl de sociale woningbouw ook in Brabant ver is weggezakt en alom woningnood heerst, schieten ondertussen aan menige dorpsrand de landhuizen als paddestoelen uit de grond. Op zogeheten ruimte-voor-ruimte-kavels waarvoor de provincie een opslag van 125.000 euro per bouwtitel bij de moderne contente mens afrekent.

Zo verdient de provincie alsnog de honderden miljoenen terug die zij lang geleden uitgaf aan de afbraak van veestallen. De regeling die voor dit doel in de markt werd gezet met een eigen ontwikkelingsmaatschappij is gaandeweg steeds verder verruimd om zoveel mogelijk geld binnen te harken.

Wat zou Paul Kuijpers van deze ontwikkelingen hebben gevonden?

We hebben hem er niet meer over gehoord. Met Brabant had hij het in 1998 al wel gezien.

Vorige

Gemeente Boxtel stapt in de schimmige stikstofhandel

  1. Theo Cuijpers

    Paul had het goed gezien. Nu zitten we met de gebakken peren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Website gemaakt door Timmermans Media