Het Dommelbad in Boxtel is een prachtig zwembad. Een gemeenschapsvoorziening om zuinig op te zijn. De ConeGroup die hier sinds 2006 het beheer voerde, deed dat bepaald niet slecht.

Maar eind 2017 verdwijnt dit bedrijf ineens van het toneel, een jaar nadat de gemeente zijn contract met vijf jaar had verlengd. Het draagt de exploitatie over aan Optisport uit Tilburg, grootmacht onder de beheerders van sportaccommodaties.

De gebruikers van het Dommelbad vernemen dit nieuws bij binnenkomst een maand later. Met een gortdroge verklaring van anderhalf A4-tje, maakt Optisport Exploitaties BV zichzelf bekend.

Vreemd is echter dat je in de media niets tegenkomt over deze wisseling van de wacht, terwijl het lokale nieuws in Boxtel toch prima gevolgd wordt door één dagblad en inmiddels twee weekbladen. Kennelijk hebben zij geen persbericht ontvangen.

Diepe stilte

Diepe stilte heerst ook bij de gemeente. Als eigenaar en financier van het Dommelbad heeft zij kennelijk geen positie bij deze overname van een lopende exploitatie door een bedrijf dat zich gedraagt.

En omdat deze cultuuromslag geen verbetering blijkt, rijst de vraag hoe het gemeentelijk toezicht op de gang van zaken in het Dommelbad is geregeld.

Om dat aan de weet te komen verzoek ik burgemeester en wethouders op 15 juli 2019 per email om inzage in onder meer het exploitatiecontract, in verslagen van voortgangsgesprekken over uitvoering en naleving van dit contract en om documentatie over onderhoud van het zwembadcomplex.

Ik doe hiervoor bij de afdeling communicatie een beroep op de Wet openbaarheid bestuur (Wob) en stel ook de wethouder sportzaken van mijn initiatief op de hoogte.

Drie dagen later bericht een juridisch consulent van de gemeente dat ik zo’n verzoek uitsluitend op schrift mag doen en dat ik daarvoor twee weken de tijd krijg. Een dag later (22 juli) lever ik in het gemeentehuis persoonlijk een brief af. Aan de balie krijg ik een bewijs van ontvangst.

Dat is maar goed ook, want de brief raakt in het ongerede. Dat blijkt als de consulent mij 8 augustus meedeelt dat mijn Wob-verzoek buiten behandeling is gesteld omdat ik schriftelijk niets meer van mij heb laten horen. Binnen zes weken kan ik bezwaar maken tegen dit besluit.

Om te voorkomen dat mijn Wob-verzoek al op voorhand wegzakt in het procedurele moeras, vraag ik haar telefonisch om nog eens goed te zoeken. De volgende brief (29 augustus) brengt het verlossende woord: mijn brief is boven water.

Procedures alleen op papier bij gemeente Boxtel

Burgers die zich bij de gemeente Boxtel in een procedure wagen, moeten dat nog steeds alleen op papier doen. Dat bleek toen mijn gemailde Wob-verzoek over het Dommelbad niet werd geaccepteerd. Ook tegen besluiten van het gemeentebestuur over vergunningen of bestemmingsplannen kan alleen schriftelijk worden geageerd.

Om te kunnen bewijzen dat je zo’n stap hebt gezet is een ontvangstbevesting cruciaal. Digitaal is dat een fluitje van een cent (doorgaans komt er een standaardmailtje terug van de ontvanger), maar op papier een stuk omslachtiger. Dat betekent aangetekend verzenden per post of laten afstempelen aan de balie van het gemeentehuis.

De vraag is waarom Boxtel, overigens niet als enige gemeente, hier niet met haar tijd meegaat. Ambtelijk bestaat de vrees, zo bleek mij, dat met de papieren brief ook een bepaalde drempel wegvalt: je hoeft niet meer naar de postbus of het gemeentehuis. Het openzetten van de digitale/elektronische kraan werkt gemakzucht en misbruik in de hand en gaat de gemeentelijke organisatie handvol werk kosten, zo wordt verondersteld.

Omdat daar volgens mij best een mouw aan te passen valt, zoals allerlei overheidsinstanties ook al bewijzen, heb ik mijn gedachten hierover op papier gezet en begin oktober 2019 besproken met toenmalig burgemeester Fons Naterop. Zijn boodschap was dat de gemeente de overstap van papier naar digitaal grondig moet voorbereiden en daarom in 2021 zal maken.

Omdat Naterop al kort na dit gesprek als waarnemend burgemeester vertrok, heb ik mijn brief in overleg met hem direct na het gesprek formeel bij het gemeentebestuur ingediend. Het wachten is nog steeds op antwoord, terwijl 2021 nadert.

Tijdverlies

Door al het tijdverlies is de wettelijke beslistermijn inmiddels verstreken. Die wordt volgens de regels verlengd. ‘Uiterlijk binnen de vier volgende weken’ ontvang ik een besluit. De bemoedigende accentuering is van de juriste.

Haar volgende brief luidt echter nieuwe vertraging in. ‘Het vermoeden bestaat dat Optisport Boxtel BV bedenkingen heeft bij het openbaar maken van de betreffende documenten.’ De exploitant heeft tot 13 september de tijd om een ‘zienswijze’ in te dienen.

Optisport krijgt dit echter niet voor elkaar en mag er daarom vijf dagen langer over doen. ‘Uiterlijk 28 september moet er een besluit op uw Wob-verzoek zijn genomen’, luidt de volgende toezegging in wéér een brief.

Ditmaal geen accentuering en dat blijkt profetisch, want opnieuw gaat het mis. Nog niks gehoord op 30 september en daarom de telefoon gepakt. De consulent belooft het uit te zoeken. In een volgende brief (11 oktober) zet zij uiteen dat verschillende stukken uit het archief moeten komen en dat het opvragen hiervan langer duurt dan voorzien. Aangezien deze stukken ook nog moeten worden beoordeeld, ‘is het lastig om een termijn hiervoor te noemen’.

Een hele kluif

Als bijna vier maanden na mijn Wob-verzoek, op 4 november dan eindelijk het besluit valt, wordt duidelijk dat deze beoordeling nog een hele kluif was. De gemeente blijkt zich te hebben gevoegd naar het bezwaar van Optisport tegen openbaarmaking van financiële gegevens.

Ik vraag de consulent om mij het bezwaar van Optisport tegen mijn Wob-verzoek toe te zenden. Maar dat is volgens haar niet gebruikelijk. Ik moet het maar doen met haar samenvatting en commentaar hierop. Achteraf wordt spijt betuigd over deze weigering. De brief van Optisport zit dan al in het beroepsdossier.

Niets van wat in 2006 contractueel is afgesproken mag volgens Optisport bekend worden omdat dit de positie van het bedrijf en van de gemeente zou schaden. Deze eis gaat de gemeente weliswaar te ver, maar zij verijdelt wél openbaarheid op essentiële punten.

Geheim blijven met name de exploitatiesubsidie die zij jaarlijks verstrekt en de huurpenningen die Optisport haar voor het zwembad betaalt.

De uitsmijter

Dan volgt de uitsmijter. ‘Wij beschikken niet over verslagen van voortgangsgesprekken tussen Optisport en gemeente. Informatie waarover wij niet beschikken, kunnen wij vanzelfsprekend niet openbaar maken.’

Omdat Optisport geen bezwaar maakt tegen deze gemeentelijke opstelling, krijg ik na twee weken wél de gevraagde exploitatie- en huurovereenkomst en jaarrekeningen. Die blijken op honderden plekken zwart gemaakt. Hieronder ook alle gemeentelijke uitgaven voor onderhoud van het zwembad.

In de drift tot geheimhouding zijn zelfs de namen weggelakt van een topambtenaar en van bedrijfsdirecteuren die vanuit hun functie namens hun organisaties verplichtingen voor het Dommelbad aangaan. In de slipstream gaan ook de parafen van toenmalig burgemeester Frank van Beers op zwart.

Het besef dat de persoonlijke levenssfeer van deze functionarissen hier niet in het geding kán zijn, dringt bij de gemeente maar mondjesmaat door. Haar juridische vertegenwoordiger meent aanvankelijk dat ik mijn gelijk hierover maar bij de burgerrechter moet zien te halen. Later wordt deze uitglijer rechtgezet en worden de meeste namen vrijgegeven. Ook de parafen van de burgemeester gaan op wit.

Hoewel een detail in het grotere geheel, tekent dit de krampachtige opstelling van de Boxtelse autoriteiten. Omdat die niet spoort met het wettelijk principe van openbaarheid teken ik beroep aan bij burgemeester en wethouders. Met het verzoek om alle zwarte passages alsnog zichtbaar te maken en beter archiefonderzoek te doen naar de resultaten van contractueel verplicht overleg over het reilen en zeilen van het zwembad. Dit inclusief digitale communicatie zoals email en app die ook onder de Wet openbaarheid bestuur valt.

Mijn beroep krijgt vorm in een procedure die loopt via de lokale bezwaarschriftencommissie. Deze onafhankelijke juristen horen doorgaans eerst alle betrokkenen en brengen daarna advies uit aan het gemeentebestuur.

Geen hoorzitting

Ik verzoek via een skypeverbinding aan een hoorzitting deel te nemen omdat ik enige tijd fysiek verhinderd ben. Dat is helaas niet mogelijk. ‘Uit eerdere ervaringen is gebleken dat het ons niet lukt een dergelijke verbinding goed tot stand te brengen,’ meldt de commissie.

De hoorzitting verschuift in overleg naar 16 april, maar die zitting wordt afgeblazen als de coronacrisis om zich heen grijpt. Om nóg meer vertraging te voorkomen, stem ik in met schriftelijke behandeling.

Niets te vinden

Dit wordt een ritueel van vraag en antwoord tussen de commissie, mijzelf, de gemeente en Optisport. Daartoe uitgedaagd door de commissie, bezweert de gemeente dat er uitvoerig en deugdelijk naar documentatie is gezocht in haar archieven en mailbestanden over de gang van zaken in het zwembad, maar dat er helemaal niets is gevonden. Ook Optisport heeft niets vastgelegd.

De gemeente weet evenmin of er voortgangsgesprekken zijn gevoerd. Zo die er al waren, hoefde daarvan geen verslag te worden gemaakt. Zouden er verslagen zijn geweest, dan moesten die na vijf jaar op grond van de Archiefwet worden vernietigd. De gemeente betwijfelt bovendien of voortgangsgesprekken wel nodig zijn. ‘Nergens uit de beschikbare informatie’ blijkt dat ‘strikt toezicht en bijsturing’ noodzakelijk waren.

Wat de gemeente zou moeten doen als toezichthouder (volgens de Exploitatie- en huurovereenkomst)

Het gebruikers- en openstellingsrooster jaarlijks vooraf goedkeuren. Een waarborg dat de beheerder zich houdt aan de minimaal voorgeschreven uren voor recreatief zwemmen, zwemlessen aan jongeren en voor verenigingen.

Tussentijdse wijzigingen in het gebruikers- en openstellingsrooster vooraf schriftelijk goedkeuren.

Wijzigingen van de tarieven uitdrukkelijk schriftelijk goedkeuren. Een waarborg dat de beheerder de toegangsprijzen niet opdrijft en de verplichting nakomt om diverse soorten abonnementen aan te bieden.

Minimaal één keer per jaar overleg voeren met de beheerder over de gang van zaken bij de exploitatie van het zwembad. Hét moment om de balans op te maken en nadere afspraken vast te leggen.

Schriftelijk toestemming geven aan de beheerder voor betalingen uit de zogeheten egalisatiereserve. De beheerder vult deze geblokkeerde rekening zelf met 50.000 euro plus nog eens (maximaal) 50.000 euro met behaalde exploitatiewinsten. Dit is bedoeld als garantiestelling voor tekorten op de exploitatie van het zwembad.

De zwembadmanager van Optisport meldt in zijn schriftelijke bijdrage dat hij graag over de integrale voortgang der dingen had willen praten maar dat met de gemeente hierover geen afspraak viel te maken. Wél bestond mailcontact dat ‘ goed verliep’ en sprak hij drie maal incidenteel met ambtenaren. Was verslaglegging hiervan aan de orde geweest, dan had die volgens hem ook per definitie vertrouwelijk moeten blijven.

Verder voert deze manager bij de bezwaarschriftencommissie nog van alles aan om openbaarheid te verijdelen en daarmee te voorkomen dat ‘de marktpositie’ van Optisport verder wordt geschaad. Die is volgens hem al beschadigd door wat ten onrechte wél aan informatie is prijsgegeven.

150.000 euro huur

Zo vindt Optisport het kwalijk dat de gemeente in de exploitatiecijfers bij nader inzien alsnog zichtbaar wil maken dat het bedrijf jaarlijks 150.000 euro huur betaalt voor het Dommelbad. En dat terwijl Optisport dit bedrag zelf vermeldt in de jaarcijfers van Optisport Boxtel bv die het bedrijf deponeert bij de Kamer van Koophandel.

Ook had de gemeente geen herinnering aan haar eigen publicatie van het huurbedrag toen zij in 2016 het contract met de ConeGroup verlengde.

De bezwaarschriftencommissie adviseert burgemeester en wethouders uiteindelijk om per onderdeel aan te geven om welke reden zij informatie weigeren. Op één punt heeft de commissie twijfels over de gemeentelijke opstelling : waarom worden financiële gegevens over het Dommelbad die al 14 jaar oud zijn toch nog onder de pet gehouden? Ook dat dient beter te worden gemotiveerd.

In allerlei bochten

In het advies aan burgemeester en wethouders staat geen woord over de exploitatiesubsidie waar expliciet om was gevraagd. ‘Ik snap werkelijk niet waarom de gemeente zich in allerlei bochten wringt om te verhullen hoeveel gemeenschapsgeld met een publieke voorziening als het Dommelbad gemoeid is’, hield ik de drie juristen voor.

Ook op een ander belangrijk punt kiest de commissie vol overtuiging de kant van het gemeentebestuur. Dat heeft ‘geloofwaardig’ aangetoond voldoende moeite te hebben gedaan om vermeende documentatie over de gang van zaken in het zwembad op te sporen. ‘Het is aan bezwaarmaker om aannemelijk te maken dat de stukken wel degelijk in gemeentelijk bezit zijn’, betoogt de commissie.

Op 29 juni 2020 nemen burgemeester en wethouders het advies volledig over. Zij metselen de bureaucratische muur tegen verdere openbaarmaking dicht.

Bijna een jaar is verstreken sinds ik mijn Wob-verzoek op 15 juli 2019 indiende. In die tijd is veel juridische lucht verplaatst alsof het om staatsgeheimen gaat.

Dood paard

Om openbaarheid alsnog uit het vuur te slepen, moet ik dus naar de rechter. Eerst naar de rechtbank Oost-Brabant en daarna mogelijk in hoger beroep naar de Raad van State. Dat heeft echter geen enkele zin. Aantonen dat wat er niet is, er toch móét zijn, is trekken aan een dood paard.

Bovendien zou een finale rechterlijke uitspraak hierover als mosterd na de maaltijd komen. Want komend voorjaar al moet de Boxtelse politiek een knoop hebben doorgehakt over de toekomst van het Dommelbad. Het contract met Optisport loopt eind 2021 af.

Binnenskamers wordt al gefilosofeerd over volledige privatisering. Want de gemeente verkeert financieel in zwaar weer en moet fors bezuinigen. Met de rug tegen de muur is een zwembad al gauw geen kerntaak meer.

Burgemeester en wethouders laten via hun juridische vertegenwoordiger alvast weten dat in de discussie die hierover nog moet komen ‘geen inzicht zal worden gegeven in de gehele financiële administratie van Optisport’.

Bestuurders spraken zich uit

Deze opstelling is in tegenspraak met eerdere uitspraken van gemeentelijke kant. Bij de bekendmaking van de uitverkoren exploitant in 2006, beloofde toenmalig sportwethouder Anton van Aert publiekelijk dat de bedragen in het exploitatiecontract openbaar gemaakt worden. Het lokale weekblad Brabants Centrum tekende dat uit zijn mond op.

De huidige sportwethouder Herman van Wanrooij stipuleerde oktober 2019 in Brabants Dagblad dat de gemeente jaarlijks een half miljoen euro kwijt is aan de exploitatie van het Dommelbad. Mijn Wob-verzoek was toen drie maanden onderweg.

Over onevenredige benadeling van de beheerder en financieel-economische schade voor de gemeente, hoorde je toen niemand.

Ook de gemeentelijke rekenkamer hoefde zichzelf in 2012 niet te censureren bij de publicatie van zijn onderzoek naar de totstandkoming van het Dommelbad. Dit openbare rapport biedt inzicht in de exploitatievergoeding die de beheerder van de gemeente krijgt . Die liep door indexatie op van 356.000 euro in 2007 naar 388.000 euro in 2011. Op basis van deze cijfers moet dat bedrag inmiddels gestegen zijn naar zo’n 430.000 euro. Dat is minder dan de half miljoen die de wethouder noemde.

In het Boxtelse bestuursarchief zit ook een gedetailleerd overzicht van de gemeentelijke onderhoudskosten aan het zwembad tussen 2018 en 2028. Die zijn geraamd op in totaal 1,8 miljoen euro.

Uit deze opsomming blijkt dat de gemeente bij toepassing van de Wet openbaarheid bestuur gegevens onder de pet houdt die eerder waren toegezegd en bekend gemaakt.

Deze Wob-procedure heeft voorts geen enkele tastbare informatie opgeleverd over het gemeentelijk toezicht van de afgelopen 14 jaar op het reilen en zeilen van het Dommelbad en op de besteding van naar schatting 3,5 miljoen euro subsidie die hieraan werd gespendeerd.

Zodoende werd het voor mij in Boxtel met de openbaarheid van bestuur langdurig zwemmen tegen de stroom in.

Binnenkort op deze site: Publieke zwembaden als commerciële handelswaar