Fraude met belastinggeld is een kwaadaardig virus dat de verzorgingsstaat bedreigt. Om ons sociale stelsel overeind te houden, móét de overheid hiertegen optreden. Dat leidt geen twijfel.

Voorkomen en aanpak van misbruik vergt een permanente inzet, omdat er altijd weer mazen in de wet moeten worden gedicht om fraudeurs en profiteurs de pas af te snijden.

Een bekend voorbeeld uit het verleden is de wao, de wet arbeidsongeschiktheid, die door werkgevers op grote schaal werd misbruikt om disfunctionerende werknemers als ziektegevallen goedkoop te kunnen lozen. De kosten van de wao liepen daardoor zodanig uit de hand dat ingrijpen onvermijdelijk werd. PvdA-leider Wim Kok nam deze impopulaire maatregel als minister van financiën en vice-premier voor zijn rekening. Dat kostte hem politiek bijna de kop.

Dat Kok nadien nog minister-president werd van het eerste paarse kabinet was te danken aan het nóg grotere zetelverlies van het CDA tijdens de parlementsverkiezingen van 1994.

Wim Kok gaat ook de geschiedenis in als de man die de PvdA van haar idiologische veren beroofde, al viel bij een recente reconstructie van dit pijnlijke evenement nog eens te lezen dat het afschudden hiervan puur tekstueel toeval was. De fatale woorden kwamen uit de koker van Koks instant-speechschrijver Bram Peper, die ze tijdens deze haastklus op een zondagmiddag kreeg aangereikt van zijn toenmalige VVD-levensgezel Nelie Kroes.

De premier miste de portee van deze ondoordachte oprisping en sprak tijdens zijn Den Uyl-lezing uit wat de ijdeltuit Peper hem had voorgekauwd. De voormalige vakbondsleider nam daarmee voor het oog van de natie afscheid van het sociaal-democratische gedachtegoed waarmee de legendarische PvdA-leider Joop den Uyl furore had gemaakt.

Maar het was meer dan dat. Het VVD-virus van het ongeremde vrije marktbeleid had zich ondertussen genesteld in het dna van de PvdA. Bevangen door regeringsverantwoordelijkheid,vergat de partij op te komen voor ‘de gewone man’, de doorsneeburger op wie zij het zicht aan de bestuurstafels toch al kwijtraakte.

Kinderopvangtoeslag

Dit falen kwam recent nog eens onbarmhartig in beeld tijdens het parlementaire verhoor van PvdA-voorman Lodewijk Asscher over diens rol in het schandaal met de kinderopvangtoeslag dat onvermogende gezinnen ten gronde richtte. Hij zei zich te schamen voor het afpoeieren van mensen die meedogenloos te grazen waren genomen door de belastingdienst en hem als minister van Sociale Zaken in enkele brieven om hulp hadden gevraagd.

Asschers afzijdigheid in dit drama ligt thans onomstotelijk vast in ‘Ongekend onrecht’, het rapport van de parlementaire commissie die dit schandaal recent tegen het licht hield. De minister negeerde ook ambtelijke signalen van een ontspoorde fraudejacht die overigens vaak zijdelings opdoken in nota’s die hij kreeg aangereikt.

Nergens blijkt dat vanuit het ministerie van sociale zaken, ambtelijk noch bestuurlijk, concrete actie is ondernomen tegen de systhematische behandeling van ouders als oplichters. Als Asscher er 8 september 2014 door de ambtelijke top van zijn ministerie op wordt gewezen dat ook de belastingdienst zich zorgen maakt over deze ‘alles-of-niets-aanpak’, komt hij niet in actie.

De SP signaleert

Zijn houding was bepaald illustratief voor de structurele afwezigheid van de PvdA in het dossier van de kinderopvangtoeslagen. Het is de SP die op 24 september 2014 tijdens een Kamerdebat signaleert dat ouders in de problemen komen door grote sommen geld die zij moeten terugbetalen en om een onafhankelijk onderzoek vraagt. Asscher verwijst dan naar de VVD-staatssecretaris van Financiën die ‘bezig is problemen in de uitvoering aan te pakken’.

Dat de minister van Sociale Zaken na dit signaal – het tweede binnen één maand en zijn derde in 2014 – niet zelf alsnog precies wil weten wat hier loos is, betekent onmiskenbaar dat zijn sociale antenne verkeerd staat afgesteld. Dit gemis valt niet af te schuiven op onwetendheid door haperende informatie.

Had Asscher hier serieus werk van gemaakt, dan was toen wellicht al aan het licht gekomen dat 232 ouders in 2014 door de belastingdienst zonder pardon in de kou werden gezet. Nu kwam de omvang van deze ellende pas drie jaar later boven water uit onderzoek van de Nationale Ombudsman. En werd niet voorkomen dat uiteindelijk mogelijk 20.000 gezinnen door de overheid financieel zijn uitgekleed.

Door zijn partijgenoten in de Tweede Kamer werd minister Asscher evenmin gemaand om ontsporende handhaving in de kinderopvangtoeslag halt toe te roepen.

Ook later vanuit de oppositie tegen het kabinet Rutte 3 doet de PvdA onder leiding van Asscher geen moeite om de onthutsende waarheid boven tafel te krijgen. Het trek- en duwwerk om informatie hierover aan de almacht van de staat te ontfutselen wordt uitgevoerd door de terriërs Pieter Omtzigt van het CDA en Renske Leijten van de SP.

PvdA ver afgedreven

Opnieuw een veeg teken dat de PvdA ver is afgedreven van mensen voor wie zij volgens de aloude sociaal-democratische beginselen (‘spreiding van kennis, macht en inkomen’) zou moeten opkomen.

Het onbarmhartige optreden van de belastingdienst stoelde overigens op wetgeving die nog uit de koker kwam van het kabinet Balkenende 2 waarvoor CDA, VVD en D66 verantwoording droegen. Dit geschiedde ver voor Asschers entree in de nationale politiek.

Evenmin legde Asscher de basis voor forse verhoging van boetes voor fraude met kinderopvangtoeslagen. Die maatregel kwam voor rekening van het kabinet Rutte 1, waar VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV de scepter zwaaiden. Dat was ruim een jaar voor Asschers aantreden als minister van sociale zaken en vicepremier van het kabinet Rutte 2.

Wél nam de PvdA in haar monsterverbond met de VVD verantwoordelijkheid voor een steeds verder doorschietende aanpak van misbruik met sociale uitkeringen. De zogeheten Bulgarenfraude leidde ertoe dat zo’n beetje iedere burger als potentiële oplichter wordt beschouwd.

Daarmee legde Asscher als PvdA-kopstuk in dit kabinet mede de basis voor het drama met de kinderopvangtoeslagen, al vertolkte hij daarin geen bestuurlijke hoofdrol. Deze twijfelachtige eer genoten de opeenvolgende liberale staatssecretarissen Weekers en Wiebes die totaal geen grip hadden op de belastingdienst.

In hun bestuurlijk onvermogen werden zij ongemoeid gelaten door hun politieke baas op het departement van Financiën, de rode jonker Jeroen Dijsselbloem. Die maakte als bestuurder vooral furore in Brussel, waar hij het afknijpen van de Griekse bevolking tot Europese kunst verhief.

Met haar deelname aan Rutte 2 zette de PvdA pas echt de bijl aan de wortels van het eigen voortbestaan als volkspartij. Het monsterverbond met erfvijand VVD beschouwden veel PvdA-kiezers als bedrog.

De sociaal-democraten liepen in dat kabinet met minister Dijselbloem voorop met drastische bezuinigingen op de overheidsuitgaven en kleunden daarbij ook sociaal nogal eens mis.

Nieuwe arbeidsgehandicapten werden door staatssecretaris Jetta Klijnsma geweerd uit de sociale werkplaatsen en verdwenen veelal in de bijstand omdat beloofd betaald werk in bedrijven uitbleef. Minister van Onderwijs Jet Bussemaker verruilde de basisbeurs voor het goedkopere leenstelsel dat de ongelijkheid onder studenten vergrootte en de kwaliteit van het onderwijs ondermijnde.

En Asscher zelf maakte als minister van Sociale Zaken zijn belofte niet waar om de afname van het aantal vaste banen in bedrijven te stoppen en tegelijkertijd de zwakke positie van zzp-ers en flexwerkers te verbeteren.

Asscher herpakt zich

De kiezers lieten de PvdA met Asscher als lijsttrekker in de daarop volgende verkiezingen massaal vallen. Asscher bleef na dit ongekende fiasco aan het partijroer en manifesteerde zich vervolgens als behendig oppostieleider en gewiekst debater. Zijn sterke optreden wordt echter in de opiniepeilingen nauwelijks beloond. De PvdA blijft in de onderste middenmoot hangen.

Het kindertoeslagendebacle komt Asscher dan ook buitengewoon slecht uit. Dit erodeert zijn positie als PvdA-lijsttrekker bij de komende parlementsverkiezingen. De PvdA-leden moeten zijn kandidatuur half januari nog digitaal bevestigen. Dat zal niet meer zonder slag of stoot gaan, nu in de krochten van de partij wordt gemord.

Diep door het stof

Op facebook ging Asscher half december nog eens diep door het stof, maar ongetwijfeld zal hij zich tijdens de feestdagen ook hebben afgevraagd of hij als PvdA-lijsttrekker nog geloofwaardig de verkiezingen in kan. De partijtop hult zich hierover naar buiten toe in stilzwijgen.

Maar wie heeft binnenskamers de moed om tegen Asscher te zeggen dat zijn tijd erop zit? Dat hij een man is aan wie de uitglijers van het verleden blijven kleven. En dat hij er daarom verstandiger aan doet om nu de eer aan zichzelf te houden dan na een slecht verkiezingsresultaat in maart.

Het opstappen van Asscher als PvdA-leider zal indruk maken en zuiverend werken in de verkiezingscampagne. Ook al gaan medelijsttrekkers Rutte en Hoekstra hem daarin niet volgen, hoewel zij nóg dieper medeplichtig zijn aan het toeslagenschandaal.

Mocht Eric Wiebes ondertussen zo verstandig zijn om als minister af te treden omdat hij destijds als staatssecretaris deerlijk heeft gefaald, dan kan deze VVD-er het hele kabinet dezer dagen wellicht meeslepen naar demissionaire status.

Het land zal daar weinig van merken. Er wordt hoe dan ook altijd doorgeregeerd. En de coronacrisis moet het komende half jaar toch vooral worden weggevaccineerd.