Megaslachter in Boxtel kan ongehinderd zijn gang gaan

BOXTEL- Vleesconcern Vion groeit alsmaar verder in Boxtel. Bij de megaslachterij op het bedrijventerrein Ladonk verrijst nu een vleesverwerkingshal van 12.000 vierkante meter. Een investering van 35 miljoen euro. Daar gaan straks maar liefst 600 arbeiders aan de slag. Dan werken er in totaal 2400 man bij Vion in Boxtel.

Daarmee wordt het vleesconcern een nóg grotere speler op Ladonk, waar ook zijn hoofdkantoor staat en het eigen transportbedrijf Distrifresh prominent rondrijdt. Dit proces van centralisatie is gaande sinds Vion, eigendom van de boerencoöperatie ZLTO, langs de rand van de afgrond scheerde. Het bedrijf had zich vertild aan de kostbare overname van een grote Britse vleesketen.

De slachterij van Vion langs de spoorlijn Boxtel-Eindhoven, gezien vanaf de Parallelweg-Zuid, de zuidelijke uitvalsweg van Boxtel.

Door fors in te teren op de reserves, winstgevende bedrijfsonderdelen te verkopen en zich volledig te concentreren op de slacht en verwerking van consumptievlees, wist Vion de enorme verliezen op te vangen. Het bedrijf maakt inmiddels weer winst, al steekt die mager af bij de omzet.

Dus moet er scherp aan de wind worden gezeild. De uitbreiding in Boxtel betekent inkrimping op andere bedrijfslocaties, zoals in Scherpenzeel en Valkenswaard. Omdat de plannen hiervoor forser uitpakken dan eerder gepland, zijn nieuwe vergunningen nodig. Zo heeft Vion eind augustus 2019 bij de provincie een natuurvergunning gevraagd.

Die vergunning laat op zich wachten. Want door het debacle met het Nederlandse stikstofbeleid dat de Raad van State mei dit jaar de grond in boorde, en de aanhoudende wanorde hierover, zijn ook in Brabant vrijwel geen natuurvergunningen meer verstrekt. De omgevingsdienst die hiervoor namens de provincie Noord-Brabant aan de lat staat, kampt met grote achterstanden.

De grote vleesverwerkingshal op het Vion-terrein in aanbouw

Ondertussen is Vion volop aan de slag gegaan. De vleesverwerkingshal is in aanbouw en een groot parkeerterrein aangelegd en in gebruik.

Mag dat zomaar?

Het vergt de nodige inspanning om dat te doorgronden. Want wetgeving hierover is ondoorzichtig. Om te mogen uitbreiden heeft Vion zowel een provinciale natuurvergunning als een gemeentelijke bouwvergunning nodig. Dat loopt via twee procedures die los van elkaar staan. Om te voorkomen dat de gemeente iets vergunt dat het natuurbelang schaadt, is vooraf toestemming nodig van de provincie.

Deze regel is volgens de gemeente in dit geval niet van toepassing. Want Vion heeft al een natuurvergunning die het alleen op ondergeschikte punten wil wijzigen. Dus krijgt het bedrijf op 3 september 2019 zijn bouwvergunning voor hal en parkeerterrein. Verwezen wordt verder naar de aanvraag voor een natuurvergunning die Vion 13 dagen daarvoor bij de provincie had ingediend. Vergezeld van het ‘nadrukkelijke’ verzoek om beide vergunningaanvragen ‘te ontkoppelen’.

Daarmee is voor de gemeente de kous af. Of er invloed is op de natuur, moet Vion zelf nagaan. Daar is de gemeente niet verantwoordelijk voor.

Het gemak waarmee dit gaat steekt schril af bij de aanhoudende overlast van de megaslachterij voor haar omgeving. Stank en lawaai zijn voor omwonenden aan de orde van de dag. Ook werden diverse Boxtelaren ernstig ziek van besmet afvalwater uit de slachterij. Vion voelde zich voor deze legionellabesmetting niet verantwoordelijk omdat het de waterzuivering heeft uitbesteed aan HydroBusiness, een dochteronderneming van Brabant Water.

Met een doorgroeiend Vion zal ook de overlast steeds verder toenemen, zo vreest actiegroep ‘La vie en rose’. Die organiseerde voorjaar 2019 een volkspetitie tegen Vion en haalde daarmee 1000 handtekeningen op van Boxtelaren die de doordringende stank van de slachterij beu zijn.

Onder invloed van deze protesten, spiegelde het gemeentebestuur bevolking en politiek een strengere aanpak van Vion voor. Tegelijk wees het de vele bezwaren tegen uitbreiding van het bedrijf als niet ter zake van de hand. De pap voor Vion was immers al eerder gestort: in 2009 en 2015 met vergunningen waarmee de slachterij haar productie kon verdubbelen naar 5.6 miljoen varkens per jaar.

Het industriële bedrijf – een uit haar krachten gegroeide varkenshouderij annex vleesverwerker – is nu zo groot en zo ingewikkeld dat het volgens de gemeente financieel onhaalbaar is om het nog te kunnen verplaatsen naar een groot stedelijk industrieterrein, waar het thuis hoort. Daarom blijft Boxtel meewerken aan verdere uitbreiding.

Slechts één bezwaarmaker vocht de grote sprong voorwaarts van Vion op Ladonk bij de bestuursrechter aan. Dat is een omwonende die pal tegenover de slachterij huist en zich ongerust maakt over zijn veiligheid als de koelinstallatie met 12.000 kilo zeer giftig ammoniak zou gaan lekken.

Hij sloeg hiermee de spijker op zijn kop: de gemeente Boxtel had te makkelijk aangenomen dat het met de veiligheid wel goed zat. De rechter greep direct in en schreef voor dat de ammoniakinstallatie op lagere temperaturen moet blijven werken, zodat een kleiner gebied risico loopt.

Bovendien gelastte hij aanvullend onderzoek naar de omstandigheden in de gevarenzone rond Vion. De brandweer ging alsnog bij de bezwaarmaker op huisbezoek en stelde vast dat de bewoners hier ‘voldoende zelfredzaam zijn’ om zich in geval van nood snel via hun tuin uit de voeten te maken, en daarmee te voorkomen dat ze dodelijk gif inademen. Tijdig gewaarschuwd door het Vionalarm dat volgens de gemeente binnen één minuut na de calamiteit zal loeien.

De rechter toonde zich tevreden over deze uitkomst en stond alsnog toe dat de woningen en bedrijfspanden binnen de gevarenzone rond de slachterij worden gedoogd. Behalve het huis van de bezwaarmaker, gaat het om het bedrijvencentrum de Baanderije (toen nog met Fotovakschool), en een destijds leegstaand restaurant met bovenwoning.

Ook de werkende mensen in de Baanderije kunnen zich bij een ammoniaklek volgens de brandweer prima redden. Mits ze vooraf goed zijn voorgelicht. Of dat zo is valt te betwijfelen.

Pal tegenover Vion (rechts van de spoorlijn) staat het bedrijvencentrum de Baanderije (zie de bebouwingsrand links van de weg) met daarachter woning en eetcafé.

De uitspraak van de rechter werd later in hoger beroep bevestigd door de Raad van State. Daardoor bleef de milieuvergunning van 2015 overeind zodat Vion 5,6 miljoen varkens kon gaan slachten. Zeer gunstig voor het vleesconcern. Anders had het binnen de gevarenzone panden moeten aankopen om de productie te kunnen opvoeren. Of, veel beter, een milieuvriendelijk koelsysteem moeten aanschaffen waardoor het ammoniakgevaar verdwijnt. Dit had de gemeente in 2015 met Vion kunnen regelen, maar dat gebeurde niet.

Pikant detail: de Fotovakschool is inmiddels vertrokken uit de Baanderije. Haar cursisten vonden de stank van Vion niet meer te harden. Het restaurant is na grondige verbouwing weer in gebruik als eetcafé. Dat staat inmiddels te koop.

Vaker blijkt dat het vleesconcern kan rekenen op coulance van het bevoegd gezag. Zo is ditmaal niets geregeld voor de huisvesting van 600 arbeidskrachten die er bij Vion in Boxtel bijkomen. Het vleesconcern betrekt deze mensen van uitzendbureaus die gespecialiseerd zijn in arbeidsmigranten. Maar allerlei panden in Boxtel puilen reeds uit met zulke werkers. Na een recente brand in zo’n woning, gaat de gemeente nu handhaven op maximaal vier mensen per pand. Met als bijkomend gevolg dat de huisvestingsproblemen nóg groter worden dan ze al zijn.

Gesproken wordt inmiddels over plaatsing van wooncontainers in de oksel van twee spoorlijnen die in Boxtel samenkomen. Dat stuit daar bij omwonenden al op bezwaren. Bovendien moeten zaken worden gedaan met de projectontwikkelaar die de grond in handen heeft. Dat is lastig, zo niet onhaalbaar.

De verleende omgevingsvergunning wordt bij de rechter aangevochten door huurders van het nabije wooncomplex Stapelen dat in de vuile wind van de slachterij staat. Zij vinden dat de gemeente geen toestemming voor uitbreiding mag geven zolang Vion zijn bedrijfsprocessen niet op orde heeft en blijft stinken. De volcontinu productie van de slachterij stelt hoge eisen aan de kwaliteit van installaties, onderhoud en personeel die lastig zijn in te vullen. Overbelasting ligt op de loer.

Hangende het beroep van de bewoners blijft de vergunning van kracht. Vion kan dus doorbouwen tot de rechter heeft gesproken. Op eigen risico, dat weloverwogen wordt genomen. De vleesverwerker waant zich juridisch ijzersterk en niet zonder reden.

Maar is Vion ook immuun voor de stikstofcrisis? Dat staat te bezien.

De natuurvergunning van 2010 liet toe dat de Kampina zwaarder wordt belast met stikstof. En dat terwijl de heide en vennen in dit Europees beschermde natuurgebied, op een steenworp afstand van de slachterij, al jarenlang worden geteisterd door een overmaat aan stikstof die als een deken over Midden- en Oost-Brabant hangt. Deze slechte milieukwaliteit ondermijnt het effect van herstelwerk als plaggen en uitbaggeren die eigenaar/beheerder Natuurmonumenten in de Kampina periodiek laat uitvoeren. Dat is vechten tegen de bierkaai.

Het provinciebestuur concludeerde in 2010 dat de minieme hoeveelheid stikstof die Vion produceert ‘geen waarneembare effecten’ op de Kampina sorteert. Het gaat hier om de ammoniakuitstoot van varkens die in het voorportaal van de slachterij op hun einde wachten. Deze uitstoot valt niet te vergelijken met die van veehouderijen. Want Vion treft immers allerlei stikstofbeperkende maatregelen, zo wordt in de vergunning benadrukt.

Bij de volgende uitbreiding in 2015 belast het bedrijf de Kampina met de dubbele hoeveelheid stikstof. Maar de provincie concludeert dat er juist sprake is van een daling zodat de natuurvergunning probleemloos kan worden verleend. Want de vergunning uit 2010 bood Vion bij nadere becijfering drie keer zoveel stikstofruimte als eerder aangegeven.

Er was nóg een meevaller. Vion vroeg de natuurvergunning van 2015 op 1 mei dat jaar aan en kreeg 30 juni groen licht. Dat is één dag voor invoering van de Programmatische Aanpak Stikstof, inmiddels wijd en zijd bekend als de PAS die dit jaar sneuvelde bij de Raad Van State.

Voordeel daarvan voor Vion was dat zijn natuurbelasting volgens een oude methode kon worden berekend. Niet meegenomen werden de stikstofeffecten van het verkeer op de uitvalswegen naar het bedrijf Dat gaat om grote aantallen veewagens die zes dagen per week, dag en nacht naar het slachthuis pendelen. Naar hun belasting van de Kampina blijft het gissen.

De conclusie dringt zich op dat Vion zijn natuurvergunning van 2015 cadeau kreeg van de provincie.

Dit besluit werd niet beoordeeld door een rechter omdat geen natuur- en milieuorganisatie in beroep ging. Ook niet Natuurmonumenten en de Brabantse Milieufederatie (BMF) die later wel met succes een megavarkenshouderij aan de Oirschotse zijde van dit natuurgebied wisten tegen te houden.

De uitspraak in die zaak baarde opzien. De rechtbank Oost-Brabant bepaalde daarin dat een eenmaal verleende natuurvergunning niet onaantastbaar is als zij stoelt op onjuiste gegevens. Bij het Oirschotse megabedrijf lijkt het daar sterk op. Daarom moet het provinciebestuur van de rechter opnieuw beoordelen of deze vergunning toch niet moet worden ingetrokken, zoals Natuurmonumenten en de BMF willen.

Deze zaak doet denken aan de natuurvergunning van Vion uit 2015 die vergelijkbare mankementen vertoont.

Vier jaar later, op 23 augustus 2019, verschijnt de Vion-vergunning ineens als ‘gewijzigd’ op de provinciale website Brabant.nl. De omgevingsdienst noemt dit desgevraagd ‘een administratieve handeling zonder (juridische) betekenis’.

Juist een dag eerder, op 22 augustus, kwam het bedrijf met een aanvraag tot wijziging. Die laat zien dat Vion de nieuwste stikstofregels wil ontlopen. Het bedrijf beroept zich hiervoor op de vergunning van 2015. Dan hoeft ook de stikstofuitstoot van het eigen verkeer op de uitvalswegen niet te worden meegerekend. Terwijl het aantal vervoersbewegingen verdrievoudigt met de komst van 600 extra arbeiders.

Ondertussen is de vleeshal voluit in aanbouw. De omgevingsdienst weet dit al sinds half oktober, maar treedt niet op. Dit betekent doorgaans dat binnenskamers al is uitgemaakt dat Vion zijn natuurvergunning zal krijgen. De provincie bevestigt dit beeld in het Boxtelse nieuwsblad Brabants Centrum van 21 november: het mag niet, maar we laten Vion begaan.

‘Zodra de aanvraag ontvankelijk is, zullen wij een ontwerp-beschikking ter inzage leggen, waarop een ieder zijn zienswijze kan geven’, schetst de omgevingsdienst de formele procedure. Tot dat moment is er niets om eventueel bezwaar tegen te maken, laat staan om met enige kans van slagen de bouw door de rechter subiet stil te laten leggen.

De rechtsbescherming is hier ver te zoeken.

Zo trekt Vion aan het langste eind, zonder een vinger voor de natuur uit te steken. Ook dit stikstof producerende bedrijf zou in de huidige crisistijd een bijdrage moeten leveren aan natuurverbetering. Door bos aan te leggen of een varkensboer met een verouderd bedrijf uit te kopen. Het grote Vion kan daarin tot voorbeeld zijn voor anderen. Maar dat zit er niet in.

De huidige opstelling bevestigt het imago van een bedrijf dat zich weinig aantrekt van zijn omgeving. Terwijl Vion laatst toch wakker schrok van allerlei negatieve publiciteit. Dat leidde onder meer tot een charmeoffensiefje, met zelfbetaalde columns van de bedrijfsdierenarts Derk Oorburg in twee Boxtelse weekbladen. Dat deze arts bij Vion ook directeur is bleef hierbij onvermeld. Zijn goedgevoelcolumns maakten weinig indruk.

Vergezicht op de zuidrand van Boxtel, met van links naar rechts de Vionslachterij , de contouren van het bedrijvencentrum de Baanderije en de toren van het achtergelegen wooncomplex Stapelen

Vion heeft dan ook een forse kloof naar de samenleving te overbruggen. Het massieve fabriekscomplex dat het aanzicht van de zuidelijke dorpsrand devalueert, is nu eenmaal het ongure sluitstuk van de doorgeslagen intensieve veehouderij in Brabant. Geen mens wil weten wat zich afspeelt in de slachterij, uitgezonderd dierenactivisten die Vion regelmatig op de korrel nemen.

Het bedrijf moet dus zelf een brug zien te slaan naar de Boxtelse bevolking en specifiek naar omwonenden die veel last hebben van de slachterij. Dat vereist initiatief. De kans om rechtstreeks in gesprek te gaan met huurders van Stapelen over hun zwartboek, liet de bedrijfsleiding onbenut.

Maar er is een lichtpuntje. De vaste adviseur van Vion, het bureau Witteveen+Bos, doet onderzoek naar oorzaken en oplossingen van de stankoverlast. Dat gebeurt op aandringen van het gemeentebestuur met als doel dat ‘Boxtel Vion niet meer ruikt’. Het onderzoek wordt begeleid door een klankbordgroep met daarin ook omwonenden. Daar kan in ieder geval een gesprek op gang komen.

Ondertussen hield Vion half november in Boxtel een symposium over de toekomst van de agrifoodbranche, samen met de gemeente. ‘Meer boeren, minder vee’, pleitte de Wageningse oud-hoogleraar Michiel Korthals daar voor ‘afbouw van de veestapel’. Zijn verhaal staat bol van cijfers die de noodzaak van een ommezwaai illustreren. Maar over zulke heikele materie ging het deze namiddag in het hol van de leeuw verder niet.

Buiten het Vionkantoor werd gewerkt aan de grote vleeshal. Daar ging het binnen ook niet over.

Vorige

De uitzondering als regel betekent schijnveiligheid

Volgende

Brabants bos en landschap: nieuw perspectief broodnodig

  1. Pierre van den Oord

    Een goed verslag van de gang van zaken rond Vion. Maar ook over de houding het gemeentebestuur.
    Wat betekent Vion voor de gemeente Boxtel? Stank, veel verkeersbewegingen, veel laag geschoolden in de gemeente. Geen echte opsteker voor Boxtel op weg naar een beter imago zoals BBdB.

  2. E.I-Baars

    Een heel gedegen en boeiend artikel, dit zou iedereen moeten lezen en niet in de laatste plaats de burgemeester en wethouders van Boxtel en als het zo sluipend verder gaat, vergeet het dan maar: ” beter in boxtel “.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Mogelijk gemaakt door Timmermans Media