De ambities buitelen over elkaar heen. Twee miljard bomen erbij in Europa, proclameert de Europese Commissie in haar klimaatbeleid voor de komende 30 jaar. Het Nederlandse kabinet kondigt klimaatbossen aan in zijn maatregelen tegen de stikstofcrisis.

Staatsbosbeheer en Shell willen Nederland in 12 jaar verrijken met vijf miljoen bomen, op kosten van de oliemaatschappij. GroenLinks en SP in de Tweede Kamer hebben een nationaal plan voor 17 miljoen bomen in 20 jaar: een boom per inwoner.

De Partij voor de Dieren in Provinciale Staten wil voor iedere Brabander een boom planten. Het provinciebestuur zet in op aanleg van 13.000 hectare bos tot 2030. Te beginnen met 2500 hectare, zo staat in het Brabantse bestuursakkoord ‘Kiezen voor kwaliteit’ van vorig jaar.

Dergelijke ambities volgens de wet van de grote getallen moeten de indruk wekken dat de opwarming van de aarde op dit continent wel degelijk serieus bestreden gaat worden. Met al dat extra bos moet de alsmaar toenemende uitstoot van het broeikasgas CO2 substantieel worden afgevangen. Nieuwe en vitale bossen zijn ook belangrijk om de luchtkwaliteit te verbeteren en daarmee de volksgezondheid te dienen.

Dat er in Nederland bos bijkomt is vooralsnog een utopie. Want er verdwijnen gestaag meer bomen dan er worden aangeplant. Het areaal Brabants bos – 75.000 hectare – kromp de afgelopen 30 jaar met 400 hectare, zo blijkt uit cijfers van Wageningen Universiteit . En dat terwijl er in deze provincie 11.000 hectare nieuwe natuur bijkwam, door omvorming van landbouwgrond. Deze ‘andere natuur’ omvat inmiddels 46.000 hectare. Hoe is zulke scheefgroei mogelijk?

Nationaal becijferden onderzoekers van de Wageningen Universiteit in het vakblad NBL (Natuur Bos Landschap) van september 2017 dat onder meer bos is gekapt voor andere natuur (zoals heide en zandverstuivingen), voor vervanging en verjonging van bos, bebouwing en wegen. Deze cijfers zijn echter niet uitgesplitst per provincie.

Een inkijkje in Brabant, biedt wél het recente rapport ‘Zorg voor landschap’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) . Dat keek naar 35 jaar ruimtelijke ontwikkeling in Het Groene Woud, het groene hart tussen Eindhoven, Tilburg en Den Bosch. Vergelijking tussen de topografische kaarten uit 1972 en 2017 laat vooral de verschraling zien van het landschap dat buiten het wél beschermde natuurnetwerk valt.

Dat werd geofferd aan bebouwing langs de randen van steden en wegen. Én viel ten prooi aan schaalvergroting. ‘Sloten zijn gedempt, beken rechtgetrokken, kavels samengevoegd, houtsingels gekapt of zo verwaarloosd dat ze geleidelijk verdwenen.’ Het PBL laat de oorzaak hiervan onvermeld, maar dit zijn onmiskenbaar de gevolgen van twee ruilverkavelingen die hun sporen trokken door het cultuurlandschap van Het Groene Woud.

Sluipende sloop van groen is ook binnen dorpen en steden sinds jaar en dag gaande. Zo valt ten gevolge van de ontkerkelijking de ene na de andere monumentale pastorietuin ten prooi aan projectontwikkelaars. Met de verkoop van historisch dorpsgroen als bouwgrond compenseren kerkbesturen hun slinkende inkomsten.

Dadelijk maakt de pastorietuin aan de Veldstraat in Liempde plaats voor 11 woningen. Deze groene oase in het dorpshart verdwijnt terwijl Liempde er tegelijkertijd een nieuwbouwwijk van 80 huizen bij krijgt.

Op veel meer plaatsen in verstedelijkt gebied verdwijnen bomen omdat ‘ze in de weg staan’ of ‘overlast veroorzaken’.

Zoals in Den Bosch waar buurtbewoners, inmiddels met steun van de gemeenteraad, strijden voor het behoud van 34 majestueuze platanen in de spoorzone. ProRail wil deze groene longen van de Boschveldweg slopen voor reconstructiewerk. De bomen zijn te behouden, maar dat maakt het werk duurder. Deze strijd is nog onbeslist.

Ook over bomenkap binnen natuurgebieden ontstaat steeds meer maatschappelijk rumoer. Met name als bos wordt geofferd voor andere natuur, waarbij beheerders ook nog eens zijn vrijgesteld van herplant. Provinciale Staten willen inmiddels een rem zetten op het kappen van bomen ten faveure van schraalgronden als heide en zandverstuivingen.

Ook vindt de Brabantse politiek het hoog tijd dat de provincie bij illegale boskap eisen gaat stellen aan de kwaliteit van bomen die moeten worden herplant. Tot dusver kunnen wetsovertreders doorgaans ongestraft hun eigen gang blijven gaan. Dat betekent natuurverlies in het kwadraat.

Onder druk van de publieke opinie, deed Natuurmonumenten afgelopen zomer in een uitgebreide verklaring de belofte zich sterk te maken voor bosuitbreiding en zelf ook minder bomen te gaan kappen. Mochten er toch bomen moeten wijken voor herstel van open landschappen om daarmee bedreigde planten en dieren te kunnen behouden, dan gebeurt dat ‘in de toekomst alleen nog als iedere gekapte boom wordt gecompenseerd’.

Dergelijk herstelwerk voert Natuurmonumenten momenteel uit in de Kampina. Daar worden randen van drie vennen ontdaan van geboomte dat water wegzuigt en daarmee bijdraagt aan verdroging van deze vennen. Ook worden een zandverstuiving en stuifzandheide weer open gemaakt. Deze habitats in de Kampina genieten Europese bescherming, maar raken steeds sneller overgroeid onder invloed van de overmaat aan stikstof die als een deken over Brabant hangt.

Bij elkaar verdwijnt er in dit natuurreservaat bij Boxtel deze maanden zo’n 21 hectare ongewenste begroeiing zoals grove dennen, gewone berken en zomereiken. In doorsnee variërend van vijf tot 60 centimeter, zo meldde Natuurmonumenten begin 2019 aan de provincie die hier verder geen toezicht op houdt.

De vraag rijst of volwassen bomen die in deze hersteloperatie tegen de vlakte gaan, niet meteen zouden moeten worden gecompenseerd. Dat geldt met name voor naaldbomen. ,,Die filteren twee keer zoveel fijnstof uit de lucht als loofbomen, gebruiken weinig water en kunnen als geen andere boom op droge arme zandgronden staan”, oordeelt een groep van belangenorganisaties die strijdt voor behoud van bossen en bomen.

Zij riepen de provinciale politiek het afgelopen voorjaar op zich te keren tegen de heersende ‘discriminatie van naaldbomen’. ,,Het gemak waarmee deze bomen worden gekapt ten gunste van heide of zand moet stoppen.”

De heersende opvatting in provinciale natuurbeschermingskringen is evenwel dat de Brabantse bossen te zeer worden gedomineerd door dennen, eiken en beuken die samen de bodem verzuren en de natuur verarmen.

Geleidelijke omvorming en bosuitbreiding zijn hard nodig door aanplant van een grote variëteit aan soorten loofbomen die het bodemleven verrijken en ook bestand zijn tegen droogte, zo schetsten Bart Nyssen van de Bosgroep Zuid en provincie-ecoloog Wiel Poelmans begin 2019 in het al genoemde vakblad NBL. Geschikt daarvoor noemen zij de linde, esdoorn, haagbeuk, hazelaar, tamme kastanje en wintereik.

Dergelijke gemengde bossen zijn ‘klimaatslim’ omdat ze meer koolstofdioxide (het broeikasgas CO2) uit de atmosfeer halen en koolstof in de bodem vasthouden. Ook worden ze minder kwetsbaar voor ziekten en plagen die momenteel vooral essen en fijnsparren treffen.

Brabants Landschap zet deze maanden de zaag in fijnsparrenbossen waar na twee droge zomers de letterzetter danig heeft huisgehouden, zo meldt het op zijn site. Zij worden vervangen door andere soorten loofbomen, én grove dennen waar vogels als ransuil en goudhaantje zich thuisvoelen. Maar er blijven ook dode fijnsparren staan, als bron van voedsel voor de zwarte specht.

De gemeente Sint-Michielsgestel houdt in haar bossen rigoureuze opruiming onder essen die zijn opgevreten door het vals essenvlieskelkje. Ook daar komen allerlei andere loofsoorten voor terug.

Deze filosofie van de diversiteit lijkt ook door te klinken in het nieuwe bosbeleid dat de provincie in de grondverf heeft staan. Na het nodige overleg met het maatschappelijk middenveld krijgt dit beleid nu voorzichtig gestalte in het kersverse besluit van Gedeputeerde Staten om binnen het Brabantse natuurnetwerk meer ruimte te scheppen voor bos.

Gezocht wordt naar geschikte plekken in vooral de Brabantse beekdalen, maar ook in cultuurlandschappen als De Scheeken en De Mortelen tussen Boxtel, Best en Oirschot die tot het domein van Brabants Landschap horen.

Hoe dat al in zijn werk gaat, zet deze natuurbeheerder uiteen in zijn recente winternummer. In De Mortelen wordt vooral gemikt op aanwas van zeldzaam geworden bomen en struiken die daar van oudsher thuishoren, zoals fladderiep, winterlinde, mispel en viltroos. Zaad van oude overgebleven soorten wordt al jaren met succes opgekweekt en uitgeplant op openvallende plekken in het bos. Vooral populieren moeten hiervoor wijken.

Tot bosverdichting komt het niet in De Scheeken. Om dit ontginningslandschap vooral open te houden, plant Brabants Landschap alleen in de randen populieren(!) bij. Hierdoor ontstaan karakteristieke boomweiden waar natuurbeheer hand in hand gaat met boomteelt.

Meer bosaanleg is in beeld in het Dommeldal tussen de Belgische grens en Eindhoven. Dat zou heel goed uitkomen omdat vervuild beekdal daar dan wordt ingeplant in plaats van afgegraven.

Onduidelijk is of deze exercitie de 2500 hectare klimaatbos kan opleveren die het provinciebestuur tot 2024 voor ogen staat. Volgens Nyssen en Poelmans is het de bedoeling om binnen het Brabantse natuurnetwerk uiteindelijk 10.000 hectare bos aan te planten. Met de half miljard euro die het provinciale Groenontwikkelfonds nog voor de resterende invulling van dat netwerk heeft te besteden, kan dit proces worden gestuurd.

Fondsdirecteur Mary Fiers had kort geleden een ‘inspirerend gesprek’, zo twitterde zij, met TreesForAll om te bezien of samenwerking mogelijk is met deze bekende organisatie, die in binnen- en buitenland bomen plant ter compensatie van C02-uitstoot van vooral vliegreizen.

Wie bijvoorbeeld boekt via Vliegtickets.nl wordt gevraagd bomen te doneren aan TreesForAll. Dat geld komt onder meer terecht in het Nationaal Bossenfonds. De samenwerking hierbij met Staatsbosbeheer, krijgt voor het eerst ook gestalte in Brabant waar 6,5 hectare bos wordt aangeplant op een akker in natuurgebied De Pan nabij Sterksel.

In 2018 haalde TreesForAll 1,2 miljoen euro aan donaties binnen en plantte 174.000 bomen, waarvan bijna 61.000 in Nederland. Niet meer dan een (welkome) druppel op een gloeiende plaat. Grond voor bosaanleg komt slechts mondjesmaat beschikbaar.

Om alleen al de Brabantse ambitie voor de komende tien jaar te kunnen waarmaken is heel wat meer bos nodig dan nu in de pijplijn zit. Commerciële bosbouw zou hierbij kunnen helpen, zoals 100 jaar geleden veel heidevelden veranderden in dennenbossen voor stuthout in de mijnen.

Volgens voormalig provinciebestuurder Johan van den Hout dient zich hiervoor thans een klimaatmotief aan: huizen bouwen met hout in plaats van met steen en beton. Dat scheelt een hoop stikstof, mits je dat hout ook dichtbij huis aanplant. ,,Vruchtbare landbouwgrond leent zich daar uitstekend voor”, schetst Van den Hout in het winternummer van Brabants Landschap.

,,Wij moeten boeren gaan helpen met bosaanplant”, verklaarde Eurocommissaris Frans Timmermans onlangs in het tv-programma Buitenhof. Als de tweede man in Brussel hiervoor substantieel geld weet vrij te maken in het enorme Europese landbouwbudget (jaarlijks 50 miljard euro), wordt bosbouw mogelijk financieel haalbaar.

Dat nieuwe bosareaal moet dan wél duurzaam in stand blijven door houtkap en aanplant cyclisch op elkaar af te stemmen, zoals in Scandinavië gebeurt. Maar in Drenthe en Groningen ging dat heel anders. Een paar duizend hectare landbouwgrond die daar dertig jaar geleden werd bebost met rijkssubsidie is volgens Wageningse onderzoekers inmiddels weer ontbost. Als sluitstuk van een tijdelijke regeling die boeren vrijstelde van herplant. Dat schiet zo niet op.

Extra probleem in Brabant is nog dat landbouwgrond hard nodig is om mest uit de veeteelt kwijt te raken. Hoe minder grond daarvoor beschikbaar is, hoe meer mest industrieel moet worden verwerkt. En mestfabrieken stuiten toch al op grote maatschappelijke weerstand. Omschakeling naar grondgebonden landbouw waar de milieubeweging op hamert, zal de druk nog groter maken.

De prijzen van landbouwgrond zijn in Brabant de hoogste van het land: 70.000 tot 100.000 euro per hectare, bericht het kadaster. Dat maakt bosbouw peperduur.

Het is de vraag of bosuitbreiding omwille van het klimaat in het provinciehuis wel bestuurlijke prioriteit heeft. Tijdens de laatste Warandelezing in Tilburg die handelde over biodiversiteit, legde eerstverantwoordelijk gedeputeerde Rik Grashoff alle nadruk op herstel van het Brabantse bos. ,,Dat is er slecht aan toe. Zestigduizend hectare wordt bedreigd”, riep hij.

Als dat werkelijk zo is, resteert dus slechts 15.000 hectare gezond bos. Bitter weinig. Dan zal nieuw bos louter het oude kunnen vervangen. Daar schiet het klimaat voorlopig niets mee op.

De Brabantse Staten namen eind 2018 een motie van GroenLinks aan met de welluidende titel ‘Bomen zijn de oplossing’. Het provinciebestuur kreeg de opdracht om bij zijn verkenning naar CO2-compensatie ‘extra in te zetten op plaatsen waar bomen tot wasdom kunnen komen’.

Nu GroenLinks met Grashoff in het provinciebestuur aan de natuurknoppen draait, moet dit nog concreet worden gemaakt. En wel in de nieuwe Bosnota. Die is al geruime tijd in de maak, binnenskamers uitvoerig besproken met het maatschappelijk middenveld, maar nog steeds niet publiek gemaakt en evenmin aan de Staten voorgelegd.

Het politieke debat over de invulling van het bosbeleid wordt lastig. De provinciale coalitie heeft na vertrek van het CDA geen meerderheid in de Staten meer en hangt ook politiek uit het lood. De VVD vormt nu met GroenLinks, D66 en PvdA een monsterverbond dat zij niet wilde. Linksom of rechtsom moet steun worden gezocht en dat is een nooit eerder vertoond avontuur in de Brabantse politiek.

Hoe dan ook, klimaatbossen worden in Brabant een zaak van zeer lange adem. Daarom is het beter de aandacht alvast te richten op het landschap. De kaarten van Het Groene Woud in het PBLHoe dan ook, klimaatbossen worden in Brabant een zaak van zeer lange adem. Daarom is het beter de aandacht alvast te richten op het landschap. De kaarten van Het Groene Woud in het PBL-rapport laten ontluistering van het agrarische cultuurlandschap zien. Aan de hand hiervan is ook prima vast te stellen wat er nodig om deze schade te herstellen. -rapport laten ontluistering van het agrarische cultuurlandschap zien. Aan de hand hiervan is ook prima vast te stellen wat er nodig om deze schade te herstellen.

Hoe dan ook, klimaatbossen worden in Brabant een zaak van zeer lange adem. Daarom is het beter de aandacht alvast te richten op het landschap. De kaarten van Het Groene Woud in het PBL-rapport laten niet alleen de ontluistering van het agrarische cultuurlandschap zien. Aan de hand hiervan is ook prima vast te stellen wat er nodig om deze schade te herstellen.

Zoals gekanaliseerde Brabantse beken inmiddels weer kronkelen, kan ook het landschap van de Meierij stapsgewijs opnieuw worden aangekleed. Met kilometers nieuwe bomen en struiken die ook de kwaliteit van lucht en bodem verbeteren. Dit vergt doortimmerde plannen waar goede landschapsarchitecten voor nodig zijn.

Herstel van cultuurlandschap valt lokaal en (boven)regionaal te financieren met heffingen op projecten die bomen en ruimte opslokken, zoals woningbouw, aanleg van wegen en bedrijventerreinen, en stallenbouw.

Eis bijvoorbeeld voor iedere gekapte volwassen boom vier nieuwe bomen terug en compenseer elke te bebouwen hectare met een nieuw stuk bos. Ingewikkeld en duur? TreesForAll beschikt over een eenvoudig rekensysteem. Voor 25 euro gaan vier bomen de grond in, of wordt twee ton CO2 gecompenseerd. Dat wiel hoeft niet meer te worden uitgevonden.

Zo’n landschapsherstelproject vereist allereerst een goed samenspel tussen de provincie als regisseur, gemeenten, boerenbelangenbehartigers en natuurbeheerders.

Onmisbaar voor de uitvoering zijn bedrijven die beschikken over uitstekend kweekmateriaal en dat vervolgens zo aanplanten dat de jonge vegetaties lange droogteperiodes kunnen overleven. Nederlandse deskundigen passen zulke methodes al toe in de Sahara en in de binnenlanden van Spanje.

Zéér belangrijk bij dit alles is dat Brussel financieel meedoet. Want die nieuwe houtwallen en bomensingels langs akkers en weilanden hebben onderhoud nodig. Subsidie hiervoor uit de Europese landbouwkas kan een reguliere bron van inkomsten worden voor boeren die willen omschakelen naar natuurinclusieve landbouw. Dan snijdt het mes aan twee kanten.

Zo’n onderhoudsplan voor het landschap is eerder bedacht door Brabants Landschap ten tijde van de enorme ruilverkaveling Sint-Oedenrode, maar stuitte toen op Europese mededingingsregels. Nu Frans Timmermans in Brussel zijn Green Deal waar moet gaan maken, gloort perspectief.

Stukje bij beetje kan dan toch invulling worden gegeven aan ambities die grossieren in grote getallen maar realiteitszin ontberen. Dat moet ook. Bos en landschap zijn hard aan verversing toe. Want Brabant heeft zuurstof tegen ademnood nodig.

.