Terwijl Coronapatiënten de Brabantse ziekenhuizen overspoelen, krijgt het virus ook Zuid-Afrika steeds meer in zijn greep.

Hier in de West-Kaap zijn de scholen dicht, is het rijke culturele leven in het hart van het festivalseizoen volledig tot stilstand gekomen, zijn alle sportcompetities stilgelegd, bijeenkomsten massaal afgelast, openbare gebouwen gesloten, winkels en restaurants uitgestorven. De president heeft Zuid-Afrika tot rampgebied verklaard. Tienduizend kilometer zuidwaarts komt Brabant ineens dichtbij.

Buitenlanders worden steeds hardhandiger geweerd en vakantiereizen naar het buitenland zijn opgedroogd. Corona kwam ook in Zuid-Afrika van buiten. Wie nu het land verlaat, krijgt het verdraaid lastig om er weer in te komen.

Cruiseschepen mogen niet meer onze havens in, bulderde de minister van transport deze week in de microfoons van de publieke omroep SABC. Een schip dat desondanks nog het ruime sop koos richting Mozambique moest op ministerieel bevel bij terugkeer in de haven van Durban worden tegengehouden.

De 2400 passagiers, hoofdzakelijk Zuid-Afrikanen, zouden in quarantaine worden geplaatst. Dat ging vervolgens toch niet door omdat het schip slechts op zee had rondgedobberd en niemand ziek werd. Mozambique beliefde deze gasten niet aan land. Veel onvrede en spanningen aan boord. Weggegooid geld, zo’n cruise. En bovendien schadelijk voor het milieu.

Het gaat in Zuid-Afrika inmiddels alleen nog over Corona. In niets te vergelijken met de pronte sigaar die ik in een ver verleden graag opstak. Al is die ook slecht voor je longen.

De aantallen besmettingen zijn hier aan de Kaap nog een fractie van die in Brabant. En het is vooral te hopen dat het virus door alle opgelegde beperkingen en voorzorgsmaatregelen kan worden ingedamd. Want als Corona de grote townships en informele nederzettingen op de Kaapse vlakte bij Kaapstad binnendringt, zal het leed niet te overzien zijn.

De vele zwakkeren in deze overbevolkte wijken, waar tbc en hiv welig tieren, worden dan ziek bij bosjes. De gezondheidszorg – in de West-Kaap bepaald niet slecht – kan zo’n toeloop allerminst verwerken. Veel levens gaan dan verloren. Italiaanse misère in veelvoud.

Nog maar drie weken geleden maakte Zuid-Afrika zich vooral druk over de repatriëring van ruim honderd landgenoten uit het Chinese Wuhan, waar het allemaal begon met Corona. De Chinezen die tegenwerkten, piloten die weigerden te vliegen, hotels die deze virusvrij geteste expats niet in quarantaine wilden nemen.

Inmiddels hebben de overgevlogen expats hun 21 dagen ‘opsluiting’ in een luxe vakantie-oord in noordelijk Zuid-Afrika al goeddeels achter de rug. Op kosten van de belastingbetaler, terwijl het virus daarbuiten oprukt. Ondoordachte geldverspilling.

‘Zijn we er werkelijk klaar voor?’, uit een bekende columnist van de Sunday Times op 1 maart zijn twijfels over geruststellende berichten uit het regeringskamp. Want er gaat heel veel mis bij de overheid in dit land.

Die zondag is het virus nog niet aangeland. ‘Dit is slechts een kwestie van tijd’, voorspelt de Cape Times, de krant van Kaapstad, twee dagen later. President Ramaphosa schudt dan nog breed lachend de ene na de andere hand.

En de media lopen zich warm voor twee monumentale evenementen in de metropool van Kaapstad: de eendaagse fietsronde over het schiereiland met 31.000 deelnemers uit binnen- en buitenland en het culturele festival ‘Woordfees’ in de puissant rijke universiteitsstad Stellenbosch waar het Afrikaans een volle week victorie kraait.

Dan worden de eerste drie Corona-gevallen gemeld. ‘De Zuid-Afrikanen hebben niets te vrezen. Er is geen rede voor paniek. We hebben alles onder controle. Nies of hoest in een zakdoek en was je handen’, spreekt de minister van gezondheid zondag 8 maart tot verontruste inwoners van Pietermaritzburg.

Een dag later, op 10 maart, breekt zwarte maandag aan: de olieprijzen en de aandelenbeurzen storten tegelijk in elkaar. De Coronapsychose treft de wereldeconomie en het al verzwakte Zuid-Afrika voelt dat het zwaar de klos zal zijn.

De president schudt meteen geen handen meer, maar demonstreert de ellebooggroet. En komt met scherpe maatregelen die het leven gaan beheersen. Het parlement staat als één man en vrouw achter hem, een unicum in dit land vol bittere tegenstellingen.

‘s Morgens in alle vroegte hoor je op de radio verkeersberichten over de vele taxi’s en bussen die stuk voor stuk worden ontsmet om uitbraken onder forenzen te voorkomen. Wie werk heeft, gaat op pad. Anders volgt direct de vrije val naar armoede waar zoveel werkloze (zwarte) Zuid-Afrikanen in leven.

Mijn westerse gedachten gaan terug naar de Aziatische griep die ik als klein jongetje onder de leden kreeg en waar wereldwijd 1,1 miljoen mensen aan bezweken. En naar de oliecrisis van 1973 met haar autoloze zondagen. Fietsen en voetballen op de snelweg. Wat hebben we ervan genoten!

Onze Afrikaanse vrienden herinneren zich van die oliecrisis vooral dat ze er tergend lang over deden om per auto Kaapstad te bereiken. Met slechts enkele tankstations open en een snelheidslimiet van 80 kilometer, afgekondigd door de regering om brandstof te besparen.

Dezer dagen zien we hier aan de Kaap minder verkeer op wegen en in straten. Het openbare leven zakt in elkaar. Dat de benzine komende maanden behoorlijk goedkoper wordt, is een lichtpuntje in dit uitgestrekte land waar heel veel autokilometers over asfalt en veel grondpaden de samenleving aan de praat moeten houden.

Schrijnend is de grondige uitroeiing van het eens zo florerende treinenstelsel als betaalbaar vervoermiddel voor het volk. In de steden zijn de overgebleven treinen nu ook van het spoor verdwenen. En daarmee ook onbeheersbare infectiehaarden, een gelegenheidswinst.

Na twee weken Corona is de schade beperkt: meer dan 200 zieken, geen doden. Het ergste moet echter nog komen, rekenen deskundigen ons op de radio voor. Je hoopt vooral dat ze ongelijk krijgen en Afrika nu eens gespaard blijft.