Categorie: Verhalen

Verhalen van Ron Lodewijks

Het klimaat aan de Kaap: zon, wind en toch een energiecrisis

Hoe kan een mens leven en hoe kan een economie in deze tijd draaien zonder voldoende energie?

In het welvarende deel van de wereld gaat het daar totaal niet over, in weerwil van de klimaatdiscussie.

Maar in Zuid-Afrika is dit vraagstuk uiterst actueel en beklemmend. Want dit land verkeert al 14 jaar in een permanente energiecrisis en het eind hiervan is bepaald niet in zicht.

Aan de orde van de dag is ‘beurtkrag‘. Een systeem van gecontroleerde stroomuitval dat de staatsenergiemaatschappij Eskom in gang zet als zij de vraag naar energie niet meer aan kan. Een noodmaatregel om het overbelaste elektriciteitsnet aan de praat te houden. Ieder dorp of gehucht, iedere stadswijk, woning, boerderij en bedrijf waar ook te lande is bij toerbeurt de sigaar.

In periodes van twee-en-een-half uur ben je één of meerdere keren per etmaal stroomloos. Als alles goed gaat wordt dit onheil tijdig van te voren door Eskom aangekondigd. En nemen in ziekenhuizen, bedrijven, restaurants, supermarkten maar ook bij mensen thuis aggregaten en accu’s de stroomvoorziening over.

Wie het kan betalen redt zich, werkt door, kookt op tijd zijn potje en kijkt gewoon naar de cricketmatch of soapserie op tv. Maar vooral kleine ondernemers, arme mensen, forenzen en onwetenden moeten improviserend verder.

Dat is midden op de dag eenvoudiger dan bij stroomuitval tijdens de avondspits en met etenstijd. Dan kan er niet worden gekookt, vallen stoplichten uit op overvolle wegen en hebben misdadigers in het donker vrij spel.

Maar het kan allemaal veel erger. Vorig jaar gaven ineens zoveel krakende kolencentrales de geest dat Eskom door het hele land aan de noodrem moest trekken om te voorkomen dat het overbelaste elektriciteitsnet zichzelf zou opblazen. Woede en onbegrip alom.

President Ramaphosa verkondigde dat dit nooit meer mocht voorkomen. Eskom betaalt zich sindsdien blauw aan diesel voor twee enorme gasturbines die worden aangezet als het spaak loopt.

Toch klapte het begin 2020 opnieuw, toen Eskom bijna 40 procent van zijn totale vermogen kwijt was. Een absoluut dieptepunt in de energiecrisis.

Deze onthutsende incidenten onderstrepen een enorm structureel probleem. Eskom produceert te weinig stroom om de economie te laten groeien en daarmee de massawerkloosheid onder met name de zwarte bevolking het hoofd te bieden. Het bedrijf zelf verdient te weinig om het hoofd boven water te kunnen houden. En belast dientengevolge burgers jaar na jaar met excessieve tariefsverhogingen.

De onvrede over Eskom is dan ook maatschappelijk diep geworteld. ,,Wij betalen steeds meer om steeds minder te krijgen”, schetst een huiseigenaar de Zuid-Afrikaanse realiteit.

Hoe heeft het zover kunnen komen?

Aan het einde van de apartheid was Eskom nog een betrouwbaar bedrijf dat veel goedkope energie produceerde. Onder de nieuwe ANC-machthebbers ging het snel bergafwaarts.

Cruciaal was hun – later zelf toegegeven – foute beslissing in 1999 om als overheid niet te investeren in capaciteitsuitbreiding. Die was nodig geweest om energie te kunnen blijven leveren voor armoedebestrijding en aan de toen nog fors groeiende economie.

Pas in 2007 werd begonnen met de bouw van twee reusachtige kolencentrales in het noordoosten van Zuid-Afrika. Hoofdzakelijk door onkunde en corruptie draaien deze centrales nog steeds op een zeer laag pitje. Terwijl de bouwkosten astronomisch uit hand liepen is nog eens acht miljard rand (420 miljoen euro) nodig om ze alsnog in orde te krijgen.

Pas tegen 2030 zullen de twee kolencentrales in vol bedrijf zijn, voorspelt een voormalig bedrijfshoofd in dagblad Die Burger. Hij is net benoemd tot toezichthouder op de kernenergiedivisie van Eskom.

Het staatsbedrijf runt één kerncentrale, Koeberg aan de westkust noordelijk van Kaapstad. Die zal nog tot 2044 aan de praat worden gehouden, 20 jaar langer dan voorzien.

Een megalomaan plan voor een door Rusland te bouwen tweede grote kerncentrale verdween als onbetaalbaar uit beeld, tezamen met berichten over Russische steekpenningen aan de toenmalige president Zuma. Onder diens bewind tierde de corruptie zo welig dat de staat werd gekaapt door louche zakenlui.

Geavanceerde kennis over kernenergie die Eskom zelf nog in huis heeft, is te koop gezet. Het berooide bedrijf heeft geen geld meer voor verdere ontwikkeling. Wél heeft de regering nog een vaag plan voor twee kleine kerncentrales.

De energievoorziening van Zuid-Afrika draait in hoofdzaak nog steeds op 13 kolencentrales van vaak gevorderde leeftijd. Zij zijn zwaar overbelast, verwaarloosd in onderhoud, daardoor hoogst onbetrouwbaar en zeer milieuvervuilend.

Aanhoudende stroomuitval houdt investeerders weg uit Zuid-Afrika. Zij steken ook geen cent meer in Eskom dat onder Zuma’s bewind in hoog tempo werd uitgehold door mismanagement en corruptie die alle perken te buiten ging.

Het bedrijf zucht dientengevolge onder een schuldenlast van 450 miljard rand (23 miljard euro). Het heeft veel te veel mensen in dienst maar niettemin weinig deskundigheid in huis om de problemen het hoofd te bieden. Eskom leeft louter voort op staatskredieten die in een bodemloze put verdwijnen.

De situatie oogt inmiddels zo hopeloos dat er ook binnen het hevig verdeelde ANC steun ontstaat voor verandering die de eigen regering al in gang heeft gezet. Tandenknarsend aanvaardde deze eertijdse bevrijdingsbeweging van zwart Zuid-Afrika de blanke topondernemer André de Ruyter tot nieuwe Eskom-baas.

De Ruyter maakte meteen duidelijk dat hij voluit gaat voor groot achterstallig onderhoud aan de kolencentrales om de energievoorziening weer betrouwbaar te maken. Dat betekent nog zeker 18 maanden met regelmaat beurtkrag, waarschuwde De Ruyter, een Zuid-Afrikaan die ooit studeerde aan Nijenrode.

‘Ik ga de regering niet vragen om meer geld voor Eskom dan al was toegezegd en er komen geen gedwongen ontslagen’, zo belooft de topman meteen na zijn aantreden. Met deze laatste toezegging verwerft De Ruyter sympathie bij de vakbonden voor zijn aanpak en voorkomt hij arbeidsonrust en nóg meer maatschappelijk ongerief.

De grootste vakbond, Cosatu, gelieerd aan het ANC, lanceerde zelf het omstreden plan om de schuldenlast van Eskom fors te verlichten met een kapitaalinjectie van 250 miljard rand (bijna 14 miljard euro) uit het staatspensioenfonds. De regering vindt dat ook particuliere pensioenfondsen moeten gaan meebetalen.

Dit uiterst omstreden plan ontmoet veel weerstand maar ook instemming van bekende opinieleiders dit als de enige mogelijkheid zien om de schuld van Eskom weer behapbaar te maken zodat het de lichten in Zuid-Afrika aan kan houden.

Om te voorkomen dat ook pensioengeld verdwijnt in een bodemloze put, moet het bedrijf snel en grondig worden hervormd. Daar is de regering inmiddels mee begonnen. Eskom blijft niet langer de enige nationale energieleverancier. Mijnbouwbedrijven mogen hun eigen energie gaan opwekken. En Eskom krijgt meer vrijheid om duurzame stroom te kopen van particuliere producenten. Dat is goed voor klimaat en milieu en financieel gunstig voor het energiebedrijf dat peperdure kolenstook moet zien te reduceren.

Ook gemeenten die hun zaakjes financieel op orde hebben – dat zijn er in Zuid-Afrika maar weinig – mogen de vrije energiemarkt op. Kaapstad wil dat al lang, maar werd tot dusver tegengewerkt.

President Ramaphosa heeft de koerswijziging in zijn recente staatsrede aangekondigd. Gwede Mantashe, de minister van mijnbouw en energie, moet nu vooral de wurgende bureaucratie in energieland gaan opruimen om de liberalisering op gang te krijgen. Dat wordt een krachtproef voor deze ANC-voorzitter en adept van het staatskapitalisme. Hij heeft dan ook nog een andere pijl op zijn boog: de oprichting van een tweede staatsenergiebedrijf naast Eskom.

De hamvraag blijft of duurzame energie in dit van zon en wind vergeven land kan voorzien in het ernstige stroomtekort. Eskom heeft geen geld om daarin te investeren. Het heil moet van de private sector komen.

De resultaten zijn vooralsnog bescheiden. Met de vijf private wind- en vijf zonneprojecten die in 2014 door het ministerie van energie werden geselecteerd uit een inschrijving, schiet het niet erg op. De vijf zonneprojecten uit deze tender liggen volgens het weekblad Sunday Times nog steeds op het bureau van Mantashe. Wél heeft het Italiaanse energieconcern Enel inmiddels vijf windmolenparken in aanbouw.

Het nationale energieplan waar Mantashe eind 2019 zijn handtekening onder zette, laat zien dat in 2030 zo’n 30 procent van de Zuid-Afrikaanse energiehuishouding duurzaam zal zijn. Nu is dat 10 procent. De voorziene groei bestaat vrijwel uitsluitend uit wind- en zonne-energie.

Volgens dit plan is Zuid-Afrika in 2030 voor minder dan 60 procent afhankelijk van fossiele brandstoffen. Voor zo’n resultaat zou het land zich bepaald niet hoeven te schamen.

Maar om de planning voor duurzame energie te halen, moet het tempo stevig omhoog. Een volgende staatsinschrijving voor nieuwe projecten staat op stapel.

Mogelijk vallen er nu ook barrières weg voor honderden boeren die al jaren in de rij staan om stroom te mogen verkopen aan Eskom en daarmee de financiering van zonnepanelen op hun boerderijen rond te kunnen krijgen.

Dat dit bepaald geen sinecure is, ervoer de druiven- en rozijnenkweker Tokka van den Hever in de droge Noord-Kaap. Hij besproeit zijn gewassen met water uit de Oranjerivier en dat kost hem een vermogen aan energie omdat zijn boerderij het hele jaar door baadt in de zon en al vijf jaar van regen verstoken blijft.

Om de stroomkosten van zijn beregeningsinstallaties te drukken, investeerde hij drie jaar geleden ruim 20 miljoen rand (1 miljoen euro) in een robuust zonnepanelenstelsel. Berekend was dat Van den Hever deze enorme investering binnen zes jaar zou terugverdienen, geholpen door belastingvoordeel.

Maar dat duurt allemaal wat langer door twee jaar gesoebat om zijn energie-overschot aan Eskom te mogen leveren. Nu alles goed werkt en de besparingen realiteit worden, is Van den Hever een tevreden mens, zo verklaart hij in Landbouweekblad.

Dit lijfblad van de Afrikaanse boer getuigt in een begeleidend artikel van een ontwikkeling ten goede voor boeren die de stap naar zonkracht willen zetten.

Eskom gedraagt zich onder leiding van De Ruyter meer en meer als een normale onderneming. Kostenbeheersing staat centraal. De oudste kolencentrales gaan dicht of worden verkocht aan bedrijven die ze met Chinese techniek willen vernieuwen en aan de praat houden. Gepoogd wordt om meer kolen per trein aan te voeren en daarmee de gigantische kosten van wegtransport te drukken. Kolen van ondermaatse kwaliteit die de centrales beschadigen worden geweerd, contracten met dubieuze leveranciers opgezegd.

Al deze maatregelen maken duidelijk hoe diep het energiebedrijf is weggezakt.

Ook draait Eskom de duimschroeven aan van de vele wanbetalers. Vooral bij gemeenten en andere overheidsbedrijven moeten grote bedragen worden binnengehaald. Dat gaat er bepaald niet zachtzinnig aan toe.

Toen het spoorbedrijf Prasa in Kaapstad een ultimatum aan zijn laars lapte, werd tijdens de ochtendspits de stroom uitgeschakeld en kwamen alle treinen in de metropool subiet tot stilstand. Zo’n 300.000 pendelaars moesten verder maar zien hoe zij op hun werk en weer thuis kwamen. Pas nadat Prasa had betaald, ging om half zes ’s avonds de stroom er weer op.

Een krachtmeting van lange adem voltrekt zich tussen Eskom en Soweto. De bewoners van deze enorme township in Johannesburg weigeren al jaren massaal om te betalen. De opvatting heerst daar dat stroom gratis hoort te zijn. Niets lijkt te helpen. Wie wordt afgesloten, laat zich door een handige buur weer illegaal aansluiten.

Eskom schold Soweto eerder een vermogen aan onbetaalde rekeningen kwijt. Nieuwe baas De Ruyter begint daar niet meer aan. Hij houdt voet bij stuk: er móét betaald worden.

Of De Ruyter het aandurft als dwangmaatregel een heel stadsgebied van 1,3 miljoen mensen af te sluiten, staat te bezien. Uit vrees dat dit veel stemmen gaat kosten verbood de ANC-top dit paardenmiddel al eens. In andere halsstarrige gemeenten ging de stroom er inmiddels wél af en wordt er alsnog betaald.

Door de coronacrisis moet Eskom met dergelijk powerplay nu een pas op de plaats maken. Zuid-Afrika is voor drie weken op slot gegaan. De zwakke economie van het land ligt op apegapen. Daardoor verflauwt ook de vraag naar energie.

Beurtkrag zal tijdens de lockdown niet nodig zijn. Tenzij het virus ook toeslaat onder het personeel van Eskom en versleten centrales onderbezet raken. Dat is een recept voor ongelukken. De poppen zijn zo weer aan het dansen.

Ook een bescheiden mankement kan al grote gevolgen hebben. Zo zorgde één kapotte waterpomp in de Koeberg-kerncentrale laatst nog voor stroomuitval in heel het land. Zoiets zou altijd slecht uitkomen, maar in deze beroerde toestand wel héél slecht.

Het klimaat aan de Kaap: hoe de boer vecht tegen de droogte

Eindelijk viel dan de zomerse regen op de verscheurde bodem. In de dorpskerk wordt de Heer hiervoor bedankt tijdens de zondagse eredienst. De droogte heeft Zuid-Afrika al jaren in haar greep. Maar nu is er verlichting en hoop op betere tijden.

Boeren konden weer zaaien, al kwam de regen voor sommigen te laat in het seizoen om nog witte maïs -‘witmielies’, hét volksvoedsel in deze republiek – te planten. Teveel risico dat het opgroeiende gewas gaat rotten door vroege vorst aan de grond, lezen wij in het Afrikaanstalige Landbouweekblad, al 100 jaar lijfblad van de blanke boerenstand.

Zo is er altijd wat te klagen. Een boer die niet klaagt is geen boer. Maar zeker de nazaten van de Nederlandstalige pioniers die zich in de negentiende eeuw als Voortrekkers in Zuid-Afrika vestigden, hebben recht van spreken.

Ten tijde van de apartheid was de boerenmacht onaantastbaar en fabelachtig productief. Maar sinds de blanke machtsoverdracht aan het ANC een kwart eeuw geleden gaat het bergafwaarts. Voorbij lijkt de tijd dat Zuid-Afrika louter witmielies in overvloed produceerde om de magen van vele armen met goedkope maïspap te kunnen vullen.

Schrijnend watergebrek treft zo’n beetje alle Zuidafrikaanse boeren. Epicentrum van de droogte is de Noord-Kaap, de verreweg grootste provincie van Zuid-Afrika (negen keer Nederland), die reikt tot de buurlanden Namibië en Botswana. Deze dunbevolkte streek is thans zo uitgemergeld dat het van regeringswege te lange leste tot rampgebied werd uitgeroepen.

,,Je eet, slaapt, ziet, drinkt en leeft droogte”, omschrijft de vrouw van een Noordkaapse boerenleider de stress in dagblad Die Burger. Op een begeleidende foto loopt haar echtgenoot over de verschroeide grond naar hun overgebleven schapen. De magere beesten leven nog mede dankzij voer dat wordt geschonken door collegaboeren van elders die er beter voorstaan. Ook kerken bieden hulp met inzamelingsacties. Solidariteit wordt hier te velde nog met Hoofdletters geschreven.

‘Volgend jaar is voor mij het einde in zicht’, hield deze boerenvoorman, Willem Symington, begin dit jaar de minister van Landbouw persoonlijk voor. Die stond even met zijn mond vol tanden.

Want het einde betekent voor boer Symington, nog heel wat meer dan een faillissement. ‘Ik ben een 55-jarige blanke man. Ik kan nergens heen’, zegt hij tegen Die Burger. Tijdens de laatste grote droogte die de Noord-Kaap een eeuw geleden trof, verhuisden veel boeren naar de steden waar zij bij de spoorwegen of in de mijnen gingen werken. Maar zo’n alternatief is er niet meer voor de blanke minderheid te midden van de massawerkloosheid die al heerst onder de zwarte meerderheid.

‘Wij hebben hier alleen de landbouw’, zegt Symington. Naast mijnbouw, draait de economie in de Noord-Kaap inderdaad op de boeren. Vallen zij weg, dan verliezen ook hun arbeiders huis en haard en raken hele dorpen in verval. Deze aftakeling is zichtbaar gaande.

Dus móét Symington als boer zien te overleven totdat zijn land na zeven droge jaren eindelijk weer water krijgt. ‘De regen gaat zeker komen’, praat hij zichzelf moed in. En dat helpt, want in de Noord-Kaap regent het eindelijk weer. En stevig ook, bij tijd en wijle.

De regering heeft inmiddels 300 miljoen rand (19 miljoen euro) aan nationale noodhulp voor de Noord-Kaap toegezegd. Maar dat geld is alleen bestemd voor nieuwe boringen naar grondwater. Dat moet steeds dieper worden gehaald en is vaak brak en daarmee slecht bruikbaar.

‘Wij hebben voer nodig om onze dieren en daarmee ons bedrijf in leven te houden”, klinkt het alom uit de Noord-Kaap. Maar aan dat soort hulp denkt de ANC-regering niet.

Die is vooral druk doende met een wijziging van de Grondwet die nu nog het recht op privaat eigendom beschermt. De regering wil voortaan zelf gaan bepalen tegen welke prijs vooral grond wordt onteigenend. Die prijs wordt nu nog vastgesteld door de rechter, maar deze rechtsgang is de hardliners in het ANC te stroperig. Veel te weinig landbouwgrond komt daardoor volgens hen terecht in staatshanden.

Grondhervorming is van meet af aan een ideologisch ANC-speerpunt om de blanke economische overheersing uit te wissen. In praktijk betekent dit overigens bitter weinig. De overdracht van al onteigende boerderijen aan zwarte boeren stagneert ernstig en veel landbouwgrond raakt daardoor in onbruik, zo heeft de regering zelf aan het parlement gemeld.

Nu de droogte veel boeren in problemen brengt en de agrarische productie slinkt, is grondhervorming in Zuid-Afrika vooral symboolpolitiek die nota bene door president Cyril Ramaphosa nieuw leven wordt ingeblazen.

De opvolger van de corrupte Jacob Zuma die in 2019 werd weggestuurd, startte een charmeoffensief om de kwakkelende economie met buitenlands kapitaal op te krikken.

Investeerders blijven echter weg nu de elektriciteit in het land door wanbeheer van het staatsbedrijf Eskom regelmatig uitvalt. Zij zullen nóg verder worden afgeschrikt als ook het eigendomsrecht op losse schroeven komt te staan.

Het parlementaire spel hierover komt op de wagen, voorafgegaan door publieke hoorzittingen waar voor- en tegenstanders de degens kruizen. Een bitter en langdurig gevecht ligt in het verschiet en zal de reputatie van Zuid-Afrika verder bezoedelen.

Nieuwe misère heeft zich intussen aangediend. De boerencrisis tast de kredietwaardigheid van de Landbank aan. Deze Zuidafrikaanse boerenleenbank – staatseigendom – vormt al sinds 1905 het fundament voor de agrarische ontwikkeling. Maar omdat steeds meer boeren het loodje leggen en hun leningen niet meer afbetalen moet de Landbank zelf hogere rente gaan betalen om nog kapitaal te kunnen aantrekken. Die wordt dan weer doorberekend aan de clientèle die het daardoor nóg moeilijker krijgt.

Deze neerwaartse spiraal leidt tot groeiend onbehagen binnen de boerengemeenschap over de toekomst van de Landbank die ook al wordt geplaagd door wanbestuur vanuit de overheid.

In de Noord-Kaap wordt het gevecht tegen de droogte ondertussen gevoerd met veel inventiviteit en daadkracht. Diep in de Kalahari, het uiterste noordoosten van de Noord-Kaap, werken boeren en overheid samen aan verlenging van een 1475 kilometer lange pijpleiding die water uit twee ondergrondse meren in mijnbouwgebied aanvoert.

Een levensader voor veel boeren en burgers in dit woestijngebied waar droogte een gegeven is.

Deze pijpleiding is het levenswerk van vader en zoon Loots, zo valt te lezen in Landbouweekblad. Paul junior is verantwoordelijk voor het onderhoud. Maandelijks rijdt hij met zijn ‘bakkie’ 6000 tot 8000 kilometer door het zand om problemen in de watervoorziening digitaal op te sporen en te verhelpen. Hightech in de woestijn.

De impact van de droogte kent in Zuid-Afrika vele gezichten. De ene dag lezen wij dat in de Vrijstaat de maïs door de goede regen al op heuphoogte staat en schapen schuil gaan in het groeiende gras. Een dag later staat in de krant dat dezelfde provincie 900 miljoen rand (57 miljoen euro) droogtehulp krijgt. Ook nog eens aanzienlijk meer dan gevraagd! Het gevecht om de verdeling van dit geld begon meteen. Boeren vrezen al weer aan ‘de laaste speen te suig’.

De regering heeft te lange leste de droogte tot nationale ramp verklaard. Dat lijkt heel wat, maar onduidelijk is wat dit toevoegt aan de beperkte hulp die de allerdroogste gebieden al ontvangen. Want de staatskas is leeg.

De minister van water, Lindiwe Sisulu – dochter van ANC-grootheid wijlen Walter Sisulu – heeft nu 26 Cubaanse ingenieurs gecharterd voor hulp bij de bestrijding van de droogte. Cuba wordt vaker te hulp geroepen sinds Fidel Castro het ANC steunde in zijn strijd tegen de apartheid.

In boerenkringen vraagt men zich in alle scepsis af wat de Cubanen komen doen. Goede Zuid-Afrikaanse ingenieurs zijn voorhanden, maar werden aan de kant geschoven.

Het lijkt een desperate poging van Sisulu om er nog iets van te maken op een departement dat door 30 jaar corruptie en wanbeheer op apegapen ligt. In Zuid-Afrika hebben nog steeds 21 miljoen mensen – een derde van de bevolking – geen schoon water.

De minister reisde laatst af naar een uitgedroogd dorp in de Oost-Kaap waar de bevolking in opstand kwam. Zij zegde toe snel watertanks te zullen leveren, maar dat gebeurde niet. Slechte reclame voor het ANC, met de gemeenteraadsverkiezingen van 2021 in het vooruitzicht.

Het watergebrek is te meer schrijnend nu handen wassen er bij het volk wordt ingehamerd als het belangrijkste wapen tegen de verspreiding van het Corona-virus. Zonder water (en zeep) in doorgaans zwakke sanitaire omstandigheden, lopen miljoenen Zuid-Afrikanen besmettingsgevaar.

Los van deze droefenis, koersen de boeren in de Vrijstaat, de maïsschuur van Zuid-Afrika, aan op een recordoogst. Beelden tonen velden vol maïs, waar je ook kijkt.

En in de Kaapse wijnlanden lonkt een prachtige druivenoogst. De droogtedip van 2019 in het eminente bestaan van de Kaapse wijnmakers , is alweer vergeten.

Zo wisselen droogteleed en watervreugde elkaar in onvergelijkbare mate af in het grillige Zuid-Afrikaanse klimaat.

Brabants bos en landschap ontberen nieuw perspectief

De ambities buitelen over elkaar heen. Twee miljard bomen erbij in Europa, proclameert de Europese Commissie in haar klimaatbeleid voor de komende 30 jaar. Het Nederlandse kabinet kondigt klimaatbossen aan in zijn maatregelen tegen de stikstofcrisis.

Staatsbosbeheer en Shell willen Nederland in 12 jaar verrijken met vijf miljoen bomen, op kosten van de oliemaatschappij. GroenLinks en SP in de Tweede Kamer hebben een nationaal plan voor 17 miljoen bomen in 20 jaar: een boom per inwoner.

De Partij voor de Dieren in Provinciale Staten wil voor iedere Brabander een boom planten. Het provinciebestuur zet in op aanleg van 13.000 hectare bos tot 2030. Te beginnen met 2500 hectare, zo staat in het Brabantse bestuursakkoord ‘Kiezen voor kwaliteit’ van vorig jaar.

Dergelijke ambities volgens de wet van de grote getallen moeten de indruk wekken dat de opwarming van de aarde op dit continent wel degelijk serieus bestreden gaat worden. Met al dat extra bos moet de alsmaar toenemende uitstoot van het broeikasgas CO2 substantieel worden afgevangen. Nieuwe en vitale bossen zijn ook belangrijk om de luchtkwaliteit te verbeteren en daarmee de volksgezondheid te dienen.

Dat er in Nederland bos bijkomt is vooralsnog een utopie. Want er verdwijnen gestaag meer bomen dan er worden aangeplant. Het areaal Brabants bos – 75.000 hectare – kromp de afgelopen 30 jaar met 400 hectare, zo blijkt uit cijfers van Wageningen Universiteit . En dat terwijl er in deze provincie 11.000 hectare nieuwe natuur bijkwam, door omvorming van landbouwgrond. Deze ‘andere natuur’ omvat inmiddels 46.000 hectare. Hoe is zulke scheefgroei mogelijk?

Nationaal becijferden onderzoekers van de Wageningen Universiteit in het vakblad NBL (Natuur Bos Landschap) van september 2017 dat onder meer bos is gekapt voor andere natuur (zoals heide en zandverstuivingen), voor vervanging en verjonging van bos, bebouwing en wegen. Deze cijfers zijn echter niet uitgesplitst per provincie.

Een inkijkje in Brabant, biedt wél het recente rapport ‘Zorg voor landschap’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) . Dat keek naar 35 jaar ruimtelijke ontwikkeling in Het Groene Woud, het groene hart tussen Eindhoven, Tilburg en Den Bosch. Vergelijking tussen de topografische kaarten uit 1972 en 2017 laat vooral de verschraling zien van het landschap dat buiten het wél beschermde natuurnetwerk valt.

Dat werd geofferd aan bebouwing langs de randen van steden en wegen. Én viel ten prooi aan schaalvergroting. ‘Sloten zijn gedempt, beken rechtgetrokken, kavels samengevoegd, houtsingels gekapt of zo verwaarloosd dat ze geleidelijk verdwenen.’ Het PBL laat de oorzaak hiervan onvermeld, maar dit zijn onmiskenbaar de gevolgen van twee ruilverkavelingen die hun sporen trokken door het cultuurlandschap van Het Groene Woud.

Sluipende sloop van groen is ook binnen dorpen en steden sinds jaar en dag gaande. Zo valt ten gevolge van de ontkerkelijking de ene na de andere monumentale pastorietuin ten prooi aan projectontwikkelaars. Met de verkoop van historisch dorpsgroen als bouwgrond compenseren kerkbesturen hun slinkende inkomsten.

Dadelijk maakt de pastorietuin aan de Veldstraat in Liempde plaats voor 11 woningen. Deze groene oase in het dorpshart verdwijnt terwijl Liempde er tegelijkertijd ook een grote nieuwbouwwijk bij krijgt.

Op veel meer plaatsen in verstedelijkt gebied verdwijnen bomen omdat ‘ze in de weg staan’ of ‘overlast veroorzaken’.

Zoals in Den Bosch waar buurtbewoners, inmiddels met steun van de gemeenteraad, strijden voor het behoud van 34 majestueuze platanen in de spoorzone. ProRail wil deze groene longen van de Boschveldweg slopen voor reconstructiewerk. De bomen zijn te behouden, maar dat maakt het werk duurder. Deze strijd is nog onbeslist.

Ook over bomenkap binnen natuurgebieden ontstaat steeds meer maatschappelijk rumoer. Met name als bos wordt geofferd voor andere natuur, waarbij beheerders ook nog eens zijn vrijgesteld van herplant. Provinciale Staten willen inmiddels een rem zetten op het kappen van bomen ten faveure van schraalgronden als heide en zandverstuivingen.

Ook vindt de Brabantse politiek het hoog tijd dat de provincie bij illegale boskap eisen gaat stellen aan de kwaliteit van bomen die moeten worden herplant. Tot dusver kunnen wetsovertreders doorgaans ongestraft hun eigen gang blijven gaan. Dat betekent natuurverlies in het kwadraat.

Onder druk van de publieke opinie, deed Natuurmonumenten afgelopen zomer in een uitgebreide verklaring de belofte zich sterk te maken voor bosuitbreiding en zelf ook minder bomen te gaan kappen. Mochten er toch bomen moeten wijken voor herstel van open landschappen om daarmee bedreigde planten en dieren te kunnen behouden, dan gebeurt dat ‘in de toekomst alleen nog als iedere gekapte boom wordt gecompenseerd’.

Dergelijk herstelwerk voert Natuurmonumenten momenteel uit in de Kampina. Daar worden randen van drie vennen ontdaan van geboomte dat water wegzuigt en daarmee bijdraagt aan verdroging van deze vennen. Ook worden een zandverstuiving en stuifzandheide weer open gemaakt. Deze habitats in de Kampina genieten Europese bescherming, maar raken steeds sneller overgroeid onder invloed van de overmaat aan stikstof die als een deken over Brabant hangt.

Bij elkaar verdwijnt er in dit natuurreservaat bij Boxtel deze maanden zo’n 21 hectare ongewenste begroeiing zoals grove dennen, gewone berken en zomereiken. In doorsnee variërend van vijf tot 60 centimeter, zo meldde Natuurmonumenten begin 2019 aan de provincie die hier verder geen toezicht op houdt.

De vraag rijst of volwassen bomen die in deze hersteloperatie tegen de vlakte gaan, niet meteen zouden moeten worden gecompenseerd. Dat geldt met name voor naaldbomen. ,,Die filteren twee keer zoveel fijnstof uit de lucht als loofbomen, gebruiken weinig water en kunnen als geen andere boom op droge arme zandgronden staan”, oordeelt een groep van belangenorganisaties die strijdt voor behoud van bossen en bomen.

Zij riepen de provinciale politiek het afgelopen voorjaar op zich te keren tegen de heersende ‘discriminatie van naaldbomen’. ,,Het gemak waarmee deze bomen worden gekapt ten gunste van heide of zand moet stoppen.”

De heersende opvatting in provinciale natuurbeschermingskringen is evenwel dat de Brabantse bossen te zeer worden gedomineerd door dennen, eiken en beuken die samen de bodem verzuren en de natuur verarmen.

Geleidelijke omvorming en bosuitbreiding zijn hard nodig door aanplant van een grote variëteit aan soorten loofbomen die het bodemleven verrijken en ook bestand zijn tegen droogte, zo schetsten Bart Nyssen van de Bosgroep Zuid en provincie-ecoloog Wiel Poelmans begin 2019 in het al genoemde vakblad NBL. Geschikt daarvoor noemen zij de linde, esdoorn, haagbeuk, hazelaar, tamme kastanje en wintereik.

Dergelijke gemengde bossen zijn ‘klimaatslim’ omdat ze meer koolstofdioxide (het broeikasgas CO2) uit de atmosfeer halen en koolstof in de bodem vasthouden. Ook worden ze minder kwetsbaar voor ziekten en plagen die momenteel vooral essen en fijnsparren treffen.

Brabants Landschap zet deze maanden de zaag in fijnsparrenbossen waar na twee droge zomers de letterzetter danig heeft huisgehouden, zo meldt het op zijn site. Zij worden vervangen door andere soorten loofbomen, én grove dennen waar vogels als ransuil en goudhaantje zich thuisvoelen. Maar er blijven ook dode fijnsparren staan, als bron van voedsel voor de zwarte specht.

De gemeente Sint-Michielsgestel houdt in haar bossen rigoureuze opruiming onder essen die zijn opgevreten door het vals essenvlieskelkje. Ook daar komen allerlei andere loofsoorten voor terug.

Deze filosofie van de diversiteit lijkt ook door te klinken in het nieuwe bosbeleid dat de provincie in de grondverf heeft staan. Na het nodige overleg met het maatschappelijk middenveld krijgt dit beleid nu voorzichtig gestalte in het kersverse besluit van Gedeputeerde Staten om binnen het Brabantse natuurnetwerk meer ruimte te scheppen voor bos.

Gezocht wordt naar geschikte plekken in vooral de Brabantse beekdalen, maar ook in cultuurlandschappen als De Scheeken en De Mortelen tussen Boxtel, Best en Oirschot die tot het domein van Brabants Landschap horen.

Hoe dat al in zijn werk gaat, zet deze natuurbeheerder uiteen in zijn recente winternummer. In De Mortelen wordt vooral gemikt op aanwas van zeldzaam geworden bomen en struiken die daar van oudsher thuishoren, zoals fladderiep, winterlinde, mispel en viltroos. Zaad van oude overgebleven soorten wordt al jaren met succes opgekweekt en uitgeplant op openvallende plekken in het bos. Vooral populieren moeten hiervoor wijken.

Tot bosverdichting komt het niet in De Scheeken. Om dit ontginningslandschap vooral open te houden, plant Brabants Landschap alleen in de randen populieren(!) bij. Hierdoor ontstaan karakteristieke boomweiden waar natuurbeheer hand in hand gaat met boomteelt.

Meer bosaanleg is in beeld in het Dommeldal tussen de Belgische grens en Eindhoven. Dat zou heel goed uitkomen omdat vervuild beekdal daar dan wordt ingeplant in plaats van afgegraven.

Onduidelijk is of deze exercitie de 2500 hectare klimaatbos kan opleveren die het provinciebestuur tot 2024 voor ogen staat. Volgens Nyssen en Poelmans is het de bedoeling om binnen het Brabantse natuurnetwerk uiteindelijk 10.000 hectare bos aan te planten. Met de half miljard euro die het provinciale Groenontwikkelfonds nog voor de resterende invulling van dat netwerk heeft te besteden, kan dit proces worden gestuurd.

Fondsdirecteur Mary Fiers had kort geleden een ‘inspirerend gesprek’, zo twitterde zij, met TreesForAll om te bezien of samenwerking mogelijk is met deze bekende organisatie, die in binnen- en buitenland bomen plant ter compensatie van C02-uitstoot van vooral vliegreizen.

Wie bijvoorbeeld boekt via Vliegtickets.nl wordt gevraagd bomen te doneren aan TreesForAll. Dat geld komt onder meer terecht in het Nationaal Bossenfonds. De samenwerking hierbij met Staatsbosbeheer, krijgt voor het eerst ook gestalte in Brabant waar 6,5 hectare bos wordt aangeplant op een akker in natuurgebied De Pan nabij Sterksel.

In 2018 haalde TreesForAll 1,2 miljoen euro aan donaties binnen en plantte 174.000 bomen, waarvan bijna 61.000 in Nederland. Niet meer dan een (welkome) druppel op een gloeiende plaat. Grond voor bosaanleg komt slechts mondjesmaat beschikbaar.

Om alleen al de Brabantse ambitie voor de komende tien jaar te kunnen waarmaken is heel wat meer bos nodig dan nu in de pijplijn zit. Commerciële bosbouw zou hierbij kunnen helpen, zoals 100 jaar geleden veel heidevelden veranderden in dennenbossen voor stuthout in de mijnen.

Volgens voormalig provinciebestuurder Johan van den Hout dient zich hiervoor thans een klimaatmotief aan: huizen bouwen met hout in plaats van met steen en beton. Dat scheelt een hoop stikstof, mits je dat hout ook dichtbij huis aanplant. ,,Vruchtbare landbouwgrond leent zich daar uitstekend voor”, schetst Van den Hout in het winternummer van Brabants Landschap.

,,Wij moeten boeren gaan helpen met bosaanplant”, verklaarde Eurocommissaris Frans Timmermans onlangs in het tv-programma Buitenhof. Als de tweede man in Brussel hiervoor substantieel geld weet vrij te maken in het enorme Europese landbouwbudget (jaarlijks 50 miljard euro), wordt bosbouw mogelijk financieel haalbaar.

Dat nieuwe bosareaal moet dan wél duurzaam in stand blijven door houtkap en aanplant cyclisch op elkaar af te stemmen, zoals in Scandinavië gebeurt. Maar in Drenthe en Groningen ging dat heel anders. Een paar duizend hectare landbouwgrond die daar dertig jaar geleden werd bebost met rijkssubsidie is volgens Wageningse onderzoekers inmiddels weer ontbost. Als sluitstuk van een tijdelijke regeling die boeren vrijstelde van herplant. Dat schiet zo niet op.

Extra probleem in Brabant is nog dat landbouwgrond hard nodig is om mest uit de veeteelt kwijt te raken. Hoe minder grond daarvoor beschikbaar is, hoe meer mest industrieel moet worden verwerkt. En mestfabrieken stuiten toch al op grote maatschappelijke weerstand. Omschakeling naar grondgebonden landbouw waar de milieubeweging op hamert, zal de druk nog groter maken.

De prijzen van landbouwgrond zijn in Brabant de hoogste van het land: 70.000 tot 100.000 euro per hectare, bericht het kadaster. Dat maakt bosbouw peperduur.

Het is de vraag of bosuitbreiding omwille van het klimaat in het provinciehuis wel bestuurlijke prioriteit heeft. Tijdens de laatste Warandelezing in Tilburg die handelde over biodiversiteit, legde eerstverantwoordelijk gedeputeerde Rik Grashoff alle nadruk op herstel van het Brabantse bos. ,,Dat is er slecht aan toe. Zestigduizend hectare wordt bedreigd”, riep hij.

Als dat werkelijk zo is, resteert dus slechts 15.000 hectare gezond bos. Bitter weinig. Dan zal nieuw bos louter het oude kunnen vervangen. Daar schiet het klimaat voorlopig niets mee op.

De Brabantse Staten namen eind 2018 een motie van GroenLinks aan met de welluidende titel ‘Bomen zijn de oplossing’. Het provinciebestuur kreeg de opdracht om bij zijn verkenning naar CO2-compensatie ‘extra in te zetten op plaatsen waar bomen tot wasdom kunnen komen’.

Nu GroenLinks met Grashoff in het provinciebestuur aan de natuurknoppen draait, moet dit nog concreet worden gemaakt. En wel in de nieuwe Bosnota. Die is al geruime tijd in de maak, binnenskamers uitvoerig besproken met het maatschappelijk middenveld, maar nog steeds niet publiek gemaakt en evenmin aan de Staten voorgelegd.

Het politieke debat over de invulling van het bosbeleid wordt lastig. De provinciale coalitie heeft na vertrek van het CDA geen meerderheid in de Staten meer en hangt ook politiek uit het lood. De VVD vormt nu met GroenLinks, D66 en PvdA een monsterverbond dat zij niet wilde. Linksom of rechtsom moet steun worden gezocht en dat is een nooit eerder vertoond avontuur in de Brabantse politiek.

Hoe dan ook, klimaatbossen worden in Brabant een zaak van zeer lange adem. Daarom is het beter de aandacht alvast te richten op het landschap. De kaarten van Het Groene Woud in het PBLHoe dan ook, klimaatbossen worden in Brabant een zaak van zeer lange adem. Daarom is het beter de aandacht alvast te richten op het landschap. De kaarten van Het Groene Woud in het PBL-rapport laten ontluistering van het agrarische cultuurlandschap zien. Aan de hand hiervan is ook prima vast te stellen wat er nodig om deze schade te herstellen. -rapport laten ontluistering van het agrarische cultuurlandschap zien. Aan de hand hiervan is ook prima vast te stellen wat er nodig om deze schade te herstellen.

Hoe dan ook, klimaatbossen worden in Brabant een zaak van zeer lange adem. Daarom is het beter de aandacht alvast te richten op het landschap. De kaarten van Het Groene Woud in het PBL-rapport laten niet alleen de ontluistering van het agrarische cultuurlandschap zien. Aan de hand hiervan is ook prima vast te stellen wat er nodig om deze schade te herstellen.

Zoals gekanaliseerde Brabantse beken inmiddels weer kronkelen, kan ook het landschap van de Meierij stapsgewijs opnieuw worden aangekleed. Met kilometers nieuwe bomen en struiken die ook de kwaliteit van lucht en bodem verbeteren. Dit vergt doortimmerde plannen waar goede landschapsarchitecten voor nodig zijn.

Herstel van cultuurlandschap valt lokaal en (boven)regionaal te financieren met heffingen op projecten die bomen en ruimte opslokken, zoals woningbouw, aanleg van wegen en bedrijventerreinen, en stallenbouw.

Eis bijvoorbeeld voor iedere gekapte volwassen boom vier nieuwe bomen terug en compenseer elke te bebouwen hectare met een nieuw stuk bos. Ingewikkeld en duur? TreesForAll beschikt over een eenvoudig rekensysteem. Voor 25 euro gaan vier bomen de grond in, of wordt twee ton CO2 gecompenseerd. Dat wiel hoeft niet meer te worden uitgevonden.

Zo’n landschapsherstelproject vereist allereerst een goed samenspel tussen de provincie als regisseur, gemeenten, boerenbelangenbehartigers en natuurbeheerders.

Onmisbaar voor de uitvoering zijn bedrijven die beschikken over uitstekend kweekmateriaal en dat vervolgens zo aanplanten dat de jonge vegetaties lange droogteperiodes kunnen overleven. Nederlandse deskundigen passen zulke methodes al toe in de Sahara en in de binnenlanden van Spanje.

Zéér belangrijk bij dit alles is dat Brussel financieel meedoet. Want die nieuwe houtwallen en bomensingels langs akkers en weilanden hebben onderhoud nodig. Subsidie hiervoor uit de Europese landbouwkas kan een reguliere bron van inkomsten worden voor boeren die willen omschakelen naar natuurinclusieve landbouw. Dan snijdt het mes aan twee kanten.

Zo’n onderhoudsplan voor het landschap is eerder bedacht door Brabants Landschap ten tijde van de enorme ruilverkaveling Sint-Oedenrode, maar stuitte toen op Europese mededingingsregels. Nu Frans Timmermans in Brussel zijn Green Deal waar moet gaan maken, gloort perspectief.

Stukje bij beetje kan dan toch invulling worden gegeven aan ambities die grossieren in grote getallen maar realiteitszin ontberen. Dat moet ook. Bos en landschap zijn hard aan verversing toe. Want Brabant heeft zuurstof tegen ademnood nodig.

.

Hoe superonderzoek naar Alzheimermedicijn flopte

DEN BOSCH – Het klinkt in de lente van 2019 allemaal zeer overtuigend. Klinisch geriater Paul Dautzenberg voorspelt op 6 april in het Brabants Dagblad dat Alzheimer, de alom gevreesde hersenziekte, over 20 jaar met medicijnen te genezen zal zijn. ,,Wij zitten er zó dichtbij”, schetst hij het lonkend perspectief in de strijd tegen dementie.

Het interview met de voorman van het kersverse Brain Research Centrum (BRC) in Den Bosch, geopend door Brabants commissaris van de koning Wim van de Donk, past naadloos in een landelijke campagne om gezonde ouderen te werven voor een grootscheepse test van medicijnen die afbraak van de hersenen zouden kunnen voorkomen.

Het optimisme van Dautzenberg en zijn collega’s van het hoofdcentrum in Amsterdam werkt aanstekelijk, want liefst 1300 potentiële proefpersonen melden zich aan. Onder hen de schrijver dezes, die binnen zijn familie het nodige dementieleed heeft meegemaakt. Het gevoel van plichtsbesef ontwaakte dat je als individu een wezenlijke bijdrage kunt leveren aan de doorbraak naar een geneesmiddel waar onze kinderen straks voluit van zouden kunnen profiteren in hun strijd tegen het verval.

Slechts vijf dagen na het interview met Dautzenberg meldt The New England Journal of Medicine, toonaangevend tijdschrift in de wereld van de geneeskunde, dat het internationale onderzoek naar het beoogde wondermiddel waar het BRC aan deelneemt, op dood spoor zit. Een specifiek medicijn dat de veronderstelde oorzaak van Alzheimer moet aanpakken, blijkt het geheugen juist sterker aan te tasten.

Voormalig verpleeghuisarts Bert Keizer wijst op deze Amerikaanse publicatie in zijn column van 26 april in dagblad Trouw. ,,Helaas kan ik hernieuwd bevestigen dat er niets, maar dan ook helemaal niets helpt tegen alzheimer en dat er zelfs niets gloort aan de horizon”, weerspreekt hij het optimisme van de Bossche geriater.

Als specialist ouderengeneeskunde is Keizer hier beter bij de les dan de breinbazen van het Brain Research Centrum, die dan nog volop de grote trom beroeren. ‘Schrijf geschiedenis! Doe mee aan dit grootschalig onderzoek naar Alzheimer. Meldt u aan’, jubelt hun website. Drie maanden lang gaan de voorbereidingen door alsof er niets aan de hand is en worden verwachtingen gewekt die berusten op drijfzand. De Zwitserse farmaceut Novartis, opdrachtgever en financier van het onderzoek, maakt pas op 11 juli bekend dat het de stekker trekt uit het zogeheten Generationprogramma.


Dertienhonderd gezonde mensen hebben zich dus voor niets opgeworpen als proefkonijn voor wat slechts één medicijn bleek te zijn, het beoogde wondermiddel CPN520. Dautzenberg maakte in het interview van 6 april bepaald niet duidelijk dat hier louter op één paard werd gewed.

Navraag leert dat er geen andere middelen in opkomst zijn die Alzheimer kunnen voorkomen. Het BRC test thans louter medicijnen die dementie mogelijk kunnen afremmen. Daarvoor worden ouderen met beginnende Alzheimer via advertenties benaderd. Ook dat gebeurt in opdracht en op kosten van de farmaceutische industrie.

Het centrum blijft ondertussen optimisme uitstralen, ondanks de vernederende ervaring met Novartis. ,,Ik kreeg ’s avonds een appje. Kon het niet geloven. Dit was zo’n vooruitstrevend onderzoek waar we echt onze nek voor uit hebben moeten steken. We behandelden tenslotte gezonde mensen. Ik was er ziek van”, tekent Brabants Dagblad 27 juli 2019 op uit de mond van neuroloog Niels Prins.

De directeur van het BRC Amsterdam legt uit dat de farmaceutische kaarten nu worden gezet op een cocktail aan medicijnen die de ziekte moeten afremmen. Hij zegt te geloven dat het binnen tien jaar zover is.

Dautzenberg meldde in april nog precies te weten welk eiwit voor alzheimer zorgt. ,,Als je dat bij je draagt, krijg je het op den duur ook. Net als bij kanker, je draagt het bij je tot het uitzaait”. Deze waarheid is overigens bepaald niet eenvoudig vast te stellen, zo leert een toelichting achteraf van het onderzoekscentrum.

De deelnemers aan het generationonderzoek moesten zes tot zeven teststadia doorlopen om zich als proefkonijn te kwalificeren. Wie die grondige voorbereiding doorstaat en daarmee alzheimergedoemd is, mag de eiwitoplosser CPN520 langdurig (vijf tot acht jaar) op zichzelf gaan uitproberen. Maar zover kwam het niet.

Prins spreekt later over ‘andere eiwitten en een ontsteking in het brein’, als de boosdoeners waarop het vizier wordt gericht. ,,Stoppen met onderzoek is geen optie.” Zolang de farmaceutische industrie tenminste de kosten hiervan blijft betalen. Anders is het ook einde oefening met het Brain Research Centrum. Dat is niet op aarde voor de doorsnee patiënt. Die is aangewezen op de beperkingen van de ziektekostenverzekering die hooguit tests voor oppervlakkige diagnoses vergoed, plus vier medicijnen die fragmentarisch helpen tegen Alzheimer.

Het optimisme van Dautzenberg en Prins ontbeert tastbare wapenfeiten. In het Alzheimeronderzoek rijgen tot dusver vooral decepties zich aaneen. Half maart 2019 staakte de Amerikaanse farmaceut Biogen een gevorderd onderzoek naar aducanumab, een zelfde type geneesmiddel als CPN520. Dat had de opeenhoping van eiwit in het brein moeten bestrijden maar bleek geen effect te sorteren. Ook ditmaal werd geen geschiedenis geschreven.

Prins ventileerde ook toen grote teleurstelling, richting de patiënten die aan het onderzoek meededen en de patiënten van morgen die gehoopt hadden op een medicijn. ,,Weer een bewijs dat bemoedigende resultaten in het begin geen garantie geven op een positief vervolg. Ontwikkeling van geneesmiddelen voor de ziekte van Alzheimer is een taaie, langdurige en moeilijke kwestie”, luidt de beproefde disclaimer.

Mocht het wondermiddel er niettemin komen, dan is het nog maar de vraag of dat betaalbaar en daarmee bereikbaar zal zijn voor de steeds grotere groep ouderen die aan dementie gaat lijden: naar schatting een half miljoen Nederlanders in 2040. De fortuinlijke fabrikant die deze race tegen klok wint, wil zijn investeringen natuurlijk dubbel en dwars terugverdienen.

Dat gaat in de gezondheidszorg om grote bedragen. Zo moet een Nederlandse vinding tegen reuma 10.000 euro per patiënt per jaar opbrengen. Producent Galapagos genereert hiermee naar schatting een jaarlijkse omzet van vier miljard euro, zo meldt NRC Handelsblad eind maart. Euforie alom op de beurs waar het biotechbedrijf met alleen een gelikte promotie zijn waarde inmiddels tot dik acht miljard euro heeft weten op te krikken. Speculanten vullen hun zakken al, terwijl het bewuste medicijn nog altijd niet verkrijgbaar is.

Bij Biogen daarentegen kelderden de aandelen als reactie op het gestaakte onderzoek naar aducanumab. Eind oktober kondigde de farmaceut aan het middel toch op de markt te willen brengen, te beginnen in de Verenigde Staten. Bij nadere analyse van meer patiënten bleek het wél effect te sorteren.

In Nederland was dit meteen groot nieuws. De voormannen van het Alzheimercentrum Amsterdam, Philip Scheltens en Niels Prins, etaleerden in de talkshow van Jeroen Pauw vooral hun vreugde. Maar de Nijmeegse alzheimerspecialist Marcel Olde Rikkert betwijfelde in NRC Handelsblad nadrukkelijk of ‘dit het langverwachte middel is’. De ommezwaai van Biogen noemde hij ‘raadselachtig en nog nooit vertoond’. Hij vermoedt dat bedrijfseconomische belangen hier voorop staan. En inderdaad: de aandelen van Biogen zijn weer omhoog geschoten.

Onder druk van het grote geld dreigt de publieke gezondheidszorg voor steeds meer mensen onbetaalbaar te worden. Opname van allerlei kostbare middelen in het basispakket lijkt nog alleen mogelijk als premies en/of eigen risico verder omhoog gaan.

Vooraanstaande artsen als Dautzenberg en Prins en de ziekenhuizen (Jeroen Bosch en UMC) waaraan zij zijn verbonden, helpen daar een handje aan mee door zich te verhuren aan fabrikanten voor het testen van medicijnen. Zoals medische wetenschapscentra, gefinancierd met gemeenschapsgeld, ook knappe koppen inschakelen bij het daadwerkelijk uitvinden van geneesmiddelen waarmee de farmaceutische industrie vervolgens ongebreideld kan cashen.

Elke regulering voor dit samenspel lijkt te ontbreken. Regering en parlement komen in actie bij incidentele uitspattingen, maar houden het mechanisme van de vrije marktwerking in de gezondheidszorg in stand.

Neuroloog Prins ziet het juist als een plus dat geen belastinggeld verdwijnt in de bodemloze put die het Alzheimeronderzoek volgens critici is. Zulke kritiek doet hij in het Brabants Dagblad af als ‘facebookgeneuzel’. Want de fabrikanten betalen immers nagenoeg alles. Juist dát geeft te denken, kijkend naar de opkomst en ondergang van het generationonderzoek.

De geschetste afloop maakt het onwaarschijnlijk dat het Brain Research Centrum binnenkort nog eens 700 gezonde ouderen als langdurig proefkonijn nodig heeft. Mocht dat er alsnog van komen, dan stemt een nieuw avontuur met de medicijnindustrie vooraf tot diep nadenken.

Pagina 2 van 2

Website gemaakt door Timmermans Media