Categorie: Columns

De ultieme pionier

Twee weken voor zijn dood, heb ik Sietz Leeflang op 7 december 2017 nog in levende lijve gezien en gesproken. Hij lag in bed in de woonkamer, thuis in Breskens. Zijn krachten namen af. Sietz maakte zich geen illusies meer: spoedig zou het gedaan zijn.

Maar dat was geenszins de atmosfeer van het imposante gesprek dat volgde. Want met de weerbarstige wereld van de zinloze verspilling en fnuikende schaalvergroting was Sietz bepaald niet klaar. Daar had hij nog een stevige appel mee te schillen. Glashelder formulerend en haarscherp analyserend met een overdonderende reeks feiten uit zijn ijzersterke geheugen, nam hij de vele ongerechtigheden op deze aardbol uitgebreid en onvermoeibaar op de korrel.

Met zijn gehoor vastgepind op de stoelen aan het voeteneinde. Met één kat bovenop zijn kussen en de ander al even onverstoorbaar naast zich op bed. Een tafereel om nooit te vergeten.

Optimistisch waren zijn waarnemingen bepaald niet, maar zwartgallig evenmin. Want er blijft hoop. Eens komt de verandering ten goede. De wal zal het schip keren. Dit kan zo niet doorgaan. Hier sprak voor het laatst de milieupionier die gewend is tegen de stroom in te roeien, tegen de gevestigde krachten op te boksen, vanuit het ijzersterke geloof in de kracht van zijn gelijk.

Sietz stelde zijn leven en dat van zijn gezin in dienst van het ultieme pioniersbestaan waarin hij moedig en moeizaam een straatlengte voor de troepen uit liep. En zeker ook met succes. Hij reed al rond in een elektrische auto toen Elon Musk nog op school zat. Wie kent in Breskens en omgeving niet de met joekels van batterijen volgestouwde overjarige Peugeot 205 waarin Sietz ook als 80-plusser nog rondtufte, geruisloos en broeikasgasvrij? Wél met de vouwfiets achterin. Voor als de stroom op was.

Musk is een handige zakenman die nu met veel bombarie de wereld denkt te veroveren met de Tesla. Een dure elektrische auto met batterijen die weliswaar sterk zijn verbeterd, maar in hun vermogen worden begrensd door de harde natuurkundige wetten. Sietz legde dat twee weken geleden nog eens haarfijn uit. Batterijen zijn daarom niet in staat de overmaat aan energie op te slaan die windmolens en zonnepanelen produceren als het waait en de zon schijnt. Daar zijn andere technieken voor nodig.

De batterijrevolutie die Musk de wereld voorspiegelt is een luchtkasteel. Dergelijke bedriegerij past volgens Sietz in het lachwekkende rijtje van zogenaamde uitvindingen waar sloten subsidiegeld naar toe blijven gaan zonder resultaat te boeken.

Handige jongens met een neus voor geld verdienen. Dat is niet de wereld van Sietz Leeflang. “Ik verwijt mijzelf dat ik niet zakelijk genoeg ben geweest en niet wat commerciëler gedacht heb”, zei hij in een interview dat ik voorjaar 2013 met hem had, met het oog op zijn 80ste verjaardag. ,,In mijn naïviteit – sprak hij – heb ik mij met het helofytenfilter en de infraroodstraler de kaas van het brood laten eten door De Efteling en de Gasunie, die ik te goeder trouw had benaderd om zaken met ze te doen.” Het Brabantse attractiepark maakt nog steeds goede sier met het waterzuiverende plantenfilter en de gasindustrie gebruikt de keramische infraroodstraler in verwarmingsketels die daarmee een stuk zuiniger zijn. Vrijwel alle Nederlandse huizen worden nog steeds met deze hoogrendementsketels verwarmd.

Sietz verweet de twee bedrijven met zijn vindingen aan de haal te zijn gegaan, hem met lege handen achterlatend. Dat was des te schrijnender aangezien hij het geld niet had om certificaten voor zijn twee topvindingen te kunnen krijgen. Daardoor kon hij ze zelf niet gaan produceren. ,,Hadden wij een fractie van de maatschappelijke winst van onze vindingen kunnen incasseren, dan was De Twaalf Ambachten nooit in financiële problemen gekomen”, constateerde hij ietwat bitter.

Dat Sietz met zijn missie vaak een roepende in de woestijn was, beschouwde hij als een gegeven. ,,Milieuvraagstukken waren al niet populair toen ik nog als wetenschapsredacteur voor het Handelsblad schreef”, stelde hij vast in het kranteninterview van 2013.

Twee weken geleden spraken we ook nog over de stand van de journalistiek. Op het tafeltje naast zijn bed lag de Provinciaal Zeeuwse Courant. Die las hij hij nog steeds, al ergerde hij zich aan de oppervlakkige gezelligheid die degelijke journalistiek uit de regio steeds verder verdringt.

In 2008 nodigde ik Sietz uit voor een discussiemiddag in Den Bosch over de teloorgang van de regionale journalistiek. Hij kwam ervoor uit Breskens om solidariteit te tonen met de strijd die de Brabantse krantenredacties daartegen toen voerden. Het heeft helaas niet veel geholpen. Nota bene op 7 december werden nieuwe inkrimpingen aangekondigd op de redacties van alle regionale kranten in Zuid- en Oost-Nederland. Wat blijft er op deze manier over van het mooie vak dat Sietz bleef koesteren en zelf nog vaardig bedreef in nieuwsbrieven boordevol wetenswaardigheden?

Voor diepgang is er gelukkig nog De Groene Amsterdammer. Dat Sietz op 14 december pas na lezing van de laatste uitgave van zijn lijfblad het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde, is tekenend voor zijn wilskracht en gedrevenheid.

Anderhalve week geleden heb in een gesproken column nog gememoreerd hoe Sietz in 2010 het boek ‘Vierduizend jaar kringlooplandbouw’ van de Amerikaanse professor Franklin King na 100 jaar een tweede leven gaf.

Met zijn Nederlandse vertaling en bewerking maakte hij van dit belangwekkende werk een actueel tijdsdocument. Onze eigen uitwerpselen, die wij dagelijks met liters kostbaar drinkwater het riool in laten lopen, werden in China, Japan en Korea tientallen eeuwen lang ingezameld en afgevoerd in vaten, en uiteindelijk als compost weer uitgestrooid over de akkers. Deze kringlooplandbouw voorzag honderden miljoenen mensen van goed voedsel. De hygiëne stond daarbij hoog in het vaandel. Het water in de Chinese rivieren was veilig te drinken. De natuur werd niets tekort gedaan.

Sietz hoopte nog steeds op een revival van de reeds lang weggevaagde kringlooplandbouw. Zijn waterloze composttoilet, beter bekend als het Nonolet, zou daar een mooie bijdrage aan kunnen leveren. Mits het verder wordt doorontwikkeld voor de consumentenmarkt. Maar komt dat er nog van, nu ook de grote roerganger er niet meer bij is?

Met de onafwendbare dood in het vizier maakte Sietz zich grote zorgen over behoud van zijn nalatenschap. Gelukkig wil het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) in Den Bosch het Twaalf Ambachten-archief in zijn collectie opnemen. Daarmee blijft het levenswerk van Sietz tot in lengte van jaren bewaard én toegankelijk. Na het materiaal hier in Breskens te hebben bezien, kon archivaris Ton van Nooijen hem met dit verheugende nieuws geruststellen. Daarmee werd die mooie ontmoeting op 7 december ook van historische betekenis.

Op grond van allerhande documenten valt straks ook voor volgende generaties nog te doorgronden waarom Sietz Leeflang als een bevoorrecht mens van ons is heengegaan.

(uitgesproken tijdens de uitvaartdienst van Sietz Leeflang op 20 december 2017 in Breskens)

Kak met rozijnen

Mest is een zwaarmoedig verhaal voor bij de centrale verwarming en onder de kerstboom. Met de gigantische hoeveelheid uitwerpselen van het in oorsprong zo aardse varken is ook in Oss veel stront aan de knikker. De provinciale politiek wil Europa’s grootste mestfabriek bij u rectaal gaan injecteren. Dat is kak met rozijnen, oftewel humbug: een schijnvertoning.

En mocht het toch misgaan dan moet u het voorbeeld maar volgen van uw eigen arbeiders bij Unox. Zij hebben goed laten zien dat harde actie soms ook in het poldermodel nodig is om resultaat te bereiken.

Hoe u dat kunt?

Door een georkestreerde vleesstaking. Stop in ieder geval met het kopen van bulkvlees. Dat is een zinvolle actie tegen de oorzaak van alle ellende: de industrialisatie van de intensieve veehouderij. Maar lang niet voldoende, want de varkensbaronnen verdienen hun geld met de vleesexport en worden steeds groter – niet gehinderd en zelfs gehólpen door overheidsbeleid.

Zo verkoopt grootboer Bert Rijnen uit Oirschot al enige tijd energie uit mestvergisting als groene stroom. Dat willen veel meer boeren. ‘Wij hebben een oplossing voor het klimaatprobleem ’, roept de agrarische lobby, om geld te verdienen aan mest als duurzame energie, en zo de veehouderij in leven te houden. En al met enig succes, want Greenchoice levert ook bruine energie tegenwoordig als écht groene stroom . En deze zelfbenoemde kampioen duurzame energie werkt nu zelfs aan een netwerk van biogasinstallaties dat de landelijke stroomvoorziening mede op peil moet houden als de windmolens stilstaan en de zon niet schijnt. Onder het motto: alles beter dan kolen en gas. Ik vind het groenwassen van bruine energie een vorm van volksverlakkerij .

U merkte het al even , dames en heren, je kunt taalkundig veel met de grote boodschap. Zolang je het zielloze woord mest maar vermijdt. Mestquotum, mestboekhouding, mestinjecteur, mestspecie. Je wordt er schijtziek van. Het mesthuwelijk, daar worden zelfs boerenbruid en -bruidegom niet poepgeil van. En dan praat ik geen kak.

Bladerend in het woordenboek kwam ik deze week tot een speelse omschrijving van het mestoverschot: ‘hele grote kak in een klein potje’ . Eerlijker in ieder geval dan de steriele term waarmee het boerenfront ons jarenlang stront in de ogen heeft gestrooid. Daarin onvervroren gesteund door het Haagse agrarische motorblok van CDA en VVD, in de loop der tijd voorzien van een parlementaire meerderheid door LPF, PVV, SGP en helaas vaak ook de sympathieke ChristenUnie.

Versplinterd links heeft daar weinig tegenin kunnen brengen, vooral ook door gebrek aan belangstelling voor de veeteelt. Onze nationale politieke elite komt uit de Randstad, waar de veehouderij is verdrongen door beton en asfalt en de melk uit de fabriek komt. Ik ben benieuwd hoe de agrarisch onbevlekte minister van landbouw Carola Schouten van de ChristenUnie , het megavarkentje gaat wassen.

Lukt haar dit niet, dan zakt Nederland met de intensieve veehouderij steeds verder in de drek.

Ver weg zijn de tijden van de kringlooplandbouw, waarmee de Chinezen kans zagen om maar liefst 40 eeuwen achtereen honderden miljoenen mensen te voeden. Massa’s kleine boeren wisten van generatie op generatie hun akkers vruchtbaar te houden via wisselteelt en groenbemesting, maar vooral ook met menselijke pies en poep. Vee en dierenstront waren schaars.

Onze uitwerpselen, die wij dagelijks met liters kostbaar drinkwater het riool in laten lopen, werden destijds ingezameld en afgevoerd in vaten, en uiteindelijk als compost weer uitgestrooid over de akkers. De hygiëne stond daarbij hoog in het vaandel. Het water in de Chinese rivieren was veilig te drinken. De natuur werd niets tekort gedaan.

Begin 1900 zag de Amerikaanse professor bodemkunde Franklin King dit hoogontwikkelde systeem, dat toen al op zijn eind liep, tijdens een reis die hij door Oost-Azië maakte. Het prachtige boek dat deze King vervolgens schreef over 4000 jaar kringlooplandbouw, verdween in de vergetelheid. Maar kreeg gelukkig in 2010 een tweede leven.

Met zijn Nederlandse vertaling en bewerking maakte Sietz Leeflang van dit belangwekkende werk een actueel tijdsdocument. Voormalig wetenschapsjournalist Leeflang werd nationaal bekend als ecologisch pionier en uitvinder in Boxtel. Eerst met De Kleine Aarde en later met De Twaalf Ambachten. Ik noem zijn naam hier met eerbied, terwijl hij de dood diep in de ogen kijkt. Gelukkig zal Brabant hem niet vergeten.

Sietz Leeflang hoopt nog steeds op een revival van de kringlooplandbouw. Zijn water- en reukloze toilet zou daar een mooie bijdrage aan kunnen leveren. Het binnenwerk van dit zogeheten Nonolet is een emmer met een geperforeerde plastic zak waarin de stront na elke boodschap met papier wordt afgedekt. Als de poepzak na een maandje vol is gaat hij met het groenafval mee.

Deze bonkige uitvinding van Leeflang uit 2001 is een uitkomst voor boot of tuinhuisje, maar helaas nog niet doorontwikkeld voor een meer geciviliseerde omgeving. Dat is een mooi klusje voor onze Dutch-design specialisten in Eindhoven.

U zult zeggen, wat lul je nou over een onsmakelijke utopie, terwijl wij in Oss straks een half miljoen ton varkensstront over ons heen krijgen. Dat is waar. Maar het is toch vreemd dat wij allen hardnekkig veel water, energie en geld blijven verspillen aan het industrieel dumpen van onze eigen uitwerpselen. Terwijl wij ons tegelijkertijd met hand en tand verzetten tegen industriële bewerking van dierlijke mest die wél wordt hergebruikt.

Zo bezien is de boer duurzamer bezig dan de burger.

Juist daarom is het van groot belang om ons duchtig te bezinnen op het ongebreidelde consumentisme waarmee de aarde wordt opgebruikt. Want de tijd is toch wel voorbij dat wij alsmaar hoger kunnen blijven kakken dan ons eigen gat.

(Uitgesproken in politiek café Zout op 10-12-2017)

Een vlammend bestuurder

Mijn eerste herinneringen aan Hans Huijbers gaan terug naar de roerige tijden van het roemruchtige streekplan 1992, waar ik als provincieredacteur van Brabants Dagblad verslag van deed.

De Brabantse boeren komen massaal in opstand tegen de overheidsbescherming van natuur en landschap die hen de kop zou gaan kosten. Dit is in praktijk overigens reuze meegevallen. De echte klappen voor de veehouderij kwamen pas later.

De flamboyante melkveehouder uit Wintelre dirigeert een nimmer vertoonde armada aan tractoren naar het provinciehuis in Den Bosch.Wat volgt is een langdurige loopbaan als agrarisch bestuurder die hem de hoofdprijs in deze tak van sport brengt: voorzitter van de Brabantse boerenbond, niet meer zo machtig maar nog immer invloedrijk.

In deze prachtige hondenbaan krijgt Huijbers negen jaar lang onvoorstelbaar veel voor de kiezen. Want de gouden tijden van weleer zijn voorbij. De veesector krimpt, het aantal boeren neemt verder af, veel Brabantse gezinsbedrijven gaan kopje onder in de ratrace van massaproductie en kostenreductie.

Huijbers moet de bakens dringend gaan verzetten en dat doet hij op vele fronten met verve. De ZLTO-organisatie wordt verkleind en gemoderniseerd. Dat is hard nodig. Veel kapitaal van de boerenbond verdampte met de megaverliezen van Vion, dat eigendom is van ZLTO. De vleesverwerker kan ternauwernood van de ondergang worden gered. Hans Huijbers is hoogst verantwoordelijke, als ambsthalve voorzitter van de toezichthoudende commissarissen. Wijselijk doet hij nadien een stap terug bij Vion: zo’n zware bijbaan kun je er niet bij hebben.

Want Huijbers heeft zijn handen bij ZLTO al meer dan vol. Het maatschappelijk verzet tegen de intensieve veehouderij wakkert aan. Burgers in het buitengebied accepteren geen megastallen meer in hun achtertuin. Huijbers lanceert een charmeoffensief, hamerend op het belang van maatschappelijke cohesie: de boer moet het eens zien te worden met zijn buren. Hij krijgt steun van de provincie. Er komt een rondreizend team van deskundigen uit het maatschappelijk middenveld, dat lokale problemen tussen boeren en burgers moet oplossen. Resultaten zijn veelal vaag, maar het Brabantse poldermodel doet zijn werk.

Stagnatie volgt als Huijbers de oorlog verklaart aan het provinciebestuur. Woest is hij over de verplichting voor boeren om stallen versneld milieuvriendelijk te maken: een dolksteek in de rug van honderden familiebedrijven. Al zijn bevlogenheid en invloed gebruikt de boerenvoorman om dit beleid politiek te laten torpederen. Tevergeefs, want ZLTO kan niet meer rekenen op de VVD. Doorgaans drukken de liberalen met de makkers van het CDA te veel agrarisch ongerief de kop in. Maar nu willen zij vooral andere bedrijvigheid in Brabant beschermen tegen de milieubelastende veehouderij.

Een bittere pil voor Huijbers, die landelijk juist furore maakt met zijn initiatieven om boeren een andere, meer ‘volhoudbare’ kant op te krijgen. Hij krijgt daarmee een spectaculaire entree in de Duurzame Top 100 van dagblad Trouw. En wandelt mee in het kielzog van milieugoeroe Marjan Minnesma naar de VN-klimaattop in Parijs.

Met de Brabantse natuur- en milieubeweging botert het in die tijd bepaald niet. Diep gegriefd is en blijft Huijbers door het gebrek aan empathie bij de groene partners in de polder met zijn strijd tegen de provincie.

Pogingen om vóór de recente Statenverkiezingen weer een gezamenlijk manifest voor het Brabantse buitengebied aan de politiek te presenteren, dreigen keer op keer te stranden op agrarisch wantrouwen. Maar als ZLTO tijdens de eindeloze onderhandelingen erkenning verwerft voor het bestaansrecht van de intensieve veehouderij, werpt Huijbers zijn volle gewicht in de schaal om zijn bestuur achter het manifest te krijgen. Daarmee geeft hij zijn opvolger Wim Bens een goede start in Brabant. Zo gaat een wijs bestuurder te werk.

(ter gelegenheid van het afscheid van Hans Huijbers als voorzitter van ZLTO op 4 april 2019)

Page 2 of 2

Mogelijk gemaakt door Timmermans Media