Auteur: Ron Lodewijks Pagina 2 van 7

En ineens komt de smerige stroom weer op stoom…….

Ondertussen in Zuid-Afrika

De nationale verkiezingen van 2024 hangen al zeker een jaar als een schaduw boven Zuid-Afrika.

Opiniepeilingen wijzen uit dat het ANC, sinds het einde van de apartheid al bijna 30 jaar aan het bewind, zijn absolute meerderheid dreigt te verliezen. Wanbestuur en corruptie bezoedelen deze eertijdse bevrijdingsbeweging en belemmeren de aanpak van armoede en werkloosheid die dit land teisteren.

Maar vooral de heersende energiecrisis dreigt het ANC uit de alleenheerschappij te verdrijven. Veroorzaakt door de implosie van staatsenergiebedrijf Eskom dat met zijn vloot van sterk verouderde kolencentrales niet meer bij machte is om de stroom op stoom te houden.

Al een jaar is het schering en inslag dat de elektriciteit drie keer daags minstens twee uur lang bij toerbeurt wordt stilgelegd om te voorkomen dat het overbelaste energienetwerk zichzelf opblaast. Deze ingreep in het dagelijks bestaan, hier alom aangeduid als loadshedding en beurtkrag, geschiedt volgens een ingenieus, lokaal flucturerend afschakelingsschema dat via de app ESP (Eskom Se Push) wordt aangekondigd.

De zoveelste nachtmerrie

Deze informatie is doorgaans betrouwbaar en tijdig beschikbaar opdat de maatschappij er rekening mee kan houden. Overal brullen en walmen dan ook de dieselgeneratoren om tijdens beurtkrag binnenskamers de taak van Eskom over te nemen. Op straat daarentegen blijft het bij nacht en ontij urenlang pikkedonker. Vooral in de townships waar armoede heerst en criminaliteit welig tiert, is beurtkrag de zoveelste nachtmerrie.

De ANC-regering is al jarenlang niet bij machte aan deze wantoestand een einde te maken. Betrokken ministers vechten elkaar de tent uit over de toekomst van Eskom en belemmeren het staatsbedrijf om de koers te verleggen van kolenstook naar zonne- en windenergie die in Zuid-Afrika voor het grijpen zijn.

Maar nu zijn vanzelfsprekende almacht op het spel staat, móét het ANC met het oog op de naderende verkiezingen beurtkrag serieus gaan bevechten om de massa electoraal achter zich te houden. In een poging daartoe trekt president Cyril Ramaphosa de regie over de stroomvoorziening stap voor stap naar zich toe.

Nadat hij eerder al de mogelijkheden voor duurzame energie had verruimd, kwam Ramaphosa begin 2023 op de proppen met een minister van elektriciteit. Onder presidentieel gezag moet die beurtkrag tot een minimum zien te beperken zo niet uitbannen.

Deze minister was nog amper benoemd of de stroomuitval piekte in alle hevigheid, met uitschieters tot 12 uur per dag.

Licht aan de horizon

Maar nu, in oktober 2023, gloort er dan eindelijk licht aan de horizon. ‘Sonpanele op huisdakke bespaar al byna ’n volle fase beurtkrag’, bericht het Afrikaansstalige dagblad Die Burger op gezag van de Suid-Afrikaanse Sonkragbedryfsvereniging Sapvia.

Prominenter wordt op dezelfde pagina gemeld dat ‘Kusile’ weer op stoom begint te komen. De nieuwe kolencentrale viel oktober 2022 vrijwel stil toen een centrale schoorsteen het begaf. Het zoveelste drama met deze mastodont die samen met ‘Medupi’, de tweede nieuwe kolenreus in noordelijk Zuid-Afrika, tot ver in deze eeuw de ruggengraat van ’s lands energievoorziening moet vormen. Nota bene gefinancieerd met een omstreden lening van de Wereldbank!

Geteisterd door constructiefouten, wanbeheer en corruptie leveren beide centrales onverminderd een wanprestatie en verdiepen daarmee de energiecrisis.

Maar zowaar, na jarenlange vertragingen is Kusile nu ook eindelijk afgebouwd. De laatste twee eenheden gaan weldra stroom leveren en dat wordt luidruchtig gevierd. Kusile is het begin van het einde van beurtkrag, jubelt Eskom in de pers. Energieminister Sputla Ramokgopa spreekt al van ‘een keerpunt‘.

Giftige zwavelwolken

Slechts een bijkomstigheid in deze euforie is dat de centrale thans voor de helft is aangesloten op een tijdelijke schoorsteen die giftige zwavelwolken ongezuiverd uitbraakt. Dat gebeurt met een ministeriële ontheffing van de milieuvergunning voor Kusile die 90 procent ontzwaveling van het rookgas voorschrijft. Op een nieuwe ontzwavelingsinstallatie kon in deze barre tijden van beurtkrag niet worden gewacht.

Deze vrijstelling heeft grote gevolgen voor de volksgezondheid. Het internationale Centrum voor onderzoek naar energie en schone lucht (Crea) berekent dat tenminste 200 mensen aan de gevolgen van zwavelvervuiling door Kusile zullen overlijden.

Hoe langer deze situatie duurt hoe meer doden er te betreuren zullen zijn. Eind 2024 behoort de ontzwaveling volgens Eskom weer te functioneren. Op zo’n belofte valt echter in de heersende energiecrisis geen staat te maken.

Zoveelste aanslag op de volksgezondheid

De zwavel die Kusile vooralsnog uitbraakt is de zoveelste milieuvervuiling op de hoogvlakte van Mpumalanga. Deze provincie is van oudsher het kloppend hart van de Zuidafrikaanse energievoorziening. Hier wemelt het van de kolenmijnen die 12 nabije kolencentrales direct van brandstof voorzien. Deze verouderde centrales voldoen aan geen enkele serieuze milieueis en plegen een aanslag op de volksgezondheid.

De helft van alle Eskom-centrales is zo vervuilend dat ze onmiddellijk zouden moeten worden gesloten. Zelfs aan reeds sterk versoepelde milieunormen – ver beneden internationale standaard – kunnen deze centrales met geen mogelijkheid voldoen. Dat vergt maatregelen die volgens Eskom onbetaalbaar zijn.

Aan het staatsinfuus

Het zieltogende energiebedrijf hangt al jaren aan het staatsinfuus. Met emmers vol belastinggeld wordt vooral het ene na het andere noodverband gelegd. Alleen aan diesel voor twee gasturbines die bij hoge energienood worden aangezet, spendeerde Eskom blijkens inzichtelijk rekenwerk van Die Burger dit jaar al 12.8 miljard rand (610 miljoen euro). Verspild geld dat beter had kunnen worden besteed aan groene energie.

Opwekking daarvan is dringend noodzakelijk om milieu- en klimaatvriendelijk uit de energiecrisis te raken. Vuile kolencentrales die aan het eind van hun latijn zijn, kunnen dan wél worden afgedankt. Dat spaart zo’n 34.000 mensenlevens en voorkomt nieuwe longziektes bij ruim 100.000 mensen als gevolg van fijnstof, zo becijfert het Crea dat al diverse onderzoeken in Zuid-Afrika op zijn conto heeft.

Maar volksgezondheid speelt geen rol in het handelen van Gwede Mantashe.

De ene kolencentrale die Eskom tot dusver heeft gesloten is er volgens de minister van mijnbouw al één teveel. Veel van die oude centrales kunnen best nog een tijd mee en moeten daarom aan de praat worden gehouden, duidde Mantashe laatst tijdens de Afrikaanse Energie Week in Kaapstad op ‘een groeiende denkrichting binnen de regering’. Ook bepleit hij deze centrales om te bouwen van kolen op gas.

‘Investeer in schaliegas!’

Want groene stroom lost volgens Mantashe de huidige energiecrisis niet op omdat het elektriciteitsnetwerk daar niet op is berekend en capaciteitsuitbreiding klauwen met geld kost. Hij riep beleggers daarom op te investeren in de winning van schaliegas en andere gasbronnen in Zuid-Afrika, ondanks verzet daartegen van burgers en milieugroepen.

Op geld van Standard Bank hoeft Mantasha daarvoor in ieder geval niet te rekenen. Deze grote Zuidafrikaanse bank investeert volgens haar topman Sim Tshabalala alleen nog in projecten die de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zoals hernieuwbare energie.

‘Het is spijtig dat Zuid-Afrika nog steeds de smerigste elektriciteit ter wereld produceert’, constateert Tshabalala in de zakenkrant BusinessDay.

Of Standard Bank wél nog brood ziet in stikstofvrije kernenergie, geeft de topman in zijn opiniestuk niet aan. Mantashe is een geheid voorstander, want nieuwe kerncentrales zijn volgens hem nodig voor de energiezekerheid. Het debacle met de Russische kerncentrale die er niet kwam, doet hierbij niet meer ter zake.

Kerncentrale opgelapt

Al geruime tijd wordt met vallen en opstaan gepoogd het leven van Koeberg, Zuidafrika’s enige kerncentrale aan het westkust nabij Kaapstad, met nog eens 20 jaar te verlengen. Na de nodige vertraging wordt één van de twee Koebergreactoren elk moment weer op het netwerk aangesloten.

Het goede beurtkragnieuws uit het ANC-kamp kan dezer dagen niet op. Elektriciteitsminister ‘Sputla’ maakte bekend dat de vierde eenheid van de grote kolencentrale Medupi die in 2021 ontplofte, dankzij een ’tussenoplossing’ april 2024 weer in bedrijf komt. Dat is vier maanden eerder dan was voorzien en komt daarmee mooi op tijd voor de verkiezingen die volgens de laatste berichten tussen mei en half augustus worden gehouden.

Het treft daarbij bijzonder dat president Ramaphosa krachtens de Grondwet de datum voor de stembusgang zelf voorschrijft. Dat deze doorgewinterde politicus daarmee geduldig wacht op het meest geschikte electorale moment voor het ANC en voor hemzelf als partijleider, is zo overduidelijk dat zijn secretaris-generaal Fikile Mbalula inmiddels publiekelijk tegenspreekt dat het ANC beurtkrag bevecht om stemmen te werven.

Ondertussen beleeft Zuid-Afrika zijn eerste volle week zonder beurtkrag. Ongekend in deze barre tijden!

De natuur krijgt nu écht aandacht van de provincie, maar wat betekent dat dan?

‘We luisteren écht. Daarbij zijn we ook eerlijk. Met zoveel verschillende belangen in Brabant, is het niet altijd mogelijk iederen tevreden te stellen. We kunnen er wel voor zorgen dat onze besluiten uitlegbaar zijn en in begrijpelijke, heldere taal zijn geschreven’.

Dat beloven zes politieke partijen in ‘Samen maken wij Brabant’, hun gezamenlijke vertrekpunt voor vier jaar provinciebestuur.

Hoe gaan zij dat waarmaken?

Maar liefst 50 pagina’s zijn nodig om voor elke partij wat wils op te kunnen schrijven. Dat maakt dit bestuursakkoord van VVD, GroenLinks, PvdA, SP , D66 en Lokaal Brabant tot een ratjetoe van voornemens, inspanningen, opties, en onderzoeken die al dan niet tot resultaten moeten leiden.

Johann Wolfgang von Goethe’s adagium uit 1802 – In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister – was bij het componeren van dit geschrift geenszins aan de orde.

Wat verkondigt deze coalitie zoal over de natuur?

‘Wij zien dat onze natuur kwetsbaar is en dat de biodiversiteit en beschermde plant- en diersoorten afnemen en verdwijnen door verdroging en de gevolgen van stikstofuitstoot’, constateren de zes partijen.

Deze verschraling is al decennia aan de gang.

‘De verslechterde staat van de natuur leidt er ook toe dat Brabant nog maar weinig ruimte heeft voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen’

Hier wordt gedoeld op de stikstofcrisis.

‘We zullen onze natuur actief moeten beschermen en in balans moeten brengen met activiteiten binnen de grenzen van wat de natuur en de omgeving aankunnen.’

Deze opdracht wordt alsvolgt bekrachtigd:

‘De natuur verdient de komende periode écht onze aandacht.’

Dit duidt op een trendbreuk ten opzichte van het verleden waarin het er kennelijk niet écht van is gekomen. Deze opkomende gedachte wordt onmiddellijk weer de kop ingedrukt:

‘Echter, we constateren verschillende meningen als het gaat over natuur: voor sommigen doen we ’te veel’ en voor anderen ‘lang niet goed genoeg’.

Conclusie?

‘Wij baseren ons op feiten en het is aan ons om op basis daarvan keuzes te maken in het algemeen belang van Brabant en de Brabander.’

Welke keuzes?

Het hoofdstuk ‘Wat gaan we doen?’ begint aldus:

‘Samen met de manifestpartners gaan we aan de slag om de natuur in de beschermde Natura 2000-gebieden en de overgangszones daaromheen zo snel mogelijk te herstellen en te versterken. Het versterken van deze natuur moet er tevens toe leiden dat we gefaseerd weer vergunningen in het kader van de Wet Natuurbescherming kunnen verlenen. We beginnen met die natuurgebieden waar we het snelste resultaat kunnen bereiken.’

Welke natuurgebieden dat zijn blijft onvermeld. Elders in het bestuursakkoord wordt wél alvast duidelijk dat de provincie ook weer vergunningen wil gaan verlenen voor het omstreden hergebruik van oude stikstofrechten, in het jargon externe saldering geheten. Terwijl het schrappen van deze rechten juist helpt om de milieudruk op de natuur te verlagen.

Het bestuursakkoord gaat mank aan concrete voorstellen ten gunste van de natuur. Verwezen wordt vooral naar talloze nota’s over beleidsvoornemens die in vaagheid blijven hangen.

Mijnenveld

De coalitiepartijen duiken wél dieper in het juridisch mijnenveld dat de stikstofcrisis omringt. Ondanks het gebrek aan betrouwbare apparatuur die de uitstoot van stikstof minimaliseert, blijven boeren gebonden aan een uiterste termijn waarop veestallen moeten zijn uitgerust met zulke installaties.

De provincie heeft deze stallendeadline blijkens het bestuursakkoord juist nodig om te voorkomen dat zij vergunningen moet gaan intrekken van willekeurige veehouderijen die de natuur zwaar belasten met stikstof.

Deze verdedigingslinie (‘verweerlijn’) wordt opgetrokken tegen Mobilisation for the Environment (MOB), de juridisch succesvolle milieuorganisatie van Johan Vollenbroek.

MOB bestookte de provincie al met verzoeken om natuurvergunningen in trekken cq veehouderijen tot sluiting te dwingen. En wel omdat het voor geen meter opschiet met herstel en versterking van de Brabantse natuur.

Het stuur zelf in handen

Om als bevoegd gezag ‘zelf het stuur in handen te houden’ belooft de nieuwe coalitie een ‘eigen – onderbouwd – intrekkingsbeleid’ te zullen formuleren. Bovendien gaat het provinciebestuur ‘proefzaken’ voorleggen aan de bestuursrechter ‘om erachter te komen wat wel en niet kan bij de toepassing van juridische regels in vergunningen’.

Eveneens wordt met de gedachte gespeeld om tijdelijke vergunningen te verlenen en permanente vergunningen tijdelijk buiten werking te stellen’; ‘als sanctie, indien de situatie daarom vraagt’.

Vergunningruimte intrekken?

Serieus gekeken wordt naar het intrekken van ‘latente’ (onbenutte) ruimte in stikstof- en watervergunningen. Die rechten kunnen tot in lengte van jaren op elk moment worden gebruikt of verhandeld. Fijn voor de boer, maar een (potentiële) verslechtering voor de natuur en die wil het nieuwe provinciebestuur nu juist zien te voorkomen. Het onderzoek naar de ‘latente’ ruimte moet ‘uiterlijk in 2024’ klaar zijn. Dat schept verwachtingen.

De nieuwe bestuurder die deze interessante voorzetten juridisch moet gaan inkoppen is Saskia Boelema van D66. Zij is (onder meer) gedeputeerde van vergunningverlening, toezicht & handhaving, in bureaucratisch jargon aangeduid als VTH.

Deze tak van sport heeft de provincie evenwel uitbesteed aan drie regionale omgevingsdiensten die bestuurlijk onder Marc Oudenhoven vallen. Deze voorman van Lokaal Brabant is ook gedeputeerde van agrarische ontwikkeling. Maar het heikele stikstofdossier ligt weer in handen van de nieuwe VVD-bestuurder Wilma Dirken, die ook ruimtelijke ordening in haar pakket heeft.

Dat de VVD als grootste drager van deze coalitie de politiek heetste aardappel niet met goed fatsoen kan deponeren op het bord van Lokaal Brabant als kleinste partner, staat buiten kijf. Maar dat stikstof en agrarische ontwikkeling nu aparte onderdelen van verstandig bestuur worden, tart toch de verbeeldingskracht.

Rafelig sluitstuk

Het nieuwe provinciebestuur vormt het rafelige sluitstuk van de electorale verspintering die zich in Brabant heeft voltrokken. De bestuurlijke koek wordt verdeeld over maar liefst zeven gedeputeerden: twee voor de VVD en elk één voor de overige vijf. Dat zijn zeker twee bestuurders teveel ten opzichte van de te verrichten hoeveelheid zinvol werk. Verspilling van gemeenschapsgeld waar de SP zo vaak tegen ageerde. Maar nu even niet.

Het nieuwe college van GS wordt met zulke overbemensing vooral een praatclub. Alleen al over stikstof en natuur moeten vier gedeputeerden zaken met elkaar doen. Om dat ook ambtelijk goed te organiseren wordt een uitdaging.

De gedeputeerde die nu écht aandacht moet gaan geven aan de Brabantse natuur is Hagar Roijackers van GroenLinks. Voor alles wat (niet) groeit en bloeit was Roijackers ook al de laatste jaren verantwoordelijk, toen zij instapte nadat Forum voor Democratie zichzelf buitenspel had gezet. De bestuurlijk verse Roijackers moest het opnemen tegen twee zware CDA-gedeputeerden die zich vooral opwierpen als hoeders van het boerenbelang.

Twee weken voor de Statenverkiezingen van maart 2023 jaar kondigde de natuurgedeputeerde namens het provinciebestuur de vergunningenstop af. Eindelijk stond het natuurbelang centraal, al was dat niet uit luxe.

Dat het CDA zich juist in verkiezingstijd achter de vergunningenstop schaarde was verbazingwekkend en electoraal bepaald onverstandig. De christendemocraten legden daarmee de loper uit voor de Boer Burger Beweging.

Kans voor het grijpen

Met als eindresultaat dat beide boergezinde partijen nu aan de bestuurstafel ontbreken. Dat moet toch een opwaartse druk geven aan de kracht en overtuiging van het provinciaal natuurbeleid. Gedeputeerde Roijackers heeft hier een kans voor het grijpen, al is het gevecht voor de natuur taai en de politieke speelruimte beperkt.

De liberaal-linkse gelegenheidscoalitie stoelt slechts op een flinterdunne 28-27 meerderheid in Provinciale Staten. Zodra het erop aan komt wordt het alle hens aan dek.

Rechter brandt vingers niet aan sluiting kippenopfokkerij

De Bossche rechter J. Huijben doet geen uitspraak over versnelde sluiting van een grote kippenopfokkerij in Someren, zoals de gezamenlijke milieubeweging eist.

Hij legt deze politiek gevoelige zaak die al 10 jaar speelt op het bord van drie andere rechters. Zij moeten gezamenlijk bepalen of deze veehouderij open mag blijven, in afwachting van een volgende natuurvergunning die de provincie wil gaan verlenen.

Dat kan pas na opheffing van vergunningenstop die zij eind februari 2023 afkondigde voor alle bedrijvigheid in Brabant die extra stikstof uitstoot.

Vier keer eerder blokkeerde de rechter de natuurvergunning voor het Somerense kippenopfokkerij omdat die niet te legaliseren viel.

Deze kwestie is een extreem voorbeeld hoe de provincie grote veeboeren die de natuur zonder vergunning met stikstof belasten de hand boven het hoofd houdt.

De grote vraag is of en hoe het nieuwe provinciebestuur dat binnen enkele weken aantreedt zonder daarin de boerengezinde partijen BBB en CDA, het natuurbelang meer voorrang gaat geven.

Natuurvergunningenstop is te omzeilen zodat in Oijen het grote rioolwaterwerk af komt

Het baart eind juni 2023 opzien. De renovatie van de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Oijen wordt door de provincie tot stilstand gedwongen.

Het waterschap Aa en Maas krijgt geen vergunning om met zijn opknapbeurt van de 50 jaar oude installatie door te kunnen. De machines die bij de werkzaamheden worden ingezet draaien op fossiele brandstoffen die stikstof uitstoten en daarmee de al in slechte staat verkerende natuur extra belasten.

Omdat de algehele vrijstelling voor projecten-in-aanleg eerder in 2023 door de Raad van State werd geblokkeerd, heeft Aa en Maas voor de renovatie een natuurvergunning nodig. En die komt er niet omdat in Brabant inmiddels een algehele vergunningenstop geldt voor elke stikstofverhogende activiteit.

Het waterschap poogt als maatschappelijke organisatie van het provinciaal moratorium te worden uitgezonderd en alsnog vergunning te krijgen, maar vangt bot bij Gedeputeerde Staten (GS).

De harde opstelling van het provinciebestuur nota bene tegen een project dat rioolwater veel schoner maakt en evident gunstig is voor milieu én natuur, contrasteert met zijn soeplesse jegens Brabantse boeren die hun veehouderij mogen blijven runnen zonder te beschikken over een natuurvergunning.

Dat blijkt recent nog uit weigeringen om handhavend op te treden tegen zogeheten piekbelasters, zoals uitvoerig beschreven in het artikel Provincie beschermt boeren én zichzelf tegen procederende natuurstrijders’ op deze site.

Maar inmiddels, nog geen twee maanden na de provinciale blokkade, gloort voor Aa en Maas perspectief om in Oijen de vergunningenstop te omzeilen.

Opzienbarende uitspraak

Leidraad hiervoor is de opzienbarende uitspraak van 10 augustus 2023 waarmee de Raad van State de weg vrijmaakt om het broeikasgas Co2 uit de olieraffinaderijen van Shell en Exxon in het Rotterdams havengebied af te vangen en vervolgens op te slaan in een leeg gasveld onder de Noordzee.

Met een staaltje juridische evenwichtskunst van formaat breekt de hoogste bestuursrechter het hardnekkige verzet van de milieuorganisatie Mobilisation of the Environment (MOB) tegen deze omstreden maatregel die essentieel is om de Nederlandse klimaatdoelstellingen te halen.

MOB verliest hier in de slotronde waar zij de eerste slag tegen dit zogeheten Porthos-project nog binnenhaalde. De Raad van State oordeelt eind 2022 namelijk dat Porthos geen gebruik mag maken van een algehele vrijstelling voor projecten-in-aanleg omdat die regeling in strijd is met Europees natuurbeschermingsrecht.

Elk project dat (Europees beschermde) Natura 2000-gebieden tijdelijk met méér stikstof kan belasten, moet afzonderlijk op zijn ecologische effecten worden getoetst, bepaalt de hoogste bestuursrechter.

Geen ‘meetbare’ schade

Om Porthos van de ondergang te redden, komt het overheidsapparaat in zijn herkansing op de proppen met een ingenieus rapport van adviesgigant Arcadis. Volgens de Raad van State wordt daarin overtuigend aangetoond dat de stikstof die vrijkomt bij de aanleg van Porthos (bouw een compressorstation en ombouw van een gasproductieplatform in zee) zo ‘verwaarloosbaar klein is’ dat de stikstofgevoelige vegetatie in met name de Zuidhollandse duinen daar geen ‘meetbare’ schade van zal ondervinden. ‘Daarom kan op voorhand worden uitgesloten dat significante (veelbetekenende) gevolgen optreden voor de habitatkwalititeit.’

Uit deze conclusie volgt dat Porthos in de ogen van de hoogste bestuursrechter spoort met de Europese natuurbeschermingsregels. Dat beschermde planten en dieren in de Zuidhollandse duinen al lijden onder de overmaat aan stikstof is hierbij volgens de Raad van State niet relevant.

MOB haalt alles uit de kast om het Arcadisrapport te bestrijden, maar de gedreven milieustrijders delven in de rechtszaal uiteindelijk het onderspit tegen de deskundigen die minister Jetten (Klimaat en Energie) op de been brengt om zijn klimaatbeleid overeind te houden.

De gevolgen van de Porthos-uitspraak strekken echter verder. Ook voor andere bouwprojecten die tijdelijk stikstof uitstoten, ontstaat perspectief.

Zo heeft het waterschap Aa en Maas een goede kans om zijn rioolwaterzuiveringsproject in Oijen vlot te trekken. Vereist is een ecologische toets waaruit blijkt dat de renovatie geen significante gevolgen kán hebben, zodat hiervoor geen natuurvergunning nodig is en dus ook de provinciale vergunningenstop niet van toepassing is.

Het dichtst bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie aanwezige Natura 2000-gebied ligt in Gelderland. Dat zijn de uiterwaarden van de Waal bij Dreumel, Beneden Leeuwen en Heerewaarden, op zo’n 10 kilometer. Vochtige natuur die doorgaans minder gevoelig is voor stikstof.

Een stuk verder van Oijen liggen de dichtstbijzijnde Brabantse Natura 2000-gebieden Bossche Broek (aan de rand van Den Bosch) en Oeffeltermeent langs de Maas in het Land van Cuijk, beiden eveneens laag gelegen. Bij elkaar dus weinig beletsels.

De natuur heeft echter weinig baat bij al dat juridische gepalaver op de vierkante meter. Tijdelijke stikstofbelasting is niet de ergste economische bedreiging van waardevolle natuur. Die verkeert in slechte staat door een combinatie van permanente aantastingen: stikstof, verdroging en watervervuiling. Dit probleem speelt al decennia en daar wordt in ambtelijk en bestuurlijk Brabant al heel lang en heel veel over gepraat en ook wel het nodige aan gedaan. Maar het blijft toch overwegend een proces van pappen en nat houden.

Provinciebestuur beschermt veeboeren én zichzelf tegen procederende natuurstrijders

Het provinciebestuur is niet van zins om veehouders die de Brabantse natuur zwaar belasten met stikstof tot sluiting te dwingen.

Eisen van milieuorganisatie MOB (Mobilisation of the Environment) om natuurvergunningen van een aantal zogeheten piekbelasters in te trekken of deze veehouderijen anderszins tot stilstand te manen, worden consequent afgewezen.

Het gaat hierbij met name om piekbelasters van de Kampina/Oisterwijkse Vennen en de Peelvenen (Groote Peel, Deurnese en Mariapeel), welke Europees beschermde (Natura 2000) gebieden lijden onder een overmaat aan stikstof.

Grote kippenfokkerij in het buitengebied van Oirschot, dichtbij het natuurgebied Kampina. Dit bedrijf met 304.000 kippen stoot zo’n 21.000 kilo stikstof per jaar uit. De eis van MOB om de natuurvergunning van deze veehouderij in te trekken, wijst de provincie af.

Dit blijkt uit een tiental voorgenomen weigeringsbesluiten die de Omgevingsdienst Brabant Noord deze zomer namens Gedeputeerde Staten (GS) heeft gepubliceerd.

De bezwarenprocedure hiervoor is wettelijk zo ingekleed dat de provincie uiteindelijke beslissingen een half jaar voor zich uit kan schuiven. Pas dan zijn ze bij de rechter aanvechtbaar.

Vlucht naar voren

Deze vorm van tijdrekken past in de vlucht naar voren van GS om niet te hoeven ingrijpen in gevestigde belangen van individuele boeren die door MOB op de korrel worden genomen. Deze milieustrijders winnen tegenwoordig menige rechtszaak ten gunste van de natuur en ten nadele van de intensieve veehouderij.

GS schermen in hun uitgebreide verweer tegen de eisen voor bedrijfssluitingen vooral met twee regelingen om piekbelasters vrijwillig uit te kopen. Minister Van der Wal (Natuur en Landbouw) heeft hiervoor anderhalf miljard euro beschikbaar gesteld.

Totdat duidelijk is wat deze uitkoopregelingen aan natuurwinst opleveren, vinden GS een ‘willekeurig verzoek tot sluiting’ van veehouderijen zoals MOB volgens hen doet ‘een te vergaande en ongepaste maatregel’, zo schrijft de omgevingsdienst in vrijwel gelijkluidende afwijzingen.

‘GS tillen zwaar aan de rechtszekerheid van de vergunninghouder en het behoud van een onherroepelijke vergunning om een veehouderij te exploiteren.’

Het provinciebestuur benadrukt dat de Wet natuurbescherming hen de bestuurlijke vrijheid en ruimte geeft om af te zien van de geëiste dwangmaatregelen. Maar volgens MOB zijn die onontkoombaar vanwege de slechte toestand waarin vrijwel alle Europees beschermde natuurgebieden in Brabant verkeren. Dat is inmiddels bevestigd in de zogeheten natuurdoelanalyses over deze gebieden die in februari 2023 het licht zagen.

Vergunningenstop

Deze negatieve rapportcijfers brachten het provinciebestuur ertoe om kort voor de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2023 een algehele vergunningenstop in Brabant af te kondigen.

Tot nader order wordt daarmee elke verdere stikstofbelasting van de natuur voorkomen. Met vergaande consequenties.

Zo moest waterschap Aa en Maas stoppen met de ingrijpende verbetering van zijn rioolwaterzuiveringsinstallatie in Oijen.

De provincie geeft het waterschap geen vergunning meer om daar nog te werken met machines die stikstof uitstoten. Datzelfde lot treft allerlei bouwplaatsen waar (tijdelijk) stikstof vrijkomt.

De vergunningenstop baseert het provinciebestuur op ambtelijk advies, geschraagd door het advocatenkantoor Hekkelman uit Nijmegen dat om een tweede mening is gevraagd.

Maar bij een pas op de plaats kan het volgens de adviseurs van GS niet blijven.

‘Wettelijk moet je alles in het werk stellen om de natuur te verbeteren. Zonder stevige stikstofreductie die snel effect sorteert, zoals bijvoorbeeld een actief provinciaal beleid tot intrekking van vergunningen en daadwerkelijk aantoonbare maatregelen tot natuurherstel, kunnen (willekeurig ingediende) verzoeken om vergunningen in te trekken en naleving van de Natuurbeschermingswet te handhaven niet afgewezen worden’, wordt ambtelijk gewaarschuwd.

Niet goed te motiveren

Hieruit wordt op 28 februari 2023 bestuurlijk geconcludeerd dat ‘intrekkings- en handhavingsverzoeken niet goed gemotiveerd afgewezen kunnen worden zolang de noodzakelijke maatregelen voor natuurherstel niet geborgd en uitgevoerd zijn’.

Besluiten over verzoeken zoals die van MOB moeten in ieder geval worden gebaseerd op rapportages over de toestand van de natuur, mits deze natuurdoelanalyses zijn beoordeeld door de ecologische autoriteit. Dat is een nieuwe instantie van deskundigen die minister Van der Wal heeft ingesteld om natuurherstel te sanctioneren.

Van de Brabantse natuurgebieden waar MOB haar peilen voor bedrijfssluitingen op richt heeft de ecologische autoriteit tot dusver alleen de rapportages over de Peelvenen beoordeeld én onvoldoende bevonden om deze hoogveengebieden in stand te houden.

Aangezien er geen tijd is te verliezen, dringen deze deskundigen erop aan om met spoed de ‘veel te hoge’ stikstofbelasting van de Peelvenen te verlagen en de grondwaterstanden zodanig te verbeteren dat hoogveen weer kan aangroeien.

Alles wijst er dus op dat het provinciebestuur niet anders zal kunnen dan gehoor te geven aan de MOB-verzoeken om piekbelasters tot sluiting te dwingen.

Waarom wijzen GS die eisen dan toch af ?

Een dergelijk paardenmiddel betekent een aanslag op de Brabantse bestuurscultuur die gericht is op draagvlak, om tegengestelde belangen met elkaar te blijven verzoenen. Zou het provinciebestuur de eisen van Johan Vollenbroek en zijn succesvolle milieugroep zonder rechterlijk bevel hiertoe inwilligen dan slaat in agrarisch Brabant de vlam in de pan. De vergunningenstop wordt door de Brabantse boeren al niet gepruimd.

Veehouderijen tot sluiting dwingen zou Brabant ook tot paria maken van bestuurlijk Nederland waar alles nu gericht is op het uitkopen van veeboeren die dat willen.

Brabant is al de enige provincie met een vergunningenstop. In Gelderland en Overijssel, twee andere provincies met een surplus aan vee en stikstof, peinzen ze daar niet over, zeker niet nu de Boer Burger Beweging (BBB) daar in het bestuur zit.

Consequent afwijzen

In de aanloop naar een Brabants bestuur zonder BBB én CDA, gaat deze provincie ondertussen onverdroten verder waar het al mee doende was: het consequent afwijzen van elk handhavingsverzoek uit milieukring tegen veehouderijen waarmee wat loos is.

Wordt over zo’n kwestie verder gestreden in de rechtszaal dan gebeurt dat volgens een vast patroon. De rechter tikt GS op vingers en gelast een nieuw besluit. Daarover buigt de volgende rechter zich dan weer. En zo verder.

De zaak Esbeek

Illustratief hiervoor is de gang van zaken met de varkenshouderij Dovo bv aan de Larestraat in Esbeek. Het provinciebestuur weigert de natuurvergunning uit 2016 voor uitbreiding van dit bedrijf in te trekken. De Brabantse Milieufederatie (BMF) poogt vervolgens via de rechter het Europees beschermde natuurgebied Kempenland-West te behoeden voor nóg meer stikstof.

Deze kwestie oogt tamelijk overzichtelijk, want de stal waarvoor destijds vergunning werd verleend staat er nog altijd niet. Maar GS vinden intrekken van de vergunning ongepast (‘onevenredig’) ten opzichte van de al genoemde vrijwillige uitkoop van piekbelasters.

De rechtbank Oost-Brabant is bepaald niet overtuigd. ‘Dan moeten er ook agrariërs zijn die willen worden uitgekocht. Indien zij niet worden uitgekocht, is het ook niet aannemelijk dat binnen afzienbare termijn de gevolgen van deze piekbelasters voor het natuurgebied Kempenland-West zodanig zijn verminderd dat GS kunnen afzien van gedeeltelijke intrekking van de natuurvergunning voor de varkenshouderij in Esbeek’, krijgt de provincie eind 2022 de pin op neus.

Ook het effect van maatregelen voor natuurherstel waarmee GS schermen is volgens de rechtbank niet aangetoond.

Maar nóg valt het doek niet voor de nieuwe stal omdat provinciebestuur in hoger beroep gaat bij de Raad van State.

Ook hier weer de vlucht naar voren om de Esbeeksse varkensboer te sparen. Aangezien zo’n hoger beroep tegenwoordig twee jaar in beslag neemt, is er tijd om andere veehouders te kunnen uitkopen en daarmee de stikstofdruk op Kempenland-West substantieel te verlagen.

De zaak Someren

Nóg hardnekkiger pogen GS een kippenfokkerij in Someren gelegaliseerd te krijgen.

De milieubeweging (BMF, MOB, Werkgroep Behoud de Peel en eerder ook het IVN) strijdt daar met vereende krachten tegen verdubbeling van opfokbedrijf Engelen aan de Zandstraat. Tot dusver met succes. De Raad van State heeft legalisatie van deze uitbreiding maar liefst vier keer geblokkeerd.

Engelen gebruikt virtuele milieurechten van kippenbedrijven die hij eerder had opgedoekt om daarmee een opfokkerij met zeven stallen te exploiteren op een plek waar ooit één kippenstal stond. En GS geven hem daarvoor steeds weer een natuurvergunning.

Kippenopfokkerij Engelen aan de Zandstraat. Een modern stallencomplex, geflankeerd door lange rijen zonnepanelen, in het geïndustrialiseerde buitengebied van Someren. Engelen runt ter plaatse ook nog twee moderne kippenfokbedrijven. Deze onderneming is een voorbeeld van schaalvergroting in de intensieve veehouderij.

De milieuorganisaties weten de Raad van State ervan te doordringen dat een deel van deze rechten niet meer bestaat omdat er al jaren geen kippen meer worden gehouden. Aangezien Engelen en de provincie het tegendeel niet kunnen aantonen ondanks allerlei pogingen daartoe, concludeert de hoogste bestuursrechter dat de kippenopfokkerij aan de Zandstraat de Strabrechtse Heide en Peelvenen niet ontlast maar juist belast met meer stikstof.

Dat is in strijd met overheidsbeleid om deze Natura 2000-gebieden werkelijk te gaan beschermen. Beleid dat overigens in 2019 werd afgedwongen door de Raad van State met een baanbrekende uitspraak die de stikstofcrisis inluidde.

Geen handhaving

Nadat in 2014 de eerste natuurvergunning voor Engelen door de hoogste bestuursrechter was geblokkeerd, sneuvelt de laatste in september 2021. Hoogste tijd daarom volgens de milieuorganisaties om de fokkerij te sluiten. Hun handhavingsverzoek volgt anderhalve maand later, maar het provinciebestuur doet daar niets mee.

De kippenopfokkerij aan de Zandstraat is nog steeds in vol bedrijf en als het aan GS ligt blijft dat zo. De volgende natuurvergunning voor Engelen is inmiddels opgetuigd maar kan niet worden verleend zolang in Brabant de vergunningenstop voortduurt. Hoe lang nog, weet niemand.

In dit doolhof poogt de rechtbank Oost-Brabant zich nu al ten vierde male een weg te banen.

Hoe kom je als rechter hier nog fatsoenlijk uit?

Spaans benauwd

Magistraat J. Huijben kreeg het tijdens de zitting van 10 augustus in Den Bosch Spaans benauwd toen provinciejurist E. Kramer hem te verstaan gaf dat hij met een eventueel bevel tot sluiting van de kippenfokkerij als rechter op de bestuursstoel zou gaan zitten. Want de bevoegdheid om de kippenopfokkerij al dan niet tot sluiting te dwingen hoort volgens deze jurist thuis bij GS.

Mocht de rechter het provinciebestuur niettemin zo’n maatregel opleggen dan voorziet Kramer problemen bij de uitvoering. Want het huidige College van GS loopt op zijn laatste benen en over een nieuw bestuur wordt politiek nog onderhandeld.

‘Dan moet ik aan zo’n opdracht dus een dwangsom verbinden’, concludeert Huijben.

Een rechterlijk ultimatum

Dat zou in deze kwestie niet voor het eerst zijn. Het provinciebestuur negeert in 2022 hun handhavingsverzoek zo hardnekkig dat de milieuorganisaties de rechtbank vragen om GS een ultimatum te stellen. Pas een week na afloop daarvan valt het besluit om de kippenopfokkerij met rust te laten. De betaling van 700 euro boete aan de milieuorganisaties neemt de provincie voor lief.

Rechter Huijben zit in een lastig parket. Acht hij sluiting van de opfokkerij proportioneel dan zal hij de duimschroeven steviger moeten aandraaien om de provincie zover te krijgen.

Daarmee balt deze rechter zijn vuist in een bestuurlijk wespennest.

Huijben twijfelt ter zitting of hij dat in zijn eentje wel moet doen. Daarom overweegt hij deze zaak door te schuiven naar de meervoudige kamer waar drie rechters een oordeel vellen.

De geloofwaardigheid van de rechter zelf staat hier ook op het spel. Beveelt hij GS slechts een nieuw besluit te nemen over het handhavingsverzoek van de milieuorganisaties zoals provinciejurist Kramer hem voorkouwt, dan betekent dat de zoveelste herhaling van zetten in een toch al eindeloze kwestie.

In de Esbeekse zaak stelde de rechtbank Oost-Brabant eerder vast dat de provincie niet kan aantonen al dusdanige maatregelen voor natuurherstel te (gaan) treffen dat die veehouderij daar buiten schot kan blijven.

Ook in Someren ontbreekt het aan enig tastbaar resultaat voor de natuur. Desondanks zijn GS, zo verklaart jurist Kramer, van plan om dit bedrijf wederom te legaliseren. Ditmaal met andere milieurechten van oude veehouderijen die Engelen inmiddels heeft aangekocht. Zodra de vergunningenstop voorbij is, krijgt hij opnieuw een natuurvergunning, de vijfde in succesie, luidt de boodschap.

‘Eerst de natuur verbeteren’

Met hergebruik van dergelijke rechten voor bijbehorend vee, in het jargon extern salderen geheten, schiet de natuur echter niets op. Dat geven GS zelf openlijk met veel omhaal van woorden toe. ‘Op dit moment kan niet uitgesloten worden dat de ruimte die ingezet wordt bij extern salderen niet al nodig is om de natuur te herstellen’, motiveren zij hun vergunningenstop.

Eerst de natuur verbeteren, dan extern salderen. De Raad van State zegt dat ook’, concludeert rechter Huijben ter zitting.

Mocht de rechtbank desondanks de eis tot sluiting van de kippenopfokkerij in Someren afwijzen, dan laat zij het belang van dit specifieke bedrijf bij voorrang prefaleren boven het natuurbelang.

Welk besluit er in de raadkamer over deze zaak ook valt, Huijben geeft er openlijk blijk van niet de illusie te hebben dat daarmee het laatste rechterlijk oordeel zal zijn geveld. Niemand in de zaal spreekt hem tegen. Hoger beroep bij de Raad van State zal hoe dan ook volgen.

Meer procedures tegen de firma Engelen zijn ondertussen gaande. Die betreffen de nieuwe milieurechten die deze ondernemer nodig heeft om zijn kippenopfokkerij veilig te stellen. Volgens Werkgroep Behoud de Peel stammen deze rechten af van twee veehouderijen die al jaren niet meer bestaan en geen natuurvergunning hadden. Engelen beroept zich hiervoor op oude gemeentelijke milieuvergunningen.

Het provinciebestuur weigert hergebruik van deze rechten (externe saldering) te blokkeren met het inmiddels overbekende argument: we reduceren de stikstofbelasting van de natuur op andere manieren. Dus krijgt Engelen met inzet van deze rechten straks wéér natuurvergunning voor zijn kippenfokkerij.

Deze marathonzaak over slechts één veehouderij laat zien welk een juridisch slagveld alleen al in Brabant ontstaat als Mobilisation of the Environment voortgaat met allerlei procedures om veehouderijen rond waardevolle natuurgebieden tot sluiting te dwingen.

Acht piekbelasters uitgekocht

Om deze natuurvechters van zich af te schudden zou de provincie zelf het heeft in handen kunnen nemen. Door veehouderijen die de Brabantse natuur het meest belasten met stikstof gericht uit te kopen. Dat heeft zij inmiddels gedaan met acht bedrijven nabij vijf Natura 2000-gebieden die zich hadden aangemeld. Kosten: 16,5 miljoen euro. De stikstofreductie en de effecten daarvan lijken beperkt. Bijna 50.000 vierkante meter aan stallen wordt volgens de provincie gesloopt.

MOB dringt aan op sluiting van kalkoenenhouderij Derix met 15.500 dieren aan de Kleine Heitrak in Asten.
De provincie meldt deze piekbelaster van het natuurgebied Deurnese Peel&Mariapeel al met rijksgeld te hebben uitgekocht. De stallen op deze foto worden afgebroken.
Derix start ter plaatse een meelwormenkwekerij. Hij mag daar ook nog 1000 vleeskalkoenen houden. Door de uitkoop zijn maatregelen tegen dit bedrijf volgens het provinciebestuur niet aan de orde.

Hogere verwachtingen leven over de nu lopende uitkoopregelingen voor piekbelasters. Daar draait echter niet de provincie maar de regering aan de knoppen. Boeren in heel Nederland die zich vrijwillig willen laten uitkopen moeten zaken doen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Wie het eerst komt, het eerst maalt, is hier het parool. Welke Brabantse piekbelasters zich tijdig bij de RVO aanmelden en worden uitverkoren en welke Natura 2000-gebieden daarvan profiteren, staat dus te bezien.

De concrete milieuwinst die uitkoop van deze veehouderijen oplevert moet er dan wél toe leiden dat bijvoorbeeld het werk aan de rioolwaterzuivering in Oijen weer kan worden hervat. En dat gedwongen sluitingen van veehouderijen worden vermeden. Anders blijft het nog lang onrustig in Brabant.

Brabantse vergunningenstop is in ecologisch beton gegoten

Eindelijk dan lanceerde minister Christianne van der Wal-Zeggelink op maandag 12 juni 2023 de veelbesproken uitkoopregeling voor piekbelasters. Dat zijn hoofdzakelijk veehouders die met hun bedrijf de meeste stikstof over kwetsbare natuurgebieden uitstorten.

Eindelijk ook kunnen boeren nu zelf aan de weet komen of zij zich kwalificeren voor deze volgens Van der Wal ‘woest aantrekkelijke’ regeling. Door met ‘hulp van de snelstartgids in een paar eenvoudige stappen een berekening in AERIUS Check te maken’, zoals het RIVM belooft. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne is de genius achter deze verplichte rekenmachine voor elke vergunning die de natuur met stikstof zou kunnen opzadelen.

De naam geeft AERIUS de air van een compositie waar muziek in zit, maar de ritmiek is voor een normaal mens niet te volgen. Getuige ook de veehouder die op de maandag des oordeels voor een camera van de publieke omroep manmoedig achter zijn computer kruipt om even vast te stellen of hij een piekbelaster is. Na vele uren rekenarij en raadpleging van adviseurs wist hij het nóg niet. Deze boer was bepaald niet de enige. Te ingewikkeld en ondoorzichtig.

Bureaucratisch oerwoud

AERIUS is het summum van onnavolgbare overheidsregels voor natuurvergunningen waarmee de enorme veestapel in vooral Brabant en Gelderland in stand bleef. Om in dat bureaucratische oerwoud nog de weg te vinden zijn boeren afhankelijk van adviesbureaus die wortelen in de agro-industrie. Na afschaffing van het Europese melkquotum zetten deze consultants hun cliëntele aan tot schaalvergroting om de Chinese markt met Hollandse melk te gaan veroveren!

Juist de grote intensieve melkveehouderijen moeten nu met veel gemeenschapsgeld worden uitgekocht om de natuur van deze stikstoflast te bevrijden en plattelandsontwikkeling weer op gang te krijgen.

Het staat te bezien of minister Van der Wal met haar vrijwillige regeling vooral de grootste piekbelasters zal kunnen uitkopen. De toon wordt tot dusver gezet door wantrouwige boeren die hun veehouderij niet willen opgeven voor de natuur.

3000 piekbelasters

Maar liefst 3000 veehouderijen in den lande zijn door ’s rijks rekenmeesters aangemerkt als piekbelasters. Allemaal gesitueerd binnen een straal van 25 kilometer rond elk stikstofgevoelig natuurgebied dat onder Europese bescherming valt. Brabant telt 14 van deze zogeheten Natura 2000-gebieden waardoor de opkoopregeling zo’n beetje het hele territorium van deze provincie beslaat.

De vraag is hoeveel boeren woest aantrekkelijk kunnen worden uitgekocht met de bijna miljard euro aan gemeenschapsgeld die hiervoor beschikbaar is. Van der Wal hoopt op zo’n 600 stoppende piekbelasters. Dan wordt de financiële spoeling al dun.

Maar aantallen zijn minder belangrijk dan de locaties waar uitkoop het meeste effect sorteert. De hotspots in Brabant liggen rond de natuurgebieden Loonse en Drunense Duinen, Regte Heide/Riels Laag, Kempenland-West, Leenderbos/Groote Heide/De Plateaux, Ulvenhoutse Bos en de Brabantse Wal. Dit zijn de zwaarst door stikstof getroffen Natura 2000-gebieden, blijkens recente natuurdoelanalyses die werden gemaakt in opdracht van het provinciebestuur. Dat heeft op basis hiervan een vergunningenstop afgekondigd om te voorkomen dat de Brabantse natuur nóg zwaarder met stikstof wordt belast.

Om deze impasse te doorbreken moeten eerst veehouderijen worden uitgekocht die het meest schadelijk zijn voor de natuur. Maar melden deze boeren zich ook? In het Brabantse polderoverleg valt daar wellicht binnenskamers nog wat op te sturen, met hulp van belangenorganisatie ZLTO.

Te voorzien valt dat zeker ook piekbelasters op minder vitale plekken zich als stopper gaan melden: boeren die er toch al mee op willen houden en daarvoor nu de hoogste rijkssubsidie kunnen krijgen. Daar schiet de natuur weinig mee op.

Een andere vraag is of het rijksmiljard regionaal gespreid wordt ingezet (Nederland telt 162 Natura 2000-gebieden). Of wordt iedere piekbelaster die zich aanmeldt en kwalificeert uitgekocht volgens het principe wie het eerst komt het eerst maalt? Dat is allemaal niet bekend.

Met dergelijke strategische keuzes staat of valt het nut van de opkoopregeling. Hoe meer piekbelasters zich melden hoe lastiger Van der Wal het krijgt, zeker als het miljard opraakt en er boeren teleurgesteld moeten worden.

Als de opkoopregeling te weinig boeren trekt dan wel te weinig oplevert voor de natuur, heeft Van der Wal een nóg groter probleem. Dan zal de minister op de proppen moeten komen met dwangmaatregelen, waarover zij thans wijselijk zwijgt. Want de opkoopregeling start maandag 3 juli en loopt door tot en met 5 april 2024. Eerst maar eens zien hoe de hazen lopen. Ingrijpen kan altijd nog.

Zorgen voor de dag van morgen zijn er echter wel in Brabant. De Boer Burger Beweging (BBB) blies een bestuursakkoord met VVD, PvdA en GroenLinks op het allerlaatste moment af.

BBB-leider Caroline van der Plas maakt via twitter duidelijk dat haar partij ‘niet akkoord kan gaan met een maatregel die bij de rechter geen stand houdt’. Van der Plas doelt hier op de provinciale verplichting voor Brabantse boeren om stallen voor 1 juli 2024 te voorzien van nieuwe apparatuur waardoor minder stikstof en ammoniak de atmosfeer in gaan. Zulke apparatuur blijkt tot dusver niet betrouwbaar genoeg om nieuwe veevergunningen juridisch overeind te houden.

Zwaar hikt BBB ook aan tegen de vergunningenstop die het huidige provinciebestuur kort voor de statenverkiezingen van maart afkondigde. Van der Plas noemt deze maatregel in haar tweet ‘praktisch gezien ook onrealistisch en onhaalbaar, terwijl alternatieven voorhanden zijn’.

Tamelijk slechte toestand

Maar dat blijkt geenszins uit de feiten en overwegingen die ten grondslag liggen aan de vergunningenstop waartoe Brabant overigens als enige provincie besloot. Basis hiervoor zijn de rapportages over de tamelijk slechte toestand van 14 Natura 2000-gebieden en dan met name van de vele afzonderlijke soorten planten en dieren die daarbinnen volgens Europees voorschrift in stand moeten worden gehouden.

Het gaat om uitgebreide natuurdoelanalyses die onderzoekers van twee bureaus, Arcadis en Anteagroup, in opdracht van de provincie hebben gemaakt. Hun overwegende conclusies daaruit luiden dat een pas op de plaats noodzakelijk is om verdere schade te voorkomen, en de toestand te kunnen verbeteren. Dit voorzorgsbeginsel wordt in jargon aangeduid als ‘nee,tenzij’.

Deze negatieve kwalificatie is vooralsnog de nekslag voor de dubieuze handel in stikstofrechten waarmee de provincie al sinds jaar en dag activiteiten vergunt die Natura-2000-gebieden zwaarder belasten. Het gaat om rechten, gekoppeld aan oude maar nog rechtsgeldige natuurvergunningen, die gestopte veehouders voor 60 tot 70 procent mochten verkopen aan projectontwikkelaars, gemeenten en zelfs aan de provincie (die laat met deze rechten het grote bedrijventerrein Logistiek Park Moerdijk in West-Brabant aanleggen).

De resterende 30 tot 40 procent van deze rechten moesten de verkopende boeren inleveren. Dit offer werd ten provinciehuize aangemerkt als winst voor de natuur. Dat blijkt een verkeerde voorstelling van zaken.

De constructie met stikstofrechten die te boek staat als ‘externe saldering’ is slechts een verzachtende maatregel die alleen toelaatbaar is als de overbelaste Brabantse natuur eerst wordt ontlast. Dat komt naar voren in de juridische analyses die ten grondslag liggen aan de provinciale vergunningenstop.

Om projecten met stikstoftoename onder de huidige slechte omstandigheden via saldering te regelen, is in strijd met de Europese natuurbeschermingsregels. Dat volgt volgens deze analyses uit een uitspraak die de Raad van State in 2021 deed over het gebiedsproject Oostelijke Langstraat in de buurt van de Loonse en Drunense Duinen. Dat project wilde de provincie mogelijk maken met de aankoop van een melkveehouderij in de omgeving.

De vergunningenstop waartoe het provinciebestuur op 28 februari 2023 besloot, haalt in heel Brabant een streep door het salderen met stikstofrechten. De meer dan 100 vergunningen die op deze basis bij de provincie waren aangevraagd, worden niet meer verleend.

Concrete verbetering voor de Brabantse natuur is dus nodig voordat de provincie weer stikstofvergunningen kan verlenen die het gaan halen bij de Raad van State, de hoogste bestuursrechter. Maar zover is het bepaald nog niet.

Allereerst worden de rapportages over de 14 Natura 2000-gebieden op hun deugdelijkheid beproefd door de ecologische autoriteit. Minister Van der Wal riep deze club van deskundigen in 2022 in het leven om grip te krijgen op natuurherstel waar veel rijksgeld voor nodig is.

De autoriteit moet alle natuuronderzoeken in heel Nederland toetsen. Dat is veel werk. In Brabant had zij op 23 juni 2023 pas één rapportage afgewerkt: over de Oeffelter Meent, een natuurreservaat van 101 hectare aan de Maas in het Land van Cuijk.

Het moeilijke werk begint nog

Met straks alle ecologische adviezen op zak, begint het moeilijke werk. Per Natura 2000-gebied moeten onder provinciale regie maatregelen worden uitgewerkt om de natuurkwaliteit te velde op te krikken én de stikstofbelasting terug te dringen. Dan gaat het onvermijdelijk ook over de sanering van piekbelasters en dat is heikele materie. Hoe dan ook zullen er veehouderijen weg moeten.

Maar bij ontstentenis van een nieuw provinciebestuur gebeurt er helemaal niets.

Monsterverbond

Zes partijen in Provinciale Staten pogen nu een coalitie zonder de BBB te vormen. In dit bonte politieke gezelschap staan VVD, GroenLinks, PvdA, SP en D66 nog onverminderd achter de vergunningenstop. De zesde partij, Lokaal Brabant stemde laatst voor afschaffing, en is met haar twee zetels onmisbaar om dit monsterverbond aan de kleinst mogelijke Statenmeerderheid te helpen. Lokaal Brabant plaatst zich daarmee in het politieke centrum van geven en nemen.

Het stikstofdossier blijft dus een wespennest. Temeer daar de gematigde boerenorganisatie LTO, en daarmee dus ook de Brabantse ZLTO, een nationaal landbouwakkoord torpedeerde.

Het agrarisch beleid hangt meer dan ooit als los zand aan elkaar.

En de droogte schrijdt voort in polderend Brabant……….

De laatste regen dit voorjaar trof het vliegveld Eindhoven op 12 mei. Het KNMI mat daar die dag 4.2 millimeter.

Dat was het einde van een kletsnatte periode die 6 maart 2023 begon en op 10 mei piekte met 26 mm.

Bij publicatie van dit artikel is het in Brabant al vier weken kurkdroog. Veroorzaakt door stabiele hoge druk die heel Centraal Europa beslaat waarbij indringende zonneschijn de temperaturen opjaagt.

Groeizaam en recreatief weer, iedereen blij, maar deze euferie ebt doorgaans weg zodra het een maand niet heeft geregend en er ook dan nog geen zicht is op neerslag van enige betekenis. Dat stadium wordt nu dus bereikt.

Inmiddels gaan op steeds meer Brabantse akkers en tuinderijen beregeningsmachines aan en dat is geen goed voorteken met de zomer nog voor de boeg. De combinatie van zon en stevige wind uit het noorden en oosten verdampt veel nattigheid van de voorbije maanden.

Wie zijn ogen in Brabants buiten goed de kost geeft kan het effect hiervan niet ontgaan. Zandpaden worden rul en beginnen te stuiven, drassige graslanden drogen op en ondiepe heidevennen krimpen.

Leegloop in de Maas

De regengevulde Brabantse beken liepen als vanouds weer in rap tempo leeg in de Maas en sudderen thans voort zonder aanvoer uit België waar eveneens droogte heerst. De Maas jaste al dat regenwater linea recta door naar zee en kampt nu ook met dalende waterstanden.

Deze symptomen laten zich lastig vangen in overtuigende beelden. Boeren en natuurbeheerders heffen hun bekende klaagzang nog niet aan. En dus houden de journaals zich betrekkelijk koest. Want het gras is groen, de maïs piept de grond uit, de bloemen bloeien uitbundig, in de sloten staat water, dus waar hebben we het over?

Pas als de droogte zich te velde overduidelijk manifesteert komen de tongen weer los.

Te laat herinneren wij ons dan de droogte die huishield in drie achtereenvolgende zomers: de nog nimmer vertoonde klimatologische uitbarsting van 2018, 2019 en 2020. Die ene extreem droge zomer van 1976 staat nog bij slechts weinigen in het geheugen gegrift. De waarschuwing van toen beklijfde niet.

Lastige besluiten

Aan goede voornemens geen gebrek. Oorzaak en gevolg van de structurele verdroging zijn uit en te na bestudeerd en vastgelegd in talloze nota’s. Opgesteld door deskundigen die heel goed weten hoe dit probleem fundamenteel moet worden aangepakt maar de lastige besluiten die daarvoor nodig zijn niet zelf hoeven te nemen.

Hoe valt het tij te keren? Dat wordt lastig in dit politiek-bestuurlijk versplinterde land.

Dat de problemen groot zijn, staat onomstotelijk vast. Door ongelimiteerde afvoer van regenwater naar zee en overconsumptie van water is de bodem grondig aan het verdrogen. Op de Brabantse zandgronden heeft de natuur daar al decennia onder te lijden en ook de land- en tuinbouw krijgen er steeds meer last van.

Van kwaad tot erger

In tijden van forse droogte gaat dit van kwaad tot erger. Om de begroeiing toch in leven te houden en overvloedig gebruik van drinkwater te blijven faciliteren, moet er steeds meer grondwater worden opgepompt waardoor de verdroging zich verder verdiept.

Deze spiraal naar beneden is al gemeengoed in droge landen waar pluvius het structureel laat afweten. Maar in Nederland valt door het jaar heen nog voldoende neerslag om de grondwatervoorraad op peil te kunnen brengen en vervolgens ’s zomers op peil te houden.

Versnipperd beleid

De methode hiervoor is in al die rapporten en beleidsnota’s uitvoerig te lezen en verrassend simpel: meer regenwater vasthouden en minder water gebruiken. Dat is echter heel wat makkelijker opgeschreven dan uitgevoerd. Het waterbeleid in overheidsland is zeer versnipperd en mist eenduidige regie en doorzettingsmacht. In Brabant wordt al jaren gepoogd om polderend te komen tot resultaten die zoden aan de dijk zetten.

De grote droogte van 2018-2020 bracht het zogeheten Breed Bestuurlijk Grondwateroverleg tot het eensluidende streven om in het voorjaar van 2027 de grondwaterspiegel, die door de jaren heen met 20 tot 50 centimeter is gedaald, met gemiddeld 10 tot 35 centimeter te hebben verhoogd. Mocht zulke verhoging echter leiden tot ‘onevenredig nadeel of onacceptabele schade voor grondgebruikers dan is nadeelcompensatie het uitgangspunt’.

Met deze toezegging aan de Brabantse boeren dekt het ‘Grondwaterconvenant 2021-2027’ het risico van wateroverlast alvast af. In samenspraak met belangenorganisatie ZLTO wordt een schaderegeling uitgewerkt. ZLTO steunt daarmee het convenant dat verder wordt gedragen door provinciebestuur, waterschappen, natuurbeheerders en drinkwaterbedrijven.

De ondertekenaars beschouwen hun overeenkomst als ‘een inspanningsverplichting die niet in rechte afdwingbaar is’.

Wordt dit grondwaterconvenant met deze disclaimer de volgende papieren tijger in polderend Brabant?

Niet als het ligt aan de Adviescommissie Droogte die door het provinciebestuur in het leven werd geroepen en in 2022 de stevige aanbeveling deed om in Brabant een onafhankelijke droogteregisseur aan te stellen. ‘Met voldoende zeggenschap en budget ‘ kan die dan gaan ‘sturen op de samenhang en uitvoering van de benodigde maatregelen’.

Of de regisseur er ook komt is onduidelijk.

Over het rapport van de Droogtecommissie heerst al acht maanden oorverdovende stilte in het provinciehuis waar het gevoel van urgentie bepaald niet domineert.

Sinds de provinciale verkiezingen van maart jongstleden, beschikken de drie Brabantse waterschappen inmiddels over nieuwe beleidsplannen waarin met geen woord over centrale regie wordt gerept. Het nieuwe provinciebestuur is nog geheel in nevelen gehuld.

Meldplicht ‘kleine’ waterputtten

Ondertussen werken waterschappen De Dommel en Brabantse Delta gebroederlijk aan een meldplicht voor zogenaamde kleine grondwaterputten die tot dusver vogelvrij tot 10.000 liter per uur ophoesten. Alleen Aa en Maas poogt via vrijwillige meldingen aan de weet te komen hoeveel water met deze installaties wordt opgepompt. Dat bespaart volgens dit waterschap menskracht die het nodig zegt te hebben voor proefnemingen met waterbesparing bij agrarische beregening. Dat betreft de grotere putten waaruit met vergunning akkers, weilanden, tuinderijen en plantages worden bevloeid.

Steeds meer beregening

Na drinkwaterwinning is beregening de grootste verbruiker van grondwater in Brabant en daarmee een serieuze bron van verdroging. Vast staat dat er steeds meer wordt beregend met al dat gratis verkrijgbare water. Onder meer door de toenemende teelt van gewassen die veel vocht vragen. De regels die aan het gebruik van waterputten worden gesteld verhinderen deze groei niet.

Alleen beregening van grasland met grondwater kan bij grote droogte soms worden verboden. Meer ingrijpende maatregelen zoals een gebruikslimiet (quotum) of een grondwaterheffing voor beregening blijven buiten beeld.

Het polderoverleg is door de jaren heen gericht op gedragsverandering bij vooral boeren om proefondervindelijk water te besparen. Niet te ontkomen valt echter aan de wetmatigheid dat hoe droger de zomer, hoe meer er gesproeid wordt. Vooral op de hoge zandgronden in Oost-Brabant herstelt het waterpeil zich daardoor niet. In dit territorium van waterschap Aa en Maas wordt aanzienlijk meer beregend dan in de rest van Brabant.

Ook ontbreekt nog altijd een doeltreffend beleid om zowel droogte als wateroverlast het hoofd te kunnen bieden. Allerlei tegengestelde belangen dienen dan met elkaar te worden verenigd.

Gorp en Roovert

Hoe lastig dat in praktijk is blijkt bijvoorbeeld uit een recente gedachtenwisseling binnen het waterschap De Dommel over de waterstanden in de Rovertse en Poppelse Leij nabij landgoed Gorp en Roovert. Aanleiding hiervoor is een klacht van eigenaar Van Puijenbroek. Terwijl binnen zijn landgoed met subsidie bijna 40 stuwtjes zijn geplaatst om het water ten gunste van de natuur vast te houden, staat één grote stuw in agrarisch gebied permanent zo laag afgesteld dat Gorp en Roovert van buitenaf weer wordt leeggezogen.

De logische vraag luidt dan ook: kan juist die stuw ’s winters niet ook omhoog?

Nee, vindt het waterschapsbestuur, want dat willen de eigenaren van aanpalende gronden niet. Dat deze boeren sinds de reeks droge zomers vrijwillig meewerken aan een (streef)peilverhoging van 20 centimeter in de Leije is volgens De Dommel al heel wat. En dan houdt het dus verder op voor de natuur.

Ook besparen op drinkwater

De strijd tegen de verdroging van Brabant richt zich ontegenzeggelijk ook op het rijkelijk gebruik van drinkwater. Jaarlijks pompt Brabant Water hiervoor zo’n 200 miljoen kubieke meter grondwater op. Dat is 70 procent van al het water dat structureel aan de bodem wordt onttrokken. Met zijn huidige vergunningen kan het overheidsbedrijf echter niet meer voldoen aan de doorgroeiende vraag naar drinkwater die het voorziet.

Omdat het oppompen van nóg meer grondwater geen optie meer is gezien de verdroging die dat veroorzaakt, zoekt Brabant Water naar andere bronnen om aan zijn leveringsplicht van drinkwater te voldoen. Gekeken wordt naar benutting van brak water, oppervlaktewater en zeewater.

Maatregelen tegen overconsumptie van drinkwater blijven uit. Wie nog steeds iedere dag onder de douche staat, met kraanwater de tuin besproeit en het zwembad vult, merkt dat nauwelijks in de portemonnee. Omdat aan grootgebruik geen prijskaartje hangt, moet Brabant Water geld blijven verdienen met de verkoop van veel goedkoop drinkwater.

Voor met name huiseigenaren ontbreekt daardoor de financiële prikkel om te investeren in opvang van regenwater dat nu nog via dakgoten in het riool verdwijnt. Met regenwater zou bijvoorbeeld het toilet kunnen worden doorgespoeld, wat 6 tot 8 liter drinkwater per keer scheelt.

Deze slag valt het beste te maken bij nieuwbouw. Door aanleg van ondergrondse reservoirs met een apart leidingenstelsel. In Vlaanderen is dat al jaren verplicht, in Nederland blijft het bij vrijwillige initiatieven.

Eindhovens project mislukt

Een voorbeeldproject van Brabant Water met zogeheten grijswater in de Eindhovense uitbreidingswijk Meerhoven mislukte 20 jaar geleden bij gebrek aan belangstelling. De investering in het al aangelegde dubbele leidingennet moest worden afgeschreven.

Brabant Water houdt het thans bij een reeks ‘slimme tips’ om te besparen op huishoudelijk waterverbruik. En dat is geen overbodige luxe. ‘Nog steeds denken veel mensen dat ze per dag 60 liter verbruiken, maar in praktijk blijkt dat vaak 120 liter per persoon te zijn.’ Bewustwording blijft dus hoognodig’, schrijft het waterbedrijf op zijn website.

Het roer moet om

Een serieuze publiekscampagne kun je dit echter niet noemen. Want waterbesparing kost omzet en tast het verdienmodel van de waterbedrijven aan. Daarom moet het roer om, vindt in ieder geval marktleider Vitens die in zeven provincies opereert en in 2022 minder water verkocht. ‘Het watersysteem loopt echt op zijn laatste benen’, betoogt directeur Jelle Hannema op platform H2O. Hij kondigt bij Vitens een forse verhoging van de variabele tarieven aan. Of grootgebruikers daarmee ook zwaarder worden belast, blijft de vraag.

Meteorologen voorspellen inmiddels dat het mooie weer wel eens tot juli zou kunnen aanhouden. Oplopende temperaturen, in Brabant tot tegen de 30 graden, jagen bovendien de verdamping op. Op de zandgronden maken steeds meer boeren aanstalten om te gaan beregenen. Dat is voor menigeen een tijdrovende klus die zij niet voor hun lol doen.

Vrijuit besproeien met grondwater

De lage waterstand in de beken zal de waterschappen rap nopen tot een sproeiverbod voor oppervlaktewater, maar voor beregening uit de bodem gaat de handrem er niet op. Het natte voorjaar bracht het grondwater in heel Brabant weer op peil (waterschapsmetingen op 140 verschillende plekken wezen dat uit) en dus is er volgens de regels sinds 1 april sprake van een normale situatie.

Akkerbouwers kunnen daarom met hun vergunning vrijuit aftappen en grasland mag in juni en juli dagelijks binnen een tijdsbestek van 18 uur beregend worden.

Maar wat gebeurt er als het nóg langer kurkdroog blijft?

De waterschappen zijn bevoegd om in geval van nood elke vorm van agrarische beregening uit grondwater te verbieden, maar deden dat nog nooit.

Het is de vraag of bestuurders zo’n paardenmiddel wel durven in te zetten, zo dit politiek al haalbaar zou zijn. Dat wordt hoe dan ook de zwaarste beproeving van het Brabantse poldermodel waar ‘geven en nemen’ en ‘voor wat hoort wat’ de maat der dingen is.

Steeds manifester is echter dat zonder (enige) overheidsdrang en dwang geen omslag valt te bereiken in het taaie gevecht tegen opwarming van de aarde.

Herbert Marcuse is terug, en dan vooral bij Albert Heijn!

Herbert Marcuse is terug! Althans volgens de intellectuele elite in de randstad.

Hét symbool van nieuw-links uit de jaren zestig van de vorige eeuw heeft dat te danken aan de opnieuw vertaalde Nederlandse heruitgave van zijn studie over de eendimensionale mens.

Het weekblad De Groene Amsterdammer afficheert de Amerikaans-Duitse geleerde vervolgens op de voorkant van haar 13 april-nummer als ‘de filosoof van de valse verlangens’. Een week later volgt een Marcusedebat in de Amsterdamse cultuurtempel De Balie, ‘in samenwerking met uitgeverij Athenaeum en De Groene’.

Zo krijg je de bal aan het rollen. Weer een week later brengt gevierd publicist Bas Heijne het Marcuse-hypje nationaal wat verder met zijn beschouwing over de ’terugkeer van een vlijmscherp pessimist’ in de boekenbijlage van NRC.

Het wachten is nog op de volgende intellectueel die in De Volkskrant of wellicht nog Het Parool zijn licht mag laten schijnen over ‘de schutspatroon van een opstandige generatie’ (Bas Heijne). En dan heb je het wel gehad in Nederland krantenland dat volledig in handen is van twee Belgische uitgevers. Die zullen de lezers van hun regionale kranten niet lastig willen vallen met de voorbije academicus Herbert Marcuse.

Wat maakt Marcuse nou nog zo bijzonder, ook voor niet-ingewijden in de overblijfselen van de linkse kerk?

Oftewel moet je ‘De eendimensionale mens’ gelezen hebben om het heden te begrijpen? Het boek behoorde in ieder geval niet tot de uitverkoren 18 klassiekers die De Groene Amsterdammer in 2018 onder deze noemer te boek stelde. Marcuses tijdgenoten James Baldwin, Kurt Vonnegut en Frantz Fanon kregen voorrang in deze serie der onvergetelijken.

Totalitaire overconsumptie

Maar nu dan toch Herbert Marcuse in de herkansing. En wel omdat hij toen de maatschappij voorspelde waarin wij nu leven. Het zegevierende kapitalisme, gebaseerd op overconsumptie waarmee de aarde in hoog tempo wordt opgebruikt. Een totalitair systeem waarin de arbeidersklasse wordt verdoofd met ‘valse’ (overbodige) behoeftes, aangejaagd door technologische hoogstandjes die ons persoonlijk leven tot in de haarvaten gaan beheersen. Wie niet kan of wil meedoen aan de welvaartsrace plaatst zichzelf buitenspel.

Herbert Marcuse had dit een halve eeuw geleden al in de smiezen. Doemdenken van het zuiverste water. Wat moet je ermee en wat doe je ertegen?

Dit alles overpeinzend begaf ik mij voor enkele wekelijkse boodschappen naar ‘Appie’, zoals wij thuis het plaatselijk filiaal van de eertijdse Zaanse grootgrutter nog steeds noemen. Met een zekere liefkozing die stamt uit mijn jeugd.

Opgegroeid met Appie

Ik groeide op met Albert Heijn, waar wij onze meeste boodschappen haalden. De meegekochte zegels plakte mijn vader direct na thuiskomst in het daarvoor bestemde boekje van de Premie van de Maand Club. Hadden wij genoeg gespaard dan werden de volle boekjes ingewisseld voor artikelen van doorgaans degelijke kwaliteit. Mijn regenpak en rubberboot komen uit die succesvolle AH-catalogus.

Wij waren toen blij met Appie en Appie zeker ook met ons. De Zaanse grootgrutter werd rijk met zijn uitgekiende klantenbinding. Geheel volgens de voorspelling van Herbert Marcuse groeide Albert Heijn uit tot de multinational Ahold waar winstmaximalisatie sociaal beleid is gaan verdringen.

Personeel als kostenpost

‘Het bedrijf ziet ons als een kostenpost op een excelsheet’, luidt de schrijnende conclusie van Lianne Jol, procescoördinator bij één van de AH-distributiecentra waar momenteel wordt gestaakt voor meer loon naar werken. Op de dag dat zij 25 jaar bij Albert Heijn in dienst was, legde Jol het werk neer, zo vertelde zij aan dagblad Trouw.

Als kaderlid van vakbond CNV steekt deze voorvrouw ook haar nek uit voor collega’s die AH in het weekeinde de helft minder wil gaan betalen. De besparing die dat oplevert gebruikt het bedrijf volgens Jol voor de magere loonverhoging die het zijn personeel wil geven. Zo’n sigaar uit eigen doos wenst deze jubilaris niet op te steken.

De acties duren voort tot de schappen bij veel AH-filialen zo leeg raken dat Ahold stevige schade lijdt en verdere concessies moet doen. De stakers hebben mijn volle steun, al vrees ik dat de afgedwongen hogere lonen bij Appie straks resulteren in een versneld verlies aan arbeidsplaatsen. Dat tikt aan, want de winkels van Albert Heijn zijn heel wat beter bezet dan de uitgebeende filialen van Lidl en Aldi, waar voor serieuze klantenservice geen personeel is.

Maar ook Appie is al aan het uitbenen. Je kunt je boodschappen, oftewel de streepjescodes daarop, tegenwoordig eigenhandig scannen en vervolgens afrekenen. Steeds meer klanten doen dit. Weer zo’n Marcuseaanse ‘valse’ behoefte die zichzelf vervult. Die is ten koste gegaan van het aantal bemenste kassa’s.

De klant als verdachte

Verdwenen caissières worden inmiddels benut om de zelfscannende mens op misbruik cq diefstal te controleren. Ben je aangemerkt als verdachte dan kun je pas afrekenen nadat alle boodschappen zijn gescand. Dat overkomt mij nu al drie weken achtereen en is langzamerhand geen toeval meer. Kennelijk vinden ze deze oudere klant, speurend op de verpakkingen naar streepjescodes, een risicofactor van betekenis.

Het lijkt er sterk op dat camera’s je gedrag in de gaten houden, maar dat blijft gissen. Het vriendelijke meisje dat in mijn boodschappentas duikt weet verder van niets.

Gewoon weer langs de kassa

Groeiend onbehagen hierover noopt tot een koerswijziging. Ik ga bij Appie gewoon weer langs de kassa. Als we dat allemaal doen kan het vriendelijke meisje daar ook weer plaatsnemen en hebben we een ‘valse’ behoefte minder. Hopelijk met behoud van werkgelegenheid, anders wordt het ook bij Appie aansluiten in de rij.

Want bij Lidl en Aldi is het doorgaans aanschuiven voor de kassa. Het AH-actievirus steekt in deze twee Duitse supermarktketens nog niet de kop op. Ter inspiratie beveel ik daarom de onderbetaalde werkers aldaar Marcuse aan, althans een begrijpelijke samenvatting van ‘De eendimensionele mens’. Want het boek zelf is vrijwel onleesbaar, vindt zelfs Bas Heijne.

De frustratie van 22 jaar natuurbeschermingsrecht

‘Natuur en landschap zijn van ons allen. Collectieve, universele waarden, per definitie niet weg te strepen en af te wegen tegen economische belangen. Namens ons allen en ter wille van de hele samenleving dient onze overheid, die wij zelf in het leven riepen, voor natuur, milieu en landschap op te komen als onvervreembaar en onaantastbaar.’

Deze woorden sprak Peter van Wijmen in zijn Warandelezing van november 2010 met als titel: Natuur en landschap: luxe of noodzaak?

Van Wijmen was een autoriteit op het terrein van natuur en recht. Rechtsgeleerde, milieu-advocaat, hoogleraar natuurbeschermingsrecht, deeltijdrechter bij de Raad van State. Een groot denker die zich concreet inspande voor milieu, natuur en landschap in Brabant. Van Wijmen stond aan de basis van de Brabantse Milieufederatie (BMF) en was ook voorzitter van natuurbeheerder Brabants Landschap.

Zijn tekst van de Warandelezing, die de BMF sinds 1997 jaarlijks met de Tilburgse universiteit organiseert en gaat over duurzaamheidsvraagstukken, vormt het sluitstuk van ‘De cirkel rond’. Dit kloeke boek met Van Wijmens verzamelde geschriften verscheen twee jaar voor zijn overlijden in 2015.

‘Ik vertrouw op het besef bij miljoenen mensen dat de waarden van natuur en landschap niet verloren mogen gaan in de economische ratrace naar het onbereikbare doel van grenzeloze aanwas’, hoopte hij die donkere novemberavond in Tilburg vurig op een ommekeer.

Want de overheid als hoeder tegen het kwaad liet het in die dagen volledig afweten. De opstelling van het kabinet Rutte 1 jegens natuur en landschap betitelde Van Wijmen als ‘puur vijandig’. Rechtstreeks verantwoordelijk daarvoor waren de CDA-bewindslieden Henk Bleker en Maxime Verhagen.

Klaar met het CDA

‘Geen partij heeft zo’n hekel aan de natuur als het CDA’, citeerde Van Wijmen zonder enige reserve natuurjournalist Koos Dijksterhuis. De Bredase intellectueel had het wel gehad met de partij waarvoor hij rond de eeuwwisseling nog in de Tweede Kamer zat.

Dertien jaar na Van Wijmens Warandelezing is van een ommekeer nog altijd geen sprake. Het inmiddels vierde kabinet Rutte weet zich geen raad met de stikstofcrisis. Die brak uit toen de Raad van State strikte bescherming afdwong van de natuur tegen schadelijke stikstofvervuiling door met name veehouderijen.

Die opzienbarende uitspraak uit 2019 zou voormalig staatsraad Van Wijmen ongetwijfeld deugd hebben gedaan, ook al had hij bepaald geen hekel aan de boeren. Want hier zegevierde zoals hij dat noemde ‘het primaat van het recht’, ‘de onafhankelijke rechter als sluitsteen van de traditionele scheiding der machten’ tussen parlement (wetgevende macht), regering (uitvoerende macht) en rechtspraak.

Triomf Behoud de Peel

Plaats van handeling was ook nog eens Brabant waar natuurvergunningen die de provincie rond de Peelvenen aan zes veehouderijen had verleend door de Raad van State werden vernietigd. Een eclatante overwinning voor Werkgroep Behoud de Peel die al vele jaren strijdt voor behoud en herstel van hoogveen en deze vergunningen had aangevochten. Daarin voluit gesteund door de BMF, Van Wijmens geesteskind.

Vergunningenstop

Inmiddels verstrekt Brabant geen vergunningen meer voor activiteiten die de natuur verder met stikstof kunnen belasten. Met deze vergunningenstop op grond van de Natuurbeschermingswet past deze provincie het zogeheten voorzorgsbeginsel – bij twijfel niet doen – strikt toe. Strikter dan nationaal is bepaald. Hierdoor kunnen in Brabant stikstofrechten van gestopte veehouderijen voorlopig niet meer voor nieuwe projecten worden hergebruikt.

Brabant is de enige provincie die dit doet omdat de toestand van de natuur hier volgens recente analyses blijkt te zijn verslechterd. Herstelmaatregelen moeten nu eerst zijn gegarandeerd voordat er weer wat mogelijk is, bepaalde het provinciebestuur kort voor de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2023. Die werden ook in Brabant overtuigend gewonnen door de BoerBurgerBeweging, waardoor de vergunningenstop alweer op de tocht staat.

Dit ingrijpen werd overigens hoog tijd. Het is al weer vier jaar geleden dat de overheid haar juridische pak slaag kreeg omdat zij het natuurbelang jarenlang had veronachtzaamd. De Raad van State schreef strikte naleving voor van Europese natuurbeschermingsregels die gelden voor zeldzame planten en dieren binnen daarvoor aangewezen Natura 2000 gebieden. Die uitspraak treft alle economische activiteiten waarbij stikstof vrijkomt. Naast de veehouderij gaat het om woningbouw, wegenaanleg, industriële vervuiling en vliegverkeer rond luchthavens.

Een hels karwei

Vergunningen zijn per project alleen nog mogelijk als de stikstofvervuiling afneemt en bedreigde natuur erop vooruit gaat zodat zij in stand blijft. Om aan deze Europese verplichting te voldoen wil het kabinet Rutte 4 vooral de meest vervuilende veehouderijen saneren. Een hels karwei, want dat zijn er nogal wat. Van de vele miljarden die hiervoor zijn beloofd, is nog geen cent beschikbaar bij gebrek aan regels om veehouders te kunnen uitkopen.

Bovendien lieten verschillende megaboeren al weten dat zij geen trek hebben hun bedrijf op te geven. Hen daartoe dwingen via onteigening zal het boerenprotest weer doen oplaaien. Dit paardenmiddel gaat het kabinet ook niet in stelling brengen. Regeringspartij CDA wil geen agrariërs meer tegen de haren instrijken na zijn desastreuse nederlaag bij de provinciale verkiezingen.

Machteloos

Vijandschap jegens de natuur is bij de regering nu verworden tot machteloosheid. Terwijl de overheid ook nog het hoofd moet bieden aan een andere manifeste bedreiging van beschermde natuur: droogte in combinatie met watervervuiling. Nederland kan op geen enden na voldoen aan de kwaliteitseisen die de Europese Kaderrichtlijn Water per 2027 verplicht stelt. Een volgend debacle dreigt.

‘Recht doen aan de Natuur’, luidde de opdracht die Van Wijmen zichzelf in 2001 meegaf bij zijn aantreden als eerste hoogleraar natuurbeschermingsrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant, inmiddels verengelst tot Tilburg University.

Maar hoe moet er dan recht worden gedaan?

Van Wijmen kwam in de eindconclusie van zijn inaugurale rede ‘onontkoombaar’ uit bij ‘de internationale rechtsgemeenschap’. ‘Die heeft zich bescherming, instandhouding en behoud van de natuur als universeel menselijk erfgoed terdege aangetrokken’.

Daarmee doelde de professor vooral op de Habitat- en Vogelrichtlijn waarmee de Europese Unie overal in den lande de belangrijkste/kwetsbaarste natuurwaarden beschermt. Aantasting van deze waarden is onrechtmatig en alleen mogelijk bij ‘dwingende redenen van groot openbaar belang en gelijktijdige compensatie van de schade’.

En dan toch zo zwaar vervuild

‘Hoe kan het dan toch dat met zoveel goedbedoelde milieuwetgeving bodem, water en lucht zo zwaar zijn vervuild en er bijna niets meer over is van wat ooit als wilde natuur gold?’, vraagt Jessica den Outer zich anno 2023 af. Het antwoord van deze internationaal gelouwerde milieujuriste is zonneklaar: dat komt omdat wetgeving er niet op is gericht om de natuur tegen de mens te beschermen.

Dat moet anders vindt Den Outer: Maak ecocide – de vernietiging van ecologische systemen – strafbaar en erken de ‘Rechten voor de Natuur’. Dat is zowel de titel van haar net verschenen boek als haar ‘levensmissie’ om dit voor elkaar te krijgen.

Om te beginnen moet volgens Den Outer het hele ecosysteem – het natuurgebied en zijn omgeving – worden beschermd in plaats van alleen specifieke soorten planten en dieren zoals nu gebeurt. ‘Alles in de natuur is met elkaar verbonden en heeft invloed op elkaar. Pesticiden houden geen rekening met grenzen tussen landbouwgebieden en Natura 2000 gebieden’, betoogt zij in het boek.

Kampina onder zware druk

De Kampina & Oisterwijkse Vennen in de gemeenten Boxtel en Oisterwijk is zo’n Natura 2000 gebied. Een groen eiland van 3539 hectare omringd door een vervuilde zee van asfalt, beton, vee- en boomteelt. Daarbinnen vallen 24 bijzondere soorten natuur onder Europese bescherming, daarbuiten niet. Van 13 soorten staat de kwaliteit onder zware druk, zo blijkt uit recent onderzoek. Hieronder heidevelden en oude eikenbossen. De overheersende oorzaken zijn stikstof en verdroging.

Het Europees begrensde Natura 2000-gebied omvat de geel en groen gekleurde vlakken waarbinnen 24 soorten natuur moeten worden beschermd. Dat betreft onder meer oude eikenbossen, heidevelden, blauwgraslanden en diersoorten als de kleine modderkruiper, roodborsttapuit, gevlekte witsnuitlibel, rivierdonderpad en dodaars

Met zeven natuursoorten, waaronder vennen en bossen, is het aantoonbaar zo slecht gesteld dat ‘aanvullende bronmaatregelen’ tegen verdere teloorgang urgent zijn. Welke maatregelen dat zijn moet blijken uit het gebiedsplan dat er in de zomer van 2023 zou moeten zijn.

Deze bevindingen zijn opgetekend in de zogeheten natuurdoelanalyse die het bureau Arcadis in opdracht van de provincie van de Kampina heeft gemaakt. Deze deskundigen concluderen dat er hoe dan ook sprake blijft van overbelasting door stikstof op vrijwel alle beschermde soorten in dit natuurgebied.

In hun lijvige rapport staat echter niets over maatregelen die ook buiten dit natuurgebied tegen stikstofuitstoot nodig zijn om de schade voor planten en dieren te beperken.

Sluiting veehouderijen forceren

De Kampina is een van de acht kwetsbare natuurgebieden in zuidelijk en oostelijk Nederland waarvoor Mobilisation for the Environment (MOB) zulke maatregelen wil gaan forceren. Deze bekende milieugroep gelast de betrokken provincies om natuurvergunningen van 40 veehouderijen die deze gebieden het zwaarst met stikstof belasten in te trekken. Een opmaat naar gedwongen sluiting van deze bedrijven, als alternatief voor onteigening.

Maar deze slangenkuil gaan de provincies zeker niet in. MOB begint met deze actie dus aan haar volgende lange mars door de rechtszalen.

Essentieel voor het welzijn van de natuur in de Kampina is om tegelijk met het stikstof ook het waterprobleem aan te pakken. Vennen vallen ’s zomers droog door een neerslagkort en lage grondwaterstand. Bovendien stroomt vervuild water tijdens hevige regenval het gebied in en staat bij droogte stil in rivierbeddingen. Deze uitersten deden zich voor tussen voorjaar 2022 en voorjaar 2023. En maakten overduidelijk dat de natuur ook in de omgeving van de Kampina moet worden beschermd.

Foto boven: hoog water in de Kampina na stevige regenval in maart 2023. Links van het dijkje stroomt de rivier de Beerze, rechts ligt ondergelopen grasland. Dat staat inmiddels weer droog nadat het vervuilde water door een geul (foto onder) versneld weer via de Beerze was afgevoerd. Als buffer tegen de droogte was het beter geweest om dit water in het natuurgebied vast te houden.

Om biodiversiteit te behouden is het volgens milieujuriste Jessica den Outer noodzakelijk om de natuur eigen rechten te geven, dat wil zeggen rechtspersoonlijkheid toe te kennen zoals bijvoorbeeld bedrijven die hebben.

Hoe moet zoiets dan worden aangepakt?

Wereldwijd bestaan inmiddels 409 initiatieven in 39 landen om rechten aan de natuur te geven, heeft business universiteit Nyenrode vorig jaar uitgevogeld. Tamaqua Borough beet in 2006 de spits af, beschrijft Den Outert in haar boek. Een plaatsje in de Amerikaanse staat Pennsylvania dat door de jaren heen zwaar werd vervuild door de mijnbouw en nog steeds lijdt onder de ernstige gevolgen daarvan.

Reusachtige putten die natuur en landschap al hebben vernield zouden ook nog eens worden volgestort met 700.000 ton giftig vliegas. Dat nooit!, vonden burgers van Tamaqua.

Met hulp van milieudeskundigen kwamen zij met een concreet voorstel om de natuur ter plaatse eigen rechten toe te kennen en daarmee te beschermen tegen verdere aantasting. En kregen het politiek voor elkaar om dit vast te leggen in plaatselijke wetgeving, oftewel een gemeentelijke verordening. Op grond hiervan kan iedere inwoner van Tamaqua Borough naar de rechter om voor de plaatselijke natuur op te komen. Dat hoefde overigens niet meer om de geplande gifdumping te verijdelen. Die werd meteen al rechtstreeks bij wet verboden.

Dertig andere kleine gemeenten in de VS hebben de rechten voor hun natuur volgens Den Outer inmiddels ook vastgelegd.

Rechten van de Kampina

In Nederland is het zover nog niet gekomen, hoewel plaatselijke wetgeving ook hier bestaat. Zo zouden politiek en bestuur in Boxtel en Oisterwijk hun nek kunnen uitsteken door de rechten van de Kampina en Oisterwijkse Vennen vast te leggen in hun gemeentelijke verordeningen.

Inwoners van Boxtel en Oisterwijk kunnen dan wél opkomen voor het belang van deze unieke natuur in hun achtertuin. Dat is momenteel vrijwel onmogelijk. Burgers worden juridisch afgeserveerd omdat ze individueel geen belang zouden hebben bij bescherming van de natuur.

Dit dreigt onder meer bij de nog lopende rechtszaak tegen de nieuwe provinciale natuurvergunning voor vleesverwerker Vion in Boxtel. Daar is stikstofvervuiling van de Kampina in het geding.

Rechten Moeder Aarde

Lichtend voorbeeld in de strijd voor rechten voor de natuur is Equador. Dit Zuidamerikaanse land heeft als eerste en dusver enige ter wereld de rechten van Moeder Aarde grondwettelijk vastgelegd. Den Outer kent artikel 71 uit die Grondwet een ereplaats toe in haar boek.

‘De natuur of Moeder Aarde waar het leven plaatsvindt en wordt doorgegeven, heeft recht op integraal respect voor haar bestaan en voor het onderhoud en de regeneratie van haar levenscycli, structuur, functies en evolutieprocessen. Alle personen, gemeenschappen, volkeren en naties kunnen een beroep doen op de overheid om de Rechten voor de Natuur te handhaven.’

Met deze grondwettelijke bepaling in de hand slaagden de inwoners van het Equadoriaanse dorp Cotacachi erin om het machtige staatsmijnbouwbedrijf Enami EP te weren uit het ongerepte Los Cedros-nevelwoud.

Den Outer beschrijft hoe deze mensen uiteindelijk succes boekten bij het grondwettelijk hof van Equador. Dat trok dat de al verleende mijnbouwvergunningen in om natuurvernietiging te voorkomen.

Rechten voor een bos?

Hoe aansprekend ook, Equador is toch van een andere orde dan het toekennen van rechten aan een specifiek natuurgebied. ‘Kan een bos een rechtspersoon zijn? De Waddenzee? De Maas? Amelisweerd?’, bevraagt Jan Terlouw zichzelf in zijn voorwoord van Den Outers boek. Het móét kunnen omdat het hard nodig is, antwoordt deze klimaatstrijder. De natuur dient immers beschermd te worden tegen menselijk gedrag. Maar volgens Peter van Wijmen kan dat niet door de natuur rechtspersoonlijkheid te geven, zo betoogde hij in 2001 bij aantreden als hoogleraar natuurbeschermingsrecht.

‘Hebt gij ooit in uw leven de morgen ontboden, de dageraad zijn plaats gewezen?’

Met deze bijbeltekst (boek Job,38.12) onderstreepte Van Wijmen zijn rechtswetenschappelijke opvatting dat de natuur ‘onvatbaar is voor beheersing door de mens’. ‘Het recht kan wel onze manier van omgaan met de natuur reguleren, maar niet de natuur zelf’, betoogde Van Wijmen in zijn inaugurale rede.

Zou hij dat ook nu nog hebben gevonden?

Kees Bastmeijer die Van Wijmen in 2009 opvolgde als hoogleraar natuurbeschermingsrecht, kijkt daar in ieder geval anders tegenaan. Rechten voor de natuur vindt hij ‘een heel inspirerend en interessant concept’, om het rechtssysteem te vernieuwen en de natuur een betere positie bij de rechter te geven.

Geknoei

Dit betoogde Bastmeijer begin 2023 in zijn afscheidscollege als hoogleraar. Hij schetste een ontluisterend beeld van ‘het vele en jarenlange geknoei met het natuurbeschermingsrecht’.

Bastmeijer sprak over misstanden en trucs waarmee ministers en overheidsjuristen in ‘de economische fuik zwemmen’ en ‘regelrecht in strijd handelen met het Europees recht’. Met goedvinden van de Raad van State die uitspraken van het Europees Hof van Justitie uitholt en daarmee het natuurbelang schaadt.

Eindeloos uitstellen

Omwille van het economisch belang worden regels volgens Bastmeijer alsmaar opgerekt en wordt ingrijpen eindeloos uitgesteld waardoor de overheid zichzelf en uiteindelijk ook de economie klem zet. Sinds de stikstofuitspraak van de Raad van State in 2019 is ‘de situatie voor de natuur ernstig verslechterd en heerst schijnzekerheid in de landbouw’.

Minister Van der Wal straalt weliswaar uit dat zij het anders gaat aanpakken, ‘maar zo gauw het concreet wordt hoor ik andere geluiden’. Bastmeijer wees op het besluit van deze minister om de garnalenvisserij in de Waddenzee te gedogen en op haar standpunt dat toekenning van rechten aan dit Natura 2000 gebied ‘geen meerwaarde heeft’.

Bastmeijer riep de natuur en milieu-organisaties op om volop te blijven procederen tegen de overheid en daarbij vooral ook de Europese rechter in te schakelen. ‘Dit is de enige manier om echt tot omslag en vernieuwing van het rechtssysteem te komen’.

De organisaties die het zware juridische werk jarenlang opknappen zijn echter op de vingers van één hand te tellen en in dit artikel ook al genoemd: Werkgroep Behoud de Peel vanuit Zuidoost Brabant en MOB dat in allerlei provincies voor de natuur opkomt. Tel daar Milieudefensie en Urgenda met hun klimaatprocessen bij op, en dan heb je het wel gehad.

‘Ze zitten te pitten’

De gevestigde natuur- en milieugroepen zitten volgens voormalig milieuminister Pieter Winsemius vooral ’te pitten en doen hun maatschappelijk werk niet’. In een recent interview met dagblad Trouw hekelt hij met name ‘mijn oude club’ Natuurmonumenten waarvan hij eind vorige eeuw voorzitter was.

Rond de Kampina streed Natuurmomenten de laatste tijd samen met de Brabantse Milieufederatie tegen explosieve groei van een Oirschots varkensbedrijf. Met als resultaat dat de plek des onheils werd aangekocht door de provincie.

Natuurmomenten en BMF zullen straks ook aan de bak moeten als de provincie natuurvergunning verstrekt voor een Boxtelse verbindingsweg nabij de Kampina. De strijd tegen het bestemmingsplan voor dit nieuwe asfalt wordt gevoerd door lokale milieugroepen.

En wat gaat Tilburg University nu doen met de fundamentele kritiek van Kees Bastmeijer?

‘ Ik wilde dit kwijt omdat ik in de jaren die ik hier werkte behoorlijk wat frustratie heb gekend. Het gaat hier om een hoofdlijn van jarenlange praktijk’, verklaarde de vertrokken hoogleraar zijn uitbarsting.

In zijn reactie slalomde rector magnificus Wim van de Donk behendig door Bastmeijers mijnenveld. ‘Er wordt veel geknoeid omdat er veel wordt geprobeerd. En het is niet alleen maar geknoei’, wees hij op de taak van politici en bestuurders om allerlei verschillende belangen tegen elkaar af te wegen. Dat de natuur daarbij volgens Bastmeijer veelal het onderspit delft, beaamde de voormalige Brabantse commissaris van de koning niet. ‘Echte ecologen zeggen dat wij ons daar niet druk over hoeven te maken. Want de natuur redt zich wel ook als de mens er niet meer is. Zover moeten we het echter niet laten komen’, voegde hij daaraan toe.

Bastmeijers pleidooi voor toekenning van rechten aan de natuur ziet Van de Donk als ‘een niet zo nieuw en een beetje vergeten idee’. Dat valt ‘misschien’ te gebruiken voor een universitair debat over de verhouding tussen ‘de overheid en het recht’. Dat wordt dus een onderonsje tussen rechtsgeleerden.

Van de Donk maakt geen aanstalten om met Tilburg University een fundamentele bijdrage te leveren aan het maatschappelijk debat dat inmiddels ook in Nederland gaande is over rechten voor de natuur. De universiteit Nyenrode bespeurde in haar onderzoek ‘een wereldwijde en blijvende trend’. Deze slag is Tilburg dus aan het missen.

De rector magnificus roemde in zijn reflectie wél de historische rede ‘Vertrouwen op het recht’ die de toenmalige Tilburgse hoogleraar Ernst Hirsch Ballin in 1982 hield. ‘Dit betekent dat het recht altijd vooraan staat. Alle overheidsbeleid is daar de verwerkelijking van. Tot op de dag van vandaag tekent dit de positie van onze juridische faculteit’, schetste Van de Donk.

Burgers in de kou

Als minister van Justitie in het kabinet Lubbers 3 produceerde Hirsch Ballin wetgeving aan de lopende band. Later trad deze briljante rechtsgeleerde aan als voorzitter van de afdeling bestuursrechtsspraak van de Raad van State.

Ook onder zijn bewind verloor ’s lands hoogste bestuursrechter de rechtsbescherming van burgers uit het oog. Het was de Maastrichtse hoogleraar Twan Tak die na diepgaand onderzoek vaststelde dat de Raad van State in zijn uitspraken vooral de kant van de overheid koos en burgers in de kou liet staan.

Tak legde zijn bevindingen vast in twee vuistdikke boekwerken, getiteld ‘Het Nederlands bestuursprocesrecht, in theorie en praktijk’. Hij werd in Den Haag niet serieus genomen.

Het kindertoeslagenschandaal sorteerde later wél effect. Nadat de rechtspraak er in het parlementaire rapport ‘Ongekend onrecht’ van langs had gekregen, ging de Raad van State bij zichzelf te rade. De hoogste bestuursrechter beloofde beterschap en laat dat inmiddels ook zien.

Doodlopende weg

Maar niet op het terrein van de natuurwetgeving. Daar maakt de Raad van State het individuele burgers vrijwel onmogelijk om nog voor het belang van de natuur op te komen. ‘Dit lijkt een doodlopende weg’, analyseerde advocaat Franca Damen in één van haar columns het afserveren van burgers die natuurvergunningen aanvechten.

Kees Bastmeijer stipte deze ontwikkeling niet aan in zijn forse kritiek op de Raad van State. Terwijl het toch van belang is dat hij ook burgers had kunnen aansporen om volop te procederen tegen natuuraantasting. Op de verwijten die Bastmeijer de hoogste bestuursrechter wél maakte ging rector magnificus Van de Donk vervolgens niet in.

Bij elkaar zijn dit signalen dat de Tilburg University kansen mist om een brug te slaan naar de Brabantse samenleving en te laten zien dat wetenschap er ook voor de burger is.

.

In memoriam Paul Rüpp: laatste der monumentale CDA-provinciebestuurders

Het overlijden van Paul Rüpp markeert vooral ook het einde van een tijdperk in Brabant. Hij was de laatste van de drie monumentale CDA-bestuurders die tussen 1980 en 2009 de toon aangaven in de provinciale politiek.

Jan de Geus en Pieter van Geel gingen Rüpp voor als bestuurlijke talenten uit de kweekvijver van dè partij van Brabant zoals het CDA zich destijds nog kon noemen.

Thans is dit verbond van KVP, CHU en ARP verschrompeld tot een van de vele splinterpartijen die geen vuist kunnen maken. Het ooit zo stabiele provinciebestuur dat het CDA decennialang vormde met PvdA en VVD is weggevaagd.

Paul Rüpp zag de teloorgang van zijn partij met lede ogen aan en keerde zich scherp tegen haar vrijages met het populisme. Het stemde hem droevig dat de christendemocratie zelf de binding met het volk is kwijtgeraakt. Toch bleef hij aanwezig in het CDA, de laatste tijd zelfs als lid van het landelijk partijbestuur.

Van de grote drie is nu alleen Pieter van Geel nog in leven én volop actief als consultant voor lastige maatschappelijke vraagstukken.

De Geus overleed april 2007 op 61-jarige leeftijd, twee weken nadat hij vervroegd was gestopt als burgemeester van Waalwijk.

Paul Rüpp treft 16 jaar later hetzelfde lot. Op ziekteverlof sinds december, trekt hij zich half februari definitief terug als burgemeester van Maashorst, de kersverse fusiegemeente van Uden en Landerd.

Zondag 26 maart 2023 overlijdt de Udenaar, 65 jaar oud, aan de gevolgen van blaaskanker.

De vroege dood van Rüpp is ook tragisch uit het oogpunt van zijn bestuurlijke loopbaan.

Als kersvers Udens raadslid wordt hij in 1991 meteen wethouder op de cruciale post van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. Onder zijn krachtdadige bewind groeit Uden als kool. Industriële bedrijvigheid van formaat vestigt zich op het ene na het andere ontwikkelde bedrijventerrein. Dat gebeurt met weinig compassie voor de landelijke omgeving en de mensen die daar wonen.

Geen nieuwe Oostbrabantse stad

Rüpp streeft ondertussen naar de vorming van een nieuwe Oostbrabantse stad: door samensmelting van Uden met het eveneens expanderende Veghel en het landelijke Boekel. De gemeentelijke herindeling die dan in Brabant woedt is dè kans om dat voor elkaar te krijgen. Rüpp steekt hiervoor zijn nek ver uit maar stuit op te veel verzet, aangevoerd door het CDA dat in politiek Den Haag een blokkade tegen grootschalige herindeling opwerpt.

Deze mislukking luidt zijn einde in als wethouder van Uden. Hij blijft door de jaren heen met vrouw en kinderen wonen in dit verstedelijkte dorp, steeds op rijafstand van het werk. Zijn privéleven wil hij niet opofferen voor een hectisch bestaan in de slangenkuil van politiek Den Haag. En dat blijft hij volhouden.

Een gouden kans

Een half jaar na zijn vertrek als onderwijstopman bij de Brabantse Avans Hogeschool waar hij 12 jaar aan het roer stond, krijgt Rüpp een gouden kans om bestuurlijk te eindigen waar hij begon.

Niemand anders dan hij is op het juiste moment de juiste man op de juiste plaats om de samensmelting van de gemeenten Uden en Landerd vorm en inhoud te geven.

Als aangesteld waarnemend burgemeester van Maashorst presteert hij zo overtuigend dat zijn permanente benoeming een gelopen race is. De andere sollicitanten zijn kansloos.

Ereburger van Brabant

Vlak voor zijn installatie in de gemeenteraad wordt bij hem blaaskanker vastgesteld. De behandeling slaat niet aan. Het einde komt nóg sneller dan gedacht. Paul Rüpp overlijdt een dag voor zijn officiële afscheid als burgemeester. De provinciepenning kan hem als net benoemde ereburger van Brabant niet meer in persoon worden uitgereikt. Deze hoogste provinciale onderscheiding is Rüpp toegekend voor zijn ‘grote inzet en verdiensten in het openbaar bestuur’.

Wat maakte Paul Rüpp nou tot een bestuurder van formaat?

Meteen na zijn aantreden als gedeputeerde van ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting en landbouw neemt hij het heft in handen. En torpedeert een vergevorderd plan om veehouderijen rond natuurgebieden via ‘een slot op de muur’ volledig aan banden te leggen.

‘Moreel verwerpelijk’

‘Aan tafel met juristen zeg ik: dus u wilt boeren bestaande uitbreidingsruimte ontnemen, maar heeft daar geen dubbeltje schadevergoeding voor over. Dat is moreel verwerpelijk en gaat dus niet door’, blikt hij terug in een interview met Brabants Dagblad.

De ambtenaren die het slot op de muur hadden bedacht laten blijken zijn besluit onacceptabel te vinden.

‘Dan zijn er volgens mij twee mogelijkheden: neem ontslag of wordt bestuurder. Want die en niemand anders is verantwoordelijk. Ambtenaren moeten vrijuit kunnen adviseren, maar ik beslis en draai ook op voor alle gevolgen. Daar moeten zij op kunnen vertrouwen. Achteraf bleek, ook tot mijn eigen verbazing, hoe zeer dat wordt gewaardeerd’, aldus Rüpp in het interview.

Paul Rüpp blikt in het Brabants Dagblad van 7 december 2009 terug op zijn periode als provinciebestuurder van Brabant. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was hij freelance journalist bij deze regionale krant.

Dat met deze CDA-bestuurder niet te spotten valt, merkt direct ook de Brabantse boerenvoorman Antoon Vermeer.

De scene tussen Rüpp en de ZLTO-voorzitter speelt zich af in het Ierse Cork waar een uitgelezen gezelschap Brabantse bestuurders is neergestreken om de herinrichting (reconstructie) van het Brabantse buitengebied vlot te trekken. Een grootscheepse operatie om bekneld geraakte veehouderijen aan de randen van dorpen en natuurgebieden te verplaatsen naar gebieden waar ze weer kunnen groeien. Dit zou gepaard gaan met forse investeringen in verbetering en ontwikkeling van natuur en landschap.

Als Vermeer in Cork op de valreep moeilijk begint te doen, zegt Rüpp hem de wacht aan. De ZLTO moet niet denken dat zij meteen ook de hele operatie kan dwarsbomen door zich niet te binden aan afspraken hierover. Dan zou Rüpp zijn verantwoordelijkheid nemen. ‘Het is geven en nemen en niet alleen nemen’, zegt hij waar iedereen bij is. Ongekend machtsvertoon van een CDA-bestuurder richting de boerenstand.

‘Basaal dierengedrag’

‘Basaal dierengedrag’, relativeert Rüpp achteraf. ‘Met de borst vooruit het verst zien te komen. Even aftasten want Vermeer en ik zijn nieuw voor elkaar. Maar ik moest een grens trekken omdat we dreigden te verzanden in details terwijl we het op hoofdlijnen al eens waren. Maar dit incident heeft tussen ons geen wonden geslagen’, stelt Rüpp drie weken na het bereikte ‘Akkoord van Cork’ in Brabants Dagblad vast.

In dit geruchtmakende interview trekt hij ten strijde tegen het ‘gemillimeter’ met regels. ‘Dat schiet zijn doel volledig voorbij en belemmert woningbouw, bedrijvigheid en kwaliteitsherstel van natuur en landschap.’ Van ruimtelijke ontwikkeling komt op deze manier niets terecht. Zo wenst hij Brabant niet te besturen.

Om de provincie dringend te kunnen verlossen van haar imago ‘dat er nooit iets kan’, overweegt Rüpp het ruimtelijk beleid ‘meteen maar grondig te gaan herzien’. Hij is dan amper drie maanden aan het bewind in het provinciehuis en ontketent een storm van kritiek. Provinciale Staten roepen hem op het matje.

Glansrijk doorstaat Rüpp zijn eerste politieke test in het provinciehuis. Zonder een woord terug te nemen van zijn uitspraken in de krant krijgt hij voluit steun voor zijn strijd tegen de regelzucht.

‘Wij gaan meer vrijheid krijgen’, juichen aanwezige gemeentebestuurders in de zaal. En dat gebeurt ook. Gemeentelijke bouwplannen worden door Rüpp in flink tempo goedgekeurd. En in samenspraak met lokale bestuurders legt hij provinciebreed de ruimte voor woningbouw en bedrijvigheid tot ver in de 21ste eeuw vast. Dat wordt zichtbaar op de ‘Nieuwe kaart van Brabant’ die de Brabantse kranten publiceren.

De bouwheer van Brabant

Rüpp manifesteert zich als de bouwheer van Brabant. Onder zijn bewind trekt de provincie maar liefst 250 miljoen euro uit om woningbouwprojecten in dorpen en steden financieel vlot te trekken. ‘De miljoenste Brabantse woning wordt weldra opgeleverd’, constateert hij vol trots aan de vooravond van de Statenverkiezingen in maart 2007. Als soevereine kopman van het CDA begint Rüpp aan zijn tweede bestuursperiode.

In de eerste vier jaar ontpopte hij zich tot de meest dynamische provinciebestuurder die overal raad mee weet. Groeide daadwerkelijk uit tot de onderkoning van Brabant die hij niet wilde zijn.

Lef

Lef toont Rüpp in oktober 2006 door, als invaller voor zijn bedreigde collega-bestuurder Janse de Jonge, stakende buschauffeurs tegemoet te treden. Die zijn opgerukt naar het provinciehuis waar ’s avonds laat een opgewonden sfeer heerst.

‘Ik wilde geen politiemensen om mij heen. Dat is een teken van zwakte. Geflankeerd door hun actieleiders voelde ik mij veilig genoeg, al kan zo’n massa natuurlijk altijd ontsporen. Maar een bestuurder moet tegen een stootje kunnen. Want zwichten voor dreigementen is echt de bijl aan de wortel van de democratie’, kijkt hij eind 2009 terug op ruim zes tropenjaren als Brabants gedeputeerde.

Rüpp begint dan aan een kalmer leven als bestuursvoorzitter van Avans Hogeschool. Keert terug naar het onderwijs waar hij in 1982 begon als docent Nederlands en door de jaren heen in allerlei nevenfuncties aan verbonden bleef.

Hij kiest het goede moment voor zijn vertrek uit het provinciehuis. De nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening regelt nu de vrijheid die hij gemeenten al gaf. De provincie is haar bevoegdheid kwijt om te beslissen over lokale ruimtelijke plannen. Voor een provinciaal bestuurder met ambitie is op dit afgekalfde terrein nog maar weinig werk aan de winkel.

Onwrikbaar

De reconstructie van de veehouderij is ondertussen een voertuig voor ongerichte schaalvergroting geworden. Overal in het buitengebied lopen de spanningen op tussen boeren en burgers die worden omsingeld door steeds grotere stallen met ongekende hoeveelheden vee. Rüpp houdt niettemin onwrikbaar vast aan de afspraken uit het Akkoord van Cork en eist dat ook van alle partijen die zich daaraan verbonden hebben.

Hij pikt het dan ook niet dat de Brabantse Milieufederatie (BMF) herhaaldelijk naar de rechter stapt om regionale reconstructieplannen die voortvloeien uit het Akkoord van Cork aan te vechten en om vergunningen voor uitbreiding en verplaatsing van veehouderijen te torpederen. Maar volgens de BMF komt er zó weinig tot stand voor natuur en landschap dat de reconstructie van het buitengebied is mislukt.

Mes op de keel

Tijdens een politiek debat in Gemert, kort voor de Statenverkiezingen van 2007 eist Rüpp dat BMF-directeur Jan van Rijen op dit standpunt terugkomt. ‘Wij vinden niet dat de reconstructie is mislukt. De afspraken die wij hierover met de provincie hebben gemaakt, staan als een huis’, kruipt Van Rijen door het stof. De milieufederatie mocht toen al geen provinciale subsidiegelden meer gebruiken om tegen de provincie te procederen.

Toch twijfels

Rüpp begint zelf toch ook over de koers van reconstructie te twijfelen wanneer in Brabant de Q-koorts uit geitenhouderijen om zich heen slaat. In zijn nadagen als gedeputeerde werkt hij aan een concreet voorstel voor een gefaseerde groei van veehouderijen om daarmee megastallen te beperken. Maar het komt er niet meer van. ‘De geesten zijn er nog niet helemaal rijp voor’, stelt hij vast. Het CDA had hem gewaarschuwd niet over zijn politieke graf heen te regeren.

Tien jaar later breekt de stikstofcrisis uit. Die raakt inmiddels de hele economie, maar verergert vooral de al heersende woningcrisis. Er wordt steeds minder gebouwd en al helemaal niet voor de mensen die een huis het hardst nodig hebben. Bestuurlijk Nederland staat in beide crises nog steeds met de mond vol tanden.

In Oost-Brabant is de atmosfeer ook nog eens ernstig vervuild door de overmaat aan veehouderijen en verkeer. Daar heerst een ongezond en onprettig klimaat om in te leven.

De taaie problemen waar Rüpp in zijn provincietijd al mee worstelde, krijgt hij in Maashorst voluit weer op zijn bord. Hoe hij die ditmaal als burgemeester zou hebben aangepakt komen wij helaas niet meer aan de weet.

Paul Rüpp heeft zijn karwei niet kunnen afmaken.

Pagina 2 van 7

Website gemaakt door Timmermans Media